Frans nageslacht

Op weinig plekken in Europa worden zo weinig kinderen geboren als in Frankrijk. Dat geeft een hoop rust, zou je zeggen, maar daar denken de Franse politici anders over. Vanaf volgend jaar staat er een premie van €750 per maand, een jaar lang, op het krijgen van een derde kind. Uw derde kindje wordt een schatje, en het doel is duidelijk: deze financiële prikkel moet de Fransen aansporen meer kinderen te krijgen. Ook in Duitsland bestaan voorstanders van een kindersubsidie. Het idee is dat de kleine belastingplichtigen op termijn goed zijn voor het land.

Met het Franse voorstel is echter wel het één en ander aan de hand. Het doet niets voor de overweging van een eerste of tweede kind, toch ook een bron van nageslacht, en gezien de enorme kosten van een baby kun je je afvragen of het er bij de derde veel toe doet. Economen drukken de beïnvloedbaarheid van een beslissing vaak uit in elasticiteiten, en de vruchtbaarheids-elasticiteit is berucht laag.

Maar dat die €750 eigenlijks niks uitmaakt zal weinig ouders beletten het geld gewoon aan te vragen, bij de geboorte van nummer drie. Eén op de vijf kreeg toch al een derde kind, en die ontvangen nu een extraatje. De situatie na invoering van de subsidie is dus: een paar extra kinderen voor een heleboel extra geld. Naar verluidt kost het plan €140 mln. per jaar, en er staat geen hogere belasting tegenover.

Nog niet. Uiteindelijk leidt het natuurlijk tot een hogere Franse schuld, af te betalen door de toekomstige generaties, de huidige kinderen. Zo bezien is de regeling niet meer dan een voorschot, en betalen de kleine Fransen de opvoeding van hun tweede broertje zelf.

De Wil Van Het Volk

Volgens Het Nederlandse Volk was Balkenende de winnaar van de Algemene Beschouwingen, zo meldde onder meer het NOS journaal afgelopen weekend. Bos behaalde een tweede plaats, terwijl Marijnissen en Halsema gedeeld derde werden. Deze uitslag is gebaseerd op een onderzoek van Maurice de Hond. Op de vraag “Wie vindt u de winnaar van de Algemene Beschouwingen?” antwoordde namelijk 18% Balkenende, 16% Bos, terwijl Marijnissen en Halsema elk 8% scoorden.

Wat zeggen deze cijfers? Eigenlijk heel weinig. En ze zeggen zeker niet dat Het Volk vindt dat Balkenende het beter deed dan Bos, zoals NOS Teletekst vrijdagavond suggereerde. Eigenlijk bestaat de mening van het volk helemaal niet, zo leert de sociale keuzetheorie, een onderdeel van de economie dat zich met dergelijke problemen bezig houdt. Of, om preciezer te zijn: zelfs als ieder individu keurig zijn of haar voorkeuren over een aantal alternatieven kan aangeven, dan betekent dat nog niet dat Het Volk als geheel ook zulke goed gedefinieerde voorkeuren heeft. Deze enquete laat dat mooi zien.

Tijdens de Algemene Beschouwingen ging van Aartsen flink onderuit, zo vond Het Volk. Dat vonden zelfs de VVD-aanhangers in het panel van de Hond: slechts 11% van de VVD-ers vond hun kopman de winnaar, terwijl 30% voor Balkenende koos. Maar stel nu eens dat de VVD geen ruzie had gekregen over de kilometerheffing. Dan zouden veel meer VVD’ers van Aartsen als winnaar hebben aangewezen. Als gevolg daarvan zou Balkenende veel minder stemmen hebben gekregen, en hoogstwaarschijnlijk dus nog onder Bos zijn geeindigd.

Ergo. Omdat van Aartsen het zo slecht deed, “vond” het volk dat Balkenende beter was dan Bos. Die uitslag zegt dus vrij weinig over de prestaties van beide. Eén van de eisen die economen aan een bruikbare voorkeursordening stellen, is independence of irrelevant alternatives (onafhankelijkheid van irrelevante alternatieven): de keuze tussen A en B mag niet afhangen van de vraag of C al dan niet aanwezig is. Aan die voorwaarde is hier duidelijk niet voldaan: de keuze tussen Balkenende en Bos hangt immers af van de prestaties van van Aartsen. Van een “Voorkeur Van Het Volk” kan dan geen sprake zijn. Sterker nog, als de vraag was geweest: “Wie deed het beter, Bos of Balkenende?”, dan was waarschijnlijk Bos als winnaar uit de bus gekomen.

Pardon!?

Het wil nog wel eens gebeuren dat journalisten de resultaten van onderzoek onjuist weergeven. Soms wordt dat zo pijnlijk duidelijk, dat verder commentaar overbodig is. Bij Spits waren vanochtend waarschijnlijk alle rekenmachines zoek. De krant meldt, op last van het ANP, het volgende:

Steeds meer mensen die werken hebben een inkomen van onder of rond het bestaansminimum. Twee jaar geleden zaten 203.000 huishoudens rond het sociaal minimum. Dat is een toename van 30 procent vergeleken met 2001, toen het er nog 142.000 waren.

Olieprijzen

Het lijkt hier zo langzamerhand wel een olie- en benzinelog, maar het is nou eenmaal de actualiteit en dus nog even over dat plan om burgers te compenseren voor de hoge olieprijs. U weet, de energierekening valt dit jaar een paar honderd euro hoger uit, wat alle kleine voordeeltjes van regeringswege teniet doet. Het parlement wil nu compensatie voor de burger, en hoewel de MF tegen is zal het er wel van komen. Wat vindt de econoom?

Zoals u weet zijn prijzen een signaal: de olie is zo duur omdat er moeilijk aan te komen is, en de hoge prijs spoort gebruikers aan op zoek te gaan naar alternatieven. Dat is goed en leidt tot verbeteringen: aan de vorige olieschok hebben we bijvoorbeeld die zuinige Japanse auto’s te danken. Mooi laten staan dus, die olieprijs.

Maar er is ook iets anders aan de hand, waardoor de zaak minder eenvoudig wordt: de hoge olieprijs leidt tot een terugval van de (macro-)vraag naar binnenlandse productie. In lekentermen: omdat al ons geld naar Saudi-Arabië gaat blijft er minder over voor een nieuwe fiets, of een weekendje weg. Op die manier kan de hoge olieprijs leiden tot een recessie in Nederland, en het is de taak van de regering daar iets aan te doen. In tijden van terugval voert de regering stabilisatiebeleid om de werkgelegenheid op peil te houden.

Zoals altijd zit de crux hem in de uitvoering. Het kan verstandig zijn de hoge olieprijs aan te grijpen om de burgers lump sum te compenseren, dat wil zeggen dat iedere burger een vast bedrag krijgt ter compensatie van het gemiddelde verlies. Het is buitengewoon onverstandig, Maxime Verhagen, om de compensatie te geven door een verlaging van de belasting op olie. In dat geval verstoor je het signaal dat uitgaat van de hogere prijs. Zulk beleid is contraproductief en op termijn niet vol te houden, en wat erger is, het miskent de realiteit van schaarse olie.

Slagbomen dalen automatisch

Slagbomen dalen automatischToen uw verslaggever onlangs via de sluizen aan de noordzijde de Afsluitdijk opreed, viel zijn oog op dat bordje dat bij elke grote ophaalbrug in Nederland staat: slagbomen dalen automatisch. Een schijnbaar nutteloze mededeling over de rood-witte boom, die nu keurig in verticale positie stond.

Maar de Afsluitdijk is lang en nodigt de berijder uit tot diepe gedachten, en zo kwam het dat ik mij plotseling iets voor kon stellen bij het mysterieuze bordje. Iets economisch, zelfs. In mijn enthousiasme trapte ik het gaspedaal nog wat verder in, zodat ik eerder achter mijn bureau zou zitten om mijn ingeving na te rekenen. En wat blijkt: het klopt! Dit bedacht ik mij:

“Slagbomen dalen automatisch” verder lezen

Benzine

De VVD heeft het plan opgevat om iets te doen aan de hoge benzineprijzen. De Telegraaf bijvoorbeeld meldt een paar dagen geleden:

De VVD vindt dat het kabinet iets moet doen om de automobilist te compenseren voor de sterk stijgende benzineprijzen. Het liberale Tweede-Kamerlid Hofstra denkt aan het teruggeven van de helft van de extra BTW-opbrengst op de hogere benzineprijs. “Dat betekent dat als de bezineprijs met een dubbeltje omhoog gaat, je 1 cent zou kunnen teruggeven.”

Een beetje inconsequent is het wel. In het verleden leek de VVD een principieel voorstander van de Werking van de Vrije Markt, maar nu blijkt dat die principes al snel uit het autoraampje worden gekieperd als ze ten koste gaan van het eigen benzineslurpende electoraat. Maar dit terzijde. Veel belangrijker is dat dit een uitermate onzalig plan is. Nog los van het ad-hoc en schaamteloos populistische gehalte. Het kan nooit verstandig zijn om op deze manier in een markt in te grijpen en producenten bij voorbaat al een vrijbrief te geven om de prijzen te verhogen.

Hoezo? Stel dat de overheid zich vastlegt om elke keer dat de benzineprijs een nieuw hoogtepunt bereikt dat een een veelvoud is van tien cent, de BTW met een cent te verlagen. Stel bovendien dat de adviesprijs, ik zeg maar wat, 1,48 euro bedraagt. Ergens op het hoofdkantoor van Shell, al sinds mensenheugenis de marktleider op de Nederlandse benzinemarkt, wordt overwogen om die adviesprijs te verhogen naar 1,49. Het besluit is al bijna genomen als het slimste jongetje van het bestuur plots opspringt. “Maar wacht eens even!”, roept hij uit. “Bij een stijging naar 1,49 moet de consument 1,49 betalen. Maar als we de prijs verhogen naar 1,50, dan wordt de BTW met 1 cent verlaagt, zodat de consument nog steeds maar 1,49 betaalt! Maar wij vangen mooi 1,50! Voor de consument maakt het niets uit, terwijl wij die extra cent per liter opstrijken!”. Bewondering alom. Inderdaad, in dit geval komt die cent BTW-verlaging volledig ten goede van de olieproducent, en niet van de consument.

Natuurlijk is bovenstaand voorbeeld wat extreem. Maar hoe je het ook wendt of keert, het blijft wat naief om te denken dat een regel als “elke keer als de prijs met een dubbeltje stijgt, doen wij een cent van de BTW af” geen effect zal hebben op de prijs.