Radio

De minister van EZ beheert voor u en mij een aantal van onze eigendommen. Namens ons verhuurt hij ze aan belanghebbenden en stort hij de opbrengst in de staatskas, waardoor onze belasting omlaag kan. Doet de minister het goed? Hij zou moeten zorgen voor een zo hoog mogelijke opbrengst, rekening houdend met de indirecte effecten die zijn verdeling op ons welzijn heeft.

Om precies te zijn: ik heb het over het spectrum, de FM-band, het recht om radio uit te zenden. De ether is van ons allen, maar de licenties worden uitgedeeld door de staat ter voorkoming van storing. Bij dat uitdelen is het een aantal jaren geleden misgegaan: de minister verhuurde de boedel niet aan de hoogste bieder, maar werkte met een zogenaamde beauty contest, een ingewikkeld proces waarbij niet de prijs de doorslag geeft maar de mate waarin een partij in het gevlei van een politieke commissie weet te komen. De winnende radiostations blij, natuurlijk, want die konden voor een koopje winst blijven maken. De geweigerde partijen boos, verdrietig, en vastbesloten via dure procedures alsnog een frequentie te bemachtigen. De opbrengst voor u en mij: te laag.

Waarom koos de minister voor een beauty contest? Hij was bang dat een rechtstreekse veiling niet tot het juiste aanbod zou leiden, dat brute marktwerking geen mooie radio op zou leveren: hij was bang voor de indirecte effecten op ons welzijn. Jammer genoeg voorzag de minister niet dat je marktwerking na afloop van de verdeling niet kunt verbieden: de winnaars van de contest kunnen hun kavel gewoon verkopen aan een andere partij en daarvoor de volle winst opstrijken. Aldus kregen ze een cadeautje van de staat, voor onze rekening. Nou ja, iedereen maakt fouten, zullen we maar denken. Als je er maar van leert.

Wat dat laatste betreft heb ik slecht nieuws voor u: EZ is van plan de volgende groep frequenties opnieuw via een beauty contest aan de man te brengen.

Straatje

De staatsloterij adverteert met de mogelijkheid van de aanschaf van een zogenaamd Straatje. Waarom? De loterij keert prijzen uit op basis van eindcijfers van de loten. Zo zijn er 5 prijzen die vallen op 1 eindcijfer. Wie een straatje heeft, heeft een setje van 10 loten met alle eindcijfers van 0 tot en met 9. Dus, juicht de staatsloterij, met een straatje heb je altijd prijs!

Op zich klopt dat. De vraag is alleen hoe blij een deelnemer moet zijn met de garantie van een prijs die lager is dan zijn inleg. Als deelnemers daar op uit zijn, dan heb ik ook nog wel een leuke loterij in de aanbieding. Geef mij nu 50 euro en ik geef u gegarandeerd 30 euro terug! Altijd prijs!

Wie aan een loterij meedoet, weet bij voorbaat dat hij er gemiddeld genomen bij inschiet. Er is immers geen loterij ter wereld die meer geld uitkeert dan er binnen komt. Maar als de gemiddelde opbrengst negatief is, dan lijkt het niet verstandig om je risico te spreiden. En dat is precies waar het kopen van een straatje op neer komt. Waarschijnlijk wil de gemiddelde loterijspeler liever dat de kans zo groot mogelijk is dat deelname ook netto iets oplevert. Maar dan ligt het kopen van een straatje niet voor de hand.

De moraal van dit verhaal. Doe je mee aan een loterij, dan neem je graag een risico. Maar dan moet je ook consequent zijn. Koop dus geen straatje, maar koop gewoon keihard 10 loten met hetzelfde eindcijfer!

Pensioenen

Er is een onderzoek gedaan naar de ideeën van jong Nederland over pensioenen. Trefwoorden: dubbeltje, eerste rang. Het gezaghebbende dagblad nu.nl schrijft:

Ruim 40 procent van de jeugd wil tussen 6 en 10 procent van hun brutoloon opzij zetten voor hun oudedagsvoorziening en ruim eenvijfde niet meer dan 5 procent, terwijl alleen al de AOW-premie 18 procent van het brutosalaris bedraagt.

Je hoopt (voor hun eigen bestwil) dat deze jongeren er voorlopig niet achterkomen dat van die 18% AOW-premie exact nul procent naar hun eigen pensioen gaat; de AOW is een omslagstelsel waarbij de werkenden het inkomen van de gepensioneerden opbrengen. De stichting pensioenkijker, die beter zou moeten weten, stelt het precies zo in haar persbericht (pas op, MS Word document!).

Je kunt twee verschillende conclusies trekken uit de enquête: of de jeugd is optimistischer dan die zure handelaren op de beurs (wie van z’n 18e tot z’n 65e 5% opzij zet en verwacht met dat vermogen een jaar of 80 te worden, rekent op een reeël rendement van 4,5%) of ze heeft een hoge discount rate, economentaal voor onverschilligheid over de toekomst. Zegt u het maar.

Dumpen

Het zou een mooie boel worden, al die concurrentie. Al die lage prijzen ook. Dat leidt alleen maar tot hogere verkopen en daarmee tot meer werkloosheid. Als producent van, ik zeg maar wat, tandpasta, moet je er toch ook niet aan denken dat de plaatselijke supermarkt ineens gaat besluiten jouw tandpasta tegen een lagere prijs in de schappen te leggen. De consument betaalt dan minder, terwijl jij van de super nog steeds hetzelfde bedrag per tube krijgt. Dat kan alleen maar ten koste gaan van je eigen marges en omzet.

Als u bovenstaande redeneringen niet kunt volgen, dan bent u niet de enige. Ik ook niet. Toch is het precies het verhaal dat MKB Nederland ophoudt. Nou ja, dat concurrentie goed is durft men nog net niet te ontkennen. Maar als supermarkten produkten onder de kostprijs gaan aanbieden, dan is het einde zoek. De overheid moet ingrijpen! De club pleit dan ook voor een verbod op ‘dumpprijzen’.

Supermarkten proberen altijd al met koopjes klanten te lokken. De verliezen daarop maken ze wel weer goed omdat die klanten vervolgens ook andere produkten gaan kopen, waar wel op verdiend wordt. Het enige mogelijke probleem, en ook het probleem waar MKB Nederland op lijkt te doelen, is dat van roofprijzen: een grote marktpartij die door stuntprijzen de concurrentie uit de markt werkt, en vervolgens de prijzen flink opschroeft. Maar daarvan is sowieso alleen sprake als het hele assortiment onder de kostprijs wordt aangeboden. En Ahold maakt nog steeds winst, dus blijkbaar doen ze dat niet. Bovendien is zulk roofgedrag al verboden, en zijn we daar niet nog eens een extra dumpprijsverbod voor nodig. Het SEO publiceerde onlangs ook al een uitstekende analyse over waarom zo’n verbod ongewenst is.

Dat MKB Nederland het liefst zo min mogelijk concurreert, is begrijpelijk. Dat ze zulke kromme redeneringen gaat ophangen om het volk daarvan te overtuigen, is nogal dubieus.

Experimenten

Een groot nadeel van de economische wetenschap is dat het zo lastig is om experimenten uit te voeren. Op micro-schaal gebeurt dat tegenwoordig wel, maar het blijft lastig om een heel land, of een hele stad, aan een behandeling bloot te stellen om eens te zien wat er gebeurt.

Zo bestaat er bijvoorbeeld een uitgebreide theorie over de ontwikkeling van steden in een land. Maar ja, hoe test je of zoiets klopt? Aan iedereen vragen om een stad te verlaten en dan kijken of er weer een nieuwe stad op die plek verrijst, daar kleven nogal wat bezwaren aan.

Totdat de natuur een handje helpt, natuurlijk. De gebeurtenissen in New Orleans zijn, behalve heel erg, een natuurlijk experiment voor dit soort theorieën. En omgekeerd: nu de stad weer opgebouwd moet worden, worden economen die iets afweten van locatiebeslissingen van stal gehaald om advies te geven. En zo kon het gebeuren dat een aantal collega’s van Marco en mij deze maandag de New York Times haalde met hun werk over Duitse steden, die moesten herstellen van de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. Hun stelling: herstellen gaat beter als bedrijven de vrije hand wordt gegeven.

Prijs voor Thijs!

Zojuist werd bekend gemaakt dat de Nobelprijs Economie dit jaar gaat naar Robert Aumann en Thomas Schelling. Een mooie keuze. Ze krijgen de prijs voor de speltheorie van conflictsituaties (zie de uitstekende achtergrondinformatie op de Nobel-website voor meer details). Schelling liet bijvoorbeeld zien dat het strategisch verstandig kan zijn om je eigen keuzes te beperken zodat je je ten opzichte van je tegenstander vastlegt op een bepaalde actie. Een voorbeeld? Bij elke grote ophaalbrug in Nederland staat een bordje slagbomen dalen automatisch… Afijn, de rest van het verhaal is inmiddels bekend door een eerdere post van collega Thijs.

Wat vindt U?

zou de overheid moeten zorgen voor kinderopvang? Het economisch debat wordt op vele plaatsen gevoerd en iedereen mag meedoen. Dat is niet bij elke discipline zo, zie bijvoorbeeld de nucleaire fysica, maar het maakt het vakgebied toch ook wel weer charmant. Helaas is de kwaliteitscontrole niet altijd aanwezig. Zo trof ik tijdens mijn vakantie nevenstaande vraag in het weekblad “Libelle” dat in mijn strandstoel beland was.

U denkt, de Libelle?, maar het is waarlijk een interessante kwestie die ook nu de herfst begint weer volop in de belangstelling staat. Waarom moet de overheid zich hiermee bemoeien, denk je, laat ouders lekker zelf beslissen en opvang inkopen zoveel ze nodig hebben. Totdat je bedenkt dat de overheid zich wél bemoeit met scholen, waar de kinderen vaak toch al zitten. En dat een gebrek aan beschikbare kinderopvang één van de ouders vaak belemmert te werken, wat slecht is voor de belastingbasis. Je kunt je afvragen of het (goedkope) aanbieden van meer opvang het probleem van de (dure) herintreders kan voorkomen. Ingewikkelde kwesties waar slimme mensen al jaren over nadenken. Ik las verder:

wat een onzin, dat kost alleen maar geld!

En daar ging de cocktail die op de leuning van mijn strandstoel balanceerde. Je probeert je voor te stellen wat er in het hoofd van Jopie omgaat, maar het lukt niet.

Vandaag wordt de Nobelprijs voor de economie uitgereikt. De eerste winnaar, de Nederlander Jan Tinbergen, zag een duidelijke taak voor de economen: breng de politieke keuzes in kaart, zoek uit wat de gevolgen zijn van elke keuze, en presenteer dát pakket aan degenen die moeten kiezen. Zo haal je alles wat niet ter discussie staat uit het debat en verhelder je het politieke proces. Heerste zijn geest bij de Libelle, dan was de vraag niet “Wat vindt u?”, maar “kiest u optie a of b?”, met bij beiden de kosten en de baten. Dat is een manier van vragen die wat mij betreft niet vaak genoeg gebruikt kan worden.

Maar goed, het was vakantie. Ik veegde de drank uit de stoel en spoedde mij naar de horoscopen.

U ziet wat Pips

Economisch analfabetisme is een ernstig onderschat maatschappelijk probleem. Economisch analfabeten zijn vaak in staat om hun kwaal lange tijd verborgen te houden door situaties waarin enig economisch benul vereist is te vermijden of, erger nog, door zich op te houden in kringen waar het uitslaan van economische wartaal alleen maar aangemoedigd wordt. Toch is de aandoening relatief te eenvoudig te verhelpen. Dat kan door de getroffen bevolkingsgroep de meest elementaire economische principes bij te brengen. Twee voorbeelden. Ten eerste. Deelnemers aan het economische verkeer zullen uiteindelijk vooral hun eigen belang nastreven. Het is dus altijd belangrijk om na te gaan wat dat eigen belang is. Ten tweede. Makkelijke manieren om heel veel geld te verdienen zijn er niet. Als die manieren er wel zouden zijn, dan zouden immers meteen hele volksstammen zich daarop storten, met als gevolg dat ze onmiddellijk weer zouden verdwijnen.

Vaak is economisch analfabetisme relatief ongevaarlijk. Maar af en toe zijn er gevallen waarin de slachtoffers genadeloos onderuit gaan. Zo’n voorbeeld stak deze week de kop op. Pips (People in Profit Systems) ging plat. Bryan Marsden, de oprichter, beloofde geld van deelnemers te beleggen in ontwikkelingslanden waar nog enorme winstmogelijkheden liggen. Het beloofde rendement: 2% per dag. Inderdaad, per dag. Wie vandaag 1000 euro inlegt, krijgt over twee jaar dus 21 miljoen terug. Honderden tot duizenden Nederlanders trapten er in.

Marsden richtte zich met zijn ontwikkelingslanden-verhaal vooral op de “alternatieve hoek”. Dat is slim bekeken, want dat is precies een hoek waar economisch analfabetisme relatief vaak voorkomt. Zijn verhaal is immers strijdig met de meest elementaire economische principes. Makkelijke manieren om heel veel geld te verdienen zijn er niet. Kansen om een rendement van 2% per dag te halen dus al helemaal niet. Zelfs niet in ontwikkelingslanden. En het is belangrijk na te gaan wat het eigen belang van iemand is. Stel dat meneer Marsden inderdaad een mogelijkheid had om 2% per dag te verdienen. Zou hij die kennis en winstmogelijkheden dan met anderen delen, of liever voor zichzelf houden? Inderdaad. Het feit dat hij uberhaupt deze belegging aanbood, was dus al genoeg reden voor argwaan.

Wereldwijd hebben beleggers 500 miljoen tot 1 miljard verloren. Stel dat de beloofde rendementen gehaald zouden worden. Dan was dat miljard in twee jaar aangegroeid tot 21000 miljard euro. Dat is meer dan het nationaal inkomen van de VS en Europa bij elkaar. Amerikanen hebben hier een mooi spreekwoord voor. Als het te mooi klinkt om waar te zijn, dan is het dat waarschijnlijk ook.

Diefstal

Stelt u zich de volgende zwendel eens voor: u heeft een aardig vermogen en gaat daarmee naar de wandelgangen van uw parlement. Daar overtuigt u (met behulp van de kleine kas) een meerderheid van de parlementariërs van het volgende: er komt een wet die erin voorziet dat u een klein bedrag aan belasting mag heffen, van alle andere burgers. Gegarandeerde winst: het overtuigen kost u het startvermogen, maar de opbrengst loopt al gauw in de miljoenen, afhankelijk van de belastingbasis, en het mooiste is dit: bij een kleine belasting, zeg één euro, loont het voor een individuele burger niet om te protesteren. Ziedaar het principe van de lobby.

Gelukkig zijn parlementariërs principiële mensen en komt bovenstaande zwendel weinig voor. Belastingheffen is voor de staat en verder niemand. Behalve natuurlijk in ons eigen, op dat terrein onverbeterlijke, land. Ik stel u voor: de stichting thuiskopie.

“Diefstal” verder lezen

Bandenservice

In Stroe hebben “onverlaten afgelopen zondag (4 oktober) bij 480 militaire voertuigen één of meerdere banden lek gestoken”, aldus de website van het Ministerie van Defensie. Vandaag heeft een woordvoerder van datzelfde ministerie laten weten wat dat de belastingbetaler gaat kosten. De totale schade “bedraagt ongeveer 900.000 euro” meldt onder meer de Telegraaf.

Toch eens rekenen. 480 voertuigen, bij elk een of meerdere banden. Laten we er voor het gemak eens van uit gaan dat er gemiddeld 2 banden per voertuig gesneuveld zijn. Dat komt dat neer op 960 banden. Als dat in totaal ongeveer 900.000 euro moet gaan kosten, dan praten we dus over een kleine 1000 euro per band. Misschien zitten er hele bijzondere banden onder zo’n militair voertuig, maar ik heb toch de indruk dat mijn plaatselijke bandenservice dat goedkoper kan.

Waar zou dat bedrag dan vandaan komen? Het zou kunnen dat de voertuigen meer schade hebben opgelopen dan alleen die doorgeprikte banden. Maar daar wordt nergens melding van gemaakt. Het zou kunnen dat het ANP en de kranten een en ander verkeerd hebben overgenomen. Maar het meest waarschijnlijk lijkt nog dat het ministerie dat bedrag gewoon uit de lucht heeft gegrepen. En bovendien was het afgelopen zondag 2 oktober.