De Jopie Award 2006!

Het is weer zover! Het einde van het jaar, dus tijd voor de traditionele uitreiking van onze Jopie Award. U weet het misschien nog wel, de Jopie Award is vernoemd naar de mevrouw die vorig jaar in Libelle memorabele uitspraken deed. De Jopie Award is oorspronkelijk bedoeld voor degene met het Slechtste Voorstel van het afgelopen jaar. Een voorstel waarvan de initiatiefnemer geen enkele rekening houdt met de desastreuze economische gevolgen ervan. Of, nog erger, die gevolgen volledig verkeerd inschat. Maar dit jaar heeft de jury besloten haar opdracht iets ruimer te interpreteren, en ook voor de prijs in aanmerking te laten komen diegene wiens uitspraken of daden meer in het algemeen getuigen van Economisch Onbenul, zeker als betrokkene in een maatschappelijke positie verkeert waar je dergelijk onbenul niet zou verwachten.

Daar gaan we. Eerst maar eens vier genomineerden die jammerlijk genoeg net naast de felbegeerde Jopie Award grepen.

“De Jopie Award 2006!” verder lezen

Emissierechten en de luchtvaart

Woensdag gaat de EU beslissen of de luchtvaartmaatschappijen ook mee moeten gaan doen aan het systeem van verhandelbare emissierechten. Dat is een bijzonder slim systeem waarbij de overheid vaststelt hoeveel CO2 er in totaal uitgestoten mag worden, maar waarbij die uitstootrechten verhandelbaar zijn. Bedrijven die in staat zijn om hun CO2-uitstoot te verlagen, kunnen hun emissierechten dan verkopen aan andere bedrijven. Op die manier kan een bepaalde beperking van CO2-uitstoot op de meest efficiente manier bereikt worden.

Het Wereldnatuurfonds is bang dat de vliegtuigmaatschappijen hun emissierechten kado gaan krijgen, en ook dat ze teveel van die rechten gaan krijgen:

De sector zou tot 3,5 miljard euro per jaar kunnen verdienen door de rechten door te verkopen of door te berekenen aan de passagiers.

Het is waar dat de maatschappijen geld kunnen verdienen door de rechten die ze niet nodig hebben, door te verkopen. Maar dat ze datzelfde bedrag zouden kunnen verdienen door de rechten door te berekenen aan passagiers, dat is vreemd. Het suggereert dat hoe meer rechten de luchtvaartmaatschappijen krijgen, des te hoger de prijs is die ze aan passagiers in rekening zullen brengen. En dat klopt niet. Sterker nog, de ticketprijs daalt juist met dat aantal rechten.
“Emissierechten en de luchtvaart” verder lezen

Elasticiteit (vervolg)

Weet u het nog? Het Ministerie van Landbouw stelde in april een miljoen beschikbaar om de vraagelasticiteit van biologische landbouwproducten (mbt. de eigen prijs en het prijsverschil met niet-biologische producten) te meten. Het resultaat is nu binnen.

Het blijkt dat consumenten voor een product dat biologisch geproduceerd is een kwart meer willen betalen. Tenminste, zoveel valt op te maken uit het persbericht, waarin staat:

Consumenten zijn naar eigen zeggen bereid 20 tot 25 procent meer te betalen voor biologische producten.

De mysterieuze woorden zijn hier `naar eigen zeggen’. Ik had de indruk dat er gemeten werd aan het daadwerkelijke gedrag, en niet naar wat mensen zeggen te doen. Want om Gregory House te parafraseren: consumers always lie. In dit geval kun je ervan uitgaan dat mensen meer biologisch zeggen te willen kopen, maar het in de winkel niet doen. Toch maar even wachten tot Landbouw het rapport vrijgeeft.

Ondertussen bij de oosterburen

Mensen reageren op economische prikkels, zelfs al dat niet politiek correct is. In Duitsland kunnen we begin volgend jaar dan ook een piek in het geboortecijfer verwachten, na een flinke dip aan het einde van dit jaar. Hoezo? Per 1 januari wordt daar het Elterngeld ingevoerd. Dat betekent dat ouders die voor hun pasgeboren kind willen zorgen en daardoor niet volledig kunnen werken, gedurende maximaal 14 maanden van de overheid een maandelijkse bijdrage krijgen van tussen de 300 en 1800 euro. Als ik het allemaal goed begrijp. Hoe dan ook, het AD meldt vandaag dat degene wiens kind wordt geboren op 1 januari in plaats van op 31 december, daardoor een voordeel heeft dat kan oplopen tot zo’n 20.000 euro. Je vraagt je dan toch af of die regeling niet had kunnen worden ingevoerd op een manier die iets minder perverse prikkels zou opleveren.

Hogere belastingen, harder zuigen

Intrigerend onderzoek in de laatste American Economic Review: hogere belastingen op sigaretten blijken nog minder effect op nicotineconsumptie te hebben dan tot nu toe werd aangenomen. Het aantal aangeschafte sigaretten mag dan wel dalen, maar de hoeveelheid nicotine die door de roker aan een sigaret wordt onttrokken, stijgt. Bijvoorbeeld omdat een roker zijn peuk minder snel weggooit, of meer gaat inhaleren. Op die manier slaagt de roker er in om die belastingverhoging middels zijn gedrag deels te compenseren. Dat blijkt uit een analyse van de hoeveelheid nicotine dat in het lichaam van rokers wordt aangetroffen, al moet ik toegeven dat de exacte medische details mij niet geheel duidelijk zijn. Hoe dan ook, de onderzoekers vinden een belastinginhaleerelasticiteit van 0,4: als de belasting op sigaretten met 1% stijgt, dan stijgt de nicotineconsumptie per sigaret met 0,4%.

(Dank aan Bastiaan)

Binnenstadklonen

Probeer eens het volgende voor een beeld van ons land eind 2006: Kijk goed rond in je eigen binnenstad, stap op de trein, reis naar het volgende intercitystation en kijk opnieuw. Vaak is het een kwestie van zoek de 10 verschillen: tussen dezelfde HEMA, Bakker Bart, Etos en Blokker als thuis staat misschien nog een lokale snackbar, maar dat is het dan wel.

Is dat erg? Sommige mensen vinden van wel: al reizend door Nederland is er nooit iets nieuws te zien, allemaal dezelfde grauwe middenmaat. Maar dit artikel over hetzelfde fenomeen in de VS bevat een aardige gedachte: hoe vervelend ook voor mensen die veel reizen, voor mensen die nooit de stad verlaten zijn winkelketens geweldig! Je kunt de keten namelijk ook zien als een manier om winkelconcepten die goed werken (en waar consumenten dus tevreden over zijn) snel landelijk door te voeren. Want stel je voor dat de HEMA alleen in Amsterdam zat en Bakker Bart alleen in Nijmegen. Slechts een kleine groep mensen zou kunnen profiteren van datgene dat duizenden klanten nu naar die winkels drijft.

Het artikel over de VS lezend vraag ik me af hoe we er in Europa aan toe zijn. Zijn Europeanen zo verschillend dat we inderdaad verschillende typen winkels willen? Of is het wachten tot de Franse hypermarche hier zijn intrede doet? Het enige succesvolle pan-Europese concept dat ik zo kan bedenken is de Ierse pub, die in werkelijk elk gat te vinden is.

Pensioenrechten

Econoom Lans Bovenberg pleit ervoor om hoogopgeleiden langer te laten doorwerken dan lageropgeleiden.

‘Ik stel voor om iedereen in te delen in grote homogene groepen. Bijvoorbeeld een groep bouwvakkers en een groep hoogleraren. Degenen die naar verwachting het langste leven, moeten het langste doorwerken. Iedereen moet per tijdseenheid hetzelfde krijgen.’ Vrouwen worden ouder dan mannen. Moeten zij langer doorwerken? ‘Nee, vrouwen worden wel ouder, maar over het algemeen verkeren zij in die extra jaren niet in goede gezondheid. Als zij langer zouden doorwerken, zou de instroom in de WAO alleen maar groter worden.’

De doelstelling lijkt te zijn om iedereen hetzelfde aantal jaren van het pensioen te laten genieten, in verwachte waarde en gecorrigeerd voor gezondheid. Zo’n plan lijkt inderdaad iets van rechtvaardigheid in zich te hebben, maar tegelijkertijd is die rechtvaardigheid nogal willekeurig. Waarom zou iedereen even lang met pensioen moeten gaan? Waarom zouden we bijvoorbeeld niet iedereen even lang laten werken? Ook dat klinkt rechtvaardig, en ook die rechtvaardigheid is net zo willekeurig. Al zou de consequentie van dat laatste plan wel zijn dat iedereen die een paar jaar werkloos is, die tijd op zijn 65e weer moet inhalen, maar dit terzijde.

Hoe dan ook. Economisch efficient is het plan zeker niet. Misschien zijn er wel lageropgeleiden die graag nog even door willen werken terwijl er hoogopgeleiden zijn die graag eerder willen stoppen. Daarom stel ik voor: de Verhandelbare Pensioenrechten. Iedereen krijgt het recht om op een bepaald moment met pensioen te gaan (op z’n 67e, of volgens het plan Bovenberg, maakt niet uit). Iedereen die eerder wil stoppen, die mag, mits hij in staat is om iemand anders te vinden die bereid is om in zijn plaats door te werken, en wel op zo’n manier dat het voor de overheid budgettair neutraal uitpakt. Een hoogopgeleide die een jaar eerder wil stoppen zal dus al gauw een lageropgeleide moeten vinden die bereid is om pakweg anderhalf jaar langer te werken. En om zo’n ruil soepeltjes te laten verlopen zetten we een markt op waar gehandeld kan worden in Gestandaardiseerde Pensioenjaren.

Vegapolis

Het is weer tijd voor de stoelendans rondom ziektekostenverzekeringen (zie ook vorig jaar). Een nieuwtje was dit jaar de polis voor groepen bewuste consumenten, zoals vegetariërs en niet-rokers. Door hun geringere beroep op de verzekering kon de premie voor die groep omlaag. Nee, zei de toezichthouder al snel, dat mag niet, want alles wat riekt naar risicoselectie is wettelijk verboden.

Niet overal ter wereld zijn ze zo streng: rokende medewerkers van KLM-partner NorthWest betalen bijvoorbeeld meer voor hun ziektekostenverzekering, die in de VS via de werkgever loopt. Waarom zit de Nederlandse toezichthouder er zo bovenop? Omdat bij wet is vastgelegd dat er geen verschillende premie mag worden geheven voor mensen met verschillende gezondheidskenmerken. In het politieke debat sprak men destijds nogal beeldend over mensen met een vlekje. En dus bieden de vega-polis en de nietrokers-polis nu uitsluitend “interessante kortingen” en geen lagere premie.

Achter de wet ligt de grote vrees dat gezonde mensen zich af zullen zonderen in aparte verzekeringspools en minder gezonde mensen hun eigen, hoge, ziektekosten moeten dragen. Dat is niet solidair (zie ook de weerzin tegen de no-claim) en dus verboden. Maar hoe zit het als de gezondheid veroorzaakt wordt door zelfgekozen gedrag, zoals roken of het eten van vlees? Waarom moeten de kosten (of opbrengsten, voor de vroeg stervende rokers) ook in dat geval gedeeld worden? Dat is geen kwestie van solidariteit, en stimuleert in sommige gevallen slecht gedrag.

Het lijkt erop dat de zorgautoriteit vooral bang is voor een glijdende schaal en daarom alle vormen van selectie verbiedt. Dat kan relevant zijn als bepaalde vormen van gedrag minder vrijwillig zijn dan ze lijken: misschien kan de ene mens makkelijker zonder vlees en sigaret dan de andere. Het probleem is dat de overheid daar op andere momenten, zoals bij accijnsheffing en de wet op rookvrije arbeidsplaatsen, niet zo over denkt.