Ruud de Wild en de onderhandelingstafel

Gisteren werd bekend dat diskjockey Ruud de Wild de zender Radio 538 zal verlaten. De Wild meldde zich eind augustus al ziek en ondanks alle mooie woorden (“Het was absoluut een mooie tijd. Ik wil me nu echter vrijmaken voor iets helemaal anders“) kunnen we er van uitgaan dat achter de schermen flink gesteggeld is. Waarover?

De situatie tussen de zender en de DJ is deze: beiden bezitten een productiefactor en die twee factoren zijn complementair. Door samen te werken kunnen ze iets maken dat geld waard is, in dit geval een goed beluisterd radioprogramma. Eén enkele factor (alleen de DJ of alleen de zender) is veel minder waard. Het economische probleem tussen de twee is hoe de opbrengst van de samenwerking verdeeld moet worden. Daarvoor bestaat een lange reeks mogelijke oplossingen, vanaf de situatie dat 538 de volledige opbrengst van de samenwerking min €1 aan de DJ betaalt tot het omgekeerde geval, waarin het station de hele opbrengst houdt en de DJ €1 boven zijn reservation wage betaalt.

Het is waarschijnlijk dat er sinds eind augustus is onderhandeld over het surplus en die onderhandelingen nu zijn stukgelopen. Dat zijn twee volle maanden waarin De Wild’s programma is waargenomen door een DJ van 2e garnituur, waardoor het surplus waarschijnlijk aardig is geslonken. Dat verbaast mij, want volgens het standaardwerk van Osborne en Rubinstein over onderhandelen kan zoiets eigenlijk niet voorkomen. Er zijn regelmatigheden in onderhandelingen: wie nerveus is, ongeduldig en een slechte outside option heeft, die incasseert het grootste verlies. Maar in vrijwel alle omstandigheden leiden onderhandelingen tussen twee partijen snel tot een akkoord. Zelfs als er onduidelijkheid bestaat over de positie van de ander en de grootte van het surplus zijn de onderhandelingen binnen enkele ronden gedaan.

Het lijkt er dus op dat in ieder geval één van de partijen zich niet aan de regels van het spel heeft gehouden. Dat zal niet de commerciële zender zijn, die de druk op de onderhandelingen hield met de publiekelijke sollicitatie van een vervanger. Ik denk eerder dat Ruud de Wild nooit de intentie had eruit te komen en nu lekker gaat schilderen.

Gemengde strategieën

Als u iets van speltheorie weet, dan weet u ook dat ieder spelletje een Nash-evenwicht heeft: een situatie waarin niemand zich kan verbeteren, gegeven wat het gedrag van alle anderen is. Heeft een spelletje geen evenwicht in pure strategieën, dan is er altijd nog een evenwicht in gemengde strategieën. Stel bijvoorbeeld dat u bij een ambassade werkt en elke dag met uw auto naar uw werk gaat. Er zijn twee mogelijke routes. Er is echter een terrorist die u op wil blazen en dus langs een van de routes met een bom staat te wachten. Uiteraard is er geen evenwicht in pure strategieën. Neemt u altijd route A, dan wil de terrorist langs route A staan, maar als de terrorist langs route A staat, neemt u liever route B. In dat geval staat de terrorist liever langs route B, waarop u liever route A neemt, etc. Het enige evenwicht van dit spelletje is dat u beide routes met kans een half neemt. Hetzelfde geldt dan voor de terrorist.

Nu is er veel kritiek op dergelijke evenwichten in gemengde strategieën. Hoe doet een mens dat, met een kans van een half een bepaalde route nemen!? Het is moeilijk voor te stellen dat ambassademedewerkers met een dobbelsteen in hun handschoenenkastje rondrijden en daar elke ochtend een keertje mee gooien om te bepalen welke route ze vandaag moeten nemen.

Uhm, niet dus. Hier is een citaat uit een artikel in de Washington Post vorige week.

Marc Grossman, the U.S. ambassador to Turkey in the mid-1990s, recalled telling his staff to take their own security precautions. After losing embassy employees to attacks, he advised staffers to keep a six-sided die in their glove compartments; to thwart ambushes, they should assign a different route to work to each number, he said, and toss the die as they left home each morning.

[via]

De productie van de Maffia

Op diverse plekken wordt bericht over een onderzoek naar de omvang van de Italiaanse maffia. In de Volkskrant schrijft Olav Velthuis

Als haar activiteiten in de officiële statistieken werden meegenomen, zou de maffia 7 procent van het bruto binnenlands product in Italië voor haar rekening nemen.

Wat doet de maffia dan zoal?

Het geld komt voornamelijk uit gokken, afpersing, smokkel, woekerrentes, diefstal en internetpiraterij. In drie jaar tijd zouden 165.000 winkels en bedrijven na afpersing en andere maffiapraktijken de poorten hebben moeten sluiten.

Uit dat lijstje blijkt dat de opmerking over het BBP maar gedeeltelijk klopt. Het bruto binnenlands product is, zoals u misschien weet, de optelsom van de alle toegevoegde waarde in een land in een jaar. Een winkel die voor €1 miljoen inkoopt en voor €2 miljoen verkoopt voegt maar €1 miljoen toe aan het BBP en geen twee. En waar het de activiteiten afpersing, diefstal en internetpiraterij betreft kunnen we de toegevoegde waarde rustig op nul stellen: de winst van de maffia is gelijk aan het verlies van de slachtoffers.

Anders ligt dat bij gokken, smokkel en woekerrentes. Hier biedt de maffia een dienst die op de legale markt niet beschikbaar is. Het geld dat hiermee verdiend wordt zou je inderdaad in het BBP op kunnen nemen.

Overigens draagt de maffia al lang bij aan het BBP van Italië, maar op een indirecte manier. De kosten van politie, beveiligers, gevangenissen en het opstellen van het rapport maken daar allemaal deel van uit.

“De productie van de Maffia” verder lezen

De irrationele patiënt

Stel ik bied u de volgende deal aan. U krijgt vandaag van mij 100 euro. Echter, als tegenprestatie moet u mij ergens in het komende jaar een nader te bepalen bedrag terug betalen dat ergens tussen de 0 en 100 euro zal liggen. Gaat u akkoord met deze deal? Dat lijkt mij wel. Zelfs in het meest ongunstige geval hoeft u nog steeds maar 100 euro terug te betalen, en verliest u dus niets. In alle andere gevallen gaat u er op vooruit.

Op haar economische pagina heeft de Postbank elke dag een “Vraag van vandaag”, waarin de bezoeker een poll mag invullen. Gisteren luidde de vraag: “Wilt u 100 euro extra eigen risico in ruil voor 100 euro minder zorgpremie?” Inderdaad, het scenario is precies hetzelfde als dat in mijn eerste alinea: in het meest ongunstige geval gaat u er niet op vooruit, in alle andere gevallen wordt u er alleen maar beter van. Financieel gezien dan.

De uitkomst? Een verbijsterende 49,6% van de ruim 39.000 respondenten gaat niet akkoord met deze deal. Nog eens 6,5% weet het niet. Slechts 43,9% laat geen geld op straat liggen en gaat akkoord. Goed, het is nu niet bepaald verantwoord wetenschappelijk onderzoek, maar toch. Het economisch bureau van de Postbank geeft de volgende verklaring:

Verzekerden die kiezen voor de korting moeten honderd euro apart houden voor het geval dat. Het kan zijn dat sommige consumenten zichzelf niet vertrouwen om van dit potje af te blijven. Liever betalen zij verspreid over het hele jaar iets meer dan dat zij plotseling honderd euro moeten ophoesten.

Maar het lijkt mij dat het aantal Nederlanders dat niet in staat is om in noodgevallen 100 euro op te hoesten, aanzienlijk lager is dan die 49,6%.

[dank aan Gerhard]

Op de fiets

Amerikanen kijken mij altijd geschokt aan als het over fietsen gaat. Al die Nederlanders die maar een beetje zonder helm rondfietsen. Levensgevaarlijk is het! Ik probeer dan uit te leggen dat dat allemaal reuze meevalt, dat automobilisten hier aan fietsers gewend zijn en ze dus niet zomaar omver kegelen en dat ik eigenlijk niemand ken die ooit met zijn hoofd op het asfalt is gestuiterd. Als mijn gesprekspartner een econoom is, mag ik daar nog graag aan toevoegen dat fietsers dus positieve externe effecten op elkaar hebben.

En, kijk eens aan, mijn verhaal blijkt empirisch ondersteund. Dit artikel laat zien dat er minder slachtoffers per fietskilometer en per fietstocht zijn naarmate er ergens meer gefietst wordt. Hetzelfde geldt overigens voor wandelen. En dit artikel trekt dezelfde conclusie. [via]

Concertkaartjes duurder door downloaden

De prijs van het gemiddelde concertkaartje is flink aan het stijgen:

De meest opzienbarende cijfers in het jaarrapport betreffen die over de ticketprijzen. Deze zijn in 2006 ten opzichte van 2004 met een kwart gestegen. In verhouding tot 2005 is een stijging van 14% geconstateerd. […] Volgens Schans zullen de ticketprijzen nog flink stijgen: “Je kunt er niet om heen dat artiesten tegenwoordig met optredens hun geld moeten verdienen.”

Wat zich laat vertalen als “vanwege het p2p-downloaden gaan die prijzen voor concertkaartjes flink omhoog”. Maar klopt dat ook? In het meest simpele model van de artiest natuurlijk niet. Die zet een prijs voor het concert waarmee de opbrengst maximaal is, ongeacht wat er met z’n andere inkomsten gebeurt. Want waarom zouden artiesten al die jaren geld hebben laten liggen bij het organiseren van concerten?

Maar ik heb zo’n gevoel dat het simpele model hier niet opgaat. Een paar mogelijkheden:

  1. Geld laten liggen kan natuurlijk als concerten voorheen een loss leader waren voor de verkoop van cd’s. Nu die laatste niets meer opbrengen moet de concertprijs omhoog om de kosten te dekken.
  2. De artiest stopt de meeste moeite in de activiteit waar het meest te verdienen is. De hogere prijs van concertkaartjes weerspiegelt dus een hogere kwaliteit. Tegelijkertijd neemt de kwaliteit van cd’s af.

Dat laatste lijkt me een netto verlies voor de maatschappij, vanwege de grote aantallen kopers van cd’s versus het kleine aantal concertgangers. Verder is de vraag in hoeverre de hogere prijzen ten koste van de sfeer gaan door het rijkere en dus saaiere publiek, en of de status van de artiest als publiek bezit bedreigd wordt. Die laatste twee argumenten worden volgens ons gebruikt om de prijs van voetbalkaartjes onder de marktprijs te houden.

Een mooie formule

Het tijdschrift Edge heeft een lange pagina met de antwoorden van artiesten, schrijvers en wetenschappers op de simpele vraag wat is uw formule? Nou weet ik vrij zeker dat ik Marco eens op de gang voorbij hoorde komen, al neuriënd x accent x invers x accent y, maar staat er in déze lijst ook een economische formule? Jawel, en het is fraaie: wetenschapsjournalist Ridley biedt het principe van comparatief voordeel.

De persoonlijke formules staan bij Edge nog op A4’tjes, maar voor de theoretici onder ons is het wellicht een idee om uw formule, als de tijd daar is, in uw grafzerk te laten beitelen.

Meer immigranten, lagere prijzen

Lezers uit Amsterdam en Groningen hadden vorig jaar aan de respectievelijke universiteiten een seminar kunnen bijwonen van Saul Lach. Daar presenteerde deze econoom van de Hebrew University te Jeruzalem een paper waarin hij laat zien dat de toestroom van een groot aantal Joodse immigranten vanuit de Sovjet-Unie in 1990 in Israel heeft geleid tot lagere prijzen. Als het aandeel van immigranten in de totale bevolking van een stad met 1% toeneemt, dan dalen de prijzen gemiddeld met 0,5%. De reden: immigranten zullen in het algemeen een hogere prijselasticiteit hebben, en lagere zoekkosten. Met andere woorden, ze zijn bereid langer te zoeken naar een betere deal. Dat leidt tot meer concurrentie waar uiteindelijk ook de autochtone bevolking van profiteert.

De paper is nu gepubliceerd in het prestigieuze Journal of Political Economy. Inmiddels heeft de Washington Post het verhaal ook opgepikt. En dat heeft vervolgens weer de aandacht van The Economist getrokken.

Triest

Ik kan het ook niet laten. De tranen schieten spontaan in je ogen als je ziet wat de Nederlandse pers er allemaal van bakt, die Nobelprijs. Het FD meldt:

De mechanism design theory heeft volgens de Nobelprijsorganisatie het begrip voor instituten vergroot. Daarbij wordt rekening gehouden met individuele initiatieven en persoonlijke informatie.

U begrijpt niet wat hier staat? Wees gerust, de dienstdoende journalist heeft zelf ook geen flauw benul. De Volkskrant slaagt er niet eens in om de gelauwerden correct weer te geven: