Langer leven

Stel, je hebt een hekel aan sporten maar overweegt om eraan te beginnen omdat het leidt tot een langer leven. Maar stel ook dat Midas Dekkers gelijk heeft en de lengte van je leven (in verwachte waarde) exact toeneemt met de tijd die je aan sporten besteedt. Is er dan nog sprake van een opbrengst?

Ik zou zeggen: ja. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik brand van nieuwsgierigheid over de gebeurtenissen in 2060. Als ik, door vandaag een rondje hard te lopen, de kans groter maak dat ik de Olympische Spelen van dat jaar kan zien (als ze nog bestaan) dan is dat een opbrengst. Idem voor het meemaken van mijn achterkleinkinderen en de Linux kernel versie 12.2.0. Je kunt zeggen: ik hecht waarde aan absolute tijd.

In de bovenstaande simplificatie van het effect van sporten kun je, als het ware, je leven even op pauze zetten. Als zo’n techniek echt bestond, dan was er vast wel vraag naar. Maar nu de economie. Want als ik een standaard intertemporele nutsfunctie maximaliseer met een positieve tijdsvoorkeurvoet, dan wil ik helemaal geen pauze in het leven. Alles wat verder weg ligt is immers minder waard. Klopt dat model eigenlijk wel?

(Onbegrijpelijke anecdote voor theoretici volgt.)
“Langer leven” verder lezen

Easterlin

De hele economenblogosfeer was de afgelopen weken vol van recent onderzoek van Wolfers en Stevenson over de Easterlin Paradox. Wolfers mocht bij Freakonomics zelfs een zesdelige serie volschrijven over dat onderzoek. Deel 1 staat hier.

Wat is er aan de hand? Volgens Easterlin (jaren ’20, vorige eeuw), zijn rijke mensen binnen een samenleving gelukkiger dan arme mensen, maar zijn rijkere samenlevingen gemiddeld genomen niet gelukkiger dan armere samenlevingen. Verklaring: niet het absolute, maar het relatieve inkomen is belangrijk. Iemand is niet gelukkig als ie veel heeft, maar als ie meer heeft dan de buurman, dat idee. Uit het onderzoek van Wolfers en Stevenson zou echter blijken dat rijkere samenlevingen wel degelijk gelukkiger zijn dan arme, en er dus geen Easterlin paradox is.

In de opmerkingen bij een weblog zag ik eens het volgende ijzersterke argument langskomen. Als mensen inderdaad meer geven om relatief dan om absoluut inkomen, waarom willen arme mensen dan massaal emigreren naar rijke landen, waar ze relatief nog veel armer zijn, in plaats van dat rijke mensen gaan emigreren naar arme landen?

Anoniem

Gister kwam ie al voorbij in de rechterkolom, het bericht dat de gemeente Nijmegen stopt met anoniem solliciteren omdat het experiment mislukt zou zijn. Vandaag komt de Volkskrant met wat meer informatie:

Tijdens het experiment werden de brieven bij de helft van de gemeentelijke diensten weggelakt. Bij de diensten waar geen gegevens waren weggelakt werden minder allochtone (9 procent) dan autochtone (16 procent) sollicitanten uitgenodigd voor het eerste gesprek. Bij de diensten met de weggelakte gegevens werden evenveel allochtonen als autochtonen uitgenodigd (10 procent).

Uit de context valt niet op te maken of dat een statistisch significant verschil is, maar dat moet haast wel. 16 procent of 10 procent, dat scheelt nogal wat. Maar het bericht gaat verder:

De gemeente Nijmegen durfde het niet aan dit verschil te duiden. Het zou toeval kunnen zijn, of een onbewuste voorkeur voor briefstijlen. Misschien waren leidinggevenden alerter door het experiment.

Tja, dat hadden ze natuurlijk vantevoren moeten bedenken. Als dat echt een bezwaar is, dan had het experiment beter opgezet moeten worden. Uitkomsten van een dergelijk onderzoek kunnen altijd toeval zijn, maar daar hebben we betrouwbaarheidsintervallen voor. Het argument “het zou toeval kunnen zijn”, is dus weinig valide. We gaan verder:

Daarom werd besloten tot een tweede meting. Die maakte duidelijk dat het bij de ene helft van gemeentelijke diensten niet uitmaakt of de namen van allochtonen wordt weggelakt en bij de andere helft wel.

Als er bij de helft een effect nul is, maar bij de andere helft een positief effect, dan lijkt me voor de hand te liggen dat het totale effect wel degelijk positief is.

Het heeft er alle schijn van dat het experiment niet mislukt is, maar dat de gemeente Nijmegen niet durft toe te geven dat haar medewerkers discrimineren.

Hendrik Houthakker

Vandaag wordt bekend dat op 15 april Hendrik Houthakker is overleden. De in Amsterdam geboren econoom werkte sinds 1952 in de Verenigde Staten en werd door Nederlandse journalisten steevast omschreven als “volledig ver-Amerikaanst”. (pronounced HOW-tak-er, staat er in het bericht over zijn dood). Houthakker is tot nu toe de enige Nederlander die ooit de fameuze John Bates Clark medaille voor economen onder de 40 heeft gewonnen (zie eerder hier). Wikipedia heeft een verrassend technische samenvatting van zijn belangrijkste resultaat.

Het geld voor een ticket gaat niet naar KLM, en dat is niet erg

Een curieus mediafenomeen vandaag, begonnen door de Volkskrant en gevolgd door onder meer de Telegraaf. Een verslaggever van de eerste krant heeft ontdekt dat ongeveer een derde van de consumentenprijs van een vliegticket naar de luchtvaartmaatschappij gaat en de rest naar belastingen, heffingen en toeslagen van onder meer de luchthaven. Het ticket wordt daarom vergeleken met een “woekerpolis”, een slecht renderend hypotheekproduct.

Nonsens natuurlijk. Voor ieder product geldt dat de prijs valt te ontleden in kosten, belastingen en winst. Wie 15 euro aan de kapper betaalt, ziet maar een euro of 5 daadwerkelijk bij de knippende persoon terechtkomen. De huur van de zaak, de schaar, de stoel, de spiegel, de verwarming, de BTW en de vennootschapsbelasting moeten ook betaald. Er is (hopelijk) een beetje winst en wat overblijft is het uurloon van de kapper, waar zijn of haar inkomstenbelasting nog af moet.

Het verschil met het vliegticket is dat de reiziger met de neus op dit feit wordt gedrukt omdat de kosten niet uitsluitend via de ticketprijs afgerekend worden. Daar is wel een reden voor want sommige kosten zijn extern aan de maatschappij, zoals de bijdrage aan geluidsisolatie voor de mensen op de grond en die voor de beveiliging van de luchthaven. Maar voornamelijk is dat een keuze van de luchtvaartmaatschappij, die bijvoorbeeld de brandstof apart afrekent (ook bijna een derde van de prijs). Daar zal een psychologische reden voor zijn, in de trant van “wij kunnen er ook niets aan doen”. Maar het is natuurlijk een beetje maf om te stellen dat die kosten niet behoren tot “de daadwerkelijke ticketprijs, nodig om de passagier van Amsterdam naar Londen te vliegen en terug”.

Conclusie: van woekeren is, in deze competitieve markt, geen sprake. Wellicht dat sommige klanten zich aan laten trekken door de kale prijs van het ticket en dus teleurgesteld zijn in de totale prijs van de vlucht. Maar nieuws is dat niet.

Ingezonden

NRC publiceerde gisteravond de volgende ingezonden brief:

In het artikel ‘Buitenland jaloers op Nederlands kenteken’ over de invoering van het nieuwe kenteken (Economie, 17 april) wordt ingegaan op het verhaal dat auto’s met een nieuw kenteken een hogere inruilwaarde zouden hebben. Paul de Waal van BOVAG doet dat af als onzin. Dealers en leasemaatschappijen kijken gewoon naar de datum op de papieren en weten dan precies hoe oud de auto is. “Op grond daarvan wordt de inruilprijs bepaald”, zegt De Waal.

De Waal heeft ongelijk. Een paar jaar geleden deden we uitgebreid onderzoek naar precies deze kwestie. Wat bleek? Rekening houdend met kilometerstand en leeftijd, levert een nieuw nummerbord gemiddeld een 4 procent hogere inruilwaarde op. We vonden dat effect voor zowel de kentekenwijziging in 1991 als voor die in 1999. Het onderzoek is in 2006 gepubliceerd in de Economist . Een consument die nog even wacht met de aanschaf van een nieuwe auto,
heeft dus groot gelijk. Ook al wil de autobranche ons anders doen geloven.

dr. Marco Haan, Rijkuniversiteit Groningen,
prof. dr. Peter Kooreman, Universiteit van Tilburg.

Maar trouwe lezers wisten dat natuurlijk al lang.

Innerlijk econoom

Zelfs in Nederland schijnt er nu een markt te zijn voor populair-wetenschappelijke boeken over economie. Na Levitt en Dubner’s Freakonomics (nadruk op onconventionele empirie) en Harford’s Undercover Economist (met name conventionele micro-theorie) is er nu ook een Nederlandse editie van Tyler Cowen’s Discover your Inner Economist. Nederlandse titel: Ontdek je innerlijke econoom. Ik heb het nog niet gelezen, maar de insteek schijnt te zijn hoe je (micro)economische inzichten kunt toepassen in het dagelijks leven. Quest zegt positieve dingen en geeft zelfs een aantal exemplaren weg.

Thijs kondigde het al aan: de in deze kolommen meermaals geprezen Tim Harford heeft ook een nieuw boek: The Logic of Life. Benadering: dingen die op het eerste gezicht niet rationeel lijken, hebben vaak toch een rationele verklaring. Bij Amazon woedt momenteel een razend interessante polemiek tussen Harford en gedragseconoom Ariely.

En ook het laatste boek van Harford blijkt sinds een paar dagen verkrijgbaar in het Nederlands. Bol.com zet hem nota bene in de categorie populaire psychologie. Brrr.

Aantrekkelijk

Het schijnt dat alle aantrekkelijke mannen al voorzien zijn. Mannen die nog vrijgezel rond lopen, zijn een duidelijk minder goede partij dan al die mannen die al in het bezit zijn van een partner. Alle huwbare mannen zijn al gehuwd. Ik heb het ook maar van horen zeggen. Andersom schijnt dat voor vrouwen niet te gelden. Er zijn genoeg aantrekkelijke vrouwen die nog vrijgezel zijn ook. Opnieuw: ik heb het ook maar van horen zeggen.

Dit artikel heeft een sluitende speltheoretische verklaring voor dat fenomeen. De redenering is als volgt. Als het er op aan komt hebben vrouwen het natuurlijk voor het zeggen op de huwelijksmarkt. Uit de veilingtheorie weten we het volgende. Stel dat twee bieders meedoen aan een veiling bij inschrijving. De ene bieder is “sterk”, en is bereid veel te betalen, de ander is “zwak” en heeft een veel lagere waardering. De sterke bieder zal proberen voor een koopje te gaan door relatief erg laag te bieden. Als gevolg daarvan zal de zwakke bieder ook zo af en toe een veiling winnen, juist omdat de sterke bieder bewust dat risico neemt.

Terug naar het voorbeeld. Stel een aantrekkelijke en een minder aantrekkelijke vrouw zijn allebei in de markt voor een aantrekkelijke man. Het kost moeite om die man aan de haak te slaan. Analoog aan het veilingverhaal zal de aantrekkelijke vrouw proberen met relatief weinig moeite toch te winnen. Gevolg: soms wint de minst aantrekkelijke vrouw. Uiteindelijk blijven er geen aantrekkelijke mannen over, daar wordt immers voor geconcurreerd, maar wel aantrekkelijke vrouwen, want die verliezen wel eens van een minder aantrekkelijke vrouw.

Inderdaad, ik betwijfel ook of ik het verhaal geloof. Maar amusant is het wel.

Het verdelen van arbeid

Door het werk in een economie te verdelen kunnen de werkers zich specialiseren, waardoor de totale productiviteit omhoog gaat en iedereen beter af is. Het is de essentie van the Wealth of Nations, een klassieker uiteraard maar misschien wat droge kost voor de amateur-econoom.

Gelukkig keert het inzicht uit 1776 keer op keer terug, onder meer in dit stukje Frasier uit de aflevering waarin de hoofdpersoon en zijn broer, beide psychiaters, vergeefs zelf proberen het toilet te repareren. De loodgieter komt uiteindelijk, de natuurlijke orde is hersteld, en een filosofisch moment bij een glas wijn brengt ons terug bij Adam Smith.

capture

Klik hier voor de video.

Laag uurloon

Soms wordt een mens een beetje moe van de manier waarop economisch onderzoek in het nieuws komt. Neem nu dit bericht:

Het aantal werknemers in Nederland met een laag uurloon is sinds 1979 sterk gegroeid, van circa 0,6 miljoen naar 1,25 miljoen. Dit concluderen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) dinsdag op basis van eigen onderzoek.

Ja maar. Een “laag uurloon”!? Hoezo een laag uurloon? Hoe wordt dat gedefinieerd dan, zo’n laag uurloon? En hoe is die definitie aangepast tussen 1979 en 2008? Of geven die werknemers zelf aan dat ze het laag vinden? En is het erg, dat veel mensen een ‘laag uurloon’ hebben? Of juist niet, omdat al die mensen anders werkloos zouden zijn? Allemaal vragen die in het bericht onbeantwoord blijven. Maar gelukkig, er is ook een verklaring voor het Fenomeen:

Als belangrijkste reden noemen de onderzoekers dat het aantal deeltijdwerkers sterk is toegenomen.

Ja maar. Verdienen deeltijdwerkers minder dan voltijders dan? Zij houden netto gezien toch juist meer over? Is daar rekening mee gehouden?

Het zou heel goed kunnen dat er met het onderzoek helemaal niets mis is. Maar met zo’n nieuwsbericht kunnen we weinig.