Dertig jaar te vroeg

Koninginnedag = oude boeken. Zojuist op de vrijmarkt werd ik voor 50 cent eigenaar van de pocketeditie van The Crash of ’79. Leest u even mee op de achterflap?

30042009606.jpg

Eens even kijken, vervangen we 1979 door 2009. Grote Amerikaanse banken failliet – check. Beurscrash – check. Arabisch geld – check, hoewel Aziatisch geld misschien beter was geweest. Iraanse bom – check.

Het boek komt uit 1976 en de verkoop zal na het saaie beursjaar ’79 wel ingezakt zijn. Maar was het boek profetisch voor een latere periode? Ik laat het u zo snel mogelijk weten. (Overigens, de schrijver heeft 2009 zelf niet gehaald.)

Leuker kunnen ze het niet maken

Voor alle zekerheid heb ik nog even gekeken, maar het is echt geen 1 april. Laat staan kerst.

Het schijnt dat in Nederland het kerstfeest fiscaal bevoordeeld wordt, ter stimulering van de viering van dit christelijke feest. Concreet betekent dat dat voor kerstartikelen een lager invoertarief geldt dan voor andere feestartikelen. Hoe zich dat verhoudt met de scheiding tussen kerk en staat is mij wat onduidelijk, maar dit terzijde.

Die regeling leidt onherroepelijk tot Grote Maatschappelijke Kwesties. Om maar eens iets te noemen: als je een glazen kerstengel in je kerstboom wil hangen, is er dan sprake van een kerstversiering, en dus van een laag invoertarief? En in het geval van een glazen kerstman?

Gelukkig heeft de Hoge Raad in deze belangwekkende zaak twee weken geleden uitspraak gedaan. Echt waar. Inderdaad, ik geloofde het ook niet toen ik het op het NRC geldblog las, maar het arrest van de Hoge Raad staat gewoon hier, inclusief uitputtende beschrijving van de gewraakte versierselen.

De uitspraak? Het engeltje is wel kerstversiering, maar de sneeuwpop niet. Immers

Het gaat, aldus het Hof, om algemene decoratieartikelen zonder specifieke verwijzing naar het kerstfeest, waaraan niet afdoet dat deze, doordat zij sneeuw- en ijsblokmannetjes uitbeelden, gewoonlijk worden gebruikt in de winterperiode. 

Goh.

Maak de professor niet boos

Een Amerikaanse prof met een aanstelling aan de VU heeft in de VS drie mensen neergeschoten.

Het is niet de eerste moordende professor in de economie. Dit geval was vorig jaar in het nieuws, de speltheoreticus die zijn vrouw ombracht. Dat moet wel haast een berekende misdaad zijn, was de heersende opinie. Die zaak was binnen een jaar tot boek verwerkt.

Het zijn geen zaken die vrolijk stemmen. Wat dat betreft lees ik liever over een econoom die moorden oplost.

Donner over het fileprobleem

Ik zit in de trein terug van een conferentie. De laatste spreker daar was minister Donner. Nou houden bewindslieden op economenconferenties vaak wat algemene praatjes (vinden de economen, die liever een model zien) (een wiskundig model) maar de minister kwam vandaag met een onverwacht inzicht in de werking van economische prikkels.

Zijn algemene praatje, dat ging over de heilzame werking van een wisseling van perspectief, werd opeens concreet toen hij voorstelde om files aan te pakken door voortaan de werktijd te laten beginnen als de werknemer de voordeur verlaat. Daarmee komt de volle rekening van de vertraging onderweg op het bordje van de werkgevers, die volgens Donner dan een motief en de mogelijkheid hebben om dat probleem eindelijk op te lossen.

Ik weet het, zoiets lokt weer gedrag van werknemers uit dat ook niet optimaal is, maar ik heb voor dit probleem slechtere voorstellen gehoord.

(Dit was overigens geen echt voorstel in de zin dat het volgende week op de agenda van de regering staat. De echte voorstellen staan hier.)

A propos, iedere econoom kent het probleem dat zelfs de meest geïnteresseerde toeschouwer in slaap valt als je te lang over percentages en groeicijfers spreekt. Donner ook, en hij kwam met de bekende oplossing: omrekenen naar grote getallen. Zo zullen er, beste toeschouwers, op korte termijn wel tweehonderdduizend AOW’ers bijkomen, en op langere termijn wel een miljoen!

Helaas werkte het deze keer niet. De economen in de zaal kenden de truuk, en voor de aanwezige Amerikanen had het meer weg van deze bekende scene met Dr. Evil.

Nullen

Het valt niet mee, die grote getallen. Een paar dagen geleden werd bekend dat volgens het IMF de kosten van de economische crisis gaan oplopen tot zo’n 4000 miljard dollar. Als zo’n bedrag bekend wordt, hou je je hart alweer vast. In het verleden ging dat immers vaker mis.

Het bericht bereikte de redactie van RTL-Z. Daar hebben ze verstand van grote getallen, zou je denken. En inderdaad, in de mondelinge verslaglegging ging het allemaal goed. Maar kijk nu eens wat de ondertitelaar er van gemaakt heeft:

groot

Tja. En dat is een 4 met 21 nullen.

Nu is het leuke dat dit fragment gisteravond De Wereld Draait Door haalde. Had de VARA het overschot aan nullen in de gaten dan? Eh, nee. Daar ging het er om dat toen de ene presentator zich afvroeg wat je voor dat bedrag kunt kopen, de andere antwoordde met “4000 miljard dingen van een dollar”, wat ik persoonlijk nu juist een vrij briljant antwoord vond.

Minister van Financiën

Heeft u enig idee wie de beste minister van Financiën uit de Nederlandse geschiedenis is? Ik ook niet. Het Historisch Nieuwsblad wil het graag weten, en pollt “economen, economisch historici en financieel journalisten” die er verstand van zouden moeten hebben. Om onduidelijke redenen is zo’n uitnodiging ook in mijn mailbox beland. Ik vrees dat die eigenlijk bedoeld was voor een collega met bijna dezelfde achternaam.

Maar goed. Nu deze mogelijkheid zich voordoet om invloed uit te oefenen op het democratisch proces, zal ik er gebruik van maken ook. Voor gemotiveerde suggesties hou ik me dan ook van harte aanbevolen. Hier heeft het tijdschrift een handig lijstje gezet ter inspiratie.

Kapper

In de internationale economie maakt men onderscheid tussen verhandelbare en niet-verhandelbare goederen. Bij verhandelbare goederen ligt het voor de hand dat prijzen overal op de wereld hetzelfde zijn. Bij niet-verhandelbare goederen is dat niet het geval. Het klassieke voorbeeld was altijd de kapper. Immers, als in land A de kapper veel goedkoper is dan in land B, zullen kapbeurten niet massaal geexporteerd worden totdat de prijzen in beide landen weer gelijk zijn.

Gisteravond meldde het NOS journaal dat het tijd wordt voor een nieuw voorbeeld. Klik hier voor de video, het bewuste fragment begint op 4:14.

(Eerder ook al bij Greg Mankiw)

Deflatie in de VS

Er is deflatie (0,4%, jaar op jaar) geconstateerd in de VS, voor het eerst sinds 1955. Wat betekent dat? Is het van belang voor Nederlanders?

De feiten. Deflatie betekent dat het prijspeil voor consumenten daalt, aankopen worden goedkoper. In dit geval is dat met name brandstof: door de lage olieprijs (was $145 vorig jaar juli, nu rond de $50) kosten benzine en verwarming een stuk minder. De meeste overige aankopen worden nog wel steeds iets duurder. In het VK wordt ook deflatie verwacht. In de Eurozone is de inflatie nu 0,6% en voor Nederland geldt dat de inflatie 2% bedraagt. Dat is een heel normaal niveau. Toch hoeven wij niet terug naar de jaren ’50 om deflatie te zien. In 1987 hadden we er voor het laatst mee te maken. Ook hier was de oorzaak een dalende olieprijs.

Deflatie, is dat niet heerlijk? Dalende prijzen, dat lijkt een heel prettige verandering. Maar consumenten moeten zich realiseren dat die situatie, reëel gezien, normaal is. Ieder jaar kun je voor een gemiddeld inkomen meer kopen. Nominale deflatie, het echte dalen van prijzen, is een heel ander verhaal. Het probleem is dat de economie in dat geval rare kuren gaat vertonen. Wetende dat prijzen constant dalen, zien slimme mensen in dat ze beter kunnen wachten met de aanschaf van allerlei goederen. Daardoor loopt de omzet van winkels terug, waardoor die moeten besluiten de prijzen nog verder te verlagen. Het proces houdt zichzelf dus in stand. Ondertussen zijn mensen met schulden de klos, want het wordt steeds moeilijker genoeg te verdienen om die af te betalen (quoot ik mijzelf).

Voor beleidsmakers is er de angst dat ze, eenmaal in een situatie van deflatie, niets meer kunnen doen. De rente verlagen werkt op dat moment niet meer omdat men ook zonder te sparen een rendement haalt. Afschrikwekkend voorbeeld is Japan, dat in de jaren ’90 op die manier in de soep liep.

Wat nu? Om een uitgebreide deflatie te voorkomen kan de centrale bank meer geld in omloop brengen, bijvoorbeeld door de rente te verlagen. Als dat niet meer werkt kan de bank zelf krediet verstrekken aan bedrijven of de overheid. Extra geld jaagt de prijzen weer omhoog. Bij dit alles moet wel in het achterhoofd gehouden worden dat de centrale bank er eigenlijk is om de inflatie te beperken. Men is dus vaak wat huiverig voor dit soort acties. Overigens in Europa huiveriger dan in de VS, waar de Fed ook verantwoordelijk is voor het aan de praat houden van de economie.

Het probleem dat hier in feite speelt is dat we geen idee hebben hoe het nu met de economie staat. Onze informatie bestaat uit maar een paar getallen die om de paar dagen gepubliceerd worden. Daaruit moeten we een beeld vormen van een enorm gecompliceerde machine. Dit deflatiecijfer is zo’n getal, en het geeft aan dat het misschien iets slechter gaat dan verwacht. Het is onverstandig om op basis daarvan meteen alles op z’n kop te zetten en met groot monetair beleid te komen. Het volgende getal komt misschien al over een paar dagen.

Voor consumenten geldt dat het verstandig is om over een lange termijn te denken. Nu gaat het slecht, over een paar jaar misschien wel weer goed. Het is niet verstandig om nu heel erg te besparen en later weer een boot te kopen. De overheid kent een trendmatig begrotingsbeleid, wat betekent dat ze de uitgaven niet meteen aanpassen als de inkomsten omhoog of omlaag gaan. Die demping is goed voor onze economie. Consumenten zouden, als ze dat kunnen, hetzelfde moeten doen.

Vanmiddag, 16:15, Radio 1. Snelle commentatoren kunnen mijn analyse nog verbeteren! u bent helaas te laat. Voor de liefhebbers een MP3 [5.9 Mb]

De beurscrash en de Turbo

Voor mijn verjaardag kreeg ik het (in alle haast opnieuw uitgegeven) meesterwerkje De crash van 1929 van Galbraith. De eminente professor Heertje schrijft in het voorwoord

Het vergelijken van toen en nu […] is zinvol, maar men hoede zich voor overijlde conclusies, die slechts stoelen op overeenkomsten.

Dat zal best, maar voorlopig zie ik wel verdraaid veel van die overeenkomsten. Neem de rol van het particulier aandelenbezit, dat in 1929 voor een aanzienlijk deel het houden van aandelen op prolongatie betrof.

Galbraith legt voor het nageslacht uit hoe dat werkte. De belegger stopte een bedrag x in een fonds; de bank verschafte een veelvoud van x aan krediet (tegen een procent of 10 per jaar) waarmee hetzelfde fonds gekocht werd. Door de hefboomwerking gingen de bewegingen in deze belegging veel harder dan die in het onderliggende fonds.

Grote winst, maar ook groot verlies natuurlijk en daar liep het uiteraard mis. Op dagen waarop de beurs flink in beweging was hield de beurstikker het allemaal niet meer bij. Galbraith schrijft dat de informatie rustig twee uur op de koersen kon achterlopen. Tegen de tijd dat een koersdaling bekend werd was het te laat om de prolongatie ongedaan te maken. Zo kon de belegger die met een positief kapitaal begon met een flinke schuld eindigen. Die schulden draagden bij aan de misère van de jaren ’30.

Overeenkomst met 2008? Ik presenteer u de Turbo, een uitvinding van ABN-Amro. Een product dat, behoudens de typisch laat 20e-eeuwse naam, exact hetzelfde is als een aandeel op prolongatie. Met dit belangrijke verschil: er is een automatische verkooporder ingebouwd.

De belegger kan nooit meer verliezen dan zijn investering. Als de koersbeweging van de onderliggende waarde dermate abrupt is, zoals bijvoorbeeld bij een heftig lagere opening door een winstwaarschuwing [sic], worden de extra verliezen door de bank genomen. [Wikipedia]

Een stukje technologische vooruitgang ten opzichte van 1929. U bent nog steeds al uw geld kwijt, maar een speculatieschuld wordt voorkomen. De schaal waarop in Turbo’s werd belegd is mij niet bekend, maar bedenk u dit: het is mogelijk dat de Turbo, en daarmee het vermaledijde ABN-Amro, de ernst van de kredietcrisis hebben beperkt.

Monetair beleid

Ik wist dat de Amerikaanse overheid er wat krapjes bij zit tegenwoordig, maar bijgaande oproep om toch vooral dollarmunten in plaats van –biljetten te gebruiken die ik een paar dagen geleden tegenkwam in de metro van Washington leek me zelf ietwat overdreven:

P1080554

Er staat ook een website bij, maar deze website lijkt me een betere verwijzing. Het taalgebruik is op zijn zachtst gezegd nogal dramatisch:

In his 1961 inaugural address John F. Kennedy said, "Ask not what your country can do for you—ask what you can do for your country." Now, generations later, you could make a difference simply by using the $1 Coin and helping our country save billions of dollars.