Risk and Uncertainty

Nou dit weer. Sta ik geboekt om vandaag als dagvoorzitter op te treden op het congres van de Utrechtse studenten economie, lassen ze het congres af. En ik had nog wel kunnen debatteren met Europarlementariër Ieke van den Burg, over wie ik ooit dit nare bericht schreef.

Om maar niet te spreken van mijn fraaie openingsspeech over het belangrijke verschil tussen risico en onzekerheid. Misschien dat ik hem vanochtend toch maar aan de spiegel voordraag, om wat oefening te houden. En om te voorkomen dat niemand mijn verhaal ooit zal horen heb ik voor u, waarde lezers, een kopie gemaakt [PDF, Engels].

Vox populi

Vaste lezer Ward wijst mij naar dit artikel in de Telegraaf. Zoals gebruikelijk zijn de reacties van de lezers onderaan de pagina interessanter dan het artikel erboven (leest u wel even om de rabiate regeringshaters heen?).  Er zijn er die laten zien hoe ontstellend weinig sommige mensen weten van simpele zaken zoals de premies die ze zelf betalen. Dat geeft maar weer aan waarom dit soort onderzoek grote waarde heeft.

Maar er zitten er ook tussen die iets meer denkwerk vergen. Jan Noga uit Muntendam (uiteraard met dubbel uitroepteken):

Ik mis in dit betoog een zeer belangrijk ding, er zijn de laatste decennia zeer veel machines gekomen die zonder bemanning kunnen werken. De werkgelegenheid is hierdoor afgenomen en zal waarschijnlijk ook niet meer terugkomen. Tel hierbij op dat werkgevers het overblijvende arbeidsintensieve werk naar lagelonenlanden overhevelen. Er is dus niet genoeg werk meer en als dit eerlijker verdeeld werd zou iedereen met maximaal 50 jaar met pensioen kunnen!!

Het zou een mooie tentamenvraag zijn: leg uit waarom dit niet klopt.

Omnihuis

Wij klagen hier wat af over wat we allemaal in de krant tegenkomen, met natuurlijk als absoluut dieptepunt wat er gisteren gebeurde. Maar heel af en toe zie je een bericht waar je spontaan warm van wordt. In de Telegraaf nog wel, al weer een paar weken geleden (excuus, ik liep er nu pas tegenaan, zie ook hier):

Makelaars in Apeldoorn kunnen bij wijze van proef gebruik maken van een computersysteem dat vraag en aanbod van mensen die hun huis te koop hebben staan aan elkaar koppelt. Het programma maakt een soort ketting van huisbezitters die mogelijk de woning van de ander willen kopen […] “Als ik het huis van de familie Jansen wil, de familie Jansen wil de woning van Verbeek en Verbeek wil mijn woning weer, dan zijn we rond", legt [initiatiefnemer Niek Stevens] uit. "Mis je een van die drie schakels, dan blijft iedereen zitten waar-ie zit." Die schakel kan ook groter worden door meer, bijvoorbeeld zeven, woningbezitters erbij te betrekken.

Briljant. Oplettende lezertjes denken natuurlijk meteen aan de ketens van niertransplantaties waar we het al eens eerder over hadden. In dat geval zijn er echtparen waarvan de een een donornier nodig heeft, de ander die wel afstaan, maar er geen match is tussen de twee. Mevrouw A geeft dan haar nier aan meneer B, mits mevrouw B haar nier afstaat aan meneer C mits mevrouw C haar nier weer afstaat aan meneer A, zodat de cirkel rond is. Precies: qua mechanisme precies hetzelfde. Een team van economen onder leiding van Al Roth heeft daar het een en ander over geschreven en niet in de minste bladen.

Nu is het huizenprobleem natuurlijk anders dan het nierprobleem. In zekere zin is het nierprobleem eenvoudiger: er is maar een beperkt aantal bloedgroepen, zodat ook het aantal nierdonoren overzichtelijk blijft. Het aantal huizen is echter onuitputtelijk, en mensen hebben een voorkeur voor het ene huis boven het ander. Daar staat tegenover dat er bij huizen ook met geld geschoven kan worden, iets wat bij nieren wat gevoelig ligt. Wat me bij huizen wel lastig lijkt is dat de meeste mensen willenverhuizen naar een huis dat groter en duurder is dan wat ze nu hebben, en als dat voor iedereen geldt wordt het natuurlijk nooit wat met die keten.

U ziet het. Onderzoeksmogelijkheden te over. Je schrijft er zo een proefschrift mee vol.

Mooi vak, economie.

Jan Pen

Als frisse jonge AIO op een Groningse receptie zag ik eens een ouder heerschap binnenlopen. Hij werd hartelijk begroet door de aanwezige hoogleraren en andere hotemetoten. Maar het duurde niet lang voor hij de oversteek maakte naar de andere kant van de kamer en zich bij het groepje AIO’s en postdocs voegde. Het was Jan Pen, emeritus hoogleraar en de bekendste econoom uit Stad en Ommeland, die eens kwam informeren waar de jonge onderzoekers zich zoal mee bezighielden. Er volgde een serieus gesprek over economie, ook dat nog, en de oude man had over alles een mening. Vanochtend meldt de krant zijn overlijden, 88 jaar oud.

p5251384
Foutje bedankt, de berichten over Pen’s overlijden zijn sterk overdreven. Desondanks staan we maar eens stil bij deze econoom.

Hoewel Pen duidelijk van voor mijn tijd was, was hij voor een hele generatie Nederlanders het prototype van een econoom. Ik keek eens naar een aflevering van Te land, ter zee en in de lucht waarin deelnemers met een voertuig een helling af moesten. Eentje had een bril op en een nogal ingewikkeld apparaat, waarop Jack van Gelder becommentarieerde “Ja ja. Nou nou. Kijk hem zitten. Tjonge! Jan Pen! Het is professor Pen!”

Zijn invloed op de Haagse politiek in de jaren 70 is bekend, zijn optreden in Hermans’ Onder Professoren ook. Maar de reden dat ik Jan Pen toch nog goed heb leren kennen is zijn geweldige schrijftalent, een zeldzaamheid onder economen. Zijn columns in het Parool waren altijd goed en de vele bundels daarvan zijn zeer de moeite waard. Veel vraag leek er overigens niet naar te zijn. Bij De Slegte lagen ze jarenlang voor weinig geld te koop.

Treffend, natuurlijk. Het belangrijkste onderwerp was voor Pen de betrekkelijkheid van economische groei. Van hem is het begrip selectieve krimp, en Groningse collega’s hoorde ik nog wel eens snoeven dat we van Pen allemaal “moesten gaan fluitspelen of zo”. Zoals dat gaat is het concept, gekoppeld aan de huidige crisis en “groen” stimuleringsbeleid weer helemaal actueel.

Opiniepeiling

Eigenlijk ben ik tegen stemwijzers. Het idee achter zo’n test is toch dat je kiest voor inwisselbare uitdragers van dezelfde gedachte, terwijl volgens mij juist de persoon van de politicus er veel toe doet. Het is prima om van tevoren mooie plannen te maken maar eenmaal in het parlement draait het toch om de events, my dear boy. En als de events onverwacht zijn doet de persoon er ineens wél toe.

Maar goed, de stemkaart ligt al op de mat en je moet toch wat en dus onderwierp ik mij maar weer aan de Europese stemwijzer. Ik zal u de uitslag besparen, maar interessant is dat je achteraf kunt kijken hoe anderen over de stellingen denken en welk belang ze daaraan hechten. Uiteraard in een selectieve steekproef, maar dan nog leveren de cijfers een mooie inkijk in de wereld van de niet-econoom. Na de klik de economische stellingen en de percentages op het moment van schrijven.

“Opiniepeiling” verder lezen

Om het vakantiegeld heen werken

U heeft een maandelijks inkomen en maandelijkse uitgaven. Stel dat beiden verplicht elke maand gelijk zouden moeten zijn. Dat is helemaal niet handig, want uitgaven zijn onzeker en variëren over het jaar. In dat geval is het fijn om het inkomen zo te verdelen dat het hoger is in voorspelbaar dure maanden.

Zoiets moet de gedachtengang achter de instelling het vakantiegeld zijn geweest. Door in mei, precies als de zomervakantie moet worden geboekt, een groter gedeelte van het jaarsalaris uit te betalen kan de cash flow van de burger optimaal worden beheerd.

Helaas is de veronderstelling niet waar. Bij onbalans tussen inkomsten en uitgaven kunt u sparen dan wel lenen. En met de voorspelbaarheid van de grote vakantieuitgave valt het ook wel mee: veel mensen gaan niet op vakantie, of buiten de zomer. Wat gebeurt er dan met het vakantiegeld? Dat komt als onverwachte meevaller in de pot vermogen. Inmiddels gebruikt meer dan de helft van de ontvangers het geld om een schuld af te lossen of een spaartegoed op te bouwen. Je kunt stellen dat zoiets wordt veroorzaakt door de crisis, maar ook in goede tijden is dit gewoon verstandig budgetbeheer.

Feitelijk hebben we nu dus de situatie dat werkgevers in Nederland (verplicht) moeite doen om het inkomen in niet gelijkmatige porties over het jaar te verdelen en de werknemers die horten en stoten weer gladstrijken met behulp van de bank. Dat moet slimmer kunnen, zou je zeggen, maar onderschat niet de kracht van de gewoonte. Want vakantiegeld “is ingeburgerd en mensen ervaren het als prettig” en dus wil 87% het behouden.

Afgeleid

Het kabinet gaat nu uit van een economische krimp van 4,8% in plaats van 3,5%. Maar minister Bos ziet een lichtpuntje:

Ik constateer dat we langzaamaan wegkruipen uit de situatie dat alles steeds sneller steeds slechter gaat.

Moment. Bos reageert hier op de economische groeicijfers. Groei, dat is de eerste afgeleide van het BNP. Wanneer de groei steeds slechter wordt, dan is de tweede afgeleide van het BNP dus negatief. Wanneer het steeds sneller steeds slechter gaat, dan is de derde afgeleide dus negatief. Strikt genomen stelt Bos dat we nog niet uit die situatie zijn. Maar langzamerhand gaan we wel die kant op.

Eigenlijk zegt hij dus gewoon dat de vierde afgeleide van het BNP positief is.

Veilen

Alweer een interessante ontwikkeling op de huizenmarkt. Iedereen kan tegenwoordig zijn huis veilen op internet. Sinds een aantal dagen draait op een paar zenders een commercial voor biedenenwonen.nl. Zet je huis er op, houd na 30 dagen een veiling en een uurtje later heb je het verkocht. De media besteedden er al uitgebreid aandacht aan, op de website staat zelfs een warme aanbeveling van Heertje zelf. Volkomen terecht, natuurlijk.

De initiatiefnemers, eerder al verantwoordelijk voor RouteMobiel en Tango, gaan er van uit dat binnen afzienbare tijd 10% van het huizenaanbod op deze manier verkocht wordt. Misschien ook iets voor de banken, die een paar weken geleden nog klaagden over de schimmige manier waarop momenteel executieverkopen plaatsvinden.

Toch grappig dat door de kredietcrisis, die het failliet van het kapitalisme zou betekenen, steeds meer mensen hun heil zoeken bij veilingen, wat juist het ultieme marktinstrument is. Zie bijvoorbeeld dit artikel, eerder dit jaar in Trouw.

Plaatjes

Trouwe lezer Bart schrijft, enkele weken geleden alweer:

Kennen jullie de site www.eigenfactor.org? Thomson-Reuters heeft inmiddels enkele impactindicatoren die door het groepje eigenfactor.org-netwerkanalytici in de VS zijn ontwikkeld zijn in Web of Science geadopteerd. Misschien minder functioneel maar wel leuk zijn de interactieve kaarten die op de website zijn te vinden onder "well-formed". Waarschuwing: als kaartenfanaat mag Thijs alleen kijken als hij minstens een halve dag niets te doen heeft…

Tot een paar minuten geleden had ik het ook nog niet aangedurfd een kijkje te nemen. Maar het is inderdaad fraai.