De Google barometer stelt teleur

Wat gaat er gebeuren met de economie? De zoektocht voor een leading indicator is zo oud als de conjunctuur zelf. Regerend kampioen is nog steeds het, door het CBS gemeten, consumenten- en producentenvertrouwen. Een vrij lullige maatstaf waarbij statistici aan burgers vragen of ze het een beetje zien zitten. Maar het werkt: kijk op die mooie conjunctuurklok en zie hoe het vertrouwen keurig voorloopt op de rest van de cyclus.

Wie een betere indicator wil hebben moet het gemeten vertrouwen dus verslaan. En daarom kunnen we niet anders dan teleurgesteld zijn in de nieuwe Google barometer. Het idee is charmant (afhankelijk van hun verwachtingen zoeken mensen op andere termen) maar de hoge verwachtingen komen niet uit. Zie hier de barometer versus het consumentenvertrouwen voor de (turbulente) afgelopen vier jaar, in veranderingen:

googleconsvert

Groen = Google, blauw = CBS. Natuurlijk is het wel netjes van Google dat ze de mogelijkheid aanbieden om hun index direct te vergelijken. Maar voorlopig stap ik niet over.

Groei

De media hebben wel eens de neiging zich blind te staren op het groeicijfer van een economie, vooral China is daarvan een goed voorbeeld. Het nieuws van vandaag geeft een aardige illustratie van waarom dat soms weinig zinvol is.

De Noord-Koreaanse economie groeit dit jaar met 3,7%. Daarmee behoort het tot de best presterende economieen ter wereld. Is de gemiddelde Noord-Koreaan daarmee beter af dan zeg de gemiddelde Zuid-Koreaan, die woont in een land waar de economie dit jaar 1,5% krimpt? Is er grootschalige economische migratie van Zuid naar Noord te verwachten?

Eh, niet echt. Het inkomen per hoofd staat op zo’n 500 dollar in Noord, tegen 16500 in Zuid, en daar zit nog altijd een factor 33 tussen. Zelfs als de huidige trends zich voort zouden zetten, duurt het nog steeds 68 jaar voordat Noord op hetzelfde niveau zit als Zuid.

Heb vertrouwen

We zijn inmiddels dus zover dat de Tweede Kamer een minister ontbiedt om te controleren of autoverkopers de sloopsubsidie van de overheid wel helemaal doorgeven aan hun klanten. Kan het nog lang duren voordat de kamer zelf de autoverkoop maar ter hand neemt omdat de private partijen er niks van bakken?

Beste parlementariërs, heb vertrouwen. Ik weet dat uw geloof in marktwerking is geschaad maar dit zal echt nog wel goed komen. Zolang de consument goed oplet en de handelaren geen kartel vormen wordt de subsidie, naar rato van vraag- en aanbodelasticiteit, netjes verdeeld onder de partijen. Dat de klant niet alles krijgt is een gevolg van de oplopende aanbodcurve en geen nationaal schandaal.

Snelkookpan

In de categorie Volstrekt Irrelevante Bijzaken: heeft u thuis een snelkookpan? Ik ook niet. Maar bij Freakonomics meldt Daniel Hamermesh dat die dingen mateloos populair zouden zijn in Nederland:

My Dutch friend tells me that everybody there has one and uses it all the time, as they save on energy costs.

Als dit een trend is, dan toch zeker eentje die mij is ontgaan. Mijn enige associatie met dit keukengerei is dat je er vrij lugubere misdrijven mee kunt plegen.

De context suggereert dat die ‘Nederlandse vriend’  een econoom is met de initialen S.F.

Een mens wordt er wel nieuwsgierig van.

Statistiek en de Iraanse verkiezingen

Inmiddels lijkt duidelijk dat er met de Iraanse verkiezingsuitslagen geknoeid is. De vraag is of dat ook statistisch valt aan te tonen.

Als mensen getallen uit hun duim gaan zuigen, dan zorgen ze er bewust dan wel onbewust voor dat alle cijfers ongeveer even vaak voorkomen, dus de 1 net zo vaak als de 2 net zo vaak als de 3 etcetera.

De werkelijkheid is echter niet zo willekeurig. Als je kijkt naar getallen uit de echte wereld, aandelenkoersen, nationale inkomens, bevolkingsaantallen, stemmen in een verkiezing, dat soort dingen, dan blijken die getallen in ruwweg 30% van de gevallen te beginnen met een 1, in 17% van de gevallen met een 2 en in slechts zo’n 5% van de gevallen met een 9. Die reeks kansen staat bekend als Benford’s Law en heeft te maken met het feit dat veel fenomenen in de echte wereld logaritmisch groeien. Verzin maar eens een willekeurig getal, schrijf dat op een papiertje, tel er zeg 5% bij op, doe dat pakweg duizend keer en zo’n 30% van de resulterende getallen zal beginnen met een 1.

Benford’s Law is ideaal om fraude op te sporen. Het schijnt gebruikt te worden door belastinginspecteurs. En inderdaad, even Googelen levert op dat ook de Iraanse verkiezingsuitslag aan deze analyse [pdf] is onderworpen. Uitkomst: de kans dat de verkiezingsuitslag niet uit de duim is gezogen is minder dan 0.7%. Dit bericht geeft een mooie samenvatting van de analyse, maar plaatst ook wat kanttekeningen.

Internetheffing: een heel slecht idee

Deze dagen schrijven de kranten over twee voorgestelde heffingen op specifieke producten. De ene kennen we al een tijdje, de heffing op harddisk-recorders en MP3-spelers die muzikanten schadeloos moet stellen voor illegaal gekopieerd werk. In onze archieven staat waarom dit een slecht idee is (1,2,3). Het nieuwe voorstel is een heffing op internetgebruik, deze keer om kranten te helpen de digitale revolutie te overleven.

Beide heffingen zijn gebaseerd op hetzelfde idee en kennen hetzelfde probleem. Het idee is dat sommige consumenten het werk van anderen gebruiken zonder te betalen, door middel van een nieuwe technologie. Een heffing op die technologie moet het onrecht bestrijden, maar het probleem is onnauwkeurigheid: ook gebruikers die niets verkeerd doen betalen mee.

Uit fiscaal economisch oogpunt zijn er twee overwegingen bij dit soort heffingen. Ten eerste wil je, als je besloten hebt dat een belasting nodig is, zoveel mogelijk de gebruikers laten betalen en de niet-gebruikers vrijstellen. Daarom grijpt men naar de heffing en niet in de algemene kas. Dat sommige niet-gebruikers toch meebetalen is jammer, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de wegenbelasting: ik betaal mee aan wegen waar ik nooit van mijn leven op zal rijden. Anders wordt het als vrijwel iedereen in Nederland een gebruiker is, dan wordt een heffing inefficiënt. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het voormalige kijk- en luistergeld. Als iedereen een televisie heeft, is controleren op het bezit ervan onnodig duur.

De tweede overweging is de verstoring die een heffing introduceert. Door de hogere prijs van internet zullen minder mensen een abonnement nemen, en dat leidt tot welvaartsverlies. De elasticiteit van van de vraag bepaalt hoe groot dit verlies is.

Er zijn drie redenen waarom een heffing op internetgebruik een slecht idee is. Ten eerste komt het, net als het kijk- en luistergeld, neer op een heffing voor vrijwel iedereen. Een aparte heffing is dan niet efficiënt. Ten tweede is te verwachten dat de vraagelasticiteit, en dus het welvaartsverlies, vooral hoog is bij mensen die het meeste baat van nieuws via internet hebben: de arme Nederlanders. Maar het belangrijkste probleem is volgens mij dit: het argument voor de heffing is gebaseerd op de maatschappelijke taak van kranten om de samenleving (en vooral de overheid) te controleren. Daarom zijn de gebruikers van het gestolen nieuws ook niet alleen diegenen die de krant op internet lezen, maar alle burgers van Nederland. Een heffing op alleen de internetgebruikers is dan niet rechtvaardig.

LETS (2): de Gelre

Een van de grotere lokale handelssystemen in Nederland, en ook vertegenwoordigd bij Alles Draait Om Geld vorige week, is de Gelre, een systeem dat draait in Gelderland. Uit de website van de club blijkt dat ze er een nogal, eh, onconventionele economische visie op nahouden:

De Euro is schaars en met name landelijke en kleinsteedse gebieden zijn onderhevig aan die schaarste. […] Veel perifere gebieden zijn niet arm omdat ze ‘niet concurrerend’ zijn, maar omdat er onvoldoende geld regionaal circuleert om de onderlinge handel mee te financieren.

En de oplossing van dat probleem is, uiteraard, de Gelre. Lees vooral ook de rest van deze pagina, zeer de moeite waard.

Het is goed dat er rente is, zou je denken. Vooral voor de armen. Zo kunnen ze zich dingen permitteren die anders alleen voor de rijken waren weggelegd. Was er geen rente, dan zou niemand nog geld uitlenen, en moet je dus alles eerst bij elkaar sparen voordat het aan kan schaffen. Bij de Gelre denken ze daar duidelijk anders over:

“LETS (2): de Gelre” verder lezen

Alles draait om geld (2): LETS (1)

Best een aardig programma. Thijs hoeft zijn video niet eens in te stellen, het programma is terug te zien op uitzendinggemist.

In de aflevering van vorige week heb ik met lichte verbijstering gekeken naar een item over LETS, lokale alternatieve handelssystemen (start op 21:35). Het ontstaan van zo’n systeem gaat meestal ongeveer als volgt. Allereerst is er een groep mensen die niet zoveel heeft met geld, onze maatschappij maar materialistisch vindt en daarom overgaat op ruilhandel. Ik doe jouw tuin als jij voor mij een appeltaart bakt, dat idee. Een hele sympathieke gedachte. De volgende stap is dat iemand op het idee komt dat het eigenlijk handiger is om een tegoedbon voor een appeltaart te geven in plaats van direkt die taart te bakken, zodat degene met de tuin hem, zeg, op zijn verjaardag kan verzilveren. Dan verzint iemand dat het nog handiger is als zo’n tegoedbon ook overdraagbaar is aan anderen zodat we niet alleen bilateraal kunnen ruilen, maar ook in langere ketens. Tenslotte komt iemand op het lumineuze idee om de tegoedbonnen niet te stellen in termen van appeltaarten, maar in termen van algemene diensten. Een appeltaart kost dan bijvoorbeeld 3 tegoedbonnen, het aanharken van de tuin 4 tegoedbonnen, enzovoort.

De ultieme ironie is natuurlijk dat het systeem dan terechtkomt op iets wat verdacht veel lijkt op geld, maar dan zonder de veiligheid van monetair toezicht. Vanuit hun sociale idealen komen de initiatiefnemers dus uit op een systeem dat in zekere zin ultra-kapitalistisch is.

De voordelen van de LETS? De voorstanders noemen vooral het bevorderen van sociale cohesie (te rechtvaardigen, maar dat zou ook op een andere manier kunnen) en het stimuleren van de lokale economie; het gaat immers om lokale handelssystemen. Uiteindelijk komt dat dus neer op ordinair protectionisme en dat is ook al geen goed idee.

(later meer)

Alles draait om geld

Economie op tv, het lijkt een heuse trend. Soms gaat het helemaal mis, soms is het programma het aanzien waard en soms zelfs hilarisch (en soms vergeten we allemaal te kijken). Nu dit weer: morgenavond om 18:55 op Nederland 1 presenteert Astrid Joosten Alles draait om geld over wat wij doen met geld en vooral wat geld doet met ons. In de studio staat de Nederlandsche bank (jawel) en voor het programma is in ieder geval één bekende econoom gestrikt.

Ik stel de video maar weer in maar kan niet garanderen dat ik blijf kijken. Bij ons thuis draait alles namelijk om tijd.

De overheid en de huizenprijs

Twee maatregelen in een week: (1) de overdrachtsbelasting op monumenten wordt geschrapt en (2) de nationale hypotheekgarantie gaat met bijna een ton omhoog. Beide maatregelen “maken het makkelijker om een huis te kopen”, u weet wel, zo helpen we die arme starters. Maar we hadden toch allang geconcludeerd dat dit soort maatregelen vooral de prijs opdrijft? Of zou het de regering daar soms om te doen zijn?