Eindejaarslot

ik: en dan wil mijn vrouw graag een eindejaarslot.

juffrouw van de Primera: en komt uw vrouw straks nog?

Nee, ik neem het nu mee.

Een oudejaarslot voor meneer.

Nou, ik ben eigenlijk tegen de aanschaf van dit lot. Het is erg genoeg dat er straks weer iemand beloond wordt voor het spelen tegen zulke slechte voorwaarden. En nu ook nog van mijn geld.

En als uw vrouw een miljoen wint, dan wilt u er ook niets van hebben?

Nee, dan eis ik mijn geld.

Aha. Dus u wast uw handen van het meespelen maar deelt wel mee in de winst?

Ja. Ik ben een soort bankier als het om loterijen gaat. In goede tijden de winst, in slechte tijden krijgt mijn vrouw de wind van voren.

Dat is dan 30 euro.

Zucht.

Voor dat geld heeft u ook een excuus om vanavond over te schakelen naar SBS6.

2010

Voor de markten morgen openen brengen we u de resultaten van eco.nomie.nl over het boekjaar 2010. Een jaar waarin we, zoals gebruikelijk, weer meer bezoekers trokken dan het jaar ervoor:

201012302140.jpg

We groeien 18% ten opzichte van 2009, en serveren zo’n 1650 pagina’s per dag. Als we over het jaar heen kijken zien we dat het hoogtepunt in 2010 al vrij vroeg viel: in maart trekken we eenmalig 60.000 pageviews. Daarna lopen de aantallen iets naar beneden.

201012302151.jpg

De oorzaak is duidelijk: in de aanloop naar de verkiezingen van juni liep via deze site de politieke aandelenmarkt, waarbij deelnemers konden handelen in aandelen van politieke partijen. We schreven erover op deze site, z24 en in ESB.

Zoektermen dan. Via welke woorden in Google komen de meeste bezoekers op deze site? Ook daar is de PAM dit jaar de grote trekker. Vrijwel de hele top 10 bestaat uit nieuwe termen, die her en der een mooi overzicht van het jaar geven.


1 (-) politieke aandelen markt
2 (-) politieke aandelenmarkt 2010
3 (5)  hold up probleem
4 (-) griekenland failliet gevolgen
5 (-) eco.nomie.nl
6 (-) speltheorie economie
7 (-) triljoen hoeveel nullen
8 (-) nash evenwicht
9 (-) prisoners dilemma economie
10  (-) bnp per provincie

En daarmee sluiten we 2010 af. We bloggen verder in het nieuwe jaar, waarvoor alvast de beste wensen! [Eerder: 2009, 2008, 2007, 2006]

Het laatste woord over de assen

In de commentaarbijlage van Thijs’ vorige bericht woedt al enige tijd een discussie over waarom Marshall nu echt de assen verkeerd om tekende, en alle andere economen met hem. Commentator Matthijs (let op de dubbel t) geeft definitief uitsluitsel en dat is voorwaar een apart bericht waard.

Het antwoord staat in een artikel van Scott Gordon in de Eastern Economic Journal 1982, dat hier [grote pdf!] online staat. Het artikel lijdt aan de gebruikelijke breedsprakigheid van historici, maar het komt er op neer dat Marshall het op deze manier handiger vond, omdat hij dan langs de verticale as het surplus van producenten en consumenten kon aflezen. Kort samengevat: Thijs had gelijk.

Omgekeerde assen

Ja, waarom gebruiken economen eigenlijk omgekeerde assen, waarbij we de prijs verticaal zetten en de hoeveelheid horizontaal (zie bijvoorbeeld hieronder)? Is dat inderdaad historisch bepaalde onzin?

sd1.png

De eerste reactie van de verdachte is natuurlijk ontkennen. Het is gebruikelijk om de onafhankelijke variabele horizontaal te zetten en de functie van die variabele verticaal, waarbij het vaak zo is dat de één de ander bepaalt. De assen zijn verkeerd om, stelt men, want vraag en aanbod worden bepaald door de prijs. Maar dat is niet noodzakelijk. Neem aanbod vraag: als ik een vast aantal kerstbomen heb om te verkopen, dan zal ik mijn prijs zo zetten dat ik ze precies allemaal kwijtraak. De aanbod hoeveelheid bepaalt dan de prijs en de assen staan goed.

Maar er is nog een betere reden om het diagram zo te tekenen. Degene die de conventie historisch bepaald heeft is de Engelsman Alfred Marshall. Hij geldt ook als een van de grondleggers van het begrip surplus. Het surplus in een marktevenwicht geeft aan hoeveel waarde er gecreëerd wordt, bovenop de productiekosten. Dat kun je uittekenen in het diagram:

SD2.png

De prijs die tot stand komt is P*, de verhandelde hoeveel Q*. De (variabele) productiekosten worden weergegeven door het rode oppervlak. Blauw is het producentensurplus: het geeft aan dat bepaalde producenten ook voor minder hadden willen verkopen, en dus een extraatje krijgen. Oranje is het consumentensurplus, idem geeft dat aan dat bepaalde consumenten meer hadden willen betalen dan de marktprijs, en dus voordelig uit zijn.

Bij wiskunde leer je dat je oppervlaktes kunt bepalen met een integraal. Dat kan ongeacht de stand van de assen, maar het makkelijkst is het als je een oppervlakte onder een curve over een stukje van de x-as moet bepalen. Door de prijs op de verticale as te zetten kun je dus het surplus makkelijk berekenen.

Ik heb geen idee of Marshall het daarom zo bedacht heeft, maar aannemelijk is het wel.

Boot gemist?

Afgelopen zondag bij De Magie van Wetenschap op Nederland 2: een aflevering over econoom-van-financiele markten Arnoud Boot. Op zich al een hele meevaller, want economie wordt in de media lang niet altijd als bona fide wetenschap gezien. Inhoudelijk valt het een beetje tegen (vooral veel beelden van Boot op reis), maar zo af en toe komen interessante opmerkingen langs over publiceren, het gebruik van economische modellen en economen in de media. Terug te zien via Uitzending Gemist.

De vraagcurve aflopen

vraag.png

Kijk, een vraagcurve. Tijdens micro-1 geleerd dat de producent een punt op de verticale as moet kiezen en dat dan de verkochte hoeveelheid op de horizontale as af te lezen is. De klanten zitten als het ware op de curve en links van het snijpunt gaan ze tot aankoop over.

Als hij een eindje links van het gekozen punt zit, dan krijgt de klant een soort cadeau: hij had meer willen betalen voor het product dan de marktprijs. Het verschil is zijn surplus, een stukje geluk dat voortkomt uit het feit dat alle klanten dezelfde prijs betalen.

Had iedere klant zijn eigen prijs, dan kon de verkoper de vraagcurve “aflopen”: iedere klant betaalt precies zoveel, dat de prijs hem net niet van de aankoop weerhoudt. Grote winst voor de verkoper, maar het aflopen van de curve is ook duur, zo betoogde mijn docent. Er moet dan een vertegenwoordiger langs de deuren, door weer en wind, die na een moeizaam gesprek zijn waren aan de huisvrouw kan verkopen, voor een zeer speciale prijs. Vaak is dat de moeite niet waard.

Maar ja, micro-1 is voor mij alweer bijna 20 jaar geleden. En in de economie verandert er wel eens wat.

Ingenieurs

Het is een gegeven paard, ik weet het, maar soms maken de redacteuren van Intermediair er een potje van. Deze week twee pagina’s over capaciteitsproblemen op het 3G netwerk, het netwerk waarover uw mobiele internetverbinding loopt.

Hoe moet dat verder? Valt er iets te doen aan het dreigende capaciteitsprobleem? Welzeker.

En dan komt het. Meer basisstations, femtocellen, prioriteitprotocollen, gemoduleerde bitstromen. Zou het allemaal helpen?

Voorlopig kunnen we nog even vooruit, maar met iedere verruiming in mogelijkheden die er komt, bedenkt men weer een applicatie die die ruimte gaat opslokken. Zo is het een eeuwigdurende ratrace.

Het zijn natuurlijk schatten, de ingenieurs die onze wensen maar blijven vervullen, maar dit is toch echt een klassiek probleem van schaarste. Dat kun je proberen op te lossen met meer aanbod, maar het is misschien ook een idee om de ruimte op het netwerk wat duurder te maken. Om vraag en aanbod wat meer in overeenstemming te brengen, als het ware. Gelukkig lijkt het management wel opgelet te hebben bij de economieles. [eerder]

Strategisch stemgedrag bij de FIFA

De keuze van Rusland als organisator van het WK voetbal in 2018 heeft vooral in Engeland nogal wat stof doen opwaaien. Dat land waande zich favoriet en de ontzetting was dan ook groot toen ze er met slechts twee stemmen in de eerste ronde al uitvloog.

Zoals altijd kun je je afvragen of de uiteindelijke keuze ook echt de voorkeur van de commissieleden weerspiegelt. Uit de sociale keuzetheorie weten we dat er geen enkele methode bestaat om de voorkeuren van een groep mensen op een adequate manier te aggregeren (eerder en eerder, ook hier) en waarschijnlijk is deze verkiezing daar een mooi voorbeeld van.

In elke ronde mochten 22 afgevaardigden kiezen uit een aantal opties. In elke ronde viel de optie met de meeste stemmen af, net zo lang tot er een optie over was met een absolute meerderheid. Net als elke stemprocedure is ook deze gevoelig voor strategisch gedrag en dus voor manipulatie.

Stel bijvoorbeeld dat u lid bent van de commissie, uw eerste voorkeur is Engeland, uw tweede voorkeur is Nederland/Belgie. De verwachting is dat Engeland sowieso wel doorgaat naar ronde 2. Wat doet u dan? Inderdaad, u stemt op Nederland/Belgie, want met die Engelsen komt het vast wel goed, en zo vergroot u de kans dat u uw tweede voorkeur in de race houdt. Echter, als iedereen er zo over denkt, dan gaat er toch iets mis en misschien is dat wel precies wat er gebeurd is.

“Strategisch stemgedrag bij de FIFA” verder lezen