Via vaste lezer Ward krijg ik dit filmpje uit ons parlement doorgespeeld. Als u nog 4:30 minuten overheeft zou ik zeker even kijken, want het is zeer de moeite waard. PVV-kamerlid Lilian Helder heeft het woord en zij laat zich uit over het effect van een taakstraf versus dat van een gevangenisstraf. Onderzoek toont aan, zeggen anderen, dat degenen die een taakstraf ondergaan minder vaak in dezelfde fout vervallen als degenen die naar de gevangenis moeten.

Dat kan je helemaal niet vergelijken, zegt mevrouw Helder, want dat zijn verschillende personen. Dus dit onderzoek is waardeloos.

De gevolgen laten zich raden: andere leden van de Tweede Kamer spoeden zich naar de microfoon om mevrouw Helder te kakken te zetten en het filmpje komt met sarcastisch commentaar op Dumpert. Maar is haar redenering nou zo dom, of zijn wij zo slim?

Hoe kun je ooit iets zeggen over het effect van verschillende behandelingen (taakstraf of gevangenis, of iets anders) als de mensen op wie je het uitprobeert allemaal verschillend zijn? Het onderzoek dat wordt aangehaald heeft vast niet dezelfde personen eerst vastgezet en daarna een taakstraf gegeven, om te kijken welke voor minder recidive zorgt.

Het logische alternatief is om de gegevens op te vragen van iedereen die een taakstraf heeft gekregen voor een bepaald feit, en die van iedereen die de gevangenis in moest, en dan te kijken wie er na de straf vaker opnieuw de fout in ging. Maar dat is ook geen goed idee, want misschien is er wel een reden dat rechters bepaalde mensen met een taakstraf weg laten komen en anderen de nor in sturen, en misschien speelt die reden ook wel een rol bij het opnieuw vervallen in crimineel gedrag. Dan wordt dus niet het effect van de gevangenis gemeten, maar slechts het gelijk van de rechters.

Hier mist mevrouw Helder haar kans om als overwinnaar uit dit debat te komen. Sharon Gesthuizen vraagt haar (op 2:40) specifiek of zij misschien dit verschijnsel bedoelt, en daarop komt geen nieuw antwoord. Dan concludeert Gesthuizen terecht dat we net zo goed kunnen stoppen met alle sociale wetenschap.

Maar hoe moet het dan wel? De truuk is dat de personen die met elkaar vergeleken worden, willekeurig een type straf moeten hebben gekregen. Als er geen verband is met het type straf en alle kenmerken van een persoon die invloed kunnen hebben op de recidive, dan kun je het effect van de straf aflezen aan de verschillen tussen de groep met een taakstraf en die met een gevangenisstraf. Voor een zuiver experiment moet er eerst geloot worden wie in de behandelingsgroep komt, en wie in de controlegroep.

Zoiets ligt in de sociale wetenschap altijd erg moeilijk, en er bestaan vele manieren om toch iets van een experimentele opzet te maken uit een natuurlijke situatie. Er bestaan ook vele manieren om er een potje van te maken. Het tragische aan deze hele affaire is natuurlijk dat sommige onderzoeken waarop parlementariërs zich baseren inderdaad broddelwerk zijn, en mevrouw Helder dus best een punt kan hebben met haar bezwaar. Maar de Kamerleden zijn zo druk met het doorgronden van dit vrij elementaire onderdeel van de statistiek (ik citeer hierboven uit de stof van mijn eerste studiejaar) dat deze belangrijke vraag helemaal niet aan de orde komt.

(edit: filmpje erbij ge-embed).

zie ook: wiskundemeisjes.