Het inkomensafhankelijk eigen risico

In het regeerakkoord gaat de financiering van de zorg veranderen, zoveel is duidelijk. Dat de premie van de verplichte zorgverzekering inkomensafhankelijk wordt is gewoon een vorm van extra inkomstenbelasting. Maar er is nog iets aan de hand (p. 21 en 59, regeerakkoord):

Het bestaande eigen risico wordt budgettair neutraal omgezet in een inkomensafhankelijk eigen risico. […] De drie tredes gelden voor drie even grote inkomensgroepen (en zullen bij invoering grofweg 180-350-595 bedragen).

Volgend jaar is het verplicht eigen risico voor arm en rijk nog €350. De aangekondigde verandering voor 2014 wordt dan een hele toer, zoals het CPB (p. 18) opmerkt:

Omdat zorgverzekeraars geen inkomensgegevens van de verzekerden mogen verzamelen, moet hiervoor een uitvoeringsapparaat opgetuigd worden.

Het effect van de maatregel is dat je best rijk kunt zijn, of ongezond, maar liever niet tegelijk. Dat is te zien aan dit getallenvoorbeeld:

Een paar opmerkingen. Vaak wordt gesteld dat er een samenhang bestaat tussen gezondheid en rijkdom. De meeste mensen zouden zich dan ergens op de diagonaal linksboven-rechtsonder in de tabel bevinden. Als dat inderdaad zo is, zijn in dit nieuwe systeem de middengroepen de klos. Zij zijn ongezond genoeg om zorgkosten te maken, maar rijk genoeg om er zelf aan bij te moeten dragen.

Verder is er met het eigen risico iets vreemds aan de hand. Klanten kunnen er op dit moment voor kiezen om het vrijwillig op te hogen, in ruil voor premiekorting. Vorig jaar bleek dat vrijwel niemand dat doet, ook niet de gezonde mensen. Door vrijwillig oververzekerd te zijn, sponsoren de gezonde Nederlanders op dit moment hun ongezonde landgenoten. Voor zover gezondheid en een hoog inkomen samengaan, kun je stellen dat er voor rijke Nederlanders met de aangekondigde wijziging niet zoveel verandert. Voor de mensen linksboven vielen de zorgkosten toch al in het eigen risico, en de premiekorting die ze daarvoor hadden kunnen krijgen, incasseerden ze niet. Voor de mensen rechtsonder verbetert de situatie: zij kunnen eerder een beroep doen op hun verzekering. De vraag is op welke manier deze wijziging dan geld op moet leveren.

Hoeveel belasting betaal je in je leven?

Dat is de leukste vraag die het blad Quest dit jaar binnenkreeg van zijn lezers. Ze lieten het uitrekenen door het Nibud en het antwoord blijkt te zijn: 1,1 miljoen euro.

Dat getal roept meer vragen op dan het beantwoordt. Goed, het gaat kennelijk om een modelgezin en de accijnzen, BTW en de overdrachtsbelasting worden ook meegenomen. Maar alle belasting over een mensenleven, die betaal je over een periode van decennia. Hoe wordt al dat geld contant gemaakt? Of is een gulden die ik in 1980 aan BTW betaalde hetzelfde waard als de 45 eurocent die ik vandaag inleverde? We moeten wachten tot het tijdschrift uitkomt, maar ik ben er niet gerust op.

Geïnteresseerden kunnen beter even even dit paper van Harry ter Rele en Claudio Labanca van het CPB ophalen. In figuur 3.3 laten de auteurs precies zien hoeveel belasting Nederlanders van alle leeftijden gemiddeld betaalden in het jaar 2008: “Hoeveel belasting betaal je in je leven?” verder lezen

Nobel in de pers

Eindelijk weer eens een Nobelprijs die uit te leggen valt, en gelukkig springt de pers er flink op in:

Pieter Gautier en Mathijs Bouman bij de Wereld Draait Door.

Hans Peters bij Met Het Oog op Morgen (start op 33:20).

Thijs ten Raa op Radio 2.

Pieter Gautier op BNR. Sylvester Eijffinger op BNR.

En natuurlijk ondergetekende op Radio 1 en op Radio 2.

In het Engels staat  hier een leeslijstje.

Lloyd Shapley and Alvin Roth!

De Nobelprijs gaat naar “stable matchings”, eigenlijk zijn dat marktachtige omgevingen waarbij er geen markt is.

Beschouw het volgende probleem: er zijn n mannen en n vrouwen. Ieder heeft het andere geslacht gerangschikt op basis van voorkeur. Kunnen we dan n huwelijken verzinnen zodanig dat er geen man en vrouw zijn die liever met elkaar trouwen dan met hun huidige partner? Zo niet, dan is er sprake van een stable matching. Gale and Shapley ontwikkelden een algoritme dat aantoont dat er altijd zo’n stable matching is. David Gale overleed in 2008, dus gaat de prijs naar Shapley.

Roth heeft veel gedaan aan het in de praktijk brengen van dergelijke mechanismen, bijvoorbeeld bij het uitwisselen van nieren, zie hier. Andere voorbeelden zijn het matchen van stagiairs met bedrijven, en het matchen van nieuwe dokters met ziekenhuizen. Bij dat soort problemen kunnen natuurlijk ook nog allerlei andere complicaties optreden, bijvoorbeeld dat de verse dokter een echtgenoot heeft die graag bij hetzelfde ziekenhuis wil werken. Roth introduceerde hij en passant een nieuw vakgebied dat bekend staat als market design: het ontwerpen van markten.

Uitleg van het Nobelcomite voor deskundigen en leken. Meer in het Nederlands hier.

Voor de auditief ingestelden; luister naar het commentaar van uw trouwe blogger op radio 1 hier.

Multiplier (3)

De berichten over multipliers vermenigvuldigen zich snel, maar het duurt waarschijnlijk nog jaren voordat het onderwerp weer zo in de mode is. Daarom nog even dit. In een artikel in het FD, waar Bas Jacobs vanochtend al het één en ander over gezegd heeft, staat de volgende passage:

Blanchard stelde echter dat de multiplier inmiddels 0,9 à 1,7 is. Boven de 1, kost de operatie meer dan het oplevert en neemt de schuld, die wordt uitgedrukt als percentage van het bbp, verder toe. Zo raakt een land dus van de regen in de drup.

De multiplier, u weet het nog, geeft het effect van een bezuiniging op het BBP. Is het ding 1, dan neemt het binnenlands product met evenveel af als de oorspronkelijke bezuiniging; boven de 1 is dat effect nog groter. Maar toch klopt de bewering van FD-journalist Marcel de Boer hierboven niet. “Multiplier (3)” verder lezen

Nobelprognose 2012 en 2013

Nog drie nachtjes slapen en hij is er weer: de Nobelprijs Economie. Trouwe lezers weten inmiddels dat we elk jaar een poging doen (ook hier, hier, hier, hier, en hier) de winnaar te voorspellen. Soms zelfs succesvol.

Voor een lijstje met favorieten kunnen we eenvoudig verwijzen naar voorgaande prognoses. Fama is nog steeds goed mogelijk. Tirole noemen we ook al jaren, het argument was vaak dat hij nog te jong was, maar zo langzamerhand begint het misschien eens tijd te worden. Thomson (eerder) noemt dit jaar Stephen Ross, Atkinson en Deaton, en Shiller. Geen van drieen lijkt me heel waarschijnlijk, hoewel met name Atkinson/Deaton een aardige suggestie is. Pieter Gautier hoopt op Tirole en Holmstrom en dat lijkt me een uitstekende keuze. Naast Tirole hoop ik zelf ook nog steeds op Dixit.

De afgelopen jaren is de prijs akelig vaak richting macroeconomen gegaan. Maar toch. Binnenkort kon dat wel eens opnieuw gebeuren. Belangrijke aanwijzing: ruim een maand geleden is er een Nobel symposium georganiseerd over economische groei en ontwikkeling. In het verleden gebeurde het nogal eens dat het Nobelcomite zo’n symposium gebruikte om te evalueren wie in een bepaald vakgebied de prijs zou verdienen, leg het lijstje van symposia en winnaars maar eens naast elkaar: de symposia van 1990, 1991, 1993, 2001 en 2008 leidde steeds tot een winnaar op het vakgebied van dat symposium een jaar later. Alleen in 1995 en 1999 werden de Nobelwatchers op het verkeerde been gezet.

Volgend jaar gaat de prijs dus naar groei. Topfavoriet lijkt dan Barro, ook al onze tip in 2008, met Romer als gevaarlijke outsider. Laten we dit jaar dan maar de wens de vader van de gedachte laten zijn. Sowieso is het de hoogste tijd dat microeconomen de prijs weer mee naar huis nemen.  Tirole en/of Dixit gaan maandag dus winnen. Waarvoor precies, dat is nog onduidelijk, beide hebben te veel bijdragen om op te noemen. Maar daar vindt het Nobelcomite vast wel iets op.

Kalkoenen

Deze is te hilarisch om te laten lopen. Kredietbeoordelaar Fitch maakte bekend nog voor de kerst de kredietstatus van Turkije te heroverwegen. In de Wall Street Journal leidt dat tot de kop

Fitch To Review Turkey’s Credit Rating Before Christmas

 

(via @jvkup)

Meer multipliers

Tweehonderdvijftig pagina’s telt de WEO, het halfjaarlijkse overzicht van het IMF, maar aan de reacties te zien hadden dat er net zo goed drie kunnen zijn. Zoveel kantjes telt Box 1.1, geschreven door Blanchard zelf, met als onderwerp die verdraaide multipliers waar ik eerder deze week ook al over berichtte. Dat laatste verplicht mij er nu nog iets meer over te zeggen. “Meer multipliers” verder lezen

Lachen en huilen met multipliers

Het is natuurlijk een treurige crisis waar we met z’n allen inzitten. Gelukkig valt er af en toe nog wat te lachen. Van de week bijvoorbeeld. Het begon, zoals zo vaak, met een tweet:

Slightly wonkish, dat klinkt als een lekkere versnapering tussen het serieuze wonk-werk door. “Lachen en huilen met multipliers” verder lezen

140 dates!

Datingwebsites zijn notoir terughoudend in het verstrekken van informatie over hoe succesvol ze nu eigenlijk zijn bij het helpen vinden van een vaste partner. Maar wie slim rekent komt een heel eind. Zo berekent Lex Borghans op het ESB blog dat de gemiddelde gebruiker van lexa.nl 58 dates nodig heeft een vaste relatie.

Ik vrees dat dat een schromelijke onderschatting is. De laatste commercial claimt op last van Maurice de Hond dat er “dankzij lexa.nl elke week 35.000 dates zijn”. Tegelijkertijd meldt de website en een eerdere commercial dat er “elke 45 minuten een nieuw succesverhaal begint op lexa.nl”, waarbij met succesverhaal klaarblijkelijk een vaste relatie wordt bedoeld.

Eens rekenen. Elke 45 minuten een relatie, dat zijn er 36 per dag, ofwel 250 per week. Zetten we dat af tegen die 35.000 dates, dan komt dat neer op een gemiddelde van 140 dates voordat je via lexa.nl dan toch de ware hebt gevonden.

Mijn hemel.