2012

Zo tegen oud en nieuw kijken we, als te doen gebruikelijk, nog even om naar de gebeurtenissen op deze site in de afgelopen 12 maanden. Na 7,5 jaar bloggen blijken we qua publiek nog steeds niet aan de top te zitten. Vorig jaar leek het bezoek te stagneren, maar in 2012 groeide het weer met een verbazende 30%, waardoor we zomaar op 2300 pageviews per dag komen. Op het moment van schrijven zijn er bovendien 212 lezers van onze twitteraccount, meer dan een verdubbeling in dit jaar.

Screenshot from 2012-12-27 20:24:12

Er gebeurde dan ook van alles. Dit was een verkiezingsjaar, waardoor we de PAM weer konden laten draaien. De uitslag stelde teleur, in die zin dat de handelaren de uitslag niet beter konden voorspellen dan de peilers. Wellicht is het een geruststellend idee voor onze lezers dat de beste politieke analist tevens auteur op deze site is.

Verder breidden we intern en extern uit. Na een paar gastblogs van Marcel Canoy op deze site startte hij met het economentijdschrift ESB een eigen weblog op een vergelijkbaar adres, waar onze beste berichten inmiddels doorgeplaatst worden. Dat daarmee ook het bezoek op dit adres oploopt is één van de rare wetmatigheden van het internet. Ook debatsite MeJudice plaatst nu links hiernaartoe, wat het bezoek verder aanwakkert. Komen er dan ook nog mensen binnen via zoekmachines? Ja, en de lijst met zoektermen draait dit jaar richting de PAM:

1 (-) politieke aandelen markt
2 (-) eco.nomie.nl
3 (-) politieke aandelenmarkt 2012
4 (3) hold up probleem
5 (10) producentensurplus
6 (-) phillips curve
7 (8) geld vouwen
8 (-) terug naar de gulden
9 (-) overdrachtbelasting
10 (-) parade van pen

waarbij we aantekenen dat de zoekterm oudejaarslot, de nummer 1 van vorig jaar, dit jaar net buiten de top 10 valt.

Het was een mooi jaar, zoals ook de bedoeling was, en we zien het komende jaar opnieuw met vertrouwen tegemoet. Alvast de beste wensen! 

[Eerder: 201120102009200820072006]

De laatste dag

Zo, nog een krappe 24 uur voor de wereld vergaat. Nog een laatste keer naar de wellness dan maar? Of lekker uit eten? Of misschien toch nog even de laatste James Bond meepikken.

Gaat niet lukken, natuurlijk. De masseuse, de ober, en het personeel van de bioscoop hebben zelf waarschijnlijk ook al hun post verlaten en zijn nog een laatste keer naar het zwembad, de electronicazaak of het pretpark. Niet dat ze daar terechtkunnen, want dat personeel is natuurlijk al lang…

Juist. Uit het feit dat de treinen vanochtend nog reden en de inflatie de 100% nog niet genaderd is kunnen we afleiden dat een grote meerderheid van de Nederlanders ervan uitgaat dat de wereld nog wel even bestaat. Toch is het  een fascinerend fenomeen: de eerste les van optimaliseren is dat je met de laatste periode moet beginnen en van daaruit terug moet werken naar vandaag. Wie zijn leven optimaal inricht moet dus eerst bedenken hoe de laatste dag door te brengen, dan de dag ervoor (gegeven dat er genoeg middelen over moeten blijven voor de laatste dag) et cetera.

Een beetje optimalisatie zal er al snel toe leiden dat de laatste dagen in liederlijke staat worden doorgebracht, waarbij alle overgebleven middelen er in rap tempo doorheen gejast worden. Als de laatste dag voor iedereen op hetzelfde moment valt, zoals bij een voorspelbare natuurramp, krijg je problemen zoals hierboven. Komt het einde verspreid voor ons allen, dan kunnen we een meer ordelijke gang van zaken verwachten.

Wie zijn leven over een lange tijd optimaliseert, zal zich aan het begin gedragen alsof hij onsterfelijk is. Dat wil zeggen, het optimale gedrag is vrijwel gelijk aan dat van iemand voor wie de laatste dag nooit komt. Dit is een gevolg van het turnpike theorema. Dat klopt wel ongeveer met mijn waarnemingen. Maar komt het einde in zicht, dan zou het gedrag steeds bandelozer moeten worden. In bejaardentehuizen zou het permanent feest moeten zijn. Het vreemde is dat je dit nauwelijks ziet.

Kartels Kraken

Prijzen in een kartel zijn vaak stabieler dan wanneer bedrijven concurreren. In een recente paper met twee collega’s ontwikkelen we een methode om te toetsen of de bedrijven met de meest stabiele prijzen willekeurig over het land verdeeld zijn, of dat er sprake is van clustering – wat zou kunnen duiden op lokale kartels.

En vandaag staat die paper zomaar uitgebreid genoemd in The Economist. Dat lijkt mij een volledig citaat meer dan waard:

In a 2012 paper Pim Heijnen and Marco Haan, both of Groningen University, and Adriaan Soetevent of Amsterdam University analysed location and price data for around 3,300 Dutch petrol stations. Their first step was to calculate the distribution of petrol prices and label the most stable as suspicious. The next step was to use location data and maps. If the cause of smooth prices was something innocent (lazy managers, say) then suspect stations should have been randomly scattered across the country. But they weren’t. Stable pricing patterns often appeared in clusters, suggesting local collusion.

Het is een mooie dag.

Kerst

Op de virtuele burelen van uw favoriete weblog beginnen wij al behoorlijk in de kerstsfeer te komen. Nu hoor ik u vragen: kerstsfeer en aandacht voor de huidige economische problemen, gaat dat wel samen? Het antwoord is een ondubbelzinnig Wel Degelijk. Kijk bijvoorbeeld eens naar dit nogal geniale filmpje (waarschijnlijk minder geschikt voor verstokte Keynesianen), van de makers van deze.

En alsof dat nog niet genoeg is hebben we ook nog deze, al vond ik die zelf beduidend minder:

Hoe dan ook, alvast een fijne kerst!

Piek arbeidsmarkt, update

Het is al weer bijna een jaar geleden dat ik hier een berichtje schreef over de omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt. Met de uitstroom van de babyboomers is het aantal 15-64 jarigen aan het afnemen, en ik vroeg me af of we de maximale omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt inmiddels al gezien hadden. We zijn, qua data, een jaar verder en er is inmiddels het een en ander gebeurd. Ten eerste: dat aantal 15-64 jarigen, dat zo netjes aan het dalen was, doet inmiddels dit (CBS):

Hier zien we duidelijk hoe lastig het is om demografische voorspellingen te doen. Voor zover ik kan nagaan is de toename van dit cohort de laatste twee kwartalen onverwacht. Dat moet haast wel een gevolg zijn van schommelingen in de migratie. Dan de beroepsbevolking. De grafiek hieronder geeft de potentiële beroepsbevolking en de werkzame beroepsbevolking (en die laatste is uiteraard lager; CBS).

En daar heb je het gedonder. De omvang van de potentiële beroepsbevolking is vorig kwartaal op een nieuw record uitgekomen, waarmee Q3-2009 toch niet het maximum was. Daarmee zijn de berichten over het krimpen van de Nederlandse arbeidsmarkt vooralsnog overdreven. Voor de werkzame beroepsbevolking zitten we nog wel onder de piek, en blijft het derde kwartaal van 2008 de periode waarin de meeste Nederlanders aan het werk waren. Het laadt zich raden wat er ondertussen met het verschil tussen de reeksen is gebeurd.

Hebben we nu al wel of niet een maximum in het aantal werkzame Nederlanders achter ons? Dat hangt af van het verdere verloop van de economische crisis waarin we verzeild zijn geraakt. Er zijn voldoende mensen die willen werken, hun aantal staat op recordhoogte. Als de economie opleeft voordat de potentiële beroepsbevolking inzakt kunnen we nog makkelijk over Q3-2008 heen.

Stapel

Bij zo’n kwestie als die van Stapel die vorige week weer uitgebreid in het nieuws was, vraag je je als wetenschapper natuurlijk meteen af of zoiets in jouw vakgebied ook zou kunnen gebeuren. Ik denk dat die kans niet heel groot is. Binnen de economie wordt immers ook aan theorie gedaan en dat is belangrijk, betoogt taalkundige van Oostendorp in misschien wel het meest lezenswaardige artikel over de kwestie:

Wanneer men in een vak werkt aan een theorie, betekent dit dat men in gesprek is met elkaar. Die theorie brengt al die weetje samen in een groter bouwwerk, zodat je makkelijker kunt zien wat wel of niet betekenisvol is. Er zijn voor- en tegenstanders van een theorie die elkaar proberen te overtuigen van hun eigen gezichtspunt door nieuwe gegevens naar boven te halen. Maar ze zullen ook allebei hun uiterste best doen om de ‘bewijzen’ van de andere kant omver te werpen. Er zal daarom kritisch naar die gegevens gekeken worden.

In een vak waar de voornaamste ambitie lijkt om grappige correlaties naar boven te halen, maakt het nauwelijks uit wat voor correlaties je collega’s allemaal produceren. Dat kost allemaal maar nodeloze tijd, die je ook kunt besteden aan je eigen sexy correlaties.