De optimale giscorrectie

Het maken en beoordelen van tentamens valt niet mee. Neem nu de meerkeuzevraag. Een manier om te corrigeren voor de gokkans is dan wat in de Angelsaksische literatuur negative marking wordt genoemd, of in goed Vlaams de giscorrectie. In het geval van 4 antwoordopties wordt dan aan een goed antwoord 1 punt toegekend, maar voor een fout antwoord 1/3 punt afgetrokken. Stel dat iemand geen flauw benul heeft en maar wat invult. Dan levert dat in dit systeem precies 1/4 x 1 + 3/4 x (-1/3) = 0 punten op – precies wat je als docent zou willen.

Maar de Universiteit van Leuven gaat vanaf nu nog een stap verder. Die giscorrectie is nadelig voor studenten die risicoavers zijn, zo wordt betoogd. Een recent NBER paper suggereert overigens dat het effect daarvan op de uiteindelijke score verwaarloosbaar is, maar dit terzijde. De KU Leuven komt daarom met een uiterst ingenieuze variant. Bij elke antwoordmogelijkheid mag een student aangeven of die optie “kan” of “niet kan”. Lees en huiver:

“De optimale giscorrectie” verder lezen

Ouderen op de werkvloer

Let op mensen, er is vergrijzingsnieuws. Hoewel het tergend langzaam gaat vergeleken met de capriolen op financiële markten en in de politiek, wordt de samenleving langzaam ouder. Dat beïnvloedt de economie, stukje bij beetje, en het is goed om daar af en toe bij stil te staan.

In Nederland is de discussie over vergrijzing vaak een discussie over pensioenen, of meer algemeen over de behandeling van jong en oud in de welvaartsstaat. Maar wat betekent de veranderende verhouding tussen jong en oud eigenlijk voor de productiviteit van de economie in het algemeen?

Als er meer Nederlanders met pensioen zijn, zal dat de productie per Nederlander verlagen, simpelweg omdat er een kleiner deel van de Nederlanders aan het werk is. Dat effect speelt al vanaf een jaar of 55. Maar zelfs al blijven de 55-plussers aan het werk, wat gebeurt er met de productiviteit van de beroepsbevolking als hun aandeel toeneemt? Zorgen al die ervaring en wijsheid voor een hogere productie, of daalt de efficiëntie omdat opa niet weet hoe de computer aan moet?

Welnu, er is onderzoek gedaan dat deze vraag beantwoordt. Voor de Amerikaanse economie, dat wel, op basis van de verschillen tussen de leeftijdsopbouw in de vijftig Amerikaanse staten. Het volgende blijkt het geval: een toename van het aandeel 60+ in de bevolking van een staat leidt tot een verlaging van de productiviteit per inwoner-inderdaad omdat er minder mensen aan het werk zijn, maar met name omdat de beroepsbevolking als geheel minder productief wordt. De verhouding tussen die twee effecten is ongeveer 1/3-2/3.

De grote vraag is natuurlijk waarom een toename van het aandeel ouderen de hele economie minder productief maakt. Een mogelijke verklaring is dat de meest productieve ouderen het eerst met pensioen gaan, waardoor de minder productieven overblijven. Als werknemers complementair aan elkaar zijn (dat wil zeggen, elkaars hulp nodig hebben) dan is dat voor iedereen nadelig. De schattingen van het effect zijn fors. Als gevolg van de vergrijzende beroepsbevolking groeit de Amerikaanse economie dit decennium niet met 1,9% per jaar, maar met 0,7% per jaar. Twee derde van dat verschil is het gevolg van lagere productiviteit. Dat spoort in ieder geval met de waarneming dat de economische groei wereldwijd al een flink aantal jaren tegenvalt.

Omdat er aan de vergrijzing niet veel te doen is, is dit slecht nieuws voor iedereen. Kan een beetje beleid nog helpen? Een lagere productiviteit vraagt in principe om demotie voor ouderen. Maar ik twijfel of dat de productieve ouderen niet nog sneller uit hun baan drijft. Jong van geest blijven, en vooral doorwerken, lijkt voorlopig de beste remedie.

Prijsdiscriminatie in Rio

De organisatie van de aanstaande Olympische Spelen heeft een effectieve manier bedacht om het probleem van nagemaakte merchandise tegen te gaan. Ze brengen gewoon zelf goedkopere versies op de markt, meldt Bloomberg:

In addition to plenty of higher-end gear at tourist price-points, the committee has also licensed a slew of copycat paraphernalia that sells for much less.

Inderdaad. Tweedegraads prijsdiscriminatie.

Overigens is er in Brazilie een economische crisis, waardoor de lokale valuta veel minder waard is geworden. Het hoofd licenties claimt dat dat alleen maar goed is voor de omzet, en komt met de volgende briljante analyse:

The crisis started in Brazil and then the dollar started to go up. If Brazilians were going to buy two T-shirts, now they’ll buy one. If the foreigners were going to buy two, now they’ll buy four. We’re one T-shirt up.