Pardon!?

Het wil nog wel eens gebeuren dat journalisten de resultaten van onderzoek onjuist weergeven. Soms wordt dat zo pijnlijk duidelijk, dat verder commentaar overbodig is. Bij Spits waren vanochtend waarschijnlijk alle rekenmachines zoek. De krant meldt, op last van het ANP, het volgende:

Steeds meer mensen die werken hebben een inkomen van onder of rond het bestaansminimum. Twee jaar geleden zaten 203.000 huishoudens rond het sociaal minimum. Dat is een toename van 30 procent vergeleken met 2001, toen het er nog 142.000 waren.

Benzine

De VVD heeft het plan opgevat om iets te doen aan de hoge benzineprijzen. De Telegraaf bijvoorbeeld meldt een paar dagen geleden:

De VVD vindt dat het kabinet iets moet doen om de automobilist te compenseren voor de sterk stijgende benzineprijzen. Het liberale Tweede-Kamerlid Hofstra denkt aan het teruggeven van de helft van de extra BTW-opbrengst op de hogere benzineprijs. “Dat betekent dat als de bezineprijs met een dubbeltje omhoog gaat, je 1 cent zou kunnen teruggeven.”

Een beetje inconsequent is het wel. In het verleden leek de VVD een principieel voorstander van de Werking van de Vrije Markt, maar nu blijkt dat die principes al snel uit het autoraampje worden gekieperd als ze ten koste gaan van het eigen benzineslurpende electoraat. Maar dit terzijde. Veel belangrijker is dat dit een uitermate onzalig plan is. Nog los van het ad-hoc en schaamteloos populistische gehalte. Het kan nooit verstandig zijn om op deze manier in een markt in te grijpen en producenten bij voorbaat al een vrijbrief te geven om de prijzen te verhogen.

Hoezo? Stel dat de overheid zich vastlegt om elke keer dat de benzineprijs een nieuw hoogtepunt bereikt dat een een veelvoud is van tien cent, de BTW met een cent te verlagen. Stel bovendien dat de adviesprijs, ik zeg maar wat, 1,48 euro bedraagt. Ergens op het hoofdkantoor van Shell, al sinds mensenheugenis de marktleider op de Nederlandse benzinemarkt, wordt overwogen om die adviesprijs te verhogen naar 1,49. Het besluit is al bijna genomen als het slimste jongetje van het bestuur plots opspringt. “Maar wacht eens even!”, roept hij uit. “Bij een stijging naar 1,49 moet de consument 1,49 betalen. Maar als we de prijs verhogen naar 1,50, dan wordt de BTW met 1 cent verlaagt, zodat de consument nog steeds maar 1,49 betaalt! Maar wij vangen mooi 1,50! Voor de consument maakt het niets uit, terwijl wij die extra cent per liter opstrijken!”. Bewondering alom. Inderdaad, in dit geval komt die cent BTW-verlaging volledig ten goede van de olieproducent, en niet van de consument.

Natuurlijk is bovenstaand voorbeeld wat extreem. Maar hoe je het ook wendt of keert, het blijft wat naief om te denken dat een regel als “elke keer als de prijs met een dubbeltje stijgt, doen wij een cent van de BTW af” geen effect zal hebben op de prijs.

Borreltafelinflatie

Het blijft frustrerend. Stel dat het in Nederland een ongewoon warme dag is. De mussen vallen dood van het dak en een groot gedeelte van de bevolking leeft in de overtuiging dat de temperatuur ver boven de 30 graden Celsius ligt. ‘s Avonds bij het NOS Journaal weet Erwin Krol echter te melden dat het KNMI heeft vastgesteld dat de temperatuur vandaag niet boven de 28 graden is gekomen. Inderdaad, door omstandigheden voelde het veel warmer aan, maar dat was het zeker niet. Bijna iedereen zou zich daarbij neerleggen. De temperatuur, die kun je immers gewoon meten. En als je het gevoel hebt dat het warmer is dan het in werkelijkheid is, dan is dat je eigen schuld. Niet die van de thermometer.

Maar nu inflatie. Al een paar jaar beweert een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking dat sinds de invoering van de euro de prijzen explosief zijn gestegen. Gelukkig is inflatie, net als de temperatuur, iets wat je kunt meten. Goed, het heeft wat meer voeten in de aarde, maar het principe blijft hetzelfde. Inmiddels heeft het CBS vastgesteld dat de inflatie aan het begin van deze eeuw inderdaad iets hoger was dan we de laatste tijd gewend zijn, pakweg een procent-punt. Maar die stijging was het hoogst in 2001, dus nog vóór de invoering van de euro. In hoeverre die extra inflatie is toe te schrijven aan de euro is maar de vraag. Hoe dan ook, van de explosieve stijging die veel Nederlanders lijken te voelen is zeker geen sprake. Bijna iedereen legt zich daar bij neer, zo zou je verwachten. Inflatie, dat kun je immers gewoon meten. En als je het gevoel hebt dat de inflatie hoger is dan hij in werkelijkheid is, dan is dat je eigen schuld. Niet die van de euro. Maar helaas. Niets is minder waar.

“Ja maar”, is de onvermijdelijke tegenwerping, “een pilsje bij mijn café op de hoek is na de invoering van de euro een stuk duurder geworden”. Dat is absoluut waar. Maar godzijdank bestaat het consumptiepakket van de Nederlandse bevolking niet louter uit pilsjes in het cafe op de hoek. En andere goederen zijn juist goedkoper geworden. Het CBS heeft vastgesteld dat de Nederlandse bevolking 0,856% van haar inkomen besteedt in café’s. Het prijsniveau is daar in 2001 en 2002 met totaal 16,2% gestegen. Dat levert een totale bijdrage aan de inflatie op van net iets meer dan 0,1%. Nemen we de hele horeca mee, dan komt dat op een totale bijdrage van 0,5% in dezelfde twee jaar. Dat is een kleine 0,3% per jaar. Daarna zijn prijzen in de horeca niet meer bovengemiddeld gestegen. Als café-prijzen werkelijk die invloed op inflatie zouden hebben die het Nederlandse volk er aan toeschrijft, dan was dit land al lang verworden tot een bacchanaal dat zijn weerga niet kent.

Waarom wordt de inflatie dan toch zoveel hoger ingeschat? Bij het rapporteren van de temperatuur geeft het KNMI ook een gevoelstemperatuur aan. Misschien moet het CBS dan maar de gevoelsinflatie gaan meten. Het KNMI maakt gebruik van de wind chill factor. Het CBS zal dan blijkbaar gebruik moeten maken van een euro chill factor. Hoe dan ook. Blijkbaar worden percepties omtrent inflatie met name beinvloed door de omgeving waar ze besproken worden. Aan de borreltafel dus.