Sport


Nou ja, dan misschien nog niet de tocht zelf, maar toch op z’n minst onze voorspelmarkt. Handelen kan hier, de kans staat momenteel op 50%. Meest recente stand hieronder



Rond deze tijd begint de persconferentie van de Vereniging Friesche Elfsteden, en in toenemende mate wordt rekening gehouden met De Tocht. Hoogste tijd dus om maar eens een voorspelmarkt op te zetten waar u kunt handelen op de vraag of het evenement doorgaat.

Uitleg over onze eerdere politieke aandelenmarkt vindt u hier.  De Elfstedentochtmarkt werkt eigenlijk net zo: wordt de tocht gehouden dan is een aandeel 100 dollar waard, anders niets. De dagkoers weerspiegelt dus de kans dat de tocht plaats gaat vinden.

Opnieuw gaat het om virtueel geld, maar wij hopen opnieuw dat u allemaal gaat meedoen alsof het uw eigen geld is. Inschrijven kan op de site van webplatform Inkling.

De markt staat nu nog op pending, wij hopen dat Inkling snel toestemming gaat om los te gaan. In dat geval kunt u hier handelen. Later meer.

De keuze van Rusland als organisator van het WK voetbal in 2018 heeft vooral in Engeland nogal wat stof doen opwaaien. Dat land waande zich favoriet en de ontzetting was dan ook groot toen ze er met slechts twee stemmen in de eerste ronde al uitvloog.

Zoals altijd kun je je afvragen of de uiteindelijke keuze ook echt de voorkeur van de commissieleden weerspiegelt. Uit de sociale keuzetheorie weten we dat er geen enkele methode bestaat om de voorkeuren van een groep mensen op een adequate manier te aggregeren (eerder en eerder, ook hier) en waarschijnlijk is deze verkiezing daar een mooi voorbeeld van.

In elke ronde mochten 22 afgevaardigden kiezen uit een aantal opties. In elke ronde viel de optie met de meeste stemmen af, net zo lang tot er een optie over was met een absolute meerderheid. Net als elke stemprocedure is ook deze gevoelig voor strategisch gedrag en dus voor manipulatie.

Stel bijvoorbeeld dat u lid bent van de commissie, uw eerste voorkeur is Engeland, uw tweede voorkeur is Nederland/Belgie. De verwachting is dat Engeland sowieso wel doorgaat naar ronde 2. Wat doet u dan? Inderdaad, u stemt op Nederland/Belgie, want met die Engelsen komt het vast wel goed, en zo vergroot u de kans dat u uw tweede voorkeur in de race houdt. Echter, als iedereen er zo over denkt, dan gaat er toch iets mis en misschien is dat wel precies wat er gebeurd is.

(meer…)

Fascinerend artikel in de sportbijlage van de Volkskrant afgelopen zaterdag over het Nederlands volleybalteam en, vooral, de wetenschap daarachter [helaas niet online]. Zo blijkt dat voor de gemiddelde international tegenwoordig een cursus speltheorie geen overbodige luxe is. Ga er vooral goed voor zitten:

‘Ik ben ervan overtuigd’, zei middenaanvaller Wytze Kooistra vorige week woensdag […], ‘dat we beter weten hoe de Esten spelen dan de Esten zelf […] Als Estland zou weten hoe het speelt, zouden ze niet zo voorspelbaar spelen. Wij zijn trouwens ook niet altijd onvoorspelbaar, maar ik denk niet dat zij dat weten. Want daar heb je een goede scout voor nodig. En als zij een goede scout hadden, zouden ze niet zo spelen zoals ze spelen.’

Ik bedoel maar. Even verderop wordt het nog interessanter, als wordt besproken hoe er verdedigd moet worden:

Als blijkt dat ze […] meestal over rechts gaan, zet je alvast een stapje naar rechts’. Dit is een zogenaamd commit block. Je committeert je immers aan de informatie die je hebt gekregen. Het probleem met de commit blocks is dat de tegenstander waarschijnlijk weet dat jij weet wat zij meestal doen. ‘Klopt’, zegt Kooistra. ‘Maar je blijft dan toch gewoon die kant op gaan. Alleen niet te snel, want dan kan een goede spelverdeler het uit zijn ooghoeken zien. Je moet een beetje spelen met je kennis, een stapje naar de andere kant zetten, en dan toch weer terugkomen. Maar als hij hem dan toch de andere kant opspeelt, is dat zijn verdienste.’ Zo nu en dan komt het dus voor dat een tegenstander tegen een ‘nulblok’ staat – tegen niemand dus. ‘Dat ziet er dan dom uit, maar het is juist het gevolg van een gedegen analyse.’ Volleybal lijkt zo bezien een bizar speltheoretisch experiment. ‘Het wordt een beetje: wat denk ik dat hij denkt dat ik denk wat hij denkt dat ik doe.’

De echte speltheoreticus ziet nu natuurlijk waar het misgaat: het kan nooit een evenwicht kan zijn om altijd ‘gewoon naar rechts te gaan’, want dan slaat de aanvallende ploeg altijd naar links. Wie verstandig is, speelt gemengde strategieen, soms naar rechts, soms naar links, zo willekeurig mogelijk, maar met kansen die afhangen van hoe goed de aanvallende partij beide kanten opspeelt. Daar is serieus onderzoek naar gedaan, in de context van penalties [pdf] en opslagen bij tennis [pdf].

Overigens ging de beslissende tweede wedstrijd van Onze Jongens tegen Estland jammerlijk verloren.

Ik heb een collega die na jaren in de VS weer in Nederland werkt en die maar over één ding klaagt: tijdens de lunch ouwehoeren die Nederlandse economen constant over voetbal. En het klopt, hoor. Vorige week op congres in Zweden (vandaar het intermezzo hier, excuses) nam ik plaats aan de Nederlandse tafel en hup, daar werd het resultaat van Ajax alweer besproken. Gelukkig was het niveau van de conversatie hoog en later op de avond hoorde ik nog een fraai staaltje analyse.

Het was niet helemaal spontaan, want ik zat te praten met Loek Groot die er een heel boek over geschreven heeft, maar toch. Zijn stelling is dat de rol van het geluk in het voetbal (scheidsrechterlijke dwaling, balletje net onder de keeper door etc.) essentieel is in het handhaven van een precair evenwicht. Door geluk, en het doorgaans kleine verschil in goals, kan een slechtere ploeg toch winnen.

En dat is belangrijk, want als de beste ploeg altijd wint komt er een dynamiek op gang die de rijke ploegen nog rijker maakt, waardoor ze nog beter worden, tot er niets meer aan is. Bij sporten met cameratoezicht of een groot verschil in score dreigt dit gevaar en moeten allerlei lapmiddelen worden ingezet om de boel weer recht te trekken. Verrassende conclusie: laat de scheidsrechters maar lekker dwalen en maak de goals vooral niet groter, want anders houden we geen competitie meer over.

Later die week besprak ik deze theorie met een gekende expert op het gebied van voetbal (mijn vader, die sinds zijn pensioen wel erg veel eredivisie live kijkt) die het probleem onmiddellijk onderkende. Hij stelde voor om periodetitels in de eredivisie te introduceren. Op die manier valt er met wat geluk nog meer te halen.

[Eerder over Loek Groot. Overigens bleken zijn ideeën onafhankelijk te zijn ontwikkeld in de Donald Duck.]

Thijs had bijna gelijk. Nederland won van Uruguay, en als gevolg daarvan zijn de kansen dat ons land wereldkampioen wordt gestegen naar 39% volgens Betfair, een marktplaats voor weddenschappen. Dat is net iets minder dan de 41% die Thijs berekende op basis van Bayesian updating voor de wedstrijd. Blijkbaar zijn de handelaren op basis van het getoonde spel gisteravond toch net iets minder positief over de kansen van Nederland dan ze zouden zijn geweest puur op basis van alleen de informatie dat Nederland heeft gewonnen.

Met wat aanvullende Bayesiaanse analyse kunnen we meteen uitrekenen voor wie we vanavond moeten zijn, bij die tweede halve finale. Betfair geeft voor Duitsland een kans van 47.6% dat ze vanavond winnen, en een kans van 29.4% dat ze wereldkampioen worden. Dat impliceert dat een finale Duitsland-Nederland met kans 61.8% wordt gewonnen door Duitsland.

De kans dat Spanje vanavond wint staat op 52.9%, de kans dat ze wereldkampioen worden op 32.3%. Dat betekent dat een finale Spanje-Nederland met kans 61.1% wordt gewonnen door Spanje.

Oranje maakt dus een betere kans tegen Spanje dan tegen Duitsland.

De kampioensvlag mag dan wel klaarliggen voor het Nederlands elftal, er doen nog drie andere landen mee met hoge verwachtingen van het toernooi. Wie wint aanstaande zondag de cup? Daarvoor kunnen we, aldus sporteconoom Ruud Koning, het beste kijken naar de odds bij de verschillende bookmakers. De informatie in die (zeg maar) prijzen weerspiegelt de inzichten van kenners wereldwijd, die bereid zijn geld in te zetten op hun voorspelling.

Corrigeren we voor de winstmarge van de bookmaker, dan is de kans dat Nederland wereldkampioen wordt bij Betfair en Oddschecker op dit moment beiden 30%. Spanje doet 32%, Duitsland tussen de 30% en 32%. De kans dat Nederland in de finale speelt is wel groot: zo’n 74%, volgens Oddschecker.

Met de kans op het kampioenschap en de kans dat we de finale spelen kunnen we ook uitrekenen wat de kans is dat we de cup winnen, gegeven dat Oranje dinsdag Uruguay verslaat (dit is een toepassing van het theorema van Bayes). Als we langs Uruguay komen, neemt de kans dat we wereldkampioen worden toe tot 41%.

Blijft u dus vooral nog even rustig.

In economenblad ESB staat vandaag een bijzonder intrigerend artikel van Loek Groot en Michel van de Velden over het voorspellen van voetbaluitslagen en, meer concreet, het invullen van de WK-po0l. De auteurs beginnen met wat eenvoudige tips (voorbeeld: als je punten krijgt voor elk goed voorspelde aantal doelpunten dat een team maakt vul dan altijd een 0 in, wat dat is nu eenmaal de meest voorkomende score). Vervolgens geven de auteurs op basis van Poisson parameters en Elo- en Voros-ratings een schatting van winkansen en meest waarschijnlijke uitslagen.

Toch heb ik mijn twijfels of het verstandig is om op basis hiervan je WK-pool in te vullen. De impliciete suggestie (zeker in het artikel op Z24) lijkt dat je de po0l zodanig moet invullen dat je je verwachte score maximaliseert door steeds de meest waarschijnlijke antwoorden te geven (zie bijvoorbeeld ook hier). En volgens mij is dat niet verstandig.

Natuurlijk, wie betaald wordt op basis van de score die hij haalt, moet de meest waarschijnlijke uitkomsten invullen. Maar de meeste pools werken zo niet. Alleen degene met de hoogste score krijgt een prijs. En daarom kan het verstandig zijn om te speculeren door juist niet de meest waarschijnlijke scores in te vullen. Wie op safe speelt zal nooit een uitschieter zijn. En wie geen uitschieter is, zal nooit de pool winnen. Het maximaliseren van de kans op winst is heel iets anders dan het maximaliseren van je verwachte score.

Een eenvoudig voorbeeld. Stel Brazilie heeft 80% om van Ivoorkust te winnen, andersom is de kans 20%. U doet mee aan een pool met 10 deelnemers, waarvan de andere 9 allemaal Brazilie tippen. Dat land heeft immers de grootste kans om te winnen. Wat doet u? Als u ook Brazilie tipt, heeft iedereen dezelfde voorspelling, zal de winnaar willekeurig worden getrokken, en heeft u dus 10% kans de pool te winnen. Maar als u Ivoorkust tipt, dan is er slechts een kans van 20% dat u gelijk heeft, maar als u gelijk heeft, wint u ook zeker de pool. Ergo: de kans dat u de pool wint is dan 20%, en dat is meer dan wanneer u het favoriete Brazilie tipt.

Misschien dat ik toch maar ga inzetten op een finale Japan – Honduras.

Bij economische productie komen mensen, machines en kennis bij elkaar en resulteert een product. Om wat grip te krijgen op dit proces gebruiken economen vaak een productiefunctie, zeg Y=AF(K,L). Productie Y komt dan voort uit kapitaal K en arbeid L en de efficiëntie van het proces wordt bepaald door de term A, die vaak de totale factorproductiviteit (TFP) wordt genoemd. Uit de eigenschappen van de functie F kun je veel nuttige inzichten en modellen afleiden.

Maar dan die A, de TFP. Als je die nou eens zou kunnen verhogen, dan schiet het nog eens op met de groei. Op basis van die gedachte ontstond in de jaren ’80 de endogene groeitheorie. Die A, zo stelden de aanhangers, stond voor ideeën en met nieuwe ideeën kunnen oude machines en mensen efficiënter werken. Maar zit de innovatie niet vaak juist in nieuwe machines, in plaats van ideeën? Toen ik nog groeitheorie doceerde, kende ik maar één goed voorbeeld voor een rechtstreekse TFP-verhoging: nieuwe software voor de computer (meestal).

Groot was dus mijn blijdschap toen ik gisteravond een gaaf nieuw voorbeeld ontdekte. Tijdens de teamsprint vrije stijl (gewonnen door de Noren, gefeliciteerd) vertelde de commentator dat deze manier van langlaufen nog niet zo oud is. In het traditionele langlaufen beweegt men de skis langs elkaar door een spoor. In de jaren ’80 (alweer) ontdekte de Fin Pauli Siitonen dat je veel sneller kunt door met de skis een schaatbeweging te maken. Sindsdien kent het langlaufen wedstrijden in de “vrije stijl”, die een stuk sneller verlopen worden. Hebt u dat? Zelfde mensen, zelfde skis, nieuw idee en dus sneller vervoer. Dat is winst in de afdeling TFP.

Aan de vooravond van de Olympische winterspelen een mooi verhaal over transparentie, kartels en, eh, kunstschaatsen. De strekking: vroeger waren juryleden nogal eens geneigd om hoge cijfers te geven aan landen die aan hun schaatsers ook hoge cijfers geven. In een poging dat te voorkomen zijn de regels veranderd en wordt niet meer bekend gemaakt wie welke cijfers heeft gegeven. Het gevolg: het is allemaal alleen nog maar erger geworden omdat ook voor het publiek niet meer te controleren valt wie de zaak zit te flessen.

Volgende pagina »