Altijd wel gedacht

In zijn kerstverhaal in ESB (link voor abonnees) neemt Philip Hans Franses de hele economenwereld kostelijk op de hak. In zijn versie van 2014 komen allerlei voorspellingen plotseling uit. Mijn favoriete passage is deze:

De lente

Mede dankzij de rap stijgende huizenprijzen gaat ook de inflatie flink omhoog. Een zeer bekende economieprofessor neemt het woord in vele televisieprogramma’s waarin hij laat weten al bijna tien jaar lang te waarschuwen voor het inflatiespook, en zo roept hij triomfantelijk: “Zie je wel, het is zover! Ik heb het altijd al geweten.” En: “Ja, het is soms even wachten op een stijging van inflatie, in mijn geval zelfs acht volle jaren,maar ja, als het dan gebeurt, dan ben je natuurlijk erg trots op je eigen inzichten.”

Het luxepaper

Wie een huis in Nederland koopt moet rekening houden met het risico van overstroming. Dat risico vermindert de waarde van het huis en inderdaad wordt voor een laaggelegen huis zo’n €3000 minder betaald dan voor een hoger gelegen, vergelijkbare, woning. Dat zeggen althans mijn oud-collega’s bij de UU, de heren Garretsen, Bosker, Marlet en Van Woerkens in een nieuw boek, zo las ik vorige week op nu.nl.

Deze economen hebben geluk, want de verschijning van hun boek valt precies samen met de discussie over een verplichte verzekering tegen overstromingen voor alle Nederlanders (ligt niet voor de hand gegeven de korting op het huis, schrijft het kwartet) en de nodige wateroverlast over de grens. De pers nam hun conclusie veelvuldig over.

Snel het boek besteld om de volgende dag het naadje van de kous te achterhalen. En dat, beste lezers, is waar het me eigenlijk om te doen is. Die volgende dag bracht de postbode een kleine envelop waarin een minuscuul werkje opgeborgen bleek. Het boek van de vier economen was een gepopulariseerde versie van een wetenschappelijk artikel, dat eveneens in 2013 verschijnt. Mijn oud-collega’s hadden een working paper in het Nederlands vertaald en rijkelijk voorzien van foto’s van stromend water dat traag door oneindig laagland, afijn, de bekende plaatjes. Er stonden enkele prachtige kaarten in, dat wel. Maar de slechts twee tabellen en verwijzingen naar “complexe cijfermatige analyses” zonder die te laten zien (het gaat om fixed effects paneldata) zijn toch niet helemaal gericht op de econometristen onder ons.

Toch voelde ik me niet bekocht, eerder kwam er bewondering in me op voor de slimme collega’s die een heel nieuw genre in de wetenschap hadden weten te introduceren. Naast hun moeilijk te verteren, zwart-wit uitgevoerde, wetenschappelijk verslag was hier sprake van een luxepaper, dat zomaar door een gemiddelde Nederlander gelezen kon worden. Aansprekend onderwerp, een goed te begrijpen resultaat en een heldere aanbeveling in een makkelijk te behappen boekje. Iets om uit de tas te toveren op verjaardagen, maar ook een werk dat zomaar door een beleidsmaker serieus genomen kan worden.

In de discussie over media-economen waarvan niet altijd duidelijk is waar onderzoek overgaat in eigen mening, is dit wellicht een goed voorbeeld. Er is een wetenschappelijk resultaat, maar ook een publieksvriendelijk formaat met plaatjes en voorbeelden. Het één lijdt niet onder het ander en (economen let op) er lijkt zelfs een markt voor te zijn.

boekje

Risico

11 maart 2011: de nucleaire ramp in Fukushima. De politieke oproer die ontstaat is enorm. Iedereen is het eens: dit nooit meer. Veel belangrijke vragen moeten worden beantwoord. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe kan voorkomen worden dat het nog eens gebeurt? Zijn alle veiligheidsprocedures in orde? En werden ze correct nageleefd? De discussies in het parlement spitsen zich in de week na de ramp dan ook toe op die ene cruciale vraag: of het salaris van de nieuw aangestelde directeur niet te hoog is.

Tja, ik kan het ook niet helpen. Maar na alle discussies van de afgelopen week krijg je het onbehaaglijke gevoel dat de geschiedenis er zo uit zou hebben gezien als Fukushima in Nederland had gelegen.

Natuurlijk is het begrijpelijk dat er vraagtekens bij het salaris van de nieuwe topman worden gesteld. Maar ook weer niet. Ten eerste omdat er vragen zijn die veel belangrijker zijn. Inderdaad, hoe dit heeft kunnen gebeuren, hoe we het kunnen voorkomen, of alle veiligheidsprocedures in orde waren en of die correct werden nageleefd. Ten tweede omdat het getuigt van heel slecht risicomanagement.

Pakken we er eens de achterkant van een sigarendoosje bij. Stel dat het kabinet gelijk heeft: met een salaris van 550.000 euro is het mogelijk een goede topman aan te stellen voor staatsbank SNS, met een salaris van 150.000 is dat niet mogelijk. Als de man voor vijf jaar wordt aangesteld zijn de additionele salariskosten dus twee miljoen. De afgelopen weken hebben we gezien wat voor de staatskas het verschil is tussen een goede en een slechte topman aan het roer bij SNS: een kleine 4 miljard euro. Als het kabinet gelijk heeft, dan betaalt dat hoge salaris zich dus 2000voudig terug.

Anders gesteld: als de kans dat het kabinet gelijk heeft, en je met Balkenendenorm geen fatsoenlijk bankier krijgt, slechts 0.1% bedraagt, dan nog is het dubbel en dwars de moeite waard om dat hoge salaris toch maar uit te betalen. Durft u het risico aan? Ik ook niet.

En nog bedankt

Nederlandse kinderen hebben het erg getroffen, houd ik de mijne regelmatig voor. Stabiliteit, rijkdom, vrijheid – kom er maar eens om in de rest van de wereld. Veel indruk maakt het niet, maar sinds deze week kan ik zoon- en dochterlief om de oren slaan met dit artikel in The Economist. Daarin wordt bevestigd dat Nederland het op-zeven-na-beste land is om ter wereld te komen, en zelfs het beste in de eurozone. Hoewel het gevaar natuurlijk groot is dat mij vervolgens wordt nagedragen dat we niet bijtijds naar de nummer één, Zwitserland, zijn verhuisd.

Waarom is Nederland zo geweldig? The Economist leidt het af uit onze rijkdom, goede gezondheid, tevreden bevolking. Een logische vraag is vervolgens of andere landen zouden moeten proberen om meer op Nederland te lijken. Hoewel dit idee lang een pijler onder ons buitenlands beleid is geweest, is het maar de vraag of een wereld vol Nederlanden überhaupt mogelijk zou zijn. Het antwoord luidt waarschijnlijk nee, blijkt uit een leuk paper dat ster-econoom Acemoglu en twee coauteurs vorige maand lieten verschijnen (een korte versie staat op VoxEU).

De crux van het verhaal is dat landen niet geïsoleerd van elkaar bestaan. Met name op het gebied van de technologische vooruitgang zijn er veel externaliteiten tussen landen onderling. Van de techniek die het leven in Nederland zo aangenaam maakt komt maar een klein gedeelte uit ons land zelf. Veel kennis krijgen we, min of meer gratis, uit de rest van de wereld. Acemoglu probeert vervolgens aan te tonen dat het ontwikkelen van nieuwe kennis geremd wordt als een land teveel nivelleert. Een groot sociaal vangnet vermindert de prikkels voor ondernemers, uitvinders en investeerders, omdat de opbrengst van hun risico en werk (relatief, ten opzichte van gewone werknemers) te klein is. Als dat klopt, kan het dus zo zijn dat het land met de snelste technologische vooruitgang wel het rijkste is, maar niet per se het prettigste om in te wonen. Terwijl dat land tegelijkertijd ook zorgt voor de rijkdom en ontwikkeling van meer prettige, egalitaire, landen.

Het is duidelijk waar dit verhaal naar toe gaat. In onze wereld is het land dat het verst is qua technologische ontwikkeling, tevens één van de meest harde landen op sociaal-economisch gebied. De Verenigde Staten staan slechts zestiende op het lijstje van The Economist, je kunt nog beter geboren worden in België. Maar zonder de VS, zegt Acemoglu, geen Zwitserland, Denemarken en Nederland. We kunnen niet allemaal Scandinaviërs zijn.

Is het waar? Er zijn, naast het harde kapitalisme, vast nog wel andere aspecten van het Amerikaanse leven die meehelpen aan de technologische ontwikkeling. En wellicht zitten uitvinders nou eenmaal graag bij elkaar, en zijn ze toevallig in Amerika verzeild geraakt (Acemoglu is Turks). Maar het is niet te ontkennen dat we hier in ons land met name zo rijk zijn door de inspanningen van anderen, en dat ons geluk mede wordt veroorzaakt doordat het zo moeilijk is om technologie voor jezelf te houden. En dat de wens van de Amerikanen om overal het beste in te zijn ertoe leidt dat anderen hen voorbijstreven in geluk, is goedbeschouwd een beetje tragisch.

Eigen risico

Uw zorgverzekering heeft een verplicht eigen risico. De eerste €220 zorgkosten in een jaar betaalt u altijd zelf. Het is mogelijk dit eigen risico uit te breiden, met maximaal €500. In ruil daarvoor daalt de premie. Aantrekkelijk? Dat hangt af van de bespaarde premie en de verwachte zorgkosten.

In 2007 schreef ik op deze site dat gezonde mensen waarschijnlijk wel voor een hoog eigen risico zouden kiezen. Dat kan makkelijk uit. Ik negeerde daarbij Marco’s bericht van twee weken eerder, dat aangaf dat Nederlanders helemaal niet zo rationeel zijn bij het kiezen van eigen risico. Wat blijkt nu? Ik zat er he-le-maal naast. Het aandeel verzekerden dat in 2007 koos voor extra eigen risico was minder dan 5%. Ik las dit waanzinnige getal vandaag in dit working paper van Janko Gorter en Paul Schilp van DNB [pdf, via @wilte].

Ik heb twee keer moeten lezen of ik het goed begreep, maar in 2008 ging het dus echt als volgt: van de Nederlandse mannen tussen de 25 en 30 jaar hebben er 7 van de 10 zorgkosten die onder de €150, het verplicht eigen risico in dat jaar, liggen. Het is een gezond segment. Toch durven meer dan 9 van de 10 mannen uit die groep geen enkel extra eigen risico te lopen. Om met de auteurs te spreken,

Their expected additional costs from raising their voluntary deductible with €500 are certainly lower (since we calculated upper bounds) than the average premium rebate of €211.

De enige rationele verklaring is dat een extreme vorm van risico-aversie de Nederlanders in zijn greep heeft. Het is een wonder dat deze jonge mannen de straat nog over durven te steken.

Tijd voor een innovatie. Voor mannen onder de 40 (de groep met de laagste gemiddelde zorgkosten) wordt een eigen-risico-verzekering aangeboden. Dat werkt als volgt: de jonge man sluit een zorgverzekering af met een maximaal eigen risico. De bespaarde premie betaalt hij aan de eigen-risico-verzekeraar, die het extra eigen risico weer bijverzekert. De verzekerde mag zelf ook twee tientjes houden en is dus strikt beter af. De cijfers zeggen dat dit absoluut een winstgevend product moet zijn. Waarom bestaat het nog niet?

Predikantenvakbond

Economie en religie, het is geen gelukkige combinatie. Dacht ik altijd. Het volgende bericht vanochtend in Trouw laat zien dat spiritualiteit en marktdenken wel degelijk samen gaan:

Een predikant die zijn kerkelijke werkzaamheden gratis verricht, is een bedreiging voor de beroepsgroep en een oneerlijke concurrent voor andere dominees. Dat zegt directeur Sjaak Verwijs van de Bond van Nederlandse predikanten […] Verwijs reageert daarmee op een novum in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN): die kent vanaf zondag de eerste predikant die afziet van een traktement.

Het wordt nog leuker:

Een inkomen verwerft hij uit zijn andere deeltijdbaan: directeur van een bankfiliaal.

Het zou een mooie boel worden als iedereen zo maar gratis zou gaan staan preken onder het mom dat het een roeping is, zo betoogt de predikantenvakbond:

Als dit vaker voorkomt, zullen we in actie komen. Dit is een uitholling van de inkomenspositie van de beroepsgroep.

De 99%

Het was te verwachten: ook bij de Nederlandse occupy demonstraties stond op de borden dat de 99% van de bevolking de uitbuiting van de top-1% zat is. Een pakkende slogan die ook in de VS door demonstranten gebezigd wordt. En een goede gelegenheid om eens te kijken hoe het in Nederland met de ongelijkheid tussen de 99 en 1% gesteld is.

In de VS is het overigens niet mals. Dit nuttige stuk in Slate vat de belangrijkste kenmerken samen: de top-1% neemt daar 21% van het inkomen voor haar rekening. Dat aandeel is bovendien al jaren stijgende. De ongelijkheid brengt herinneringen boven aan de Gilded age in de jaren 20 van de vorige eeuw, zoals Paul Krugman jaren geleden al eens schreef.

Cijfers over de Nederlandse inkomensverdeling zijn op procentniveau moeilijk te krijgen. Het CBS publiceert wel gegevens per deciel, maar in de top-10% kan nog veel ongelijkheid zitten. Een tijdje spitten op de CBS-site leverde mij wel dit stuk van een paar jaar geleden op [pdf], dat helemaal gaat over inkomensongelijkheid. Er staat een groot aantal maatstaven in, waaronder de bekende Parade van Pen. Die is vergezeld van het volgende figuur, waaruit we iets kunnen afleiden:

In de originele parade lopen alle Nederlanders op volgorde van inkomen achter elkaar. Hun lengte is proportioneel met hun inkomen, zodat we beginnen met dwergen en eindigen met reuzen. Deze figuur stopt Nederlanders in 1%-groepen, en daarmee kunnen we (voor 2004) zien hoe het gemiddelde inkomen van de top-1% zich verhoudt tot het gemiddelde inkomen van iedereen. In het betreffende jaar is het totale gemiddelde inkomen “iets onder de 20.000 euro” en het gemiddelde in de top zo te zien iets onder de 100.000. Dat betekent dat de top 1-% zo’n 5% van het totale inkomen pakt. Dat is een heel ander verhaal dan de 21% die in Amerika gemeten wordt, en dat klopt met de bewering dat Nederland een relatief egalitair landje is. Een demonstratie is natuurlijk altijd leuk, maar een schrijnend probleem lijkt dit niet.

Enig voorbehoud is nodig: inkomen is iets anders dan vermogen en dat laatste is ook van belang bij de ongelijkheid. Voor cijfers daarover hou ik me graag aanbevolen. In deze cijfers zit overigens wel het inkomen uit vermogen. Het betreft verder besteedbaar inkomen, dus nadat  belastingen en premies eraf zijn, gecorrigeerd voor gezinsgrootte. Dat maakt de ongelijkheid een stuk minder, maar het lijken me wel de juiste cijfers voor deze vergelijking.

update: Economics in pictures heeft tijdreeksen met data over de top-1% in Nederland, Zweden, Frankrijk en de VS. Opnieuw alleen inkomen. De 5% hierboven lijkt te kloppen, en de rest van de lijntjes zijn ook interessant! Wel is de schatting voor de VS een stukje lager. [via @bertsmid]

De speelgoedgids

Het nageslacht verlekkert zich aan de glanzende pagina's

Gisteren, op 19 september, viel hij op de mat: de eerste speelgoedgids van het seizoen, meer dan 200 pagina’s dik, tweeënhalve maand voor Sinterklaas. De kinderen zijn al druk aan het aanstrepen.

Wat is het optimale tijdstip om dit telefoonboek door de bus te doen? Te ver voor 5 december en de gids is kwijt, of versleten, voordat de Sint zijn inkopen doet. Te kort ervoor en de winkelier mist de boot. Omdat de cadeau’s al ingeslagen zijn, of omdat de gids van de concurrent al is gebruikt om de wensenlijst op te stellen.

Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de laatste overweging voor de producent van dit boekwerk het belangrijkst is geweest. Wie als eerste door de brievenbus is, wint de slag. Maar we moeten nog maar zien of het inderdaad zo uitpakt: vanochtend lag de gids alweer in de hoek, en onze Sinterklaas gaat nog laaang geen boodschappen doen.

Het spaarloon

De Tweede Kamer wil de tegoeden die onder de spaarloonregeling vallen vrijgeven. Zoiets gebeurde eerder in 2005. Het idee is dat het vrijgekomen geld de economie gaat stimuleren.

Sympathiek plan, natuurlijk, want het kost de overheid niks. Sterker nog, het geblokkeerde vermogen valt niet onder de vermogensbelasting, en vrijgegeven geld wel. Vrijgeven levert dus belasting op.

Wel zijn er impliciete kosten. Door twee keer binnen vijf jaar de blokkering op te heffen schept de overheid de verwachting dat het de komende jaren niet anders zal zijn. Meer mensen zullen hierdoor aan de regeling deelnemen, wat de toekomstige loonbelasting vermindert.  Bovendien moet het natuurlijk wel zo zijn dat de vrijgekomen miljarden meer goed doen bij de consumenten dan bij de banken.

Van dat laatste ben ik nog niet helemaal overtuigd. Een groot probleem in de economie op dit moment  is dat de banken te weinig krediet verlenen. Dat wordt niet meer als er plotseling een paar miljard van de balans verdwijnt. Aan de andere kant zijn burgers op dit moment erg spaarzaam; de kans is dus groot dat het geld gewoon naar een andere spaarrekening verdwijnt.

ANWB-leden: benzine-accijns omhoog!

De mening van ANWB-leden over de kilometerheffing, ooit een brandpunt van de Nederlandse politiek, is bekend. Men wil wel betalen voor autogebruik in plaats van bezit, en ook mogen zuiniger auto’s rijden tegen een lagere prijs. Verschillende tarieven in en buiten de spits ziet men niet zitten. Feitelijk komt het erop neer dat ANWB-leden voorstander zijn van een hogere accijns op benzine.

Uiteraard is de mening van de bestuurder belangrijk, maar het trieste van dit verhaal is dat Jan Modaal ook de feiten over filevorming en prijsgevoeligheid mag dicteren. Uit het rapport:

Ook bij het spitstarief speelt handelingsperspectief een grote rol. De uitkomst van de ledenpeiling is niet mis te verstaan. […] [Er] wordt ernstig getwijfeld of het spitstarief helpt om de bereikbaarheid te verbeteren.

En met deze volkswijsheid moeten we het doen. Dat experts er anders over denken doet even niet ter zake. Het rapport stelt dat zij maar 20% van de leden aan hun zijde hebben.