Alleen in Nederland


Economie en religie, het is geen gelukkige combinatie. Dacht ik altijd. Het volgende bericht vanochtend in Trouw laat zien dat spiritualiteit en marktdenken wel degelijk samen gaan:

Een predikant die zijn kerkelijke werkzaamheden gratis verricht, is een bedreiging voor de beroepsgroep en een oneerlijke concurrent voor andere dominees. Dat zegt directeur Sjaak Verwijs van de Bond van Nederlandse predikanten […] Verwijs reageert daarmee op een novum in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN): die kent vanaf zondag de eerste predikant die afziet van een traktement.

Het wordt nog leuker:

Een inkomen verwerft hij uit zijn andere deeltijdbaan: directeur van een bankfiliaal.

Het zou een mooie boel worden als iedereen zo maar gratis zou gaan staan preken onder het mom dat het een roeping is, zo betoogt de predikantenvakbond:

Als dit vaker voorkomt, zullen we in actie komen. Dit is een uitholling van de inkomenspositie van de beroepsgroep.

Het was te verwachten: ook bij de Nederlandse occupy demonstraties stond op de borden dat de 99% van de bevolking de uitbuiting van de top-1% zat is. Een pakkende slogan die ook in de VS door demonstranten gebezigd wordt. En een goede gelegenheid om eens te kijken hoe het in Nederland met de ongelijkheid tussen de 99 en 1% gesteld is.

In de VS is het overigens niet mals. Dit nuttige stuk in Slate vat de belangrijkste kenmerken samen: de top-1% neemt daar 21% van het inkomen voor haar rekening. Dat aandeel is bovendien al jaren stijgende. De ongelijkheid brengt herinneringen boven aan de Gilded age in de jaren 20 van de vorige eeuw, zoals Paul Krugman jaren geleden al eens schreef.

Cijfers over de Nederlandse inkomensverdeling zijn op procentniveau moeilijk te krijgen. Het CBS publiceert wel gegevens per deciel, maar in de top-10% kan nog veel ongelijkheid zitten. Een tijdje spitten op de CBS-site leverde mij wel dit stuk van een paar jaar geleden op [pdf], dat helemaal gaat over inkomensongelijkheid. Er staat een groot aantal maatstaven in, waaronder de bekende Parade van Pen. Die is vergezeld van het volgende figuur, waaruit we iets kunnen afleiden:

In de originele parade lopen alle Nederlanders op volgorde van inkomen achter elkaar. Hun lengte is proportioneel met hun inkomen, zodat we beginnen met dwergen en eindigen met reuzen. Deze figuur stopt Nederlanders in 1%-groepen, en daarmee kunnen we (voor 2004) zien hoe het gemiddelde inkomen van de top-1% zich verhoudt tot het gemiddelde inkomen van iedereen. In het betreffende jaar is het totale gemiddelde inkomen “iets onder de 20.000 euro” en het gemiddelde in de top zo te zien iets onder de 100.000. Dat betekent dat de top 1-% zo’n 5% van het totale inkomen pakt. Dat is een heel ander verhaal dan de 21% die in Amerika gemeten wordt, en dat klopt met de bewering dat Nederland een relatief egalitair landje is. Een demonstratie is natuurlijk altijd leuk, maar een schrijnend probleem lijkt dit niet.

Enig voorbehoud is nodig: inkomen is iets anders dan vermogen en dat laatste is ook van belang bij de ongelijkheid. Voor cijfers daarover hou ik me graag aanbevolen. In deze cijfers zit overigens wel het inkomen uit vermogen. Het betreft verder besteedbaar inkomen, dus nadat  belastingen en premies eraf zijn, gecorrigeerd voor gezinsgrootte. Dat maakt de ongelijkheid een stuk minder, maar het lijken me wel de juiste cijfers voor deze vergelijking.

update: Economics in pictures heeft tijdreeksen met data over de top-1% in Nederland, Zweden, Frankrijk en de VS. Opnieuw alleen inkomen. De 5% hierboven lijkt te kloppen, en de rest van de lijntjes zijn ook interessant! Wel is de schatting voor de VS een stukje lager. [via @bertsmid]

Het nageslacht verlekkert zich aan de glanzende pagina's

Gisteren, op 19 september, viel hij op de mat: de eerste speelgoedgids van het seizoen, meer dan 200 pagina’s dik, tweeënhalve maand voor Sinterklaas. De kinderen zijn al druk aan het aanstrepen.

Wat is het optimale tijdstip om dit telefoonboek door de bus te doen? Te ver voor 5 december en de gids is kwijt, of versleten, voordat de Sint zijn inkopen doet. Te kort ervoor en de winkelier mist de boot. Omdat de cadeau’s al ingeslagen zijn, of omdat de gids van de concurrent al is gebruikt om de wensenlijst op te stellen.

Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de laatste overweging voor de producent van dit boekwerk het belangrijkst is geweest. Wie als eerste door de brievenbus is, wint de slag. Maar we moeten nog maar zien of het inderdaad zo uitpakt: vanochtend lag de gids alweer in de hoek, en onze Sinterklaas gaat nog laaang geen boodschappen doen.

De Tweede Kamer wil de tegoeden die onder de spaarloonregeling vallen vrijgeven. Zoiets gebeurde eerder in 2005. Het idee is dat het vrijgekomen geld de economie gaat stimuleren.

Sympathiek plan, natuurlijk, want het kost de overheid niks. Sterker nog, het geblokkeerde vermogen valt niet onder de vermogensbelasting, en vrijgegeven geld wel. Vrijgeven levert dus belasting op.

Wel zijn er impliciete kosten. Door twee keer binnen vijf jaar de blokkering op te heffen schept de overheid de verwachting dat het de komende jaren niet anders zal zijn. Meer mensen zullen hierdoor aan de regeling deelnemen, wat de toekomstige loonbelasting vermindert.  Bovendien moet het natuurlijk wel zo zijn dat de vrijgekomen miljarden meer goed doen bij de consumenten dan bij de banken.

Van dat laatste ben ik nog niet helemaal overtuigd. Een groot probleem in de economie op dit moment  is dat de banken te weinig krediet verlenen. Dat wordt niet meer als er plotseling een paar miljard van de balans verdwijnt. Aan de andere kant zijn burgers op dit moment erg spaarzaam; de kans is dus groot dat het geld gewoon naar een andere spaarrekening verdwijnt.

De mening van ANWB-leden over de kilometerheffing, ooit een brandpunt van de Nederlandse politiek, is bekend. Men wil wel betalen voor autogebruik in plaats van bezit, en ook mogen zuiniger auto’s rijden tegen een lagere prijs. Verschillende tarieven in en buiten de spits ziet men niet zitten. Feitelijk komt het erop neer dat ANWB-leden voorstander zijn van een hogere accijns op benzine.

Uiteraard is de mening van de bestuurder belangrijk, maar het trieste van dit verhaal is dat Jan Modaal ook de feiten over filevorming en prijsgevoeligheid mag dicteren. Uit het rapport:

Ook bij het spitstarief speelt handelingsperspectief een grote rol. De uitkomst van de ledenpeiling is niet mis te verstaan. [...] [Er] wordt ernstig getwijfeld of het spitstarief helpt om de bereikbaarheid te verbeteren.

En met deze volkswijsheid moeten we het doen. Dat experts er anders over denken doet even niet ter zake. Het rapport stelt dat zij maar 20% van de leden aan hun zijde hebben.

Met honderdduizenden landgenoten heb ik dit weekend ook maar de uitgebreide vragenlijst over rekeningrijden ingevuld op www.anwbledenpeiling.nl. De meest verrassende vraag was de laatste:

201001242232.jpg

Ik vertrouw er maar op dat de Wielrijdersbond de ledenadministratie er straks alsnog bij pakt. Ook zou het leuk zijn als de bond wat zou testen op de consistentie in de antwoorden. Bijvoorbeeld in koppels als

201001242252.jpg

Lastig zat trouwens, om relevante vragen te stellen zonder het antwoord al voor te zeggen. Wat dacht u van

201001242255.jpg

Tja, duurder = nadeel, uiteraard. En op het eerste gezicht klopt het ook nog; de marginale kosten van de bedrijven met rijdend materieel gaan immers omhoog. Maar is het ook geen voordeel dat de loodgieter een keer op tijd op zijn afspraken kan komen?

Hoe dan ook, het is natuurlijk een vreemde gang van zaken om de 300.000 houders van een wegenwachtpas die én internet hebben én de hele zaak een bal kan schelen over een miljardeninvestering te laten beslissen. Maar laten we eerlijk wezen, een grotere kans om marginal voter te worden zal ik in mijn leven niet meer krijgen. Dus heb ik, indachtig onze eerdere argumentatie op deze site, de juiste vakjes pro-kilometerprijs nog maar eens aangekruisd. Wie weet helpt het.

Voor twijfelende stemmers: echt waar, die kilometerheffing is een prima idee. U kunt u laten overtuigen door Mathijs Bouman of door mijn slotbetoog.

(meer…)

Beste mede-Spa-rood drinkers van Nederland. Is er iemand die wakker ligt van het feit dat we op terrassen regelmatig kraanwater met bubbels geserveerd krijgen? Ik in ieder geval niet. Nederlands kraanwater smaakt prima en op deze manier bewijzen we het milieu ook nog een dienst.

Maar vooral dit: wie bubbelwater bestelt op een terras is het vaak helemaal niet te doen om het drankje. De dienst die de uitbater verleent bestaat uit een stoel en een tafel op een aantrekkelijke locatie. Plus wat te drinken. In mijn inschatting is de hoofdmoot van de dienst het eerste element, en niet de consumptie.

Maar dat dat systeem van afrekenen via de drankjes is natuurlijk wel voor verbetering vatbaar. Zie onder meer hier.

Vaste lezer Ward wijst mij naar dit artikel in de Telegraaf. Zoals gebruikelijk zijn de reacties van de lezers onderaan de pagina interessanter dan het artikel erboven (leest u wel even om de rabiate regeringshaters heen?).  Er zijn er die laten zien hoe ontstellend weinig sommige mensen weten van simpele zaken zoals de premies die ze zelf betalen. Dat geeft maar weer aan waarom dit soort onderzoek grote waarde heeft.

Maar er zitten er ook tussen die iets meer denkwerk vergen. Jan Noga uit Muntendam (uiteraard met dubbel uitroepteken):

Ik mis in dit betoog een zeer belangrijk ding, er zijn de laatste decennia zeer veel machines gekomen die zonder bemanning kunnen werken. De werkgelegenheid is hierdoor afgenomen en zal waarschijnlijk ook niet meer terugkomen. Tel hierbij op dat werkgevers het overblijvende arbeidsintensieve werk naar lagelonenlanden overhevelen. Er is dus niet genoeg werk meer en als dit eerlijker verdeeld werd zou iedereen met maximaal 50 jaar met pensioen kunnen!!

Het zou een mooie tentamenvraag zijn: leg uit waarom dit niet klopt.

U heeft een maandelijks inkomen en maandelijkse uitgaven. Stel dat beiden verplicht elke maand gelijk zouden moeten zijn. Dat is helemaal niet handig, want uitgaven zijn onzeker en variëren over het jaar. In dat geval is het fijn om het inkomen zo te verdelen dat het hoger is in voorspelbaar dure maanden.

Zoiets moet de gedachtengang achter de instelling het vakantiegeld zijn geweest. Door in mei, precies als de zomervakantie moet worden geboekt, een groter gedeelte van het jaarsalaris uit te betalen kan de cash flow van de burger optimaal worden beheerd.

Helaas is de veronderstelling niet waar. Bij onbalans tussen inkomsten en uitgaven kunt u sparen dan wel lenen. En met de voorspelbaarheid van de grote vakantieuitgave valt het ook wel mee: veel mensen gaan niet op vakantie, of buiten de zomer. Wat gebeurt er dan met het vakantiegeld? Dat komt als onverwachte meevaller in de pot vermogen. Inmiddels gebruikt meer dan de helft van de ontvangers het geld om een schuld af te lossen of een spaartegoed op te bouwen. Je kunt stellen dat zoiets wordt veroorzaakt door de crisis, maar ook in goede tijden is dit gewoon verstandig budgetbeheer.

Feitelijk hebben we nu dus de situatie dat werkgevers in Nederland (verplicht) moeite doen om het inkomen in niet gelijkmatige porties over het jaar te verdelen en de werknemers die horten en stoten weer gladstrijken met behulp van de bank. Dat moet slimmer kunnen, zou je zeggen, maar onderschat niet de kracht van de gewoonte. Want vakantiegeld “is ingeburgerd en mensen ervaren het als prettig” en dus wil 87% het behouden.

In de New York Times staat vandaag een lang, overwegend lyrisch en zeer lezenswaardig artikel over het Nederlandse Model gezien door de ogen van een Amerikaan. Mooie quote:

American politics became entrenched in two positions [...]: the old left-wing idea of vast and direct government control of social welfare, and the right-wing determination to [...] privatize the system and leave people to their own devices. In Europe, meanwhile, the postwar cradle-to-grave idea of a welfare state gave way in the past few decades to some quite sophisticated mixing of public and private. And whether in health care, housing or the pension system [...], the Dutch have proved to be particularly skilled at finding mixes that work.

Het belangrijkste nadeel? De winkelsluitingswet:

Indeed, most shops close by 6 p.m. — precisely when people leaving work might actually want to patronize them.

[via]

Volgende pagina »