Allemaal politiek


Niet iedereen vindt dat het in deze tijden van crisis verstandig is om extra te bezuinigen. Neem bijvoorbeeld het IMF. Minister de Jager is het daar niet mee eens en komt vanochtend met de volgende doorwrochte analyse:

Je hebt altijd studeerkamerwetenschappers en je hebt de financiele markten. Om geld op te halen heb je niet zo heel veel aan die studeerwetenschappers want die zijn meestal niet zo heel erg rijk. Dus je hebt toch de financiele markten nodig om de schuld te financieren. En ze zeggen wel dat ze alles kunnen voorspellen maar daar hebben ze in ieder geval nog niet veel mee verdiend.

Luister maar, hier, het gewraakte fragment begint op 1:48 [via].

Heel soms, als je heel goed oplet, kom je ze wel eens tegen. Van die geniepige berichtjes die nauwelijks tot niet de krant halen maar wel degelijk van groot belang zijn. Ergens vorige week moet het gebeurd zijn, toen we allemaal ademloos naar Griekenland keken. Trouwe lezer Peter lette wel op en wijst op het volgende alarmerende bericht uit de ministerraad:

Ondernemers met een relatief klein marktaandeel krijgen meer ruimte om onder andere prijsafspraken te maken.

Ja heus, het staat er echt. Prijsafspraken mogen straks gemaakt worden door ondernemers als ze samen een marktaandeel tot 10% hebben, dat is nu nog 5%, terwijl de omzeteis vervalt. Het persbericht ademt zo’n sfeer van dat het heel goed is, dat er “ruimte voor samenwerking” komt, want wie kan er nu tegen samenwerking zijn? Tja, afnemers bijvoorbeeld, zoals u en ik, die nu gedwongen worden een flink hogere prijs te betalen. De motivatie lijkt me ronduit achterbaks: “Kleine ondernemers krijgen zo meer ruimte om zich te wapenen tegen de inkoopmacht van grotere bedrijven.” Maar de verruiming beperkt zich geenszins tot zulke gevallen. Gevallen waarin ondernemers prijsafspraken willen maken om domweg de consument af te zetten zullen veel talrijker zijn.

Natuurlijk zouden we met deze versoepeling problemen met Europa kunnen krijgen, dat grosso modo wel een verstandig mededingingsbeleid voert. Maar daar heeft minister Verhagen iets op gevonden: de “samenwerking” mag alleen wanneer dit “de handel met het buitenland niet beinvloedt”. Inderdaad: Nederlandse ondernemers mogen wel de Nederlandse consument gecoordineerd woekerprijzen in rekening brengen, maar niet de Duitse en Belgische. Het lijkt me weer een eerste stap terug op weg naar het kartelparadijs dat Nederland ooit was.

Wie op een willekeurige dag de krant openslaat loopt grote kans te lezen over tegenvallers in de zorgkosten. Het is zo’n onderwerp dat altijd actueel is, en door jaren van tegenvallers belopen de kosten van de zorg in Nederland inmiddels tegen de 10% van het BBP. Het CPB raamt een verdere stijging van dit aandeel: de kosten lopen sowieso op met het tempo van de groei, met dank aan meneer Baumol, maar daar bovenop komt een vergrijzingseffect van zo’n 1% per jaar. Oudere mensen gebruiken meer, langdurige, zorg en daar zijn er steeds meer van.

De verantwoordelijke minister, die nu regelmatig bij collega’s om extra geld moet vragen, is het zat en heeft de SER om advies gevraagd. Grote kans dat er dus al over een paar jaar actie wordt ondernomen! Eén van de wensen van de minister is om te kijken naar de mogelijkheid om inkomen en vermogen van ouderen in de oplossing te betrekken. Dat is een logische gedachte, maar waarschijnlijk geen goed idee.

(meer…)

Tja, wat moet ik hier nu weer van vinden? Ik heb de avond doorgebracht met dit verhaal (pdf) van de Duitse politicoloog Fritz Scharpf over de geschiedenis en toekomst van de EMU en ineens heb ik het gevoel dat alles op z’n plaats valt. De economie die Scharpf gebruikt is in orde en de politieke inzichten maken dat het verhaal volkomen logisch in elkaar steekt. Is economie alleen dan toch niet voldoende?

In het kort, dan: de Duitse Bundesbank voert in de jaren ’80 en ’90 een monetaristisch beleid dat werkt omdat Duitse vakbonden en overheid binnen de grenzen van de Bank opereren. De rente van de BuBa is aangepast aan de Duitse economie en de sociale partners en de overheid weten dat ze geen fratsen uit moeten halen. Dit model wordt gekozen voor de nieuwe ECB en dan loopt het mis.

De Europese rente is te hoog voor de Duitsers, die in een recessie terechtkomen. Gerhard Schröder moet vijf jaar lang onpopulaire maatregelen treffen, waaronder verdere loonmatiging, zie de grafiek hieronder.

201106082312.jpg

Voor het lokale perspectief: bij ons werkt het net zo. De groei stokt, JP Balkenende voert onpopulair beleid maar houdt wel de loonkosten in de hand. Na de crisis draaien de rollen om: de PIGS (GIPS, schrijft de aardige Scharpf) zijn te duur maar zij hebben niet de polder-instituties om lonen te matigen.

En nog een hele boel meer. Het stuk gaat over macroeconomische instrumenten, input- en output-legitimatie en ik ben blij dat ik het niet allemaal in een algemeen evenwichtsmodel hoef te gieten. Uiteindelijk loopt het even mis als Scharpf op pagina 32 toegeeft aan complot-denken maar voor de rest is dit kleine boekje zeker een uurtje leestijd waard. Ergens in dit verhaal zit een belangrijke les voor macroeconomen, en misschien ook wel voor Europa. [via]

Geeft Den Haag teveel geld uit aan extern onderzoek? Enerzijds natuurlijk niet. Meer economische expertise inhuren, daar zijn we vaak een voorstander van. Anderzijds ook weer wel. Zo was er recent sprake van dat de politiek pomphouders wil verplichten hun prijzen op een website te publiceren. Op zich wat vreemd, want zo’n website is er al jaren. Leasemaatschappij Athlon heeft al sinds 2005 de benzineprijzen van bijna alle pompstations op haar website, dagelijks geupdate. Tegenwoordig is er zelfs een app voor uw mobiele telefoon.  Ook uw TomTom levert hoogstwaarschijnlijk actuele benzineprijzen. In Den Haag hadden ze dat blijkbaar allemaal nog niet door, maar gelukkig heeft minister Verhagen een onderzoeksbureau ingehuurd om het allemaal uit te zoeken. Gister stuurde hij de conclusie naar de kamer.

Uit onderzoek van onderzoeksbureau Ecorys blijkt dat via navigatiesystemen en smartphones de prijzen van meer dan 80 procent van de Nederlandse tankstations al vergeleken kunnen worden.

Wie even vergeten was dat Angela Merkel opgroeide in de DDR kon daar gisteren weer kennis van nemen. Op een partijbijeenkomst stelde ze dat Europeanen allemaal eenzelfde pensioenleeftijd zouden moeten hebben, en evenveel vakantiedagen per jaar. Ik snap de redenering maar het is een slecht idee. Leest u even mee?

Politici zijn zo gek nog niet. Aan de vooravond van de Europese monetaire eenwording maakten ze zich al zorgen over mogelijk uitvretersgedrag van de deelnemers. Een land zou zijn schuld ver op kunnen laten lopen om vervolgens bij de ECB voor hulp aan te kloppen. Het reputatieverlies zou dan voor alle landen zijn. Er was al een no-bail-out clausule voor de ECB bedacht, maar dat leek de politici niet genoeg. In het verdrag van Maastricht werd daarom ook afgesproken dat landen geen al te groot tekort mochten hebben. Maar helaas waren de voorwaarden van het verdrag te zacht, zie ook hier.

Nou is het één ding dat de bestaande afspraak over tekorten niet wordt nageleefd. Dat is een oplosbaar probleem waar je in de toekomst betere regels voor kunt verzinnen. Maar een veel groter probleem is dat de maatstaf van het officiële tekort helemaal niet informatief is. Ik schreef daarover eerder op deze site. Kort gezegd: als een regering een procentje minder inkomstenbelasting heft loopt het tekort meteen op, maar als dezelfde regering belooft dat iedere burger op z’n 50e met pensioen mag is dat aan het tekort niet meteen te zien. Bekend is dat bijvoorbeeld de Grieken hiervan actief misbruik maakten.

Nu is de redenatie van Merkel waarschijnlijk dat we problemen in de toekomst moeten voorkomen door het stabiliteitspact verder uit te breiden. Niet alleen regels voor het officiële tekort maar ook regels voor alle zaken die het tekort kunnen beïnvloeden: de pensioenleeftijd, wettelijke vakanties, en ongetwijfeld ook de kinderbijslag, de salarisschalen van de politie en de regels voor bejaardenverzorgers. Het is een heilloze weg, want de mogelijkheden om dit soort regels te ontduiken zijn eindeloos. De regering die cadeautjes uit wil delen slaagt daar altijd in. En het valt te betwijfelen of veel Europeanen op dit soort betutteling uit Brussel zitten te wachten.

Hoe moet het dan? Marktwerking, natuurlijk. Door degenen die geld uitlenen mede verantwoordelijk te maken voor de rotzooi die ontstaat bij een faillisement zijn de prikkels weer goed gericht. De houders van de schuld zijn gemotiveerd om goed op te letten en Europa kan geloofwaardig zeggen dat er geen bail out komt. Er zijn ideeën genoeg om zoiets in de toekomst beter te laten werken.

Hallo vanuit Denemarken. Ik verkeer voor korte tijd aan de Deense kust en worstel dus een paar dagen met het lokale monopolygeld (waar men voorlopig niet vanaf wil). Denemarken is een mooi land om als vergelijking naast Nederland te leggen omdat de uitgangspunten zo vergelijkbaar zijn maar de beleidskeuzes vaak precies andersom. Dat geldt voor het geld, maar ook voor bijvoorbeeld het arbeidsmarktbeleid (Deense flexicurity versus Nederlandse ontslagbescherming – het CPB organiseerde er onlangs een conferentie over).

Een ander verschil is het uitbannen van de historische fout van het vroegpensioen. Waar we dat in Nederland vrij efficiënt gedaan hebben kwamen de Denen er niet goed uit. Hoewel ze in 2006 besloten dat hun efterløn op termijn niet houdbaar was, werd de verhoging van de bijbehorende leeftijdsgrens uitgesteld tot het verre 2019 (zie deze moeizaam vertaalde pagina). Iedereen die tijdens het besluit boven de 48 (!) was had van de hervorming geen last.

Dat was misschien wat oneerlijk en de huidige regering probeert er wat meer vaart achter te zetten. En dat had een heuse kleine crisis tot gevolg deze week, toen de Deense PvdA uit het overleg stapte. Dat vult de kranten en houdt de Denen bezig; de uitkomst is nog ongewis. Voor de passerende econoom is het geruststellend dat de ruzies gaan over de begroting van 2020, en niet die van vorig jaar.

Altijd mooi als economisch onderzoek invloed heeft op de beleidsdiscussie. Gemeenten moeten zelf maar bepalen op welke zondagen hun winkels open mogen, vinden D66 en GroenLinks, die recent onderzoek in De Economist aanhalen dat dezelfde conclusie trekt. Saillant detail is dat een van de auteurs van dat onderzoek Elbert Dijkgraaf is, nu prominent kamerlid van de SGP, een partij die fel tegenstander is van het plan.

In het bewuste artikel verklaren de auteurs het aantal koopzondagen waar een gemeente voor kiest uit een aantal demografische en politieke variabelen. Die blijken een duidelijke invloed te hebben. Met andere woorden: gemeenten zijn prima in staat hun eigen beslissingen op dit punt te nemen. Echter

Dijkgraaf stelt dat zijn D66-collega [van der Ham] verkeerd uit zijn stuk citeert. Volgens hem gaat het er om dat gemeenten binnen de marge van de landelijk vastgelegde maximum van twaalf koopzondagen zelf moeten beslissen of ze een koopzondag willen. “Omdat het een wetenschappelijke analyse is zou mijn conclusie nooit kunnen zijn zoals Van der Ham die stelt”, aldus Dijkgraaf. “Simpelweg omdat gemeenten die volledige vrijheid niet hadden en die cijfers er dus ook niet waren.”

Nogal flauw en opportunistisch. Hier blijkt haast sprake van PVV-logica: de situatie is anders, dus kunnen we er niets over zeggen. De conclusie van het artikel luidt immers:

Clearly, by taking into account [of] these differences a clear-cut case exist[s] to decentralize the decision on Sunday shopping opening compared with rules on a national level.

en daar is geen woord Chinees bij.

Een saillant detail dat onvermeld blijft is dat de co-auteur van het stuk Raymond Gradus is, directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA.

Zeer tegen mijn gewoonte in schrijf ik u met een aanwijzing voor uw taak als mijn vertegenwoordiger in Brussel. Ik hoop eigenlijk dat dit overbodig is, maar je weet maar nooit.

De Europese Commissie lijkt van plan om de termijn van het copyright op geluidsopnames te verlengen van 50 naar 70 jaar, met terugwerkende kracht. Dit is een extreem slecht idee. Met copyright is niets mis, het is een manier om artiesten te compenseren voor hun werk, in verhouding tot de waarde van dat werk. Dat levert een prikkel om mooie dingen te maken. Achteraf de termijn verlengen is echter niet nuttig, want het levert geen extra werken op. Het is ook niet gratis, want alle inwoners van Europa wordt het recht ontnomen om, naar eigen inzicht, de oude opnames te beluisteren of te gebruiken.

In het voorstel van de Commissie wordt uitgebreid ingegaan op het lot van sessiemuzikanten, die slechter af zouden zijn met slechts 50 jaar copyright. Het is moeilijk voor te stellen dat iemand gelooft dat de huidige sessiemuzikanten iets zouden merken van het onder copyright houden van 50 jaar oude muziek. Het voorstel zorgt alleen voor een conditieloze overdracht aan de rechtenhouders, een “lump sum”.

Er schijnt een verzoek voor ‘renewed referral’ te liggen van Christian Engström van, nota bene, de Piratenpartij. Ik kan er ook niets aan doen, maar deze man heeft gelijk. Kunt u overwegen het voorstel te steunen?

[maak gerust een kopie voor eigen gebruik]

Economen, wat moet je ermee? Er woedt, met name in de Volkskrant, een discussie over de meningen die economen verspreiden en de vraag of die enig wetenschappelijk gehalte hebben. Deze meneer vindt van niet, deze meneer ook niet, en deze meneer verdedigt de economen.

Het eerste probleem is natuurlijk dat er veel mensen zijn die zich econoom mogen noemen, maar dat de kwalificaties nogal uiteen lopen. Op deze lijst van Nederlandse economen staan Johan Witteveen en Mabel Wisse Smit gewoon naast elkaar. De titel econoom alleen zou niet heel veel vertrouwen in moeten boezemen. Er studeren er jaarlijks duizenden af.

De diepere vraag is of er in de economie wel inzichten bestaan die algemeen toepasbaar zijn. Als de economie een echte wetenschap was, dan zouden al die economen elkaar niet tegen moeten spreken, is de gedachte. Ik sta in deze kwestie, niet geheel verrassend, aan de kant van de economie als wetenschap. Het probleem is alleen dat onderwerp van de economie (en dan met name dat stuk dat de kranten haalt) zo complex is dat enig inzicht alleen kan bestaan als de econoom de zaak versimpelt. De goede econoom weet de kwestie zo te versimpelen dat de essentie behouden blijft. Maar die kunst verstaat niet iedereen, en dus woedt het debat. Deze situatie is trouwens niet uniek aan de economie. Natuurkundigen, een beroepsgroep met een veel betere reputatie, merken hoe vervelend een complexe situatie kan zijn als er een kerncentrale op springen staat. Dan spelen opeens veel zaken door elkaar en ontbreekt informatie over de stand van zaken binnenin de fabriek. Welke risico’s zijn op dat moment belangrijk, en welke doen er niet toe?

Ook natuurkundigen nemen op dat moment geen afscheid van hun theorie. Op eenzelfde manier ben ik een groot voorstander van de disciplinerende werking van de economische wetenschap. Wie zijn argumenten niet in economische termen, of nog liever, in een model kan opschrijven heeft waarschijnlijk een denkfout gemaakt. Klopt de argumentatie wel, dan wordt snel duidelijk welke afruil er in dat argument toe doet. Zo komt het debat weer een stukje verder.

Volgende pagina »