Meer multipliers

Tweehonderdvijftig pagina’s telt de WEO, het halfjaarlijkse overzicht van het IMF, maar aan de reacties te zien hadden dat er net zo goed drie kunnen zijn. Zoveel kantjes telt Box 1.1, geschreven door Blanchard zelf, met als onderwerp die verdraaide multipliers waar ik eerder deze week ook al over berichtte. Dat laatste verplicht mij er nu nog iets meer over te zeggen. “Meer multipliers” verder lezen

Marktfalen

Tja. Allemaal leuk en aardig zo’n Politieke Aandelenmarkt, maar uiteindelijk zaten onze handelaren er natuurlijk flink naast. Zacht uitgedrukt. In onderstaande tabel de uitslag en de laatste prognoses van markt, Politieke Barometer en Maurice de Hond. In de laatste kolom de som van absolute verschillen tussen voorspelling en uitslag.

  VVD PvdA PVV CDA SP D66 GrnL ChrU Ov Vrs
Uitslag 41 38 15 13 15 12 4 5 7  
PAM 32 31 18 14 25 13 5 5 7 32
PolBar 37 36 17 13 21 10 4 5 7 16
MdeH 36 36 18 12 20 11 4 5 8 18

We kunnen nog proberen er een positieve draai aan te geven door bijvoorbeeld te stellen dat we toch maar mooi de eerste waren die de opkomst van de PvdA voorspelden, maar zo’n spin is natuurlijk haast net zo ongeloofwaardig als de SP die beweert dat ze het best wel goed gedaan hebben omdat er geen zetels verloren zijn.

Waar het allemaal mis ging? Het lijkt er toch op dat veel handelaren te kampen hadden met bindende budgetbeperkingen aan het einde van de rit, en daardoor niet meer in staat waren nog meer aandelen PvdA en VVD op te kopen. Volgende keer dus toch maar met echt geld.

De uitslag volgt.

VVD toch de grootste

Vanochtend om half acht openden de stemlokalen en sloot de Politieke Aandelenmarkt. Wachten op exit-polls of de einduitslag, het hoeft allemaal niet. Met gepaste trots brengen wij u nu al de einduitslag van de Kamerverkiezingen 2012. Volgens onze markt dan toch. In onderstaande tabel staan ook de percentages, want dat is wat er echt op de markt is bepaald. Voor de volledigheid ook de laatste peilingen van de Politieke Barometer en Maurice de Hond.

  VVD PvdA PVV CDA SP D66 GrnL ChrU Ov
PAM 32 31 18 14 25 13 5 5 7
% 20.81% 20.48% 12.17% 9.50% 16.31% 8.98% 3.15% 3.24% 5.33%
PolBar 37 36 17 13 21 10 4 5 7
MdeH 36 36 18 12 20 11 4 5 8

Ook onze handelaren voorzien een nek-aan-nek race tussen PvdA en VVD. Meest opvallend is dat beide partijen rond de 32 zetels blijven hangen, terwijl ze bij de peilers zijn doorgeschoten naar boven de 35. Al is een mogelijke verklaring voor dat verschil natuurlijk ook dat het virtuele geld van onze handelaren inmiddels op was. We zullen zien wie er gelijk heeft.

De oplettende lezer merkt op dat de zetelverdeling net iets anders is dan wat nu nog in de rechterkolom staat. Als we namelijk netjes rekening houden met lijstverbindingen (wat we in de rechterkolom niet doen), schuift er nog net een restzetel van D66 naar GroenLinks (dank).

Morgen gaan we evalueren. Daarna is het eindelijk weer tijd voor andere dingen.

PvdA de grootste

Nog twee dagen voor de verkiezingen. En dat levert heftige koerswisselingen op op onze Politieke Aandelenmarkt. Hieronder de stand van hedenochtend, waar de PvdA duidelijk de grootste is. In onderstaande tabel de virtuele zetelverdeling, in de rij ‘Verschil’ het verschil met het vorige beursbericht. Voor de volledigheid ook de laatste peilingen van de Politieke Barometer en Maurice de Hond. Nog steeds blijft de VVD op de markt hardnekkig achterlopen bij de peilingen, ondanks een winst van 3 zetels.

  VVD PvdA PVV CDA SP D66 GrnL ChrU Ov
PAM 30 33 19 14 23 14 5 5 7
Verschil + 3 + 6 + 1 – 3 – 3 – 2   – 1 – 1
PolBar 35 35 19 13 21 11 4 6 6
MdeH 33 32 19 12 23 13 4 5 9

Denkt u dat u het beter weet? U kunt nog net meedoen. Het is leuk en kost niets. Volg de instructies op deze pagina.

Als de stembussen opengaan, sluit de markt. Woensdagochtend de eindstand.

Nek aan nek aan nek

Spectaculaire ontwikkelingen op onze Politieke Aandelenmarkt, waar de PvdA stug door blijft groeien en vanochtend met 27 zetels zelfs nipt de grootste is. De VVD gaat fors onderuit en staat nu ook op 27 zetels, maar met een half procentje minder dan de sociaaldemocraten. Een neuslengte daarachter de SP, met 26 zetels.

In onderstaande tabel de virtuele zetelverdeling op basis van de koersen van hedenochtend, in de rij ‘Verschil’ het verschil met vorige week. Voor de volledigheid ook de laatste peilingen van de Politieke Barometer en Maurice de Hond. Vooral het verschil bij de VVD tussen peiling en markt is opvallend. Die zetels komen met name ten goede van CDA en D66.

  VVD PvdA PVV CDA SP D66 GrnL ChrU Ov
PAM 27 27 18 17 26 16 5 6 8
Verschil – 5 + 3 + 2   – 3 + 1 + 1   + 1
PolBar 35 30 18 14 24 14 3 4 8
MdeH 35 25 18 12 29 13 5 6 7

Denkt u dat u het beter weet? U kunt nog steeds meedoen. Het is leuk en kost niets. Volg de instructies op deze pagina.

Wat het volk wil

Bij de stemwijzer vullen kiezers hun mening in over 30 stellingen, waarna zij een stemadvies krijgen. Een aardig bijproduct van deze site is de statistiek over de voorkeuren van de verzamelde deelnemers. Als iedereen één keer meedoet en zijn/haar oprechte mening invult is dit een geweldige opiniepeiling. Dat komt vooral door de omvang van de steekproef. Toen ik vanochtend op de site keek waren er al 1.553.927 stemwijzers ingevuld.

Natuurlijk wordt aan de voorwaarden voor een echte steekproef niet voldaan. Ik vul de stemwijzer zelf minstens twee keer in, één keer voor een stemadvies en één keer met andere antwoorden om te kijken met welke partijen ik het helemaal niet eens ben. Als iedereen dat doet zijn de statistieken waardeloos. Aan de andere kant heeft een gewone enquête ook zo zijn nadelen, en heeft de stemwijzer als voordeel dat een eerlijk antwoord voor de deelnemer tot een nuttig advies leidt. Dat motiveert wellicht om open kaart te spelen.

In het verleden heb ik resultaten van eerdere stemwijzers gebruikt om te kijken hoe Nederlanders over economische onderwerpen denken (hier en hier). De conclusie was beide keren dat die gedachten nogal afwijken van de standaard economische wijsheden: liever geen lump sum, geen flexibiliteit of concurrentie. De kiezer heeft ook niet veel op met vrij verkeer van arbeid of een onafhankelijke centrale bank.

De aankomende verkiezingen geven de mogelijkheid om te kijken of er ook beweging zit in die meningen. Anderhalf jaar geleden waren er Provinciale Statenverkiezingen; er was er toen een stemwijzer Eerste Kamer beschikbaar. In de huidige stemwijzer is aantal stellingen (vrijwel) gelijk gebleven. Daarmee kunnen we zien of Nederlanders van mening veranderd zijn.

Kiezers kunnen bij elke stelling kiezen voor eens of oneens, of  voor geen mening. Ook kunnen ze achteraf aangeven welke stellingen voor hen belangrijk zijn. In de tabel hieronder staan de percentages eens en oneens (die dus niet optellen tot 100) en de positie in de top-30 belangrijke stellingen (1 wordt het belangrijkst gevonden) die ik vanochtend op de site las. Ik licht de economische stellingen eruit:

Jaar Stelling Eens Oneens Belangrijk
2012 De leeftijd waarop iemand AOW krijgt moet 65 jaar blijven, in ieder geval tot 2020. 50% 42% 2
2011 De leeftijd waarop iemand een AOW-uitkering krijgt moet 65 jaar blijven 54% 37% 2
2012 Het moet voor werkgevers gemakkelijker worden om werknemers te ontslaan. 32% 59% 4
2011 Het moet voor werkgevers gemakkelijker worden om werknemers te ontslaan. 33% 54% 7
2012 De aftrek van de hypotheekrente moet niet verder worden beperkt. 53% 34% 1
2011 De hypotheekrenteaftrek moet de komende jaren onaangetast blijven. 53% 34% 1
2012 De hoogte van de kinderbijslag moet afhangen van het inkomen. 75% 21% 8
2011 De hoogte van de kinderbijslag moet afhankelijk worden van wat iemand verdient. 74% 21% 5
2012 De regering moet de studiebeurs afschaffen. Studenten moeten voortaan geld lenen voor hun studie. 17% 77% 3
2011 Het collegegeld moet fors omhoog voor studenten die meer dan een jaar extra over hun studie doen. 33% 56% 3

Als eerste valt op dat er maar weinig beweging zit in de percentages. Iets minder kiezers willen de AOW-leeftijd handhaven, ondanks de minder scherpe stelling. Over ontslagrecht, hypotheekrente en kinderbijslag zijn de meningen vrijwel exact hetzelfde verdeeld als vorig jaar, alleen het aantal tegenstanders van een minder streng ontslagrecht loopt iets op, met stemmers uit het kamp “geen mening” zo te zien. De laatste stelling is wat aangescherpt, wat het hogere percentage tegenstanders wellicht verklaart. In alle gevallen stemt meer dan de helft tegen wat ik de economische orthodoxie* zou noemen (AOW omhoog ivm. hogere levensverwachting, flexibele arbeidsmarkt, afbouwen HRA, zoveel mogelijk lump sum uitkeringen, en investeringen in menselijk kapitaal zelf  bekostigen). En dat niet uit desinteresse, want deze stellingen worden ook nog eens het belangrijkst gevonden.

Het volk tegen de economen? Dat beeld wordt wat afgezwakt als we naar de andere economische stellingen kijken, degenen die vorig jaar niet op de lijst stonden:

Stelling Eens Oneens Belangrijk
Het tekort op de begroting mag in 2013 niet meer dan 3% bedragen. 58% 24% 7
Gemeenten moeten zelf kunnen bepalen of de winkels op zondag open mogen zijn. 82% 14% 26
Er moet Europees toezicht op banken komen. 75% 16% 10
De periode dat iemand een WW-uitkering krijgt moet veel korter worden, maar het bedrag moet de eerste maanden wel omhoog. 33% 50% 11
Verhuurders van woningen moeten zelf kunnen bepalen hoeveel huur ze vragen. 32% 62% 16
Er moet meer concurrentie tussen zorginstellingen (marktwerking) komen. 35% 55% 12

Over het tekort kun je van mening verschillen, afhankelijk van de waarde die je hecht aan Europese regels (voor ons en andere landen) maar de kiezer gaat hier niet voor het makkelijke antwoord. Zondags winkelen is populair maar niet belangrijk, Europees bankentoezicht wel. Voor die twee stellingen  is waarschijnlijk wel een groot  aantal economen te vinden. Verder graag niets veranderen: de WW moet zo blijven, geen vrije huurmarkt en geen vrije zorgmarkt.

Het behoudzuchtige beeld dat opstijgt uit deze statistieken is misschien wat geflatteerd. De kiezer mag aangeven hoe het moet, maar er is geen beperking op de mogelijkheden. Een echte afruil wordt niet gevraagd, wat het makkelijk maakt om voor hoge uitkeringen en lage belastingen te kiezen. Een stemwijzer die rekening houdt met schaarste zou misschien een beter beeld geven.

* Het is mij bekend dat er voor elke mening ook een econoom bestaat – ik probeer hier aan te geven wat men, op grond van het wereldbeeld dat in de standaard economische theorie geschetst wordt, zou kunnen vinden.

PvdA rukt op

Daar is ie weer, ons onregelmatig verschijnend overzicht van de laatste verschuivingen op onze Politieke Aandelenmarkt. De PvdA is bezig met een opvallende opmars, met 2  zetels winst ten opzichte van de vorige keer. Die winst gaat rechtstreeks ten koste van de SP.

In onderstaande tabel de virtuele zetelverdeling op basis van de koersen van hedenochtend, in de rij ‘Verschil’ het verschil met het vorige beursbericht, alweer een kleine maand geleden. Voor de volledigheid ook de laatste peilingen van de Politieke Barometer en Maurice de Hond. En TNS NIPO hebben we er ook maar eens bijgezet.

  VVD PvdA PVV CDA SP D66 GrnL ChrU Ov
PAM 32 24 16 17 29 15 4 6 7
Verschil + 1 + 2 – 1   – 2 + 1 – 1    
PolBar 34 22 19 14 30 14 5 6 6
MdeH 32 18 18 14 35 14 5 7 7
TNS Nipo 36 24 15 13 30 12 4 7 6

Uiteraard kunt u nog steeds meedoen. Het is leuk en kost niets. Volg de instructies op deze pagina.

Stembreker

Jongerenbeweging G500 lanceerde de Stembreker, de afgelopen dagen regelmatig in het nieuws. Met de Stembreker kan je je stem over meerdere partijen verdelen. Simpel voorbeeld: Stel u wil 50% van je stem aan de VVD geven en 50% aan D66. Als er zich op de website nog zo iemand aanmeldt, dan krijgt de ene persoon op de ochtend van 12 september middels SMS opdracht om op de VVD te stemmen, en de ander om dat op D66 te doen. Geaggregeerd bereikt iedereen zo zijn gewenste stemverdeling.

Op zich een sympathiek en lovenswaardig initiatief. Maar natuurlijk kan het veel simpeler. Precies: door het volgen van een gemengde strategie. Gooi met een dobbelsteen. Als het 1, 2 of 3 wordt stem je VVD, bij 4, 5 of 6 wordt het D66. Of, bij een gecompliceerdere verdeling: open een Excel spreadsheet, type ASELECT() in een hokje, als de uitkomst beneden de 0.5 ligt stemt u VVD, als ie er boven ligt wordt het D66. Uiteraard is die stemregel eenvoudig aan te passen voor wie zijn stem op een ingewikkelder manier wil bepalen.

Geaggregeerd en in verwachte waarde heeft deze methode precies hetzelfde effect als de Stembreker. En het is nog betrouwbaarder ook. Niet dat ik die jongens van G500 niet vertrouw, maar je kunt nooit weten en tenslotte stemmen we ook niet voor niets met een rood potlood in plaats van een stemcomputer. Bovendien moet je maar afwachten of die andere persoon netjes zijn stemopdracht opvolgt.

Het is ook een beproefde methode. Bij de kamerverkiezingen van 1993, toen ik maar niet kon kiezen tussen partijen A en B , besloot ik op weg naar het stemhokje mijn keuze te laten bepalen door het aantal kandidaten op lijst 1. Was dat even, dan ging mijn stem naar partij A, was het oneven, dan koos ik voor B. Aldus geschiedde.

Vergeet dus de Stembreker, ga voor de Stemmenger! Nu alleen nog een website optuigen.

Kruispost van economie.nl

Iets doen, niets doen

Wat is het verschil tussen iets doen en iets laten? Wie zijn fiets verkoopt voor 100 euro eindigt net zo als degene die de aanschaf van dezelfde fiets overweegt, maar niet uitvoert (namelijk met 100 euro en zonder fiets). Althans, in de puur economische overweging. Er is zou ook geen verschil moeten zijn tussen het verwijderen van een regel uit het wetboek, en het automatisch verlopen van dezelfde regel.

Helaas is dit één van de gevallen waarin de puur economische overweging de plank misslaat. Argeloze burgers hebben een heel verschillende houding tegenover de situaties met de fiets; dat probleem staat bekend als de status quo bias [pdf]. En voor wat betreft de regels is er een vergelijkbare neiging om alles bij het oude te laten in de politiek.

Voor dat laatste kun je verschillende redenen voor aanvoeren. Ten eerste kost het moeite om iets te veranderen, en de beschikbare voorraad moeite is beperkt. Daar komt bij dat het vaak verstandig is om niet teveel dingen tegelijk te veranderen, zelfs als die veranderingen in theorie beter zouden moeten zijn. Onze kennis over het systeem is ook beperkt, waardoor we maar beter niet te ver afwijken van wat bewezen werkt.

Maar behalve dit conservatisme is er ook nog een inzicht uit het spookgebied tussen economie, psychologie en politieke wetenschappen dat iets zegt over het verschil tussen iets doen en niets doen: degene die iets doet is ervoor verantwoordelijk, in politieke zin. Wie de belastingen verlaagt is veel meer zichtbaar verbonden met de wijziging dan dan degene die ze niet verhoogt. Die verantwoordelijkheid maakt actie duurder dan inactie.

Dat de Amerikanen het verschil tussen doen en laten goed begrijpen is te zien aan het veelvuldig gebruik van sunset clauses in de Amerikaanse wetgeving. Daarbij wordt de wet automatisch weer ingetrokken na een bepaalde, vooraf vastgestelde, periode. De wet in stand houden betekent dat er iets moet gebeuren, in plaats van niets. Als dit geen verschil zou maken was de clause verspilde inkt, maar dat is niet het geval. De bepaling zorgt ervoor dat een nieuw cohort politici expliciet de verantwoording neemt voor een maatregel, in plaats van een stilzwijgende verlenging.

Zijn sunset clauses een goed idee? Ik ben geneigd om ja te antwoorden, de bepaling zorgt ervoor dat er af en toe opnieuw naar de zinnigheid van een maatregel wordt gekeken. Stel dat er bij de invoer van de hypotheekrenteaftrek (in 1893) een bepaling was opgenomen dat de aftrek in 2018 weer zou worden afgeschaft. Geen radicaal andere situatie, want de huidige Tweede Kamer zou makkelijk kunnen beslissen de afschaffing ongedaan te maken. Toch zou dat een heel ander debat zijn dan het huidige “niet tornen aan”.

Maar er is vast een optimum in het gebruik van dit soort wekkers te vinden. De grondwet moet niet elke vijf jaar ter discussie komen, en als bekende strijdpunten steeds opnieuw worden bevochten levert dat teveel onzekerheid op. Dat laatste is goed te zien bij wat tegenwoordig de fiscale klif heet, het feit dat in de VS crisismaatregelen ter grootte van 4% BBP op 1 januari aanstaande verlopen. Dat ze nu actief verlengd moeten worden geeft een compleet andere situatie dan als ze rustig bleven bestaan. Maar of dit in dit geval wenselijk is, valt te betwijfelen.

Overcapaciteit

Stel, er zijn twee producenten van bakfietsen in het dorp. U en uw buurman. U heeft allebei een fabriekje waarmee u 100 bakfietsen per jaar kan maken. Uw bakfietsen zijn degelijk, solide, en liggen prima in de markt. U verkoopt er 90 per jaar. De buurman, die wat meer nadruk legt op design, heeft het moeilijker. Hij verkoopt 70 bakfietsen per jaar.

Op een zonnige dag stapt de buurman naar de burgemeester. Er is een overcapaciteit van 40 stuks in de bakfietsenbusiness en daar moet maar eens een eind aan komen. Zijn voorstel: u krimpt allebei uw productiecapaciteit met 20 stuks in. De pijn moet immers eerlijk verdeeld worden.

Een absurd verhaal? Toch lijkt het precies wat Sergio Marchionne, baas van Fiat, voorstelt.

Wel creatief, die Italianen.