Bedragen


Kent u dit soort internetpagina’s? Ze bestaan uit een grote tabel met verticaal een type mobiele telefoon en horizontaal een type abonnement. U kiest een abonnement en een mobieltje en in de tabel vindt u de prijs van het toestel. Hoe duurder het abonnement, en hoe langer de looptijd, hoe goedkoper het toestel. Het is een vorm van subsidie: wie zich lang vastlegt op maandelijkse betalingen krijgt vandaag een bedrag cash terug.

Bij het zien van dit soort cijferbrij mag ik graag de spreadsheet opstarten. Welk verband bestaat er eigenlijk tussen de subsidie en het maandelijkse bedrag? Een manier om dat uit te rekenen is aan te nemen dat het een pure lening betreft: ik krijg een bedrag ineens van de telefoonmaatschappij en los dat in maandelijkse termijnen af. Dat ik dan ook nog mag bellen neem ik op de koop toe. Van deze lening kunnen we het rentepercentage berekenen.

Omdat het moeilijk te bepalen is wat een telefoon precies mag kosten heb ik dit eens voor eerste verschillen gedaan. Dus: als ik overstap naar een abonnement dat een klasse duurder is, betaal ik maandelijks iets meer maar krijg ik ook meer korting. Hoe verhoudt die korting zich met het maandelijkse bedrag? De uitkomst is op zijn minst verrassend. Hier is een typisch voorbeeld: de rentepercentages (op maandelijkse basis) voor Telfort:

100-150 150-200 200-300 300-500 500-1000
laagste -3.4 -16.3 -3.8 4.9 129
mediaan 3 -4.5 5.7 21.4 571

Op de eerste rij staat de overstap, dus van 100 naar 150 etc. De verrassing zit in de negatieve percentages. Die betekenen dat het bedrag dat ik nu terug krijg groter is dan het totale bedrag dat ik extra aan abonnement betaal. Ook al gebruik ik de extra minuten dus nooit, dan nog is het duurdere abonnement voordeliger. Bij Telfort kun je in meer dan de helft van de gevallen beter een 200- dan een 150-abonnement nemen.

En er zijn er meer. De gevallen met mediane rente kleiner dan nul zijn

T-mobile 15-20 -3.8
T-mobile 20-25 -11.9
Vodafone 100-150 -6.6
Vodafone 150-200 -6.3
Hi online 13,96-16,95 -0.1

De vraag is dus: kiest iemand ooit voor een T-mobile 15 abonnement? Of een Vodafone 100? [Eerder over mobiele abonnementen]

Na geruime tijd volgt hier weer een bericht uit onze langlopende serie Coase is overal, waarin externe effecten geïnternaliseerd en afgekocht worden.

Ooit nam ik met mijn lieve vriendin een binnenlandse vlucht in de VS, waarbij het arme kind een nogal corpulente Amerikaan met vliegangst naast zich trof. De man had ernstige twijfels over het vliegvermogen van ons toestel en die bleken na een tijdje besmettelijk. Vooral vanwege zijn (achteraf wat overtrokken) opmerking we’re all gonna die hadden we misschien toch liever naast een lege stoel gezeten.

Het kan, tegenwoordig. Voor €25 per enkeltje koop je gemoedsrust en wat armruimte op weg naar de vakantie. Geen geld!

Kijk, met zo’n kop heeft reizigersvereniging Rover meteen onze aandacht. We gaan er eens goed voor zitten, ons verheugend op een degelijk stukje economische analyse. Benieuwd waar die 17% op gebaseerd is. Een mooie maatschappelijke kostenbatenanalyse misschien, waaruit blijkt dat de positieve externe effecten van openbaar vervoer onvoldoende zijn weerspiegeld in de prijs van het product? Of nee, wacht, misschien wordt aangetoond dat de openbaar vervoerders teveel marktmacht hebben en daardoor een prijs zetten die 17% hoger is dan bij volledige mededinging! Of anders een fraai stukje benchmarking waaruit blijkt dat het OV in Nederland 17% duurder is dan in omliggende landen met een vergelijkbare structuur?

Vergeet het maar. Lees het persbericht en huiver:

Tussen 2002 en 2009 stegen de prijzen van het stads- en streekvervoer ruim 17% meer dan de inflatie.

Ja maar. Dat is alles!? Dit slaat natuurlijk helemaal nergens op. Allereerst: waarom 2002? Kies een ander jaar en je krijgt een ander getal. Dit suggereert dat de prijs in 2002 precies goed zou zijn geweest, en vervolgens ook nog eens dat bijvoorbeeld de kostenontwikkeling in het OV sindsdien hetzelfde is geweest als die in de rest van de economie.  Dat zijn twee aannames die volledig uit de lucht zijn gegrepen.

Volksverlakkerij, dat is het.

ingwinst

De daling van de winst van ING valt nog best mee als je naar bovenstaande grafiek kijkt. Jammer dat er geen hout van klopt. De eenheden verticaal zijn, afgaande op de linker staaf van 1920 miljoen, tientallen miljoenen. De rechter staaf is dan zo’n 900 miljoen lang, in plaats van de werkelijke 71 miljoen.

Natuurlijk wel beter zichtbaar zo, maar met de manier waarop mensen met grote getallen omgaan zou ik het toch niet zo in beeld brengen. (Eerder gezeur over grafieken.)

Beste mede-Spa-rood drinkers van Nederland. Is er iemand die wakker ligt van het feit dat we op terrassen regelmatig kraanwater met bubbels geserveerd krijgen? Ik in ieder geval niet. Nederlands kraanwater smaakt prima en op deze manier bewijzen we het milieu ook nog een dienst.

Maar vooral dit: wie bubbelwater bestelt op een terras is het vaak helemaal niet te doen om het drankje. De dienst die de uitbater verleent bestaat uit een stoel en een tafel op een aantrekkelijke locatie. Plus wat te drinken. In mijn inschatting is de hoofdmoot van de dienst het eerste element, en niet de consumptie.

Maar dat dat systeem van afrekenen via de drankjes is natuurlijk wel voor verbetering vatbaar. Zie onder meer hier.

Wie mobiel belt betaalt per minuut. De prijs per minuut is veel hoger dan de marginale kosten die de operator daarvoor maakt: die zullen niet veel hoger dan nul liggen. In feite betaalt de beller stukje bij beetje de (vaste) kosten van de aanleg van het netwerk terug.

Dat gaat mis als de beller gebruik gaat maken van Skype, de gratis internet-beldienst. Wie een onbeperkte databundel heeft (€10,- per maand) kan dan kosteloos bellen met zo’n beetje de hele wereld. Dat mag dus niet van de meeste operators, zoals in de VS en in Duitsland. Lobbygroepen willen dat verbod nu van tafel.

Economisch gezien is dit een bekend probleem: een ondernemer moet een forse investering doen en kan die stukje bij beetje terugverdienen als hij het monopolie erover mag houden, maar de techniek laat dat niet toe. Het speelt onder meer bij schrijvers, musici, uitvinders, programmeurs. De oplossing is meestal om dat monopolie juridisch af te dwingen en zo de ondernemer te prikkelen te investeren. Achteraf lijkt het dan optimaal om het monopolie tóch niet af te dwingen, maar daarmee ontmoedig je de volgende investering weer.

In dit geval is het dus onverstandig telecombedrijven te dwingen om hun monopolie op het bellen op te geven. Het zou op korte termijn goed zijn voor consumenten (en slecht voor de aandeelhouders van de bedrijven) maar op lange termijn investeringen verminderen. Er is bovendien al een mechanisme dat ervoor moet zorgen dat het aanbod van mobiele belbedrijven competitief blijft: de concurrentie tussen de vier Nederlandse operators.

Een aantal weken geleden stelde ik hier vast dat de waarde van het aandelenbezit van Nederlanders lang niet zo hard naar beneden ging als de indices. Mijn conclusie was dat Nederlanders aandelen bijgekocht hadden. Het alternatief, het massaal verslaan van de index, leek onwaarschijnlijk.

Enkele dagen later vond Marco een aanwijzing dat Nederlanders juist aan het verkopen geslagen waren na de koersdalingen begin vorig jaar. Een mysterie.

Vandaag trof ik op de site van onze centrale bank een bericht dat de eerdere observatie bevestigt. Het proza is taai als schoenleer, maar lees even mee:

De waarde van Nederlandse aandelen in bezit van buitenlandse beleggers is met 47 procent echter aanzienlijk sneller gedaald dan de waarde van buitenlandse aandelen in handen van Nederlandse ingezetenen (16 procent; tot en met het derde kwartaal van 2008).

Voor ons is die -16% van belang: als Nederlanders gewoon in de index hadden gezeten dan waren ze tussen de 24% (S&P500) en de 30% (Euronext 100) kwijt geweest. Hier zien we dus hetzelfde als in de eerdere cijfers: óf Nederlanders versloegen de index, óf ze kochten bij. Of misschien gebruik ik de verkeerde indices, maar elders is het niet echt beter. Het mysterie blijft, maar de oplossing lijkt in het buitenland te zitten.

Overigens, die -47% rendement voor buitenlanders is deels het verdwijnen van Nederlandse beursfondsen (ABN Amro bijvoorbeeld) en geen echt verlies.

Nog even terugkomen op een bericht van Thijs, vorige week, waarin hij constateerde dat CBS-cijfers suggereren dat gedurende de eerste 9 maanden van vorig jaar de Nederlandse particuliere belegger óf het aanzienlijk beter heeft gedaan dan de markt (wat zeer onwaarschijnlijk is), óf massaal aandelen heeft bijgekocht (wat vrij onwaarschijnlijk lijkt).

Gisteren berichtte NRC next over de cijfers (helaas niet online). Opvallend citaat:

Het CBS constateert tevens dat particuliere beleggers per saldo voortdurend aandelen verkopen.

Er ligt een plan om het aantal koopzondagen in Nederland te beperken. De Tweede Kamer sprak er vorige week al over. Het platform detailhandel is tegen en claimt dat de beperking 20.000 banen kost. Dat getal domineert inmiddels het debat, mede door een advertentie die het platform vandaag laat plaatsen.

Waar komt het getal vandaan? Van het platform zelf, maar op hun site staat geen verantwoording. Om iets over de methode te weten te komen moeten we naar dit interview op BNR luisteren. Jelger Zee van het platform licht daar toe: 1) de achterban vreest 3 tot 4% omzetverlies en 2) elk procent omzetverlies kost 5.000 banen. Het argument dat gemiste omzet op andere dagen wordt goedgemaakt klopt niet, want “op zondag gaan mensen anders winkelen, mensen gaan funshoppen.”

Dit “onderzoek” is redelijk arbitrair en hangt op de natte vinger van de winkelier. Dat de kranten het toch afdrukken toont maar weer eens hoe verleidelijk een getal kan zijn, ook al valt het uit de lucht. Twintigduizend banen, meneer, in deze tijd.

Maar stel dat het klopt, een mogelijkheid die we niet mogen uitsluiten. Zijn die 20.000 mensen dan voor altijd werkloos? Welnee, de consument moet ergens naartoe met zijn geld. De bestedingen buiten de detailhandel groeien, internetwinkels (altijd open!) zoeken personeel, de horeca. De juiste kop is in dat geval, “minder koopzondagen kost 20.000 banen in de detailhandel“. Op langere termijn komt iedereen wel weer onder dak. Maar de langere termijn, dat duurt even, en het is een feit dat het niet handig is om juist nu werkgevers in het nauw te brengen.

Ik snap dat het platform het via de banen speelt, een politiek moeilijk punt in deze tijd. Maar de werkelijke kwestie is volgens mij een andere. Door winkels te verbieden op zondag te openen maakt de regering transacties onmogelijk, transacties tussen volwassen mensen die daar allebei beter van worden. Zondagssluiting is niet alleen slecht voor winkelpersoneel, maar vooral voor de consument. En het zijn de consumenten die over twee jaar de regering gaan beoordelen.

Het CBS komt vandaag met cijfers over de vermogenspositie van Nederlandse huishoudens, de eerste waarin de effecten van de kredietcrisis goed zichtbaar zijn. Een “recordverlies” schrijft de NOS.

De cijfers laten echter nog iets anders zien. Het particulier aandelenbezit stond begin dit jaar op €239 mrd. Na drie kwartalen was daar nog €196 mrd van over, een verlies van 43 miljard euro. Maar nu iets vreemds: in dezelfde periode daalde de AEX met 35.6%, en andere indices met vergelijkbare percentages. Als de aandelenbezitters niets hadden gedaan dan zouden ze een dubbel zo groot verlies, €85 mrd, moeten hebben gedraaid.

Wat is er gebeurd? Het is mogelijk, maar zeer (zeer!) onwaarschijnlijk, dat heel Nederland de index verslagen heeft. Ook kan het zijn dat de “overige deelnemingen” van beleggers, die ook in de cijfers meetellen, minder hard zijn gedaald (of niet liquide zijn, zodat de waarde op dit moment overschat wordt). Maar waarschijnlijker is dat de Nederlanders, bij het zien van de dalende koersen, massaal zijn ingestapt. Is dat het geval dan komt er bij de volgende cijfers nog een mooi verlies overheen: in het vierde kwartaal daalde de index met 25%.

« Vorige paginaVolgende pagina »