Uit de lucht


Deze week stond er plots een mevrouw voor de deur die probeerde mij Eneco HollandseWind aan te smeren. Zij kwam met de volgende argumenten:

  1. Energie uit Nederland halen is veel goedkoper dan het uit het buitenland te importeren, zoals andere maatschappijen doen. Dan moet je immers invoerrechten betalen.
  2. En zeg nu zelf, energie uit Nederland halen is toch sowieso beter.
  3. Met HollandseWind liggen uw energietarieven voor de komende 3 jaar vast. En dat is gunstig, want iedereen weet dat door de huidige economische crisis de energieprijzen zullen stijgen.

Ik probeerde nog iets te mompelen over interne markt, over dat ik toch liever het uitzicht in Noorwegen verpest zie door windmolens dan dat in Nederland en over dat crisis doorgaans minder energievraag en dus lagere prijzen betekent, maar ik kreeg de indruk dat ze toch niet echt zat te wachten op een inhoudelijke discussie op basis van economische argumenten.

De suggestie dat HollandseWind reuzegoedkoop is omdat het 108 euro korting kan opleveren afhankelijk van de gemiddelde windsnelheid is natuurlijk ook ietwat misleidend.  Uit de kleine lettertjes blijkt dat je bij HollandseWind 1,1 cent per kWh meer betaalt dan bij Ecostroom 3 jaar vast, wat vast ook heel milieu is (zie hier en hier). Bij een gemiddeld verbruik van 3350 per jaar, waar Eneco van uit gaat, ben je dan in 3 jaar 110 euro duurder uit. Grappig dat dat vrijwel gelijk is aan de maximale “korting” die je kan krijgen.

Het jaar loopt op zijn einde op de gebruikelijke wijze: terugblikken, gedoe met vuilnisbakken, geknal in de straat en de jaarlijkse ingezonden brief van een oogarts. Die gaat vandaag weer flink los:

In Nederland krijgen we het voor elkaar om door privé-pretvuurwerk in twee jaarwisselingen meer oogletsels te veroorzaken dan alle 512 oogtrauma’s opgelopen door Amerikaanse troepen gedurende vier jaar militaire vijandelijkheden in Irak. [...] Als er ergens in de wereld een reisbestemming zou zijn met een zo hoog risico op letsel door explosieven als ons eigen land rond oud en nieuw, dan zou onze regering voor een dergelijk land een negatief reisadvies afkondigen.

De man wil uiteraard een verbod op het afsteken van vuurwerk. Dat gaat er niet komen, vanwege de “maatschappelijke weerstand” (zie artikel en reacties hier voor een voorbeeld, en is deze man serieus?). Er zijn nou eenmaal veel mensen die graag het risico op medische schade lopen voor hun pleziertje. Hoogstens kun je je afvragen of de externe effecten (vervuiling, zorgkosten, lawaai) niet wat groot zijn.

Wie er even over nadenkt ziet de overduidelijke parallel tussen vuurwerk en dat andere volksvermaak: de sigaret. Slecht voor de gezondheid, ook voor die van anderen, vervuilend, verslavend, geliefd en gehaat. En niet verboden; de negatieve effecten van het roken worden alleen beperkt door een Pigou-belasting, de accijns op tabak. Een forse heffing die de externe effecten beprijst, de overheid veel geld oplevert en de welvaart verhoogt.

Nou ben ik geen expert, maar vijf minuten googelen (naar hier en hier) geven aan dat er in Nederland slechts BTW op vuurwerk wordt geheven, maar geen accijns. Dat lijkt me een mooie inkopper voor de volgende begroting: er is geen reden waarom vuurwerk (omzet 2010: 65 miljoen) niet minstens onder hetzelfde tarief als tabak (accijns: zo’n 50%) zou moeten vallen. Zowel direct als via de bespaarde zorgkosten zou dat miljoenen opleveren.

Het is een gegeven paard, ik weet het, maar soms maken de redacteuren van Intermediair er een potje van. Deze week twee pagina’s over capaciteitsproblemen op het 3G netwerk, het netwerk waarover uw mobiele internetverbinding loopt.

Hoe moet dat verder? Valt er iets te doen aan het dreigende capaciteitsprobleem? Welzeker.

En dan komt het. Meer basisstations, femtocellen, prioriteitprotocollen, gemoduleerde bitstromen. Zou het allemaal helpen?

Voorlopig kunnen we nog even vooruit, maar met iedere verruiming in mogelijkheden die er komt, bedenkt men weer een applicatie die die ruimte gaat opslokken. Zo is het een eeuwigdurende ratrace.

Het zijn natuurlijk schatten, de ingenieurs die onze wensen maar blijven vervullen, maar dit is toch echt een klassiek probleem van schaarste. Dat kun je proberen op te lossen met meer aanbod, maar het is misschien ook een idee om de ruimte op het netwerk wat duurder te maken. Om vraag en aanbod wat meer in overeenstemming te brengen, als het ware. Gelukkig lijkt het management wel opgelet te hebben bij de economieles. [eerder]

Heeft u ook GPS-navigatie in uw auto? Die van mij geeft aan hoe snel de auto rijdt, en dat blijkt tegen te vallen. Gemiddeld is het zo’n 10% minder dan de snelheidsmeter van de auto zelf denkt. Toeval misschien, maar ik geloof er niets van. Autofabrikanten hebben er baat bij dat de klant denkt dat de auto hard rijdt, snel optrekt, want hoe harder de klant denkt dat hij gaat, hoe tevredener hij is. En dat hij bij “130 km/h” toch geen boete krijgt is helemaal mooi. Verbeelding is onderdeel van het geleverde product.

Van auto’s kan ik het nog niet bewijzen, maar een vergelijkbaar geval komt aan het licht als deze verslaggever van Esquire de broekmaten in modezaken na gaat meten. Een broek van “36 inch” blijkt rustig uit te kunnen lopen naar 41 inch. En why not? Klant blij, verkoper blij. Het product blijkt meer dan een lapje stof, de winkel verkoopt verbeelding. En daar is altijd vraag naar.

Het blijkt nog verrekte lastig om beoefenaars van de medische wetenschap een kwakzalver te noemen. Je hebt zo een rechtszaak aan je broek en de bewijslast lijkt bij de scepticus te liggen. Ik sta dan ook niet te springen om iets dergelijks in de economische wetenschap te proberen, maar af en toe wordt het me wel ongemakkelijk. Als nietsvermoedende burger kreeg ik vandaag op IEX de volgende advertenties te zien:

Uiteraard moet ik eerst een abonnement nemen op de Gratis Nieuwsbrief om aan te tonen dat de claim linksboven niet klopt, maar in ieder geval is er overweldigend wetenschappelijk bewijs dat dit soort informatie niet bestaat. Voor een index zeker niet en de claim rechtsonder is ook dubieus (540%-geen 539?) . In de VS blijkt dit soort tips vaak frauduleus. Linksonder geloof ik best en als ik 200 aandelentips geef zullen er ook wel een paar gouden tussen zitten, maar dan nog is dit een resultaat uit het verleden.

Je vreest voor de mensen die op zo’n link klikken, maar ik heb de tijd en juridische kennis niet om er werk van te maken. Wie wel?

Na geruime tijd volgt hier weer een bericht uit onze langlopende serie Coase is overal, waarin externe effecten geïnternaliseerd en afgekocht worden.

Ooit nam ik met mijn lieve vriendin een binnenlandse vlucht in de VS, waarbij het arme kind een nogal corpulente Amerikaan met vliegangst naast zich trof. De man had ernstige twijfels over het vliegvermogen van ons toestel en die bleken na een tijdje besmettelijk. Vooral vanwege zijn (achteraf wat overtrokken) opmerking we’re all gonna die hadden we misschien toch liever naast een lege stoel gezeten.

Het kan, tegenwoordig. Voor €25 per enkeltje koop je gemoedsrust en wat armruimte op weg naar de vakantie. Geen geld!

Kijk, met zo’n kop heeft reizigersvereniging Rover meteen onze aandacht. We gaan er eens goed voor zitten, ons verheugend op een degelijk stukje economische analyse. Benieuwd waar die 17% op gebaseerd is. Een mooie maatschappelijke kostenbatenanalyse misschien, waaruit blijkt dat de positieve externe effecten van openbaar vervoer onvoldoende zijn weerspiegeld in de prijs van het product? Of nee, wacht, misschien wordt aangetoond dat de openbaar vervoerders teveel marktmacht hebben en daardoor een prijs zetten die 17% hoger is dan bij volledige mededinging! Of anders een fraai stukje benchmarking waaruit blijkt dat het OV in Nederland 17% duurder is dan in omliggende landen met een vergelijkbare structuur?

Vergeet het maar. Lees het persbericht en huiver:

Tussen 2002 en 2009 stegen de prijzen van het stads- en streekvervoer ruim 17% meer dan de inflatie.

Ja maar. Dat is alles!? Dit slaat natuurlijk helemaal nergens op. Allereerst: waarom 2002? Kies een ander jaar en je krijgt een ander getal. Dit suggereert dat de prijs in 2002 precies goed zou zijn geweest, en vervolgens ook nog eens dat bijvoorbeeld de kostenontwikkeling in het OV sindsdien hetzelfde is geweest als die in de rest van de economie.  Dat zijn twee aannames die volledig uit de lucht zijn gegrepen.

Volksverlakkerij, dat is het.

ingwinst

De daling van de winst van ING valt nog best mee als je naar bovenstaande grafiek kijkt. Jammer dat er geen hout van klopt. De eenheden verticaal zijn, afgaande op de linker staaf van 1920 miljoen, tientallen miljoenen. De rechter staaf is dan zo’n 900 miljoen lang, in plaats van de werkelijke 71 miljoen.

Natuurlijk wel beter zichtbaar zo, maar met de manier waarop mensen met grote getallen omgaan zou ik het toch niet zo in beeld brengen. (Eerder gezeur over grafieken.)

Wie mobiel belt betaalt per minuut. De prijs per minuut is veel hoger dan de marginale kosten die de operator daarvoor maakt: die zullen niet veel hoger dan nul liggen. In feite betaalt de beller stukje bij beetje de (vaste) kosten van de aanleg van het netwerk terug.

Dat gaat mis als de beller gebruik gaat maken van Skype, de gratis internet-beldienst. Wie een onbeperkte databundel heeft (€10,- per maand) kan dan kosteloos bellen met zo’n beetje de hele wereld. Dat mag dus niet van de meeste operators, zoals in de VS en in Duitsland. Lobbygroepen willen dat verbod nu van tafel.

Economisch gezien is dit een bekend probleem: een ondernemer moet een forse investering doen en kan die stukje bij beetje terugverdienen als hij het monopolie erover mag houden, maar de techniek laat dat niet toe. Het speelt onder meer bij schrijvers, musici, uitvinders, programmeurs. De oplossing is meestal om dat monopolie juridisch af te dwingen en zo de ondernemer te prikkelen te investeren. Achteraf lijkt het dan optimaal om het monopolie tóch niet af te dwingen, maar daarmee ontmoedig je de volgende investering weer.

In dit geval is het dus onverstandig telecombedrijven te dwingen om hun monopolie op het bellen op te geven. Het zou op korte termijn goed zijn voor consumenten (en slecht voor de aandeelhouders van de bedrijven) maar op lange termijn investeringen verminderen. Er is bovendien al een mechanisme dat ervoor moet zorgen dat het aanbod van mobiele belbedrijven competitief blijft: de concurrentie tussen de vier Nederlandse operators.

Er ligt een plan om het aantal koopzondagen in Nederland te beperken. De Tweede Kamer sprak er vorige week al over. Het platform detailhandel is tegen en claimt dat de beperking 20.000 banen kost. Dat getal domineert inmiddels het debat, mede door een advertentie die het platform vandaag laat plaatsen.

Waar komt het getal vandaan? Van het platform zelf, maar op hun site staat geen verantwoording. Om iets over de methode te weten te komen moeten we naar dit interview op BNR luisteren. Jelger Zee van het platform licht daar toe: 1) de achterban vreest 3 tot 4% omzetverlies en 2) elk procent omzetverlies kost 5.000 banen. Het argument dat gemiste omzet op andere dagen wordt goedgemaakt klopt niet, want “op zondag gaan mensen anders winkelen, mensen gaan funshoppen.”

Dit “onderzoek” is redelijk arbitrair en hangt op de natte vinger van de winkelier. Dat de kranten het toch afdrukken toont maar weer eens hoe verleidelijk een getal kan zijn, ook al valt het uit de lucht. Twintigduizend banen, meneer, in deze tijd.

Maar stel dat het klopt, een mogelijkheid die we niet mogen uitsluiten. Zijn die 20.000 mensen dan voor altijd werkloos? Welnee, de consument moet ergens naartoe met zijn geld. De bestedingen buiten de detailhandel groeien, internetwinkels (altijd open!) zoeken personeel, de horeca. De juiste kop is in dat geval, “minder koopzondagen kost 20.000 banen in de detailhandel“. Op langere termijn komt iedereen wel weer onder dak. Maar de langere termijn, dat duurt even, en het is een feit dat het niet handig is om juist nu werkgevers in het nauw te brengen.

Ik snap dat het platform het via de banen speelt, een politiek moeilijk punt in deze tijd. Maar de werkelijke kwestie is volgens mij een andere. Door winkels te verbieden op zondag te openen maakt de regering transacties onmogelijk, transacties tussen volwassen mensen die daar allebei beter van worden. Zondagssluiting is niet alleen slecht voor winkelpersoneel, maar vooral voor de consument. En het zijn de consumenten die over twee jaar de regering gaan beoordelen.

Volgende pagina »