Bijzaken


Mijn dochter is bij de buren. Het is ongelovelijk stil in huis en ik lees een uur lang rustig de krant. De buren hebben zelf ook een dochter, en hebben het nu met twee meisjes iets drukker. Behalve dat het bezoek leuk is voor hun dochter bouwen ze vandaag krediet op. Dochterlief kan binnenkort een keer bij ons komen en zo hebben zij een rustige middag.

We handelen en zoals gebruikelijk wordt iedereen er beter van. Het plezier van de rustige periode is groter dan de kosten van de minder rustige periode, of anders gezegd, we hebben allebei liever één periode geen, en één periode twee meisjes dan twee periodes één meisje.

De handel gaat redelijk goed ondanks dat er geen geld aan te pas komt. We ruilen over tijd steeds dezelfde dienst en het is makkelijk om bij te houden hoe de handelsbalans eruit ziet. Aan beide zijden staan immers gelijkwaardige bezoeken. Met de andere buren handelen we ook, maar daar wreekt zich de afwezigheid van geld. De andere buren nemen soms een kwartier de babyfoon terwijl wij weg zijn, wij ontvangen af en toe een pakje en bieden opvang als ze zich buitensluiten.

Ook hier is de handel winstgevend voor beiden, maar dat leidt tot een probleem. Want beide partijen waarderen de ontvangen diensten meer dan de geleverde diensten, waardoor de mentale handelsbalans van ons én die van de buren allebei een tekort vertonen. Handelden we in geld, dan was de balans aan beide zijden (spiegelbeeldig) hetzelfde en kon de winst worden weggeboekt als consumenten- en producentensurplus. Nu blijft er een tekort staan dat steeds verder oploopt en dat beide zijden steeds meer doet twijfelen om opnieuw een dienst te vragen. Pogingen van onze kant om het tekort op te heffen (kom toch eens eten!) worden afgeslagen omdat zoiets het tekort bij de buren weer verder doet oplopen. Uiteindelijk zit er niets anders op dan te verhuizen.

[Overigens, economie en kinderopvang is een vakgebied met minstens één klassieker: deze.]

Het blijft leuk speelgoed, dat Google. Sinds vandaag is de Street View online van Amsterdam, Rotterdam en Groningen. Een buitenkansje dus voor iedereen die altijd al eens graag virtueel rond de economiefaculteit in Groningen had willen rondstruinen.

Al eerder had ik het op deze site over Herd Behavior, een fraai inzicht uit de economische/informatie-theorie. Het principe hierachter is dat informatie kostbaar is, en dat andere mensen vaak dezelfde informatie zoeken. In plaats van zelf de kosten te incasseren is het dus vaak handiger om te wachten tot anderen door hun gedrag laten blijken wat de informatie is.

Dat is, ieder voor zich, handig maar op macro-niveau juist niet. Als er namelijk ruis in de informatie zit is het beter dat iedereen zelf die informatie zoekt. Zo middelt de ruis uit en krijg je een Wisdom of Crowds-effect. Als daarentegen iedereen op de informatie van de eerste zoeker afgaat kan het wel eens misgaan.

Droge kost, vindt u? We nemen een praktisch voorbeeld bij de hand, waarvan ikzelf helaas de aanstichter ben. Het begon toen ik afgelopen maandag onze Kliko naar de straatrand reed. Zo rond de feestdagen is het niet zo duidelijk op welke dag hier de vuilnisbakken worden geleegd. Informatie waar wel aan te komen is, maar dat kost moeite. Makkelijker is het om te kijken of de buren de bakken al buiten hebben gezet. Mijn actie had dus al gauw tot gevolg dat er drie extra bakken verschenen.

29122008445.jpg

Maar wie niet verscheen, dat was de vuilnisman. Toen ik in de avond de bak terugreed naar de achtertuin merkte ik wel dat iemand een extra zak afval in onze Kliko had gegooid.

Maar nu dit. De vuilnisman is sinds maandag nog niet geweest en ik verwacht ‘m eerlijkgezegd niet voor vrijdag, de normale ophaaldag. Maar de populatie bakken heeft zich alleen maar uitgebreid. Dit is de situatie vanochtend:

31122008450.jpg

Ik tel zo’n tien bakken, inmiddels ook aan de overkant. Verderop in de straat staan er ook een paar, wat verweesd, te wachten op wat komen gaat.

Wat komen gaat, dat is de oudejaarsnacht. Ik hoop dat de buren inzien dat het niet verstandig is om hun Kliko’s vannacht weer buiten te laten staan.

Tijdens mijn twee weken durende vakantie had ik onder andere dit (antieke) boek over een beurshandelaar uit het begin van 20e eeuw in de koffer. Iedere keer als hij voldoende verdiend heeft gaat de man naar Florida om te vissen, en zonder uitzondering komt er halverwege iemand aan boord met een recente krant. Een blik op de beurspagina is dan voldoende om de vakantie af te breken en in galop terug te gaan naar Wall Street.

Hoewel ik af en toe een twee dagen oude Telegraaf zag liggen ben ik niet in die val getrapt; zoals bekend zijn de meeste academische economen van het type buy-and-hold. Gelukkig maar, want na het beursboek heb ik me nog kunnen bescheuren om het boek Making Money van Terry Pratchett. Eerder aangeraden in de rechterkolom en de moeite meer dan waard. Want welk ander boek heeft als karakter een schuchtere econoom die in de kelder een zeer geavanceerd (en goed werkend) model heeft gemaakt, volledig opgetrokken uit water en glazen buizen? (Nou ja, buiten de Erasmus Universiteit dan). En zo kreeg ik toch nog iets van de kredietcrisis mee. Quote volgt. (meer…)

Ik weet het, ik ben een muggenzifter. U mag zelfs een ander woord gebruiken, al vrees ik dat dit bericht dan niet meer door allerlei filters komt. Maar ik moet het toch even kwijt. Deze week in het nieuws: een op vijf cafés overtreedt rookverbod. Wat blijkt bij verdere lezing?

Uit een analyse van de cijfers van de eerste twee maanden dat het rookverbod in de horeca geldt, blijkt dat 17 procent van de café-eigenaren de regels overtreedt.

Uhm. 17 procent, DAT IS PRECIES EEN OP ZES!!! GEEN VIJF!!!

Zo. Dat lucht op.

Nu de deeltjesversneller van het CERN aanstaat zijn sommige mensen bang dat de aarde verdwijnt in een zwart gat. Natuurkundigen zijn druk bezig om iedereen (inclusief de rechterlijke macht) ervan te overtuigen dat zoiets niet waarschijnlijk is.

Gelukkig hoeft het publiek zich niet druk te maken om de economen. Wij hebben tenminste een no-black-hole conditie.

In de meeste economische modellen gaan de zaken geleidelijk. Het aanbod een beetje omhoog, de prijs een beetje omlaag, van die dingen. Kleine oorzaken hebben kleine gevolgen.

Maar in sommige modellen gaat het anders: een kleine verandering zorgt voor een cascade van reacties die de hele boel op z’n kop zet. Het gebeurt als er positieve feedback is, vaak in niet-lineaire modellen. In de economische geografie bijvoorbeeld: twee regio’s groeien even hard totdat er een nieuwe weg wordt aangelegd. Nieuwe bedrijven hebben nu opeens een voorkeur voor de grootste regio en vanaf dat moment groeit één regio driedubbel zo hard en krimpt de andere. Het nieuwe evenwicht ontstaat door een kleine verandering.

Leuk onderzoek, ik heb er zelf ook het één en ander aan gedaan. Maar vaak zijn de economische modellen wat ingewikkeld, en hoe leg je zo’n verspringend evenwicht nou eenvoudig uit? Dat is lastig, maar ik heb de oplossing en hij lag vanochtend gewoon op de keukentafel. Dit is ‘m:

04092008319.jpg

(meer…)

Op vrijdag de 13e blijven brokkenpiloten thuis, of rijden ze zachter. Daardoor zijn er die dag minder ongelukken. De redenen waarom men denkt op de 13e extra pech te hebben zijn onduidelijk, maar waarschijnlijk irrationeel.

Is het aantal ongeluksdagen optimaal? Ten eerste betekent vrijdag de 13e natuurlijk opbrengsten en kosten: er worden minder brokken gemaakt maar doordat bijgelovige mensen minder risico nemen (thuis blijven, bijvoorbeeld) loopt de productiviteit ook terug. Laten we aannemen dat het effect op dit moment positief is, dat de opbrengsten hoger zijn dan de kosten.

Is het aantal ongeluksdagen dan hoog genoeg? Stel dat we de mogelijkheid hebben om ook vrijdag de 14e en vrijdag de 15e als ongeluksdag in de boeken te krijgen, moeten we dat dan doen? Of moet juist de reputatie van de 13e verbeterd worden? Twee effecten werken tegen elkaar in: de (veronderstelde) positieve opbrengsten van extra ongeluksdagen zijn goed, maar ook de kosten van irrationaliteit nemen toe: één keer in de zeven maanden voorzichtig aan doen is een stuk minder vermoeiend dan om de andere maand. Bij meer ongeluksdagen zullen er dus minder mensen geloof aan hechten, waardoor de totale opbrengst afneemt.

Het probleem lijkt wel wat op de optimale prijs voor een monopolist. Een hogere prijs zorgt voor meer opbrengst per klant, maar voor minder klanten. Het optimum hangt af van de elasticiteit van de vraag. In dit geval gaat het om de elastiticiteit van geloof: hoe moeilijk kun je het iemand maken voordat hij/zij er niet meer intrapt? Mensen houden van hun bijgeloof, zoveel is duidelijk. Een extra ongeluksdag kan er zeker af. Maandag de 1e?

Een centrale vraag in de judometrie, zo leerden wij vorige week, is of de kleur van het pak invloed heeft op de uitslag van een wedstrijd. De heersende opinie scheen te zijn dat mannen in witte pakken een nadeel hebben ten opzichte van mannen in blauwe pakken, maar recent onderzoek, onder meer van ene Peter Dijkstra, suggereert anders. Voor de details moeten we ons wenden tot de buitenlandse pers. Reuters heeft het hele verhaal:

However, Dijkstra said those [earlier] studies did not take into account that higher seeded — and therefore more skilled — competitors wore the blue uniforms. So it made sense that they would win more often, he said.

Moment. De eerdere studies hielden er geen rekening mee dat sporters die hoger op de wereldranglijst staan nu eenmaal vaker een blauw pak dragen? Ja maar, ja maar, zouden ze niet juist zo hoog staan omdat ze altijd in een blauw pak strijden? Met andere woorden, het probleem van causaliteit lijkt hier nog steeds niet mee opgelost.

Ook sluit ik niet uit dat de optimale pakkeuze van de tegenstander afhangt. Tegen sommige tegenstanders is misschien een wit pak slimmer, tegen ander een blauw. Om die reden adviseer ik dan ook dit pak.

Wat zegt u? Judo heeft niets met economie te maken? Jawel hoor, kijk maar eens hier.

Amerikanen kijken mij altijd geschokt aan als het over fietsen gaat. Al die Nederlanders die maar een beetje zonder helm rondfietsen. Levensgevaarlijk is het! Ik probeer dan uit te leggen dat dat allemaal reuze meevalt, dat automobilisten hier aan fietsers gewend zijn en ze dus niet zomaar omver kegelen en dat ik eigenlijk niemand ken die ooit met zijn hoofd op het asfalt is gestuiterd. Als mijn gesprekspartner een econoom is, mag ik daar nog graag aan toevoegen dat fietsers dus positieve externe effecten op elkaar hebben.

En, kijk eens aan, mijn verhaal blijkt empirisch ondersteund. Dit artikel laat zien dat er minder slachtoffers per fietskilometer en per fietstocht zijn naarmate er ergens meer gefietst wordt. Hetzelfde geldt overigens voor wandelen. En dit artikel trekt dezelfde conclusie. [via]

« Vorige paginaVolgende pagina »