Buiten mededinging


Het was gisteren smullen voor mededingingseconomen. ‘s Ochtends kwam het bericht dat de EU onderzoek doet naar prijsafspraken voor e-boeken. Interessant geval, de EU is wat vaag, maar hier staat een analyse.

Nog smeuiger is het bericht later op de dag dat de NMa invallen heeft gedaan bij KPN, Vodafone en T-Mobile, wegens verdenking van prijsafspraken en het verdelen van de markt. Aanleiding is de verklaring van een klokkenluider, hier en hier. Nieuwsuur wijdt er een item aan.

Heel soms, als je heel goed oplet, kom je ze wel eens tegen. Van die geniepige berichtjes die nauwelijks tot niet de krant halen maar wel degelijk van groot belang zijn. Ergens vorige week moet het gebeurd zijn, toen we allemaal ademloos naar Griekenland keken. Trouwe lezer Peter lette wel op en wijst op het volgende alarmerende bericht uit de ministerraad:

Ondernemers met een relatief klein marktaandeel krijgen meer ruimte om onder andere prijsafspraken te maken.

Ja heus, het staat er echt. Prijsafspraken mogen straks gemaakt worden door ondernemers als ze samen een marktaandeel tot 10% hebben, dat is nu nog 5%, terwijl de omzeteis vervalt. Het persbericht ademt zo’n sfeer van dat het heel goed is, dat er “ruimte voor samenwerking” komt, want wie kan er nu tegen samenwerking zijn? Tja, afnemers bijvoorbeeld, zoals u en ik, die nu gedwongen worden een flink hogere prijs te betalen. De motivatie lijkt me ronduit achterbaks: “Kleine ondernemers krijgen zo meer ruimte om zich te wapenen tegen de inkoopmacht van grotere bedrijven.” Maar de verruiming beperkt zich geenszins tot zulke gevallen. Gevallen waarin ondernemers prijsafspraken willen maken om domweg de consument af te zetten zullen veel talrijker zijn.

Natuurlijk zouden we met deze versoepeling problemen met Europa kunnen krijgen, dat grosso modo wel een verstandig mededingingsbeleid voert. Maar daar heeft minister Verhagen iets op gevonden: de “samenwerking” mag alleen wanneer dit “de handel met het buitenland niet beinvloedt”. Inderdaad: Nederlandse ondernemers mogen wel de Nederlandse consument gecoordineerd woekerprijzen in rekening brengen, maar niet de Duitse en Belgische. Het lijkt me weer een eerste stap terug op weg naar het kartelparadijs dat Nederland ooit was.

Intrigerend: zeven leerlingen van het Hogeland College te Warffum zijn gezakt voor het VWO, maar hebben nu toch een HAVO-diploma gekregen. De reden: het VWO examen bestaat uit 7 vakken dus als je het slechtste vak schrapt voldoe je wellicht nog wel aan de eisen van de HAVO, waar het examen immers uit slechts 6 vakken bestaat.

Is dat eerlijk? Stel dat een eindcijfer met name wordt bepaald door toeval. Iemand die het met 7 vakken mag proberen heeft dan aanzienlijk meer kans op 6 voldoendes dan iemand die het maar met 6 vakken mag proberen. Niet eerlijk dus: iemand die 7 vakken mag proberen is in het voordeel

Maar ook als een eindcijfer met name bepaald wordt door inzet in plaats van toeval, kan een rationele leerling er nooit slechter van worden door een extra vak te doen. In het meest extreme geval kan hij er gewoon voor kiezen geen tijd te steken in een van die vakken, zodat hij zich de facto in dezelfde situatie bevindt als iemand die maar 6 vakken probeert. Maar waarschijnlijk is het optimaal een andere tijdsallocatie te kiezen, en in dat geval is hij dus strikt beter af.

Ergo: het is niet eerlijk.

Op het internet doen curieuze verhalen de ronde over hoe Osama Bin Laden zijn schuilplaats geheim hield.  Zo meldde CNN dat buurjongetjes wiens bal over de omheining vloog, gecompenseerd werden met een klein geldbedrag zodat ze niet binnen de omheining hoefden om hun bal weer op te zoeken.

Dat doet een beetje denken aan het beroemde verhaal van Coase: boeren die gecompenseerd worden wanneer de vonken van langsrazende treinen hun gewassen afbranden, zullen daar misbruik van maken door hun gewassen juist zo dicht mogelijk bij de spoorlijn te planten.

En inderdaad: de New York Times meldt dat buurjongetjes daarop hun ballen expres over de omheining werkten.

Zoals iedereen die een weblog over de praktische kanten van de economie bijhoudt, maak ik mij zorgen over het beeld dat veel mensen van de economische wetenschap hebben. Het economische nieuws is niet echt verhelderend voor wie niet ingevoerd is, en er zijn veel economen die tegengestelde dingen beweren.

Zoals gebruikelijk in deze situatie besloot ik lang geleden om hier iets aan te doen, door middel van het publiceren van een toegankelijk boek over de wonderlijke kanten van de economie, voor al die kennissen die hoofdschuddend vertelden dat ze niets van die wetenschap moesten hebben.

En, zoals dat gaat, ligt het manuscript al wel een jaar onaf te wachten op een volgende ronde schrijfwerk waar ik voorlopig helemaal geen tijd voor heb.

Misschien wordt het tijd om het publiek eens bij dit project te betrekken. Voor wie tijd en zin heeft is hier een voorlopige versie van hoofdstuk 1, getiteld Andere mensen. Wees gewaarschuwd, misschien komt er wel nooit een hoofdstuk 2. Maar ook zonder vervolg zou het verhaal nuttig kunnen zijn. Commentaar welkom!

Ach, het zoet der overwinning. Zoals deze weblog al als een der weinigen voorspelde heeft Peter Diamond zojuist de Nobelprijs gewonnen, voor “markten met zoekfricties”. Oh ja, Mortensen en Pissarides mochten ook meedelen.

Diamond krijgt um dan vooral voor zijn werk over de Diamond Paradox. Stel dat er een aantal bedrijven concurreert op prijs. Normaal gesproken zou je volgens het Bertrand model dan verwachten dat iedereen een prijs zet die gelijk is aan marginale kosten. Maar stel nu eens dat er zoekkosten zijn: een consument moet een klein beetje moeite doen om achter de prijs van een bedrijf te komen. Dat kost een consument s per bedrijf. Als alle bedrijven dan een prijs gelijk zetten aan hun marginale kosten, dan kan een van de bedrijven daar van profiteren door z’n prijs net een tikje (maar minder dan s) te verhogen. Voor een consument die daar terecht komt is het dan niet de moeite waard om naar een ander bedrijf te gaan (immers: de extra zoekkosten wegen niet op tegen de lagere prijs). Een prijs gelijk aan marginale kosten is dan geen evenwicht, omdat elk bedrijf een prikkel heeft zijn prijs net iets hoger te zetten.  Maar met hetzelfde argument is een iets hogere prijs ook al geen evenwicht. De enige prijs waarbij niemand nog een prikkel heeft om die iets te verhogen is de monopolieprijs. Door de introductie van kleine zoekkosten klapt het evenwicht dus van een volledig competitieve prijs naar de monopolieprijs, en dat is verontrustend.

(later meer)

Een nieuwe dag, een nieuw bericht over de hypotheekrenteaftrek (HRA). De strijd om de aftrek woedt vandaag vooral op de voorpagina’s van de landelijke dagbladen. Het is de Volkskrant (“63% voor aanpak hypotheekrenteaftrek”) tegen de Telegraaf (“Daarom NIET tornen aan de renteaftrek”).

Mooi om te lezen is het korte bericht waarin de laatste de “10 geboden van de hypotheekrenteaftrek” op een rij zet. De spanning tussen de geboden 1 en 6 is haast voelbaar:

  • 1. [Afschaffing HRA leidt tot...] Draconische daling van de huizenprijzen.
  • 6. Renteaftrek leidt niet tot duurdere woningen.

De macro-economen hadden het afgelopen jaar te kampen met een enorme deuk in hun reputatie. Maar voor de micro-economen ziet de wereld er ineens weer een stuk zonniger uit. Want zeg nu zelf, had u het ooit voor mogelijk gehouden dat het hoofd kartelbestrijding van de EU door Het Volk zou worden gekozen tot Nederlander van het Jaar!? Inderdaad, ik ook niet. Toch is dat precies wat gisteravond gebeurde. Nog voor Yvon Jaspers, Sven Kramer en Linda de Mol. Ik bedoel maar.

Er is hoop.

Okay, even niet opgelet maar het is nog niet te laat: sinds vorige week draait in de Nederlandse bioscopen The Informant!, een film over kartels en de besprekingen in achterkamertjes die daarbij horen. En het is een comedy!

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal en als ik vanochtend in de file niet naar de bijbehorende aflevering van This American Life (de overigens waanzinnige radioshow) had geluisterd dan hadden we het helemaal gemist. Daarin trouwens de echte opnamen van internationale kartelafspraken waarin de prijs van lysine in de jaren ’90 wereldwijd werd opgedreven, een misdaad waarvoor de boete uiteindelijk meer dan $100 mln. bedroeg.

Literaire types zijn doorgaans warm voorstander van een vaste boekenprijs. Zo zou het goed zijn voor auteurs omdat uitgevers nu allerlei zeer belangrijke dichtbundels gaan publiceren en de verliezen daarop goed maken door de winst die ze maken op bestsellers. Inderdaad, een nogal curieus argument, zie ook hier.

Maar gelukkig zijn er schrijvers als Jeroen Brouwers, die afgelopen vrijdag in de Volkskrant zomaar een haarscherpe economische analyse gaf van de effecten van deze minimumprijs. Helaas staat het stuk niet gratis online, maar inmiddels is het wel beschikbaar via de krantenbank. De hoogtepunten:

Het is verrassend dat iedereen het vanzelfsprekend lijkt te vinden dat schrijvers droog brood eten in dit kleine taalgebied, maar dat niemand zich afvraagt hoe het dan toch kan dat uitgeven en handelen in boeken zo buitengewoon profijtelijk is in datzelfde kleine taalgebied.

Uitgeven is gokken geworden. Smijt maar op de markt. [...] Vooral de Wet op de Vaste Boekenprijs is de oorzaak van het gokgedrag van uitgevers, ergo van chronische en desastreuze overproductie. [...] Van elke tien boeken die erkende uitgeverijen uitbrengen, blijven er ruim negen onbesproken. [...] En wie is van dat alles de enige dupe? De schrijver [...]

Een markt met een aanbodoverschot dat zo systematisch talent verspilt en dat schrijvers onder het bestaansminimum drukt, dat een groot deel van de literatuur degradeert tot een milieuvervuilend seizoensproduct en waar boek en lezer elkaar zijn kwijtgeraakt, die markt is doodziek, indien al niet verrot tot in de kern.

Volgende pagina »