Buiten mededinging


Literaire types zijn doorgaans warm voorstander van een vaste boekenprijs. Zo zou het goed zijn voor auteurs omdat uitgevers nu allerlei zeer belangrijke dichtbundels gaan publiceren en de verliezen daarop goed maken door de winst die ze maken op bestsellers. Inderdaad, een nogal curieus argument, zie ook hier.

Maar gelukkig zijn er schrijvers als Jeroen Brouwers, die afgelopen vrijdag in de Volkskrant zomaar een haarscherpe economische analyse gaf van de effecten van deze minimumprijs. Helaas staat het stuk niet gratis online, maar inmiddels is het wel beschikbaar via de krantenbank. De hoogtepunten:

Het is verrassend dat iedereen het vanzelfsprekend lijkt te vinden dat schrijvers droog brood eten in dit kleine taalgebied, maar dat niemand zich afvraagt hoe het dan toch kan dat uitgeven en handelen in boeken zo buitengewoon profijtelijk is in datzelfde kleine taalgebied.

Uitgeven is gokken geworden. Smijt maar op de markt. [...] Vooral de Wet op de Vaste Boekenprijs is de oorzaak van het gokgedrag van uitgevers, ergo van chronische en desastreuze overproductie. [...] Van elke tien boeken die erkende uitgeverijen uitbrengen, blijven er ruim negen onbesproken. [...] En wie is van dat alles de enige dupe? De schrijver [...]

Een markt met een aanbodoverschot dat zo systematisch talent verspilt en dat schrijvers onder het bestaansminimum drukt, dat een groot deel van de literatuur degradeert tot een milieuvervuilend seizoensproduct en waar boek en lezer elkaar zijn kwijtgeraakt, die markt is doodziek, indien al niet verrot tot in de kern.

Voor Sinterklaas kreeg ik het boek De herovering van de Amerikaanse droom, een memoire van Barack Obama over zijn belevenissen in de Amerikaanse politiek. Toen ik het gisteren eindelijk doorbladerde (het boek ligt in een hoge stapel nog te lezen) bleef mijn oog opeens hangen. Bovenaan pagina 111 prijkt, geloof het of niet, een vergelijking.

Meneer Hull beschouwde zijn bedrevenheid met cijfers trouwens als een groot voordeel. Op een gegeven moment tijdens de campagne onthulde hij tegenover een journalist een wiskundige formule die hij had ontwikkeld om verkiezingen te winnen, een algoritme dat begon met

Kans = 1/(1 + exp( -1 x ( 3,9659056 + (General Election Weight x 1,92380219…)

en verscheidene onbegrijpelijke factoren later eindigde.

Obama heeft het hier over zijn tegenstander in de campagne om senator te worden, ene Blair Hull. De econometrist herkent in meneer Hull natuurlijk meteen een collega die een logit-vergelijking heeft geschat op de kans dat een willekeurige burger zijn of haar stem op hem uit zal brengen. Daar is niets onbegrijpelijks aan. Maar wat waren de andere regressoren?

Het artikel van de journalist waar Obama over spreekt staat gelukkig nog steeds on line, lees het hier. Het levensverhaal van Hull is zeker de moeite waard: hij tilde onder meer de casino’s in Las Vegas met behulp van statistiek en werd multi-miljonair op de beurs. Hij verloor slechts van Obama omdat zijn ex-vrouw hem vlak voor de verkiezingen dwars zat.

En wat zegt de nieuwe president, nadat hij kennis heeft genomen van de regressie van zijn tegenstander? “Je kon mijn opponent dus gerust afschrijven.” En bedankt.

De Franse staat gaat haar autofabrieken steunen (hier met meer details in het Frans, 10% van de Franse beroepsbevolking doet iets in de autoindustrie). Het zou gaan om €5 à 6 mrd.

Eens even rekenen. De Amerikaanse automakers vroegen om $25 mrd, dat is zo’n €19,3 mrd oftewel €63 per Amerikaan. Grote consternatie, Bush geeft net genoeg geld om van het probleem af te zijn en de heersende opinie is dat er nu echt geherstructureerd moet worden.

Stel dat het bij 5 miljard euro blijft, in Frankrijk. Dat is €77 euro per Fransman, zo’n 21% meer dan wat de Amerikanen hadden moeten betalen. Maar van een publieke oproer geen spoor.

(Overigens: maakt u zich zorgen over wisselkoersen en arbeidsparticipatie bij dit soort berekeningen? Eenhedenvrij is het verschil nog groter: de Amerikaanse steun zou 0,18% van het BBP zijn, de Franse steun 0,26% van het BBP).

Over het algemeen stellen bedrijven het niet op prijs als nieuwe concurrenten hun rustige en comfortabele leventje komen verstoren. Gebeurt dat toch, dan willen ze nog wel eens reageren als kleine kinderen wiens speelgoed wordt afgepakt. “Niet eerlijk!” roepen de banken bijvoorbeeld als er iemand komt die een hogere rente aanbiedt. En natuurlijk worden de nieuwe concurrenten meteen tot zondebok gebombardeerd en krijgen ze de schuld van alles wat er misgaat in de bedrijfstak.

De KLM liet vanochtend in de Volkskrant een fraai staaltje zien, bij monde van directeur Peter Hartman. De vliegtax, die was toch door de overheid ingesteld? Nee hoor, weet Hartman, het is allemaal de schuld van die vermaledijde prijsbrekers:

Volgens Hartman zijn budgetmaatschappijen als easyJet en Ryanair medeverantwoordelijk voor de invoering van de vliegtaks. ‘Als je jarenlang luidkeels adverteert met tickets naar Nice voor 10 euro, is het niet gek dat politici denken: Hé, dat vliegen is zo goedkoop, daar kan nog wel een heffing bovenop.’

Als iedereen dus gewoon braaf de woekerprijzen van KLM was blijven betalen, dan was er nu geen vliegtax geweest. Eigen schuld.

De FIFA, de wereldvoetbalbond, lijkt langzaam maar zeker af te stevenen op een regel die zegt dat clubs maximaal vijf spelers op mogen stellen die niet voor het eigen nationale elftal uit mogen komen. Doel van de regel is onder meer het beschermen van de kansen van jonge spelers in landen waar het grote geld de competitie over heeft genomen (Engeland wordt vaak als voorbeeld genoemd). De Europese Commissie dreigt met een verbod op de regel, die niet strookt met het vrije verkeer van personen in de EU.

Dat vrije verkeer van personen is een belangrijk recht, dat economisch goed uitpakt. Het idee is dat elke EU-burger overal in de Unie mag werken, en als de burger daarbij kiest voor het hoogste loon dan leidt dat tot efficiënte uitkomsten. Efficiënt omdat bedrijven het best mogelijke team samen kunnen stellen, en efficiënt omdat lokale economische schokken makkelijker opgevangen kunnen worden.

Maar je kunt je afvragen of voor voetbalteams dezelfde principes gelden. Een efficiënt bedrijf, met de beste werknemers van over de hele wereld, maakt zijn klanten blij door een hoge productie en een lage prijs. Daarbij is iedereen gebaat. Een efficiënt voetbalteam, opgebouwd uit de beste spelers ter wereld, wint van iedere tegenstander. Dat is leuk voor de fans, maar vervelend voor de rest van de teams. Het zero-sum-product voetbal is veel meer gebaat bij teams die ongeveer even goed (of slecht) zijn, zodat het resultaat onvoorspelbaar is. Onvoorspelbaarheid is ook één van de doelen die de FIFA zegt te dienen met de 6+5-regel.

Maar als onvoorspelbaarheid het doel is, zijn er dan geen andere middelen die niet tegen het vrije verkeer van personen ingaan? Een logische kandidaat is het draft-systeem van de Amerikaanse NFL.

The fundamental principle of the draft is that the team with the worst record from the previous season will have the first choice of players, and the team with the next worst record will choose next, and so forth.

Een dergelijk systeem heeft ook als voordeel dat de allocatie van jonge spelers op een georganiseerde markt plaatsvindt en niet onderhands, zoals nu vaak het geval is. Dat is beter voor de jonge spelers zelf, die daarmee een groter gedeelte van hun waarde incasseren. Wel is het waarschijnlijk dat er dan meer buitenlanders in elk team spelen.

Het zal mij benieuwen hoe deze krachtmeting tussen de FIFA en de EU uitpakt. De EU is de baas, maar de FIFA kan een joker inzetten met schier eindeloze krachten: JC is voor 6+5. Update 5/6 De NRC vindt dat het geld, niet de spelers, eerlijker verdeeld moet worden.

Afgelopen vrijdag wees Thijs op een nieuwe concurrent. Een goede gelegenheid om weer eens te kijken hoe het staat met dat soortgelijke initiatief: Economie voor jou, de rubriek die een tijdje geleden transfereerde van NRC naar Volkskrant.

Antwoord: niet zo best. De laatste bijdrage is een warm pleidooi voor de vaste boekenprijs, gespeend van ook maar enig economisch argument of inzicht;

Wie de nieuwste Harry Potter wil, betaalt daarvoor €19,90. Of je nu bij boekhandel Broese Kemink in Utrecht komt, de Ako in IJmuiden, Bol.com op internet of de Albert Heijn in Heerhugowaard. [...] De vaste boekenprijs verhindert dat bijvoorbeeld supermarktketens of internetbedrijven gaan stunten met de boekenprijs. Daardoor is de boekhandelaar in staat een breed assortiment te voeren. Dat is in het belang van auteurs die anders nooit een kans zouden hebben gekregen. [...] Zonder vaste boekenprijs zou het boekenaanbod flink verschralen. Geen Paul Auster, geen Russische klassieken. Om van dichtbundels nog maar te zwijgen.

Tja. Markten zijn efficient als de prijs dicht ligt bij marginale kosten, en dat is bij een vaste boekenprijs zeker niet het geval. Zo’n vaste boekenprijs werkt ook nog eens denivellerend. Bijstandsmoeders die hun laatste dubbeltje moeten omdraaien om voor hun koters Harry Potter aan te schaffen, geven indirect een subsidie aan hoogleraren die een dichtbundel kopen. Als dergelijke kruissubsidies echt plaatsvinden tenminste, en dat betwijfel ik. Waarom zou een winstmaximerende uitgever immers de winst op Harry Potter gebruiken om een verliesgevende dichtbundel te financieren!? Als de overheid cultuur wil stimuleren zijn daar sowieso aanzienlijk efficientere instrumenten voor dan een vaste boekenprijs, bijvoorbeeld een directe subsidie, of, nog beter, het uitloven van prijzen.

Het argument dat nieuwe aanbieders op deze manier een kans krijgen, zou je in vrijwel elke andere sector ook kunnen hanteren om een vaste hoge prijs voor de zittende aanbieders te legitimeren. Maar dat doen we niet. En daar zijn goede redenen voor. Redenen die net zo goed gelden voor de boekenmarkt.

Jawel. De Nederlandse Mededingingsautoriteit gaat met haar tijd mee en plaatste onlangs dit filmpje op YouTube “om de kijker een eerste indruk van de gang van zaken bij en volgend op de indiening van een clementieverzoek” te geven. Onder de clementieregeling krijgt de karteldeelnemer die als eerste klikt geen boete.



Best informatief en aardig gedaan, zij het hier en daar misschien een tikje te dramatisch. Wie prijsafspraken maakt weet nu dat hij op moet passen als tijdens kartelbesprekingen iemand zenuwachtig uit het raam gaat staan staren.

Wie overtuigd is door het filmpje kan hier zijn kartel opbiechten.

De mededingingswet is tien jaar oud en alsook haar uitvoerder, de NMa. Wat heeft de gewone consument eigenlijk aan die wet?

Bondig samengevat kun je stellen dat de wet voor de kopende consument voor twee dingen zorgt:

  1. Er moet iets te kiezen zijn. Behoudens hele speciale gevallen moet je als koper kunnen kiezen tussen meerdere aanbieders van hetzelfde goed of dienst.
  2. De aanbieders mogen ook niet stiekem als één opereren, door afspraken te maken over prijs of beschikbaarheid.

Wat heeft de consument aan die keuze? Het lijkt misschien wel makkelijker om gewoon met één aanbieder van doen te hebben, dat scheelt keuzestress en zoekkosten. Het grote voordeel van keuze is dit: doordat er mededinging is, worden alle aanbieders gedwongen de consument de best mogelijke deal te bieden.

(Dit alles als voorbereiding voor een optreden op Radio 1, woensdag; update inmiddels hier te beluisteren [28,1Mb MP3] of klik hier [8,6Mb MP3] voor alleen uw blogger. Hieronder gaat het verder, bij voorbaat dank voor uw op- of aanmerking!)
(meer…)

De afgelopen weken verbleef ik op kakelvers EU-lid Malta, vandaar dat u, trouwe lezer, mijn bijdragen heeft moeten missen. Sinds 1 januari jongstleden is Malta trots voerder van de Euro, wat in mijn geval het curieuze effect had dat je als bezoeker meer vertrouwd bent met de lokale valuta dan de plaatselijke bevolking.

Economie is overal, en zelfs op vakantie is er geen ontkomen aan. In de haven van Mgarr, Gozo, betrapte ik bijgaande tankwagen die de traditionele lokale industrie een steuntje in de rug lijkt te geven.

Benieuwd wat Neelie daarvan vindt.


fishermen1.JPG

Vissers willen nog wel eens klagen over vangstbeperkingen. Net zo als boeren nog wel eens willen klagen over melkquota. Eigenlijk is dat vreemd. Stel dat alle vissers samen een kartel zouden vormen. Dan zou dat kartel de prijs kunstmatig hoog willen houden, en dus de totale afzet willen beperken. Maar dat is precies wat met vangstbeperkingen bereikt wordt.

Hetzelfde geldt voor melkquota. Volgens de laatste EU landbouwplannen moeten de melkquota omhoog. De reactie van de Nederlandse brancheorganisatie?

LTO Nederland spreekt van “een stap in de goede richting”. Vooral de verruiming van de melkproductie is volgens de landbouworganisatie goed nieuws voor de Nederlandse veehouders. 

Dat is nog maar de vraag. Verruiming van de melkquota betekent lagere prijzen, waardoor het maar de vraag is wat er gebeurt met de winsten van melkveehouders.

Afgelopen vrijdag stond in Science een onderzoek dat tot dezelfde conclusie komt: Vissers in Nieuw-Zeeland en Australie kunnen meer verdienen als ze minder gaan vissen, al zou dat volgens de berichtgeving van de BBC vooral komen omdat de kosten dan omlaag gaan.

« Vorige paginaVolgende pagina »