Economen


Het is nog altijd jammer dat we voor Willem Buiter niet meer naar zijn weblog kunnen, en dus zijn aangewezen op schrijfsels en bijeenkomsten van zijn bank. Vanmiddag was er weer een bijeenkomst; ik maakte wat aantekeningen.

  • Centrale banken in de Westerse wereld zitten tegen de zero lower bound en moeten dus fratsen als QE uithalen. Wacht even, de nulgrens? In Engeland staat de beleidsrente op 0,5% en in Europa op 1,0%. Dat zijn, zegt Buiter met een glimlach, de Britse nul en de Europese nul. Voortgekomen uit koppigheid van de centrale bankiers, en een kleine extra kostenpost voor de economie. Dat dacht ik altijd al, maar het is prettig om het van een autoriteit te horen. Overigens ziet Buiter de ECB dit jaar toch nog verder door de knieën gaan.
  • De Keynesiaanse Laffer curve: het idee dat bezuinigingen leiden tot krimp, en daarmee tot dalende belastingen en stijgende overdrachten, zodanig dat de bezuiniging uiteindelijk het overheidssaldo verslechtert. Het slechte broertje van het inverdieneffect. Theoretisch kan het, maar het is vooralsnog niet aan de orde. Bezuinigen levert lagere tekorten.
  • Financiële repressie. Woord van het jaar. Het tijdelijk buiten werking stellen van de vrije markt door de overheid om acute geldnood te lessen. Opmerkelijk is de rol van de centrale banken: de ECB is de good cop, die tegen zachte voorwaarden veel geld ter beschikking stelt aan banken. De lokale centrale banken spelen bad cop door die banken daarna duidelijk te maken dat het een zeer goed idee zou zijn (wink, nudge) om het geld in staatsobligaties te stoppen (nee, niet dnb natuurlijk, u weet wel wie). Ander middel: boekhoudregels die net doen of het risico op staatsobligaties niet bestaat. Wees op uw hoede, banken maar ook verzekeraars en pensioenfondsen.

Verder komt het waarschijnlijk goed met Italië en Spanje en komen de VS en Japan ook nog aan de beurt voor een rondje schuldencrisis. Dat u het vast weet.

update: meer in het FD.

Kijktip: Raoul Heertje (inderdaad, zoon van) interviewt vanavond in Wintergasten Deirdre McCloskey, ooit geboren als Donald, die veel heeft geschreven heeft over geschiedenis van en retoriek in de economie, aankondiging hier.

Larry Kotlikoff is bepaald niet de eerste de beste econoom, zie eerdere berichtgeving. De verbazing is dan ook groot dat de man serieus een gooi lijkt te doen naar het presidentschap van de VS.

Voor wie zoals ik niet in staat was de laatste bijeenkomst van de European Economic Association en Econometrics Society in Oslo bij te wonen: de videos van alle plenaire sessies staan nu integraal online: Krusell, Holmstrom, Pissarides, Athey, Wright, Acemoglu en een Nobel sessie. En dat is erg mooi. Alle videos staan op 1 pagina wat het ook mogelijk maakt ze tegelijkertijd af te spelen hetgeen een nogal desorienterend effect geeft. Maar dit terzijde.

Oh ja, ook niet onbelangrijk; de sessie over hoe je je werk gepubliceerd kan krijgen is ook te bekijken.

Curieus. Studenten op Harvard zijn gisteren weggelopen bij het college van Mankiw, wegens te conservatief. De open brief staat hier, Mankiw reageert nu ook zelf, al is hij verstandig genoeg om niet inhoudelijk op de kwestie in te gaan.

Binnen de sociale wetenschappen is de Kwestie Stapel het gesprek van de dag, maar economen hebben het al maanden over een soortgelijke zaak. Bruno Frey, voorheen een zeer gerespecteerd Zwitsers non-mainstream econoom, wordt beschuldigd van zelfplagiaat, het recyclen van onderzoeksresultaten naar verschillende wetenschappelijke tijdschriften zonder daar naar te verwijzen. Toegegeven, dat gaat wat minder ver dan het uit je duim zuigen van onderzoeksresultaten, maar binnen de mores van de economische wetenschap geldt het wel degelijk als halsmisdaad.

De zaak kwam aan het rollen met dit anonieme blogbericht, waarin werd geconstateerd dat een artikel van Frey, Savage en Torgler over Titanic in het Journal of Economic Perspectives wel erg veel weg had van een artikel van dezelfde heren in het Journal of Economic Behavior and Organization. Toen de editor van JEP daar lucht van kreeg schreef hij een niet malse brief naar Frey (“we find your conduct in this matter ethically dubious and disrespectful”), die ook integraal werd afgedrukt in het tijdschrift. Bij JEBO schijnen de heren inmiddels op de zwarte lijst te staan. Inmiddels blijkt hetzelfde artikel in nog eens twee tijdschriften te zijn gepubliceerd.

Handelsblatt-journalist Olaf Storbeck beet zich in de zaak vast en Frey werd zelfs aan de tand gevoeld door een Zwitserse krant waarin hij zich op zijn zachtst gezegd nogal curieus verweerde. Inmiddels is er de FreyPlag Wiki, waar iedereen nieuwe gevallen van zelfplagiaat mag melden. Dat heeft al geleid tot weer twee identieke artikelen, nu over “Publishing as Prostitution”. Gevoel voor ironie heeft de man wel.

Op de weblog van de Wall Street Journal staat inmiddels een artikel over Frey en Stapel.

De Financial Times heeft vanochtend bovenstaande foto van Strauss-Kahn op de voorpagina. Het roze papier helpt ook niet mee, maar deze man ziet er slecht uit. Twee observaties.

  1. Het kan snel gedaan zijn. Eenzelfde inzicht als twee maanden geleden. Misschien is onze tijdsvoorkeurvoet wel te laag.
  2. Op basis van deze foto moet ik mijn inschatting van andere personen, van wie ik alleen de boevenfoto gezien heb, naar boven bijstellen. Wie na een korte celstraf het nieuws haalt staat er dus kennelijk zo op, maar had evengoed de president van Frankrijk kunnen zijn.

De hele economenblogosfeer gonst vandaag van bewondering voor deze video, waarin Hayek en Keynes op eigentijdse wijze de voor- en nadelen van fiscaal beleid uiteenzetten. Inderdaad bijzonder knap gedaan. De eerste aflevering (over monetair beleid) staat hier.

De John Bates Clark Medal, prijs voor de beste econoom in de VS onder de 40, gaat dit jaar naar Jonathan Levin. Hij doet industrial organization, vooral empirisch, en heeft ook dingen geschreven met Susan Athey, winnaar van een paar jaar geleden.

Nu we het toch over jong talent hebben: de Review of Economic Studies organiseert elk jaar een toernee waarin de wereldwijd zeven meest veelbelovende jonge promovendi op een aantal universiteiten hun beste werk presentereren. Opvallend is dat daar dit jaar een Nederlander bij zit: Peter Koudijs, gestudeerd in Utrecht en gepromoveerd in Barcelona. Zijn onderzoek klinkt spannend: zo bestudeert hij het effect van nieuws op aandelenkoersen door te kijken hoe de koersen van Britse aandelen in Amsterdam in de achttiende eeuw reageerden op de komst van postboten uit Engeland. Koudijs gaat nu naar Stanford.

Economen, wat moet je ermee? Er woedt, met name in de Volkskrant, een discussie over de meningen die economen verspreiden en de vraag of die enig wetenschappelijk gehalte hebben. Deze meneer vindt van niet, deze meneer ook niet, en deze meneer verdedigt de economen.

Het eerste probleem is natuurlijk dat er veel mensen zijn die zich econoom mogen noemen, maar dat de kwalificaties nogal uiteen lopen. Op deze lijst van Nederlandse economen staan Johan Witteveen en Mabel Wisse Smit gewoon naast elkaar. De titel econoom alleen zou niet heel veel vertrouwen in moeten boezemen. Er studeren er jaarlijks duizenden af.

De diepere vraag is of er in de economie wel inzichten bestaan die algemeen toepasbaar zijn. Als de economie een echte wetenschap was, dan zouden al die economen elkaar niet tegen moeten spreken, is de gedachte. Ik sta in deze kwestie, niet geheel verrassend, aan de kant van de economie als wetenschap. Het probleem is alleen dat onderwerp van de economie (en dan met name dat stuk dat de kranten haalt) zo complex is dat enig inzicht alleen kan bestaan als de econoom de zaak versimpelt. De goede econoom weet de kwestie zo te versimpelen dat de essentie behouden blijft. Maar die kunst verstaat niet iedereen, en dus woedt het debat. Deze situatie is trouwens niet uniek aan de economie. Natuurkundigen, een beroepsgroep met een veel betere reputatie, merken hoe vervelend een complexe situatie kan zijn als er een kerncentrale op springen staat. Dan spelen opeens veel zaken door elkaar en ontbreekt informatie over de stand van zaken binnenin de fabriek. Welke risico’s zijn op dat moment belangrijk, en welke doen er niet toe?

Ook natuurkundigen nemen op dat moment geen afscheid van hun theorie. Op eenzelfde manier ben ik een groot voorstander van de disciplinerende werking van de economische wetenschap. Wie zijn argumenten niet in economische termen, of nog liever, in een model kan opschrijven heeft waarschijnlijk een denkfout gemaakt. Klopt de argumentatie wel, dan wordt snel duidelijk welke afruil er in dat argument toe doet. Zo komt het debat weer een stukje verder.

Volgende pagina »