Een eigen huis


De hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens is groter dan ons BBP en dat is een risico voor ‘s lands financiële systeem. Vanaf 1 augustus vorig jaar zijn er daarom nieuwe regels die excessen moeten voorkomen.

Tot zover het officiële beleid. Maar minstens zo effectief was het schaduwbeleid om een jaar of twee geleden grote onzekerheid op de woningmarkt te introduceren. Al dan niet met opzet kwam bij Nederlanders het idee tot leven dat de subsidie op het betalen van hypotheekrente in de toekomst omlaag zal gaan. De gevolgen zijn niet mals: de huizenmarkt is in mineur geraakt, transacties nemen af en de hypotheekschuld is de afgelopen twee jaar slechts marginaal gestegen, en als percentage van het BBP gedaald.

Als rem om de hypotheekschuld werkt het gevoerde beleid van twijfel rondom de renteaftrek dus goed. Het is bovendien politiek makkelijk uitvoerbaar: er hoeft immers niets daadwerkelijk te veranderen. Als het aannemelijk is dat er in de toekomst iets zal gebeuren, is dat voldoende. Deze vaststelling is in ieder geval een opsteker voor iedere docent macro-economie die de komende maanden Ricardiaanse equivalentie op het programma heeft staan. Maar gegeven de geringe politieke kosten zou er misschien meer gebruik van het instrument moeten worden gemaakt. De suggestie van toekomstige veranderingen in de regels is makkelijk te doen.

Een praktisch, niet-fiscaal, voorbeeld is de hopeloze situatie rondom orgaandonatie. Hoewel de meeste mensen wel een orgaan willen ontvangen lukt het niet om er voldoende als donor in te schrijven. Er is geen kamermeerderheid te vinden voor een systeem van voor-wat-hoort-wat. Hier kan een slimme minister met twijfel een hoop bereiken. Door te suggereren dat we in de toekomst alleen uit kunnen met een systeem waarin donoren meer rechten hebben,  kan het effect van zo’n systeem al worden bereikt zonder dat er daadwerkelijk iets hoeft te veranderen. Het kan daarbij handig zijn om het voorbeeld van Israel te noemen, waar de tijd dat iemand al donor is een belangrijke rol speelt.

Wie weet. Dat het kabinet het principe van dreigen redelijk onder de knie heeft blijkt verder uit de aangekondigde verhoging van de overdrachtsbelasting per 1 juli. Huizenkopers geloven het. Uiteindelijk is de burger natuurlijk niet gek, wat het effect van de dreiging vermindert als er nooit iets écht gebeurt. Maar af en toe doorpakken is een principe dat iedere ouder kent en waar in de praktijk goed mee te leven valt. Benieuwd hoe het met de overdrachtsbelasting uitvalt.

Kruispost van economie.nl

Per 1 juli gaat het tarief van de belasting op de koop van een huis weer omhoog, zo stelt de belastingdienst. Wij denken van niet, maar helemaal uitsluiten kunnen we het ook niet. De makelaars, verenigd in de NVM, worden al nerveus:

De NVM roept het kabinet en gedoogpartner PVV op snel duidelijkheid te geven over met name de overdrachtsbelasting. Die is tijdelijk verlaagd, en dat heeft de markt geholpen, maar de maatregel loopt op 1 juli af tenzij het kabinet tot verlenging besluit. Dat remt kopers af, stelt de vereniging.

Nou staat de NVM toch al niet bekend om zijn geweldige economische analyse, maar zo achterstevoren zie je ze zelden. Als de aanstaande verhoging van de belasting iets zou moeten doen, dan is het wel het aanmoedigen van de koop zolang die nog onder het oude tarief valt. De eerste koper die zich af laat remmen om te zien of de belasting echt wel omhoog gaat moet ik nog tegen komen.

Het ligt natuurlijk voor de hand dat de NVM liever een lage belasting heeft, maar nu al vragen om uitstel werkt juist tegen de belangen van de makelaars in. Als de regering verstandig is, maakt ze de pas op 1 juli bekend of er verlenging van het huidige tarief komt.

In onze dynamische economie moeten werknemers makkelijk kunnen reageren op economische veranderingen. Zonder al teveel kosten verhuizen hoort daarbij, en dus is de overdrachtsbelasting een domme belasting, die nog stamt uit de tijd dat de overheid het geld op moest halen op de momenten dat er veel van over de tafel ging.

Wie de belasting verlaagt, drijft echter de huizenprijs op en dus is het beter om er iets aan te doen als de huizenprijs aan het dalen is. So far so good. Maar dan de dreiging van het terugdraaien van de verlaging, op 15 juni volgend jaar. Gaan we dan weer naar het oude, domme, systeem?

Volgens mij niet. Bij een tegenvallende economische groei zal het erg moeilijk zijn het tarief weer te verhogen en in die moeilijke omstandigheden de “woningmarkt voorgoed de nek om te draaien” (hoort u de makelaars al?). Valt het juist mee, dan zal de rijksbegroting een verlenging makkelijk toelaten. De vraag is of de Nederlandse huizenkoper dat spel doorziet – ik denk het niet, en dus kunnen de notarissen en makelaars maar beter geen meivakantie boeken.

Betty de Boer reageert op Bas Jacobs (zie gisteren). Dit juweeltje kan ik u niet onthouden:

De hypotheekrenteaftrek is een gedeeltelijke teruggaaf van betaalde belasting, en geen subsidie.

Dat de VVD soms toch wat minder economisch verantwoord is dan de partij zelf beweert, constateerden we al eerder. Gisteravond bij Met het Oog op Morgen (start op 20m30) doet Betty de Boer er nog een schepje bovenop, in een discussie met Bas Jacobs over de hypotheekrenteaftrek. Vermakelijk is vooral de kernachtige samenvatting die Jacobs vandaag op zijn weblog plaatst. Fragment:

Mevr. de Boer beweerde eerst dat afschaffing van de hypotheekrenteaftrek tot verschrikkelijke prijsdalingen in de huizenmarkt leidt. Vervolgens betoogt ze dat de hypotheekrenteaftrek niet prijsopdrijving in de huizenmarkt veroorzaakt. Mevr. de Boer toont hiermee aan helemaal niets van economie te begrijpen, maar meent zich wel forse uitspraken over economen te permitteren.

Lees vooral de hele tirade.

Na de markt voor koophuizen zakt de vraag ook op de huurmarkt in. Er staan particuliere huurhuizen leeg, er worden verkooptrucs verzonnen en uiteraard begint de huurprijs voor de leegstaande panden te dalen. Een goede zaak, want zo zullen vraag en aanbod snel weer aan elkaar gelijk zijn.

Maar dat is buiten de voorzitter van de woonbond gerekend. Als nieuwe bewoners een lagere huur krijgen, dan betalen ze namelijk minder dan hun buren. En dat is niet eerlijk, aldus de voorzitter: “daarmee ontstaat er wel een onterecht verschil tussen bestaande en nieuwe huurders”.

Het is toch elke keer weer schrikken, zo’n belangenbehartiger die pal staat voor leegstaande woningen. Want als alle prijzen verplicht mee moeten naar het niveau van de laatste huurder, dan blijft die leegstand er nog wel even. Wat bovendien helemaal funest is voor voor het aanbod is het hanteren van prijsplafonds en het achteraf herzien van contracten ten nadele van de verhuurder. Iets dat we eigenlijk bekend mogen veronderstellen, aangezien er in het nieuws jaarlijks aandacht aan wordt besteed.

De voorzitter van de woonbond behartigt op deze manier de belangen van de zittende huurders ten koste van de woningzoekenden. Een klassiek insider-outsider probleem, dat we ook kennen op de arbeidsmarkt. En zoals vrijwel altijd is het belangrijk de juist outsider te beschermen.

Weekje in Madrid geweest, vooral om het stuwmeer aan vakantiedagen wat te dempen. Mooie stad, maar de econoom houdt natuurlijk altijd zijn ogen open. Spanje heeft te kampen met de naweeën van een grote burbuja inmobiliaria [engels], waarna het volume op de huizenmarkt dramatisch gedaald is. Ik kan melden dat het met de prijzen sindsdien ook niet al te best gaat.

Dit zijn nieuwe appartementen; bij de bestaande voorraad gaat het minder hard. Overigens weten ze in Spanje wel het een en ander van prikkels (en het werkt!), alsmede van bezuinigen. En het is maar goed dat ik terug ben voor de staking uitbreekt.

Nu weer aan de slag.

Het politieke debat over beperking van de hypotheekrenteaftrek heeft de woningmarkt geen goed gedaan.

zo meldt de Volkskrant. En waar zou dat dan uit blijken?

Het aantal afgesloten hypotheken is de eerste twee maanden van dit jaar gedaald met 11 procent ten opzichte van een jaar geleden.

Een hypotheek afsluiten is een langdurige geschiedenis: tussen het moment dat je een huis besluit te kopen en daadwerkelijk bij de notaris zit om de hypotheek af te sluiten zit al snel een maand of 1 tot 2. Wie in de eerste twee maanden van dit jaar een hypotheek afsluit heeft dus pakweg in de laatste twee maanden van 2009 die beslissing al genomen. En dat terwijl Google Trends laat zien dat het debat eigenlijk pas in de loop van maart dit jaar losbarstte:

Hwoord 

De conclusie van de Volkskrant is dus op z’n zachtst gezegd nogal voorbarig.

De hypotheekrenteaftrek (HRA schijft de Telegraaf) houdt de gemoederen bezig. Goede zaak, zou je zeggen, want zo ontstaat er een gezonde discussie over de toekomst van deze regeling. Maar dat is buiten Nout Wellink gerekend. Over het aanpakken van de HRA:

Dit soort maatregelen moet je nemen op de top van de conjunctuur. Daar is het nu niet het moment voor.

Plannen maken voor een wijziging over bijvoorbeeld vier jaar  mag ook niet:

Mensen anticiperen daarop en daarmee ontregel je de woningmarkt nu al.

Natuurlijk, Wellink maakt zich zorgen over de banken. Maar zou er een groot verschil zijn tussen “over vier jaar doen we iets aan de HRA” en “We hebben het er niet over. Wacht tot de top van de conjunctuur. Dan kijken we naar de HRA”.

(Kenners weten dat een conjunctuurcyclus 7 à 9 jaar duurt en we sinds kort door het dieptepunt heen zijn.)

Op de voorpagina van de Volkskrant laten economen zich vandaag uit over de toekomst van de hypotheekrenteaftrek, in reactie op politieke plannen. Zoals altijd zijn de meesten vóór afschaffing, maar is de vraag hoe dat moet gebeuren.

Een slecht idee is het om bestaande gevallen anders te behandelen dan nieuwe hypotheken. U kon een jaar geleden al bij ons lezen dat zoiets dodelijk is voor de mobiliteit, dan wel grof onrechtvaardig. De economen op de voorpagina zijn het hiermee eens.

Ander punt van zorg, volgens een van de geïnterviewden:

invoering van een prijsplafond zoals onder meer D66 nu bepleit, is ‘economisch niet verstandig’. ‘Dan gebeuren er rare dingen op de huizenmarkt rond dat plafond.’

Ik ben toch benieuwd welke rare dingen dat zijn. Tenzij er een plafond komt van de Duckstadse variant, waarbij alle voordelen verdwijnen als de prijs een drempel passeert. Zoiets zag je vroeger nog wel eens bij inkomensmaatregelen, dat alle steun pardoes verdween als er meer dan bedrag X werd verdiend: een klassieke armoedeval.

Maar als de belastingaftrek tot vijf ton 52% is, en voor verdere geleende euro’s de helft, dan leidt dat volgens mij niet tot ‘rare dingen’. De hogere lasten zijn proportioneel met het bedrag boven de drempel, en lopen dus langzaam op. Dat maakt niet dat alle villa’s van zes ton ineens een ton minder waard worden.

Toch heeft een goede econoom eigenlijk een hekel aan drempels. Zo’n schijvensysteem bij de belastingen bijvoorbeeld, dat leidt toch voornamelijk tot lastige econometrie en is een benadering van het optimale verloop van het tarief. Is het een menselijke beperking dat we het tarief niet gewoon kunnen specificeren in een mooie (desnoods lineaire) functie? Misschien kunnen we dat op dit dossier eens proberen.

Volgende pagina »