Gezondheid


Even met het ziekenhuis gebeld over de rekening die ze mij gestuurd hadden. Door een fout was er een veel te hoog bedrag gerekend voor het dichtmaken van mijn duim (na een incident in de keuken waar ik het liever niet over heb).

Waarom troost ik mij deze moeite? Omdat ik bij mijn verzekering het grootst mogelijke eigen risico heb aangekruist, en alle kosten voor mijn eigen rekening zijn. Als gezonde man van 38 kijk ik wel uit om in de pool van veelgebruikers van zorg terecht te komen en verzeker me alleen tegen echte rampen (voor zover dat mag, zie eerder hier).

Veel Nederlanders zijn in de omstandigheid dat (na het verplichte eigen risico) hun rekeningen geheel vergoed worden door de verzekeraar. In dat geval loont het uitpluizen van behandelcodes  en hangen in een telefoonmenu natuurlijk niet de moeite. In Amerika gebruiken ze daarom copayments, een verplichte eigen bijdrage aan behandelingen die verder vergoed worden. Zo hebben patiënten de prikkel om een beetje op te letten (en om niet altijd naar de dokter te gaan; of dat laatste is optimaal is, is trouwens niet duidelijk).

Niet dat zoiets nou meteen ook bij ons moet, maar verzekeraars zijn er wel bij gebaat dat de verzekerde zijn hoofd er een beetje bijhoudt als de rekening voorbij komt. Die weet immers veel beter wat er allemaal aan hem gebeurd is en kan kosten besparen door fouten in de rekening te melden. Maatschappijen zouden eigenlijk een percentage van die bespaarde kosten moeten uitbetalen aan de oplettende verzekerde.

Veel Nederlanders eten niet meer drie keer per dag, maar grazen gedurende het werk hun calorieën bij elkaar.

Een opvallend resultaat is dat het middagmaal er bij mannen met 25 procent vaker inschiet dan bij vrouwen, van wie 19 procent de lunch wel eens overslaat. Als mogelijke oorzaak wordt de zorgsector genoemd, waar meer vrouwen werken. Deze sector houdt er relatief gezonde lunchgewoonten op na.

Ik ken nog wel een andere mogelijke verklaring. In dit recente onderzoek bekijkt Daniel Hamermesh [eerder] de relatie tussen de keuze om te grazen in plaats van te lunchen, en het uurloon van de eter. Het blijkt dat een hoger loon leidt tot minder reguliere maaltijden, een uitkomst die prima valt te begrijpen in het licht van de opportunity cost van een lange lunch. De gemiddeld hogere uurlonen van mannen ten opzichte van vrouwen zouden dus het lunchgedrag kunnen verklaren.

Wie tijd heeft mag kijken of het kwantitatief klopt; ik ga nu lunchen.

De Volkskrant meldt vorige week

Een man in New York eist 1,5 miljoen dollar (1,1 miljoen euro) van zijn ex-vrouw omdat zij tijdens hun huwelijk een nier van hem kreeg. Betaalt ze niet, dan wil hij zijn nier terug. Dat melden Amerikaanse media. De 49-jarige arts stond in 2001 zijn nier af aan zijn zieke vrouw. Vier jaar later besloot zij bij hem weg te gaan. Hij eist 1,5 miljoen dollar omdat dit de marktwaarde van een nier zou zijn.

Wat een afzetter. Man in kwestie is duidelijk geen vaste lezer, anders had hij geweten dat zo’n nier toch zeker niet meer dan 10.000 euro hoeft te kosten.

In dit artikel in Nature pleiten zeven wetenschappers ervoor om na te denken over het gebruik van geestverhelderende middelen bij economische productie (zie ook hier). Van medicijnen zoals Ritalin is bekend dat ze de concentratie verhogen en in principe kunnen leiden tot een verbetering van de productiviteit van bijvoorbeeld wetenschappers (overigens weten wetenschappers dat ook).

In eerste instantie lijkt er een parallel met bijvoorbeeld het wielrennen, waar doping streng verboden is omdat het de competitie vervalst. Maar die vlieger gaat hier niet op. Immers, als alle wielrenners doping nemen verandert er niets aan de uitslag die wordt bepaald door relatieve kracht. Maar, zo merken de onderzoekers op,

unlike athletic competitions, in many cases cognitive enhancements are not zero-sum games. Cognitive enhancement, unlike enhancement for sports competitions, could lead to substantive improvements in the world.

Door enkele wetenschappers aan de doping te laten gaan kan de technische vooruitgang mogelijk versneld worden, en daar heeft iedereen wat aan. Toch zou ik intuïtief geen voorstander zijn van dit soort plannen, hoewel ik daar op dit moment moeilijk sterke argumenten voor kan verzinnen. Wil ik misschien intuïtief mijn eigen (bescheiden) monopolie handhaven?

(Dit is een vervolg op deel 1)

Een ander voorbeeld. Stel, er staat een rij bij de kassa van uw lokale supermarkt. Er zijn tien wachtenden. De supermarkt is bereid een extra kassa te openen, mits daarvoor wordt betaald. Nummer 6 in de rij is bereid die betaling te doen, en wordt dus meteen geholpen bij de nieuwe kassa. Da’s een duidelijke Pareto-verbetering. Meneer 6 is beter af, anders betaalde hij niet. Voor wachtenden 1 tot en met 5 verandert er niets. Nummers 7 tot en met 10 schuiven zomaar gratis en voor niets een plaatsje naar voren en zijn blij. Niemand kan daar tegen zijn, zou je zeggen.

Maar helaas. Als die rij niet voor een kassa staat maar voor een medisch specialist, dan zien mensen dat plots heel anders. Dan heet het voorkruipzorg en vindt minister Klink dat het niet moet mogen. Toch jammer (zie ook hier).

Pareto-verbeteringen zijn de natte droom van elke econoom. Bij zo’n verbetering gaat niemand er op achteruit, terwijl er wel mensen op vooruit gaan. Wat wil een mens nog meer. In de praktijk is zoiets natuurlijk lastig te verwezenlijken. Inkomensherverdeling bijvoorbeeld, da’s duidelijk geen Pareto-verbetering. Als de kans op zo’n verbetering zich dan toch voordoet, grijpt iedereen die natuurlijk met beide handen aan. Zou je denken.

Gisteren maakten een aantal grote zorgverzekeraars bekend dat ze orgaandonoren een korting gaan geven op hun zorgpolis. Briljant plan, lijkt me. Verzekeraars gaan er op vooruit, anders boden ze het niet aan, verzekerden gaan er op vooruit, anders doen ze gewoon niet mee, en mensen die organen nodig hebben worden er al helemaal beter van. Letterlijk. Een win-win-win situatie dus eigenlijk.

Maar helaas. De kamer vindt het maar niks, zo’n Pareto-verbetering.

Het zou niet om een financiële prikkel moeten gaan, maar om bezorgheid met de medemens.

zegt CDA-er Ormel. Aandoenlijk altijd, mensen die in zo’n droomwereld leven. Ook zorgverzekeraar CZ heeft aangekondigd niet mee te doen.  Uit principe. Dat er in Nederland mensen dood gaan wegens een gebrek aan donororganen, dat schijnt voor CZ geen enkel punt te zijn, principieel gezien.

We schreven al veel vaker over orgaandonatie: u kunt  hier beginnen en dan verder klikken. Overigens gaat Singapore het nu mogelijk maken om donoren te betalen.

Thijs heeft gelijk. Alles komt terug. Een half jaar geleden hadden we het al eens over het plan om alle meisjes van 12 jaar in te enten tegen baarmoederhalskanker. Een goed idee, betoogden wij, want de baten zoals wij die veronderstelden zijn hoger dan de kosten.

Maar vandaag waarschuwt het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) dat de baten wel eens nul zouden kunnen zijn. Anders dan wij in het oorspronkelijke bericht, houdt het NHG namelijk ook rekening met prikkels, waarvoor alle hulde. Het AD bericht:

Via bevolkingsonderzoek komen nu nog vaak alle virussen die baarmoederhalskanker veroorzaken tijdig aan het licht. Artsen kunnen dan ingrijpen om de ziekte de kop in te drukken. Onderzoekers van het NHG vrezen echter dat vrouwen straks zo veel vertrouwen hebben in het vaccin, dat zij het bevolkingsonderzoek links zullen laten liggen.

In theorie zou het NHG gelijk kunnen hebben. Het bericht suggereert dat het vaccin in slechts 70% van de gevallen effectief is. Maar de resterende 30% zou laag genoeg kunnen zijn om de individuele baten van het meedoen aan bevolkingonderzoek lager te laten zijn dan de kosten. Als het bevolkingsonderzoek effectief genoeg is, kan dat uiteindelijk leiden tot meer slachtoffers.

Nu leidt regelmatig bevolkingsonderzoek natuurlijk wel tot meer huisartsbezoeken dan een eenmalig vaccinatieprogramma. Huisartsen hebben dus ook een prikkel om te claimen dat niet vaccineren veel beter is. Maar waarchijnlijk ben ik dan te cynisch.

RTL Nieuws heeft het volgende ontdekt:

Duizenden verpleegkundigen blijken ontslag te hebben genomen om zich vervolgens via een extern bedrijf of hun eigen zaak te laten inhuren. [...] “Het vaste personeel raakt steeds meer gefrustreerd, omdat ze te maken hebben met een hoge werkdruk [...] en een te laag salaris”.

Gevolg: hoge kosten voor de ziekenhuizen. Vervelend natuurlijk. Maar een belangrijker gevolg, op de lange termijn, is dat het plotseling verdraaid interessant is om verpleegkundige te worden. Eigen bedrijfje, leaseauto erbij, goed verdienen. Dat is precies de prikkel die we nodig hebben om aan de tekorten van de komende jaren het hoofd te bieden.

De verpleegkundigen die op deze manier aan hun knellende CAO’s ontsnappen dragen aldus bij aan, daar is-tie weer, de marktwerking die ervoor zorgt dat schaarse middelen op de juiste plek terecht komen. Ga zo door!

Stel, je hebt een hekel aan sporten maar overweegt om eraan te beginnen omdat het leidt tot een langer leven. Maar stel ook dat Midas Dekkers gelijk heeft en de lengte van je leven (in verwachte waarde) exact toeneemt met de tijd die je aan sporten besteedt. Is er dan nog sprake van een opbrengst?

Ik zou zeggen: ja. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik brand van nieuwsgierigheid over de gebeurtenissen in 2060. Als ik, door vandaag een rondje hard te lopen, de kans groter maak dat ik de Olympische Spelen van dat jaar kan zien (als ze nog bestaan) dan is dat een opbrengst. Idem voor het meemaken van mijn achterkleinkinderen en de Linux kernel versie 12.2.0. Je kunt zeggen: ik hecht waarde aan absolute tijd.

In de bovenstaande simplificatie van het effect van sporten kun je, als het ware, je leven even op pauze zetten. Als zo’n techniek echt bestond, dan was er vast wel vraag naar. Maar nu de economie. Want als ik een standaard intertemporele nutsfunctie maximaliseer met een positieve tijdsvoorkeurvoet, dan wil ik helemaal geen pauze in het leven. Alles wat verder weg ligt is immers minder waard. Klopt dat model eigenlijk wel?

(Onbegrijpelijke anecdote voor theoretici volgt.)
(meer…)

De Volkskrant meldt een nieuw record niertransplanteren: zes stuks in één keer. Het oude record stond op vijf. Hier legden wij al eens uit waarom dergelijke megatransplantaties nodig zijn.

Volgende pagina »