Monetair


Volgens sommige puristen zou het nieuwe gebouw van de onafhankelijke centrale bank eigenlijk een grote slotgracht moeten hebben. Zijn er politici in aantocht, met koffers vol onverkoopbare obligaties, dan kan het personeel makkelijk de brug ophalen en het gespuis buiten de deur houden. De centrale bank kan hen niet monomaan genoeg zijn; zaken doen in ordinair schuldpapier tast slechts de brandschone reputatie aan.

En dan zijn er de rekkelijken. Zij verwijzen naar wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat reputatie er niet zoveel toe doet, en dat het bij centrale banken maar om twee dingen gaat: kunnen ze nee zeggen tegen de verkopers van overheidsschuld als ze dat willen, en kan de baas ontslagen worden als hij het niet goed doet? Als dan de bevolking de bank voldoende steunt komt het met de inflatie ook wel goed.

Dit standpunt wordt uitstekend verwoord door de Amerikaanse econoom Adam Posen in deze speech [pdf] van een paar dagen geleden. Het kan haast niet anders of Posen heeft kinderen in de puberteit – zijn vergelijkingen met de reputatie van tieners op school en de rol van maagdelijkheid zijn bijzonder treffend. Leuk voor ons is dat veel van zijn inzichten komen uit het werk van Nederlandse economen. Conclusie van het verhaal: laat centrale banken rustig handelen in verdachte waar, zolang ze maar nee kunnen zeggen als het erop aankomt. Een belangrijke mening, want Posen is mede verantwoordelijk voor het beleid van de Britse centrale bank.

Eerder plaatsten we dit over de geldpers; dit schreef ik er 10 jaar geleden over. Overigens: lees bovenstaande 10 pagina’s en concludeer met mij: weinig teksten lezen beter dan een uitgeschreven speech. De Nederlandse traditie op dit vlak is erg zwak; ik kan mee uit het afgelopen seizoen niet één vlammend betoog van een lijsttrekker herinneren. Hier ligt nog een groot terrein braak.

Gaat de ECB euro’s bijdrukken als onderdeel van het nieuwe plan om de munt te redden? Mathijs Bouman denkt van wel, Frank Kalshoven hield de mogelijkheid dit weekend open. Maar extra euro’s betekent inflatie en de ECB heeft als enige doel om inflatie te voorkomen. Volgens Bouman voorspelt deze passage niet veel goeds:

the Governing Council decided: To conduct interventions in the euro area public and private debt securities markets (Securities Markets Programme) to ensure depth and liquidity in those market segments which are dysfunctional.

Maar direct daaronder staat

In order to sterilise the impact of the above interventions, specific operations will be conducted to re-absorb the liquidity injected through the Securities Markets Programme. This will ensure that the monetary policy stance will not be affected.

Dat betekent dat de ECB welliswaar sommige obligaties gaat opkopen, maar dat doet met de opbrengsten van de verkoop van andere stukken. Vooralsnog wordt er dus geen euro bijgedrukt. Ik denk dat het er voorlopig ook niet van komt; als het probleem op die manier opgelost kon worden zouden al die fiscale steunoperaties niet nodig zijn. Maar wie ben ik? Houdt u de komende dagen deze pagina in de gaten voor de geaggregeerde mening van de wereldkapitaalmarkt. Gebaseerd op de koers van inflatie-geïndexeerde obligaties, die aangeeft wat de verwachtingen van de markt op lange termijn zijn. Wie erg bang is voor uitholling van zijn spaargeld koopt trouwens gewoon zelf wat van die dingen (indirecte kleine stukken hier). En zet meteen even de rente op je hypotheek vast.

Als er dan toch inflatie uitbreekt, geldt het gebruikelijke verhaal: mensen met schulden zijn beter af, mensen met (nominale) assets verliezen. De economie gaat wat minder efficiënt draaien en we hebben uiteindelijk een dikke recessie nodig om weer van de inflatie af te komen.

En weer is een belangwekkend Nederlands econoom overleden. Jacques Polak, monetair econoom en grondlegger van het IMF overleed afgelopen vrijdag op 95-jarige leeftijd. Zoals altijd heeft Wikipedia een uitstekende biografie. De man promoveerde in 1937 aan de UvA en publiceerde in bladen als Econometrica en de American Economic Review, in die laatste met een belangwekkende analyse van Scrabble die eerder nog onze kolommen haalde.

De laatste berichten uit Noord Korea geven aan dat het regime druk bezig is met het plukken van de rijkere Noord-Koreanen. Er is een nieuwe munt ingevoerd en per persoon mag maar een beperkt bedrag worden omgewisseld; wie meer had gespaard heeft pech. Dat zijn vooral degenen die profiteerden van recente economische vrijheden:

Om de voedseldistributie te verbeteren besloot het Noord-Koreaanse regime in 2002 bepaalde markten iets meer vrijheid te gunnen. Boeren mochten hun eigen producten verkopen.

Dat dit slecht uitpakt voor de prikkels in de toekomst laat zich raden.

Waar is het regime bang voor? Misschien wel dit: de gebeurtenissen in Noord Korea verlopen exact volgens het patroon dat Daron Acemoglu en coauteurs in dit paper gebruiken om de geschiedenis van West Europa te begrijpen. Die begint als vrijwel alle landen zuchten onder een absolute vorst en de groei maar langzaam verloopt. Dan worden de handelsroutes over zee geopend waardoor plots veel geld verdiend kan worden. In landen waar hierdoor een sterke middenklasse ontstaat volgt daarop een politieke omwenteling: de middenklasse verwerft juridische bescherming van haar bezit en de absolute macht van de vorst wordt beperkt. De instituties die daarbij horen leiden tot hoge economische groei.

De twee meest succesvolle landen maakten op die manier grote ontwikkelingen door: Nederland had zijn Gouden Eeuw en in Engeland ontstond de industriële revolutie. Dat Noord Korea hier geen zin in heeft geeft aan dat het regime niet is geïnteresseerd in welvaart voor zijn onderdanen.

Jaren geleden kon je als econoom beroemd worden door te suggereren om geld uit een helicopter naar beneden te gooien. Gelukkig is die milieuvervuilende manier van monetair injecteren al lang niet meer nodig. In de 21e eeuw hebben we inmiddels de gegarandeerde jackpot, de gulle pinautomaat en, sinds kort, de zakkenrollervuller.

Een van de grotere lokale handelssystemen in Nederland, en ook vertegenwoordigd bij Alles Draait Om Geld vorige week, is de Gelre, een systeem dat draait in Gelderland. Uit de website van de club blijkt dat ze er een nogal, eh, onconventionele economische visie op nahouden:

De Euro is schaars en met name landelijke en kleinsteedse gebieden zijn onderhevig aan die schaarste. [...] Veel perifere gebieden zijn niet arm omdat ze ‘niet concurrerend’ zijn, maar omdat er onvoldoende geld regionaal circuleert om de onderlinge handel mee te financieren.

En de oplossing van dat probleem is, uiteraard, de Gelre. Lees vooral ook de rest van deze pagina, zeer de moeite waard.

Het is goed dat er rente is, zou je denken. Vooral voor de armen. Zo kunnen ze zich dingen permitteren die anders alleen voor de rijken waren weggelegd. Was er geen rente, dan zou niemand nog geld uitlenen, en moet je dus alles eerst bij elkaar sparen voordat het aan kan schaffen. Bij de Gelre denken ze daar duidelijk anders over:

(meer…)

Best een aardig programma. Thijs hoeft zijn video niet eens in te stellen, het programma is terug te zien op uitzendinggemist.

In de aflevering van vorige week heb ik met lichte verbijstering gekeken naar een item over LETS, lokale alternatieve handelssystemen (start op 21:35). Het ontstaan van zo’n systeem gaat meestal ongeveer als volgt. Allereerst is er een groep mensen die niet zoveel heeft met geld, onze maatschappij maar materialistisch vindt en daarom overgaat op ruilhandel. Ik doe jouw tuin als jij voor mij een appeltaart bakt, dat idee. Een hele sympathieke gedachte. De volgende stap is dat iemand op het idee komt dat het eigenlijk handiger is om een tegoedbon voor een appeltaart te geven in plaats van direkt die taart te bakken, zodat degene met de tuin hem, zeg, op zijn verjaardag kan verzilveren. Dan verzint iemand dat het nog handiger is als zo’n tegoedbon ook overdraagbaar is aan anderen zodat we niet alleen bilateraal kunnen ruilen, maar ook in langere ketens. Tenslotte komt iemand op het lumineuze idee om de tegoedbonnen niet te stellen in termen van appeltaarten, maar in termen van algemene diensten. Een appeltaart kost dan bijvoorbeeld 3 tegoedbonnen, het aanharken van de tuin 4 tegoedbonnen, enzovoort.

De ultieme ironie is natuurlijk dat het systeem dan terechtkomt op iets wat verdacht veel lijkt op geld, maar dan zonder de veiligheid van monetair toezicht. Vanuit hun sociale idealen komen de initiatiefnemers dus uit op een systeem dat in zekere zin ultra-kapitalistisch is.

De voordelen van de LETS? De voorstanders noemen vooral het bevorderen van sociale cohesie (te rechtvaardigen, maar dat zou ook op een andere manier kunnen) en het stimuleren van de lokale economie; het gaat immers om lokale handelssystemen. Uiteindelijk komt dat dus neer op ordinair protectionisme en dat is ook al geen goed idee.

(later meer)

Heeft u enig idee wie de beste minister van Financiën uit de Nederlandse geschiedenis is? Ik ook niet. Het Historisch Nieuwsblad wil het graag weten, en pollt “economen, economisch historici en financieel journalisten” die er verstand van zouden moeten hebben. Om onduidelijke redenen is zo’n uitnodiging ook in mijn mailbox beland. Ik vrees dat die eigenlijk bedoeld was voor een collega met bijna dezelfde achternaam.

Maar goed. Nu deze mogelijkheid zich voordoet om invloed uit te oefenen op het democratisch proces, zal ik er gebruik van maken ook. Voor gemotiveerde suggesties hou ik me dan ook van harte aanbevolen. Hier heeft het tijdschrift een handig lijstje gezet ter inspiratie.

Er is deflatie (0,4%, jaar op jaar) geconstateerd in de VS, voor het eerst sinds 1955. Wat betekent dat? Is het van belang voor Nederlanders?

De feiten. Deflatie betekent dat het prijspeil voor consumenten daalt, aankopen worden goedkoper. In dit geval is dat met name brandstof: door de lage olieprijs (was $145 vorig jaar juli, nu rond de $50) kosten benzine en verwarming een stuk minder. De meeste overige aankopen worden nog wel steeds iets duurder. In het VK wordt ook deflatie verwacht. In de Eurozone is de inflatie nu 0,6% en voor Nederland geldt dat de inflatie 2% bedraagt. Dat is een heel normaal niveau. Toch hoeven wij niet terug naar de jaren ’50 om deflatie te zien. In 1987 hadden we er voor het laatst mee te maken. Ook hier was de oorzaak een dalende olieprijs.

Deflatie, is dat niet heerlijk? Dalende prijzen, dat lijkt een heel prettige verandering. Maar consumenten moeten zich realiseren dat die situatie, reëel gezien, normaal is. Ieder jaar kun je voor een gemiddeld inkomen meer kopen. Nominale deflatie, het echte dalen van prijzen, is een heel ander verhaal. Het probleem is dat de economie in dat geval rare kuren gaat vertonen. Wetende dat prijzen constant dalen, zien slimme mensen in dat ze beter kunnen wachten met de aanschaf van allerlei goederen. Daardoor loopt de omzet van winkels terug, waardoor die moeten besluiten de prijzen nog verder te verlagen. Het proces houdt zichzelf dus in stand. Ondertussen zijn mensen met schulden de klos, want het wordt steeds moeilijker genoeg te verdienen om die af te betalen (quoot ik mijzelf).

Voor beleidsmakers is er de angst dat ze, eenmaal in een situatie van deflatie, niets meer kunnen doen. De rente verlagen werkt op dat moment niet meer omdat men ook zonder te sparen een rendement haalt. Afschrikwekkend voorbeeld is Japan, dat in de jaren ’90 op die manier in de soep liep.

Wat nu? Om een uitgebreide deflatie te voorkomen kan de centrale bank meer geld in omloop brengen, bijvoorbeeld door de rente te verlagen. Als dat niet meer werkt kan de bank zelf krediet verstrekken aan bedrijven of de overheid. Extra geld jaagt de prijzen weer omhoog. Bij dit alles moet wel in het achterhoofd gehouden worden dat de centrale bank er eigenlijk is om de inflatie te beperken. Men is dus vaak wat huiverig voor dit soort acties. Overigens in Europa huiveriger dan in de VS, waar de Fed ook verantwoordelijk is voor het aan de praat houden van de economie.

Het probleem dat hier in feite speelt is dat we geen idee hebben hoe het nu met de economie staat. Onze informatie bestaat uit maar een paar getallen die om de paar dagen gepubliceerd worden. Daaruit moeten we een beeld vormen van een enorm gecompliceerde machine. Dit deflatiecijfer is zo’n getal, en het geeft aan dat het misschien iets slechter gaat dan verwacht. Het is onverstandig om op basis daarvan meteen alles op z’n kop te zetten en met groot monetair beleid te komen. Het volgende getal komt misschien al over een paar dagen.

Voor consumenten geldt dat het verstandig is om over een lange termijn te denken. Nu gaat het slecht, over een paar jaar misschien wel weer goed. Het is niet verstandig om nu heel erg te besparen en later weer een boot te kopen. De overheid kent een trendmatig begrotingsbeleid, wat betekent dat ze de uitgaven niet meteen aanpassen als de inkomsten omhoog of omlaag gaan. Die demping is goed voor onze economie. Consumenten zouden, als ze dat kunnen, hetzelfde moeten doen.

Vanmiddag, 16:15, Radio 1. Snelle commentatoren kunnen mijn analyse nog verbeteren! u bent helaas te laat. Voor de liefhebbers een MP3 [5.9 Mb]

Ik wist dat de Amerikaanse overheid er wat krapjes bij zit tegenwoordig, maar bijgaande oproep om toch vooral dollarmunten in plaats van –biljetten te gebruiken die ik een paar dagen geleden tegenkwam in de metro van Washington leek me zelf ietwat overdreven:

P1080554

Er staat ook een website bij, maar deze website lijkt me een betere verwijzing. Het taalgebruik is op zijn zachtst gezegd nogal dramatisch:

In his 1961 inaugural address John F. Kennedy said, "Ask not what your country can do for you—ask what you can do for your country." Now, generations later, you could make a difference simply by using the $1 Coin and helping our country save billions of dollars.

Volgende pagina »