Sannikov

De John Bates Clark medal, u weet wel, de prijs voor de beste econoom werkzaam in de VS van onder de 40 (eerder) gaat dit jaar naar Yuliy Sannikov, Rus Oekraiener, en werkzaam op Princeton.

Ging de prijs sinds 2010 steeds naar toegepaste micro-economen (zie bericht vorig jaar), dit jaar is er dan eindelijk weer een hardcore theoreticus aan de beurt. Sannikov bouwt dynamische speltheoretische modellen in continue tijd, over onderwerpen die tot voor kort vooral in discrete tijd werden gemodelleerd (kartels, principal-agent, maar ook corporate finance en macro). Nogal geavanceerd allemaal (de man won niet voor niets drie gouden medailles op wiskunde-olympiades), maar hier staat een zeer goed en relatief toegankelijk overzicht.

Roland Fryer

De John Bates Clark Medal, prijs voor de beste econoom in de VS onder de 40 (zie eerdere berichtgeving) is dit weekend toegekend aan Roland Fryer, die dingen heeft gedaan op het gebied van arbeid, onderwijs, maar vooral raciale ongelijkheid in de VS.

Het leuke van zo’n prijs is ook dat het een aardig inkijkje geeft in wat er op dit moment echt toe doet in de economische wetenschap. Al zeker sinds 2010 (zie Wikipedia) is de prijs eigenlijk alleen nog maar gegaan naar toegepast, empirisch micro-onderzoek, vaak met veldexperimenten, over onderwerpen waar de gemiddelde Nederlandse krantenlezer bepaald niet aan zou denken als hij het economie-katern leest.

Fryer heeft een nogal opvallende achtergrond. Hij is zwart (als eerste winnaar), werd verlaten door zijn moeder, mishandeld door zijn vader, en komt uit een familie van drugsdealers. Dit artikel uit de New York Times is al uit 2005, maar nog steeds de moeite waard.

Een balletje meel

Cor ziet er niet best uit. Hij is de hele nacht opgebleven en heeft duizenden oliebollen gebakken. Het mag niet baten. De rij voor zijn zaak is bijna 30 meter lang en het lijkt erop dat de voorraad er ver voor sluitingstijd door gaat. Cor bakt de beste bollen van het dorp.

Ik heb gereserveerd en neem mijn zak bij de aparte balie in ontvangst. “Je moet je prijzen verhogen” probeer ik bij Cor. “Nu moet je straks mensen teleurstellen. En je had ook nog eens meer kunnen verdienen.”

Cor schudt zijn hoofd. “Weet je, ik vind het al moeilijk om er zoveel voor te vragen. Het blijft natuurlijk maar een balletje meel. Daar kun je de mensen geen kapitalen voor laten betalen.”

“Ja maar”, probeer ik nog, “nu moeten ze in een rij staan wachten. Misschien betalen ze liever iets meer voor een snellere service?”

“Dan hadden ze maar moeten reserveren.”

Het is inmiddels een jaar geleden dat ik dit gesprek voerde en ik ben er nog niet uit of mijn oliebollenbakker (olie-)dom is of een goed gevoel heeft voor het verloop van de vraagcurve. Gaan klanten werkelijk niet akkoord met een prijs die duidelijk veel hoger is dan die van de ingrediënten?  Of leidt een hogere prijs tot imagoschade voor de zaak waarmee Cor de rest van het jaar zijn geld verdient? In ieder geval zou hij de prijs voor gereserveerde bollen moeten verhogen, boven die voor de losse verkoop. Is die rij toch nog ergens goed voor.