Speltheorie


Als twee vrachtwagens met dynamiet elkaar moeten passeren op een smalle bergweg, wie gaat er dan achteruit? Deze zomer las ik het schitterende Strategy of Conflict van Thomas Schelling, over conflicten waarin de spelers tegengestelde belangen hebben, maar ook een gezamenlijk belang om de boel niet te laten ontploffen. De belangrijkste les was zwakte is sterkte, oftewel, de speler die de minste opties heeft, komt het best uit het spel.

Het steekspel rond de Griekse schuld is een klassiek voorbeeld van dit thema. Griekenland wil zo min mogelijk betalen, Europa wil zo veel mogelijk geld terug, maar beiden willen een failliet voorkomen. En dus heeft elke kant zichzelf zoveel mogelijk opties ontnomen. Europa:

“We will certainly not discuss a top-up,” said Wolfgang Schäuble, the German finance minister, noting that a €130bn limit was agreed at an EU summit in October. “We are negotiating within the mandate that heads of state and government have given us.”

En in Griekenland ligt het land stil door een staking en stappen ministers op, wat de Griekse onderhandelaars steunt in hun overtuiging dat ze echt niet verder toe kunnen geven.

De theorie zegt dat de twee uiteindelijk, net voor de deadline, tot overeenstemming komen. Maar Schelling waarschuwt ook dat elke crisis zijn eigen dynamiek kent, en tot ongewenste uitkomsten kan leiden. Een belangrijke toepassing van zijn werk was de hotline, een rode telefoon voor leiders in Washington en Moskou die tijdens de koude oorlog misverstanden moest voorkomen. Laten we hopen dat Venizelos en Juncker elkaars mobiele nummer hebben.

Terug in Nederland kan ik melden dat ik op vakantie in ieder geval één economische klassieker gelezen heb, The Strategy of Conflict van Thomas Schelling .Vier jaar geleden moest ik het doen met zijn biografie, maar ‘s mans proza is een stuk interessanter.

Speltheorie, natuurlijk. Het onderwerp van de eerste hoofdstukken is de situatie waarin twee spelers zowel een tegengesteld als een gemeenschappelijk belang hebben. In het werk van Schelling zijn die spelers meestal de VS en de USSR, die kleine voordelen ten opzichte van elkaar willen halen maar allebei de totale oorlog willen vermijden. Maar er zijn veel meer toepassingen, zoals ouders die streng (maar niet te streng) zijn en hun kinderen die daar gebruik van maken.

De mooiste conclusie van Schelling is het tegen-intuïtieve weakness is strength. Wie in een dergelijk conflict zit en maar erg weinig mogelijkheden heeft, komt vaak als beste uit het spel. De dronken fietser krijgt ruim baan, wie zijn schepen verbrandt wint de strijd op het land, er zijn vele voorbeelden te verzinnen. De truuk is om als speler zo snel mogelijk een commitment te hebben waar je niet meer onderuit komt. De tegenspeler die ziet dat je niet anders kunt zal zich naar zijn lot schikken.

Ik schreef jaren geleden al eens over dit principe als verklaring voor het mysterieuze bordje “slagbomen dalen automatisch” dat je op de Nederlandse wegen nogal eens tegenkomt. Ook in Italië bood het lokale verkeer een mooi voorbeeld. Kijk eens naar deze typische invoegstrook van de Italiaanse autostrada (vergelijk een Nederlands exemplaar). De Hollandse automobilist schrikt zich in eerste instantie rot: het verkeer wordt zonder pardon op de rijbaan gesmeten, zonder de invoegstrook van honderden meters die wij gewend zijn. Maar ook hier geldt dat de zwakte een sterkte blijkt: andere bestuurders weten dat de invoeger geen kant opkan en maken netjes een gaatje. Na een tijdje blijkt dat het invoegen beter gaat dan thuis.

201106052333.jpg

Het is 6 juni, D-day, een mooie dag om eens stil te staan bij het artikel Lying for strategic advantage van Vincent Crawford uit 2003. Crawford gaat in op de keuze voor Normandië als de plek van de invasie, in plaats van het meer voor de hand liggende Calais. De strategische voordelen van Calais (dichter bij Engeland én Duitsland) waren bij beide partijen bekend. Wat het verhaal interessant maakt is het grootschalige afleidingsplan dat de geallieerden inzetten om de Duitsers ervan te overtuigen dat de landing inderdaad bij Calais zou gaan plaatsvinden, operatie Fortitude.

Die operatie is een klassiek WO-II verhaal, waarin met opblaasbare tanks, houten vliegtuigen en een nep-generaal Montgomery de indruk werd gewekt dat zich bij Dover een geweldig leger aan het samentrekken was. Er was massaal radioverkeer en Duitse spionnen die gevangen waren, werden ingezet om de invasie bij Calais door te geven. De Duitsers trapten er op een geweldige wijze in. Zelfs toen de invasie in Normandië al weken aan de gang was hielden ze een grote reserve bij Calais omdat ze de grote inval nog steeds dáár verwachtten.

(meer…)

Bij de revoluties in het Midden-Oosten is er veel te doen geweest over de rol van het Internet in het organiseren van de protesten. In de Volkskrant betoogt Daron Acemoglu (eerder) dat die rol er vooral een is van coordinatie in een collective action probleem. Iedereen kan wel de straat op willen, maar als niemand anders het doet ga jij ook niet want als de opkomst laag is ben jij de pineut. Via Internet kunnen deelnemers zich min of meer committeren aan deelname. Leuk stuk.

De president van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet, houdt er eind oktober mee op. De race om zijn opvolging is, volgens de beste Europese traditie, een ondoorzichtig spel waarbij nationaliteit een hoofdrol speelt. Het nieuws van de afgelopen dagen is dat de Duitse ijzervreter Axel Weber niet meer meedoet. Dat geeft de Italianen nieuwe hoop: hun man, Mario Draghi, zou de ideale bankpresident zijn. Opgeleid aan MIT, veel internationale ervaring, al vijf jaar president van de Italiaanse centrale bank. Maar ja, Italiaan, en dus voorzien van een zuidelijk stempel. De Noordelijke landen zien de geldpers al draaien als Mario de ECB overneemt.

De nationaliteit van Draghi kan echter ook in zijn voordeel werken. In een artikel uit 1998 (dat misschien wel bij de beste uit de AER hoort; hier is een gratis versie uit Tilburg) laten Cukierman en Tommasi het volgende sterke staaltje zien: stel, politici hebben informatie over de wereld die beter is dan die van hun kiezers. Maar kiezers weten dat politici zelf ook voorkeuren hebben, en dus mogelijk liegen over hun informatie. Wanneer kun je er dus van op aan dat de politicus echt de waarheid spreekt? Als hij iets doet dat tegen zijn gebruikelijke overtuiging ingaat. Het artikel heet dan ook When does it take a Nixon to go to China?

Vertaal dit naar de ECB en ontdek dat het juist voor een Italiaan, met het stigma van een losse monetaire moraal, makkelijk is om een streng anti-inflatiebeleid te voeren.* Wie de steun van Zuid Europa wil hebben als de rente omhoog moet, krijgt die makkelijker met Draghi aan het roer.

(*) De ECB is dan wel geen democratie maar de steun van de bevolking is wel handig, zie mijn eigen werk uit een grijs verleden.

Op de achterkant van elke editie van het Journal of Political Economy staat een citaat uit de wereldliteratuur dat gerelateerd is aan een bepaald economisch begrip. Het is jammer dat dat alleen Engelstalige citaten mogen zijn, want onze vaste lezer Pim kwam op de proppen met de volgende passage uit Nacht op de Kale Berg van Karel van het Reve uit 1961, waarin het gebruik van gemengde strategieën wordt uitgelegd  (Salamander, 4e druk, 1990, pg. 157):

Nee, zei Joop. Ik heb niet gekozen. Kijk eens, eventuele achtervolgers begrijpen, als ze verstandig zijn, dat we deze keuze hadden. Ze zullen zich dus afvragen welke weg wij kiezen. Ze kennen misschien onze omstandigheden, onze overwegingen. Ze kunnen proberen onze keuze te voorspellen.
- Maar wij kunnen weer proberen om het resultaat van die pogingen te voorspellen.
- Zeker, en daar kunnen zij weer achter proberen te komen. Zo blijf je achter elkaar aanhollen en blijft de kans bestaan dat ze door nadenken onze route te weten komen.
- Maar daar lijkt me toch weinig aan te doen.
- Toch wel: ik heb een aselecte keuze gedaan uit die twee mogelijkheden. Een onvoorspelbare keuze. Ik heb een cent opgegooid.
- Maar ook daar kunnen zij achterkomen.
- Zeker, maar hoe die keuze uitgevallen is kunnen ze nooit weten.

Fascinerend artikel in de sportbijlage van de Volkskrant afgelopen zaterdag over het Nederlands volleybalteam en, vooral, de wetenschap daarachter [helaas niet online]. Zo blijkt dat voor de gemiddelde international tegenwoordig een cursus speltheorie geen overbodige luxe is. Ga er vooral goed voor zitten:

‘Ik ben ervan overtuigd’, zei middenaanvaller Wytze Kooistra vorige week woensdag […], ‘dat we beter weten hoe de Esten spelen dan de Esten zelf […] Als Estland zou weten hoe het speelt, zouden ze niet zo voorspelbaar spelen. Wij zijn trouwens ook niet altijd onvoorspelbaar, maar ik denk niet dat zij dat weten. Want daar heb je een goede scout voor nodig. En als zij een goede scout hadden, zouden ze niet zo spelen zoals ze spelen.’

Ik bedoel maar. Even verderop wordt het nog interessanter, als wordt besproken hoe er verdedigd moet worden:

Als blijkt dat ze […] meestal over rechts gaan, zet je alvast een stapje naar rechts’. Dit is een zogenaamd commit block. Je committeert je immers aan de informatie die je hebt gekregen. Het probleem met de commit blocks is dat de tegenstander waarschijnlijk weet dat jij weet wat zij meestal doen. ‘Klopt’, zegt Kooistra. ‘Maar je blijft dan toch gewoon die kant op gaan. Alleen niet te snel, want dan kan een goede spelverdeler het uit zijn ooghoeken zien. Je moet een beetje spelen met je kennis, een stapje naar de andere kant zetten, en dan toch weer terugkomen. Maar als hij hem dan toch de andere kant opspeelt, is dat zijn verdienste.’ Zo nu en dan komt het dus voor dat een tegenstander tegen een ‘nulblok’ staat – tegen niemand dus. ‘Dat ziet er dan dom uit, maar het is juist het gevolg van een gedegen analyse.’ Volleybal lijkt zo bezien een bizar speltheoretisch experiment. ‘Het wordt een beetje: wat denk ik dat hij denkt dat ik denk wat hij denkt dat ik doe.’

De echte speltheoreticus ziet nu natuurlijk waar het misgaat: het kan nooit een evenwicht kan zijn om altijd ‘gewoon naar rechts te gaan’, want dan slaat de aanvallende ploeg altijd naar links. Wie verstandig is, speelt gemengde strategieen, soms naar rechts, soms naar links, zo willekeurig mogelijk, maar met kansen die afhangen van hoe goed de aanvallende partij beide kanten opspeelt. Daar is serieus onderzoek naar gedaan, in de context van penalties [pdf] en opslagen bij tennis [pdf].

Overigens ging de beslissende tweede wedstrijd van Onze Jongens tegen Estland jammerlijk verloren.

In de Volkskrant gisteren (niet online) een artikel van Henk Strating over aanbestedingen en hoe we er voor kunnen zorgen dat niet alleen prijs maar ook kwaliteit een rol speelt bij de vraag aan wie de opdracht wordt gegund. Dat is inderdaad een ingewikkeld probleem, maar de oplossing die Strating aandraagt slaat de plank volledig mis:

… [W]at echt zou kunnen helpen is een verbod om de opdracht te gunnen aan de aanbieder met de allerlaagste prijs. Dat zal hen stimuleren om kwaliteitsaspecten in hun aanbieding mee te nemen om een hogere prijs te rechtvaardigen… De econoom Mathijs Bouman noemt dat […] ‘een omgekeerde Vickrey-veiling’. Op een Vickrey-veiling betaalt de hoogste bieder voor bijvoorbeeld een kostbaar schilderij het op één na hoogste bod.  […] Door de aanbieder met de allerlaagste prijs buiten spel te zetten, hoeven bedrijven die zich op kwaliteit willen onderscheiden minder bang te zijn door een pure prijsvechter te worden afgetroefd.

Helaas, hier gaat iets mis. Op een Vickrey veiling wint inderdaad degene met het hoogste bod en betaalt hij het op één na hoogste. Maar dat betekent geenzins dat, in de context van een aanbesteding, de “aanbieder met allerlaagste prijs buitenspel wordt gezet”. Integendeel, deze aanbieder wint nog steeds, alleen krijgt hij niet het bedrag waarvoor hij zelf heeft ingeschreven maar het bedrag van de op één na laagste inschrijver.

Slimme inschrijvers houden daar natuurlijk rekening mee, en passen hun biedgedrag aan aan de spelregels van de veiling. Dat doen ze zodanig dat de verwachte opbrengst bij een Vickrey veiling precies dezelfde is als die bij een standaard veiling, het revenue equivalence principle, en dat was precies de essentie van het artikel van Vickrey waarin hij zijn veiling introduceerde. Een Vickrey veiling lost het gesignaleerde probleem dus zeker niet op.  (dank aan Bastiaan)

Update: het artikel staat hier.

Er zijn onregelmatigheden geweest bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. Een commissie kijkt ernaar:

De commissie zal volgens een woordvoerder niet adviseren de verkiezingen in de hele stad over te doen, maar mogelijk wel in enkele kiesdistricten.

Het idee is dat met een tweede stemming alsnog de ware intentie van de kiezer boven water komt. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Voor degenen die opnieuw zouden moeten stemmen voor de raad van Rotterdam is de overweging anders, nu bekend is wat de rest van de stad gekozen heeft. Het is dan ook mogelijk zij hun stem, in het licht van de bekende resultaten, zullen veranderen.

Een voorbeeld is gemakkelijk bedacht: stel dat Groen Links mijn favoriete partij is, maar dat ik liever PvdA stem als er een groot risico is dat Leefbaar Rotterdam de grootste partij dreigt te worden. Vorige keer stemde ik Groen Links. Wetende wat de andere districten gestemd hebben, kan ik beslissen om deze keer toch PvdA te stemmen. De districten die opnieuw mogen stemmen hebben op deze manier een informatievoordeel. Dat is in strijd met de gelijke behandeling van Rotterdamse burgers.

Dit is geen onbekend probleem; het is ook de reden dat veel landen (voorbeeld) een verbod kennen op het publiceren van een peiling tijdens de dag van de verkiezingen. Als er opnieuw gekozen moet worden, zou het in de hele stad over moeten.

Vorige week nog beweerde Thijs dat stemmen eigenlijk weinig zin heeft omdat de kans dat jouw stem de doorslag geeft uiterst miniem is.

Nu betekent een kleine kans natuurlijk niet dat het nooit gebeurt. We gaven al eens wat voorbeelden uit de VS. En zowaar, in Meppel haalden PvdA en Christenunie allebei precies 550 stemmen, waardoor voor de laatste raadszetel geloot moest worden.

Een aantal thuisblijvende Meppelse Christenuniesympathisanten trekt zich momenteel de haren uit het hoofd.  Hun stem had wel degelijk de doorslag gegeven.

Volgende pagina »