Telecom


Toegegeven, in deze tijden van politieke crisis en Olympische rampspoed zijn er belangrijker zaken om je druk over te maken. Maar ik zit nu toch al een paar weken mijn hoofd te breken over de laatste reclamecampagne van T-Mobile, zie bijvoorbeeld deze commercial. Waar het op neer komt is dat je met T-Mobile nooit meer aan het eind van de maand beltegoed kwijtraakt, terwijl dat met andere aanbieders wel het geval is. Vervolgens is de vraag wat jij zou doen met al die extra minuten, waarbij de antwoorden varieren van “meer zinloze gesprekken” tot “het voetbalteam weer bij elkaar brengen”. Relatief onbelangrijke gesprekken dus.

Maar dat klopt dus niet. Om eens een economische parallel te trekken: stel dat je elke maand een bepaald inkomen krijgt, maar je moet dat verplicht opmaken. Hou je aan het eind van de maand geld over, dan raak je dat kwijt. En vergelijk dat eens met een situatie waarin je geld dat je overhoudt gewoon mag sparen. In welk geval zou je dan meer onbelangrijke uitgaven doen? Uiteraard in het eerste: als je je geld toch kwijt raakt, dan kan je er net zo goed nutteloze dingen mee doen.

Maar zo zal het ook moeten gaan met dat beltegoed. Al die nutteloze gesprekken waar de commercial zo enthousiast over doet, die zal je juist meer gaan voeren als je ongebruikte minuten aan het einde van de maand kwijt raakt.

Ik blijf maar gewoon bij mijn oude provider.

Kent u dit soort internetpagina’s? Ze bestaan uit een grote tabel met verticaal een type mobiele telefoon en horizontaal een type abonnement. U kiest een abonnement en een mobieltje en in de tabel vindt u de prijs van het toestel. Hoe duurder het abonnement, en hoe langer de looptijd, hoe goedkoper het toestel. Het is een vorm van subsidie: wie zich lang vastlegt op maandelijkse betalingen krijgt vandaag een bedrag cash terug.

Bij het zien van dit soort cijferbrij mag ik graag de spreadsheet opstarten. Welk verband bestaat er eigenlijk tussen de subsidie en het maandelijkse bedrag? Een manier om dat uit te rekenen is aan te nemen dat het een pure lening betreft: ik krijg een bedrag ineens van de telefoonmaatschappij en los dat in maandelijkse termijnen af. Dat ik dan ook nog mag bellen neem ik op de koop toe. Van deze lening kunnen we het rentepercentage berekenen.

Omdat het moeilijk te bepalen is wat een telefoon precies mag kosten heb ik dit eens voor eerste verschillen gedaan. Dus: als ik overstap naar een abonnement dat een klasse duurder is, betaal ik maandelijks iets meer maar krijg ik ook meer korting. Hoe verhoudt die korting zich met het maandelijkse bedrag? De uitkomst is op zijn minst verrassend. Hier is een typisch voorbeeld: de rentepercentages (op maandelijkse basis) voor Telfort:

100-150 150-200 200-300 300-500 500-1000
laagste -3.4 -16.3 -3.8 4.9 129
mediaan 3 -4.5 5.7 21.4 571

Op de eerste rij staat de overstap, dus van 100 naar 150 etc. De verrassing zit in de negatieve percentages. Die betekenen dat het bedrag dat ik nu terug krijg groter is dan het totale bedrag dat ik extra aan abonnement betaal. Ook al gebruik ik de extra minuten dus nooit, dan nog is het duurdere abonnement voordeliger. Bij Telfort kun je in meer dan de helft van de gevallen beter een 200- dan een 150-abonnement nemen.

En er zijn er meer. De gevallen met mediane rente kleiner dan nul zijn

T-mobile 15-20 -3.8
T-mobile 20-25 -11.9
Vodafone 100-150 -6.6
Vodafone 150-200 -6.3
Hi online 13,96-16,95 -0.1

De vraag is dus: kiest iemand ooit voor een T-mobile 15 abonnement? Of een Vodafone 100? [Eerder over mobiele abonnementen]

Begrijpt u ook niets van uw telefoonrekening? De wirwar aan tarieven maakt dat de burger door de bomen het bos niet meer ziet. En dus moet er iets aan gedaan worden.

Pogingen tot een rekeningen-beleid zijn natuurlijk dapper maar gaan voorbij aan de reden dat belbedrijven werken met al die ingewikkelde bundels, kortingen en beltegoeden. Dat heeft te maken de aard van het verhandelde product: afgezien van wat kleine verschillen in het netwerk maakt het de beller niet uit van wie hij de minuten afneemt, het product is volstrekt homogeen. En bij vrije concurrentie op een homogeen goed draait alles om de prijs. Als de kosten voor overstappen gering zijn is het enige evenwicht op den duur dat alle aanbieders dezelfde, minimaal mogelijke prijs hanteren.

Er is de aanbieders dus veel aan gelegen om de markt tóch niet homogeen te maken. De beste manier om dat te doen is onduidelijkheid in de prijsstructuur. Zolang de klant de prijzen niet kan vergelijken is de prikkel om over te stappen beperkt. En daarom zal het beleid dat vandaag wordt aangekondigd waarschijnlijk niet helpen: de huidige wirwar is met opzet veroorzaakt en na elke ontwarrende richtlijn kun je wachten op het volgende nieuwe “belproduct” dat nét niet in de officiële categorieën past.

Een beter idee is dat van economen Thaler en Sunstein. Zij pleiten ervoor dat bedrijven mogen prijzen zoals ze willen, zolang ze maar een maandelijkse rekening leveren in een standaard Excel-sheet. Daarin staat het gebruik van de consument en de bijbehorende prijs (in dit geval per gesprek de plaats, tijd, duur en de kosten). Concurrenten kunnen dan via hun website de gegevens publiceren die de consument in staat stellen uit te rekenen hoeveel hij bij hun kwijt zou zijn geweest, bij hetzelfde belgedrag. Zo kan de consument altijd de relevante gegevens vergelijken. Toevallig is Thaler over anderhalve maand in Den Haag. Goed opletten!

Werd u vanochtend ook wakker met op uw wekkerradio het verontrustende nieuwsbericht dat u torenhoge kosten zou betalen voor “het simpelweg afbreken en beëindigen van een telefoongesprek”? Dan kan ik u gerust stellen. Er is hier slechts sprake van een Telegraaf-journalist die geen flauw benul heeft van waar hij het over heeft.

Wat is er wel aan de hand? Als ik met mijn KPN-mobieltje bel naar iemand met een Telfort-mobieltje dan maakt Telfort kosten, terwijl KPN mijn gesprekstarief opstrijkt. Dat is niet eerlijk. Daarom brengt Telfort aan KPN een ‘termination tariff’ in rekening, een bedrag om het gesprek af te handelen. Iemand zonder enige kennis van zaken zou inderdaad geneigd kunnen zijn dat te vertalen als een ‘tarief om het gesprek te beëindigen’.

Telecombedrijven zullen gesprekstarieven baseren op hun kosten. Ze kunnen die gesprekstarieven dus kunstmatig hoog houden door onderling hoge afhandeltarieven af te spreken, en dat is wat hier aan de orde is. U kunt dus met een gerust hart weer ophangen. Dat kost helemaal niets.

Wie mobiel belt betaalt per minuut. De prijs per minuut is veel hoger dan de marginale kosten die de operator daarvoor maakt: die zullen niet veel hoger dan nul liggen. In feite betaalt de beller stukje bij beetje de (vaste) kosten van de aanleg van het netwerk terug.

Dat gaat mis als de beller gebruik gaat maken van Skype, de gratis internet-beldienst. Wie een onbeperkte databundel heeft (€10,- per maand) kan dan kosteloos bellen met zo’n beetje de hele wereld. Dat mag dus niet van de meeste operators, zoals in de VS en in Duitsland. Lobbygroepen willen dat verbod nu van tafel.

Economisch gezien is dit een bekend probleem: een ondernemer moet een forse investering doen en kan die stukje bij beetje terugverdienen als hij het monopolie erover mag houden, maar de techniek laat dat niet toe. Het speelt onder meer bij schrijvers, musici, uitvinders, programmeurs. De oplossing is meestal om dat monopolie juridisch af te dwingen en zo de ondernemer te prikkelen te investeren. Achteraf lijkt het dan optimaal om het monopolie tóch niet af te dwingen, maar daarmee ontmoedig je de volgende investering weer.

In dit geval is het dus onverstandig telecombedrijven te dwingen om hun monopolie op het bellen op te geven. Het zou op korte termijn goed zijn voor consumenten (en slecht voor de aandeelhouders van de bedrijven) maar op lange termijn investeringen verminderen. Er is bovendien al een mechanisme dat ervoor moet zorgen dat het aanbod van mobiele belbedrijven competitief blijft: de concurrentie tussen de vier Nederlandse operators.

Wat te denken van dit plan van staatssecretaris Frank Heemskerk van EZ, die na een test van het AD besloten heeft een maximumtarief te hangen aan telefoontjes naar een helpdesk. De bedrijven mogen het zelf bepalen, maar moeten wel vooraf aankondigen wanneer de meter stopt. De econoom denkt bij een maximum prijs meteen aan een vraagoverschot maar is het wel zo simpel?

  1. Aan de vraagkant van de klant die al bij een bedrijf zit is het inderdaad simpel: de prijs wordt beperkt en dus zal het aantal bellende klanten toenemen. Bij gelijkblijvende capaciteit neemt de wachttijd toe.
  2. Maar de klant die nog moet kiezen tussen bedrijven kan nu kennis nemen van het maximumtarief. Wat te kiezen? De aanbieder met een laag maximum en een hoog per-minuut tarief, waar je dus altijd het maximum haalt? Of de aanbieder met een laag per-minuut tarief en een hoog maximum?
  3. En dan de bedrijven. Als de klanten eenmaal aan het maximumtarief zitten zullen ze blijven hangen totdat ze iemand aan de lijn hebben. Is het daarom beter om een laag per-minuut tarief te hebben en een redelijk maximum, zodat de prikkel om op te hangen aanwezig blijft?

We hadden het er eerder over, de echte verspilling is die van de tijd van de klant. Het optimale systeem is dus zo ingericht dat het bedrijf een prikkel heeft om die wachttijd zoveel mogelijk te beperken. Het huidige systeem lijkt daar niet mee te helpen: er komen meer hangende klanten en de prikkel om ze snel te helpen neemt een heel klein beetje toe (in de zin dat het nu na een tijdje geen geld meer oplevert om ze in de wacht te hebben staan). Ik blijf voorstander van een declarabel uurtarief voor de beller.

Een Duitse rechter heeft bepaald dat T-Mobile, de Duitse partner van Apple in het iPhone-project, de toestellen ook simlock-vrij aan moet bieden. Dat wil zeggen dat consumenten niet bij T-Mobile hoeven te zitten om toch een iPhone te krijgen. Dat is ontegenzeggelijk goed voor de klanten, die op deze manier meer keuzevrijheid krijgen. Of niet?

Volgens T-Mobile is de beslissing slecht voor de consument. “Alleen onze klanten kunnen gebruikmaken van exclusieve functies en profiteren van lage tarieven”, laat het bedrijf in een persverklaring weten.

Nee toch? Ja hoor, het staat er echt:

Aus Kundensicht stellt die Bindung an unser Netz sogar einen Vorteil dar.

Het doet pijn aan de ogen. Zielig natuurlijk, dat T-Mobile het geplande monopolie op de iPhone ziet verdampen, maar sowieso en überhaupt niet slecht voor de consument. Als dat net van T-Mobile echt zo goed en goedkoop is, dan blijft die namelijk vanzelf wel. T-Mobile bereidt ook een rechtzaak voor tegen de concurrent die ze dit kunstje flikte. Ik zou zeggen: bespaar je de moeite.

Een jaar geleden schreven we er al over, nu is het realiteit: een prijsplafond voor internationaal bellen met een mobiele telefoon, opgelegd door de EU. Maar ja, de details. Dit bericht over de juridische uitwerking deed enige maanden geleden de wenkbrauwen al fronsen:

Klanten kunnen daardoor vanaf eind juli een aanvraag doen bij hun gsm-bedrijf. Mobiel bellen in een ander EU-land kost dan hooguit 49 cent per minuut en gebeld worden 24 cent, exclusief btw. Wie niets onderneemt, krijgt de lagere tarieven pas na de vakantieperiode.

En inderdaad, zo gaat het. Wie aangeeft graag minder te willen betalen voor een telefoontje in het buitenland krijgt een lager tarief. Wie niets zegt, daarvan neemt de aanbieder aan dat hij of zij met plezier een hogere prijs betaalt. Uiteraard wordt alles uit de kast gehaald om de klant af te houden van een aanvraag. Dit is mijn ervaring als KPN-klant:

  • Op de allerlaatste dag van juli komt er een SMS: per 23 september gaan de tarieven omlaag! Eerder profiteren? Bel 1330.
  • Nummer gebeld. Lang verhaal, en dan moet de klant kiezen: wilt u een hoog starttarief en een laag minutentarief, of een hoger minutentarief (gelijk aan het EU-maximum) en geen starttarief?
  • Oh nee: keuzestress! Ga ik voor het voordeeltarief (kies 1) of de nieuwe tarieven (kies 2)? Of gooi ik de haak erop?
  • Gelukkig, als ik twijfel neemt de routine van elf jaar studie economie het over: piep, 2, en tot ziens.

De precieze aantallen klanten die in augustus nog voor het hoge tarief bellen zullen wel nooit boven water komen maar het zou een prachtige dataset zijn voor zij die aan behavioral economics doen.

Ervaringen met andere aanbieders? Laat commentaar achter!

Met je mobiel naar het buitenland, het is net zoiets als een nachtclub bezoeken waar de consumpties worden afgestreept op een kaartje: je weet pas na afloop wat je kwijt bent, en dat is meestal meer dan gedacht.

Zelfs de EU, bekend voorvechter van de vrije markt, wordt het nu te gortig. Er wordt driftig voorgelicht en er dreigt zelfs een prijsplafond voor buitenlandse telefoontjes. Een laag plafond, trouwens: naar huis bellen uit het buitenland mag (3 keer de MTR plus 30% is ongeveer) €0,50 per minuut kosten.

Ingrijpen in de prijs, het is nogal wat. Volgens de commissaris zijn de huidige prijzen excessief, maar de bellers betalen ze toch echt vrijwillig. Nou ja, zo vrijwillig als de nachtclubbezoeker die vertrouwt op een redelijk tarief, maar dan in ieder geval zonder de alcohol. Toch wringt het, een overheidstarief; kan het niet anders?

Een goede oplossing zou het echte probleem aan moeten pakken, de reden waarom de analogie met de nachtclub opgaat: de klant kent de prijzen niet en weet niet hoe een andere aanbieder te kiezen. Het proces van zoeken naar de goedkoopste verloopt via een ingewikkeld menu op de telefoon, dat zo is ingericht dat klanten boven de 35 er gegarandeerd in vastlopen. En inderdaad, de EU pleit ook voor verplichte SMSjes met tarieven.

Maar hier is toch een betere oplossing mogelijk. Feit: het maakt de klant niets uit met welk netwerk hij belt, het product is volstrekt homogeen. Dus is zijn voorkeur ook bekend: kies altijd het netwerk met het laagste tarief. Maar waarom zou je dat de klant zelf laten doen, als de telefoon het ook kan? Verplicht het toestel bij aanvang van het gesprek een offerte van alle bereikbare aanbieders te vragen, en laat het automatisch het goedkoopste netwerk kiezen. Gegarandeerd dat ingrijpen in de prijs dan niet meer nodig is.

Vanaf deze week kunnen abonnees van KPN gebruik maken van hotspots van T-Mobile, en andersom. Via een hotspot kun je tegen betaling draadloos internetten. “Abonnees van de twee aanbieders kunnen daardoor in één klap op ongeveer het dubbele aantal plaatsen in Nederland terecht voor snelle draadloze toegang tot internet.” ronkt de Telegraaf. Misschien is het mijn cynische geest, maar van zulke berichten word ik altijd achterdochtig. Twee concurrenten die gaan samenwerken ten gunste van de klant, daar moet een addertje onder het gras zitten. In dit geval zitten er zeker twee.

Het eerste addertje. Stel dat er in Amsterdam twee plaatsen zijn waar veel geinternet wordt, een Grand Cafe en het Centraal Station. Stel ook dat op dit moment T-Mobile al een hotspot heeft in het Grand Cafe, terwijl KPN er eentje uitbaat op het Centraal Station. Beide bedrijven moeten nu een afweging maken. Om aantrekkelijk te zijn voor vaste klanten die een langdurig abonnement nemen, is het voor KPN van belang om ook internet te kunnen aanbieden in het Grand Cafe. Maar als KPN zelf een hotspot gaat aanleggen bij dat Grand Cafe, dan kan dat nadelig zijn. Er zijn immers ook gelegenheidsklanten, die slechts af en toe een uurtje draadloos internetten. Zo’n gelegenheidsklant zal gewoon zijn laptop openklappen en op dat moment beslissen bij welke aanbieder hij een uurtje internet aanschaft. Uiteraard kiest hij dan voor de goedkoopste aanbieder. Voor beide bedrijven is het daarom van belang dat ze niet op dezelfde lokatie allebei een hotspot hebben. Dat zou immers leiden tot scherpere concurrentie. Voor de aanbieders is het samenwerkingsverband dus ideaal: KPN kan haar vaste klanten internettoegang aanbieden in het Grand Cafe, zonder dat dat tot scherpere concurrentie leidt voor gelegenheidsklanten. Voor T-Mobile en het Centraal Station geldt uiteraard hetzelfde. Op die manier leidt het gezamenlijk aanbieden van hotspots tot minder concurrentie en dat is nadelig voor de klant.

Het tweede addertje. Ik weet niet hoe KPN en T-Mobile een en ander gaan verrekenen, maar waarschijnlijk zal dat gaan via wat in de telefoniewereld bekend staat als interconnectietarieven: KPN betaalt T-Mobile voor elke minuut dat een KPN-klant gebruik maakt van een T-Mobile hotspot, en andersom. Interconnectietarieven zijn een ideale manier om prijzen kunstmatig hoog te houden. Ga maar na: het tarief dat KPN aan de eindgebruiker vraagt, zal nooit lager zijn dan het tarief dat het aan T-Mobile betaalt. Door een kunstmatig hoog interconnectietarief af te spreken, kunnen beide bedrijven er zeker van zijn dat ze allebei een hoge prijs aan de eindgebruiker in rekening zullen brengen. En ook dat is nadelig voor de klant. Het is precies wat de mobiele telefonieaanbieders in Europa doen en waar de Europese Commissie nu een stokje voor gaat steken. Ironisch genoeg werd dat bekend op dezelfde dag dat KPN en T-Mobile aankondigden samen hun hotspots aan te gaan bieden.