Telefoonrente

De Telegraaf meldt vandaag dat de impliciete rente die een klant betaalt wanneer hij een mobiele telefoon bij een abonnement krijgt, in sommige gevallen wel erg hoog is.

Dat een goedkope telefoon bij een duur abonnement wordt gezien als een lening, is nieuw. Vanaf volgend jaar moet de telecomsector officieel voldoen aan de regels voor kredietverlening. Kennelijk moeten ze zelf ook nog even wennen; na vragen zijn de “leningen” met de hoogste percentages snel verwijderd.

Een jaar of zes geleden keken wij al naar het (destijds geldende) aanbod van impliciete leningen en kwamen tot de verrassende conclusie dat de rente op sommige aanbiedingen negatief was. Nou ja, destijds verrassend. Achteraf gezien liep de sector natuurlijk jaren voor op de rest.

Mobiel bellen

Het Algemeen Dagblad heeft een interessante aanbieding. Bij een abonnement krijg je nu een smartphone en een jaar bellen gratis. En wat doe je dan als krant? Dan maak je een folder met een afbeelding van je krant en de bewuste telefoon. Die kop kan haast geen toeval zijn (dank aan Peter).

20120217103501263 (1)

Nog één keer: wachttijd

We hebben er even op moeten wachten, maar het ministerie van voorheen economische zaken heeft een besluit genomen over de tarifering van telefonische klantenservice, oftewel het betaald in de wacht hangen bij de helpdesk. Onze eerdere analyse (hier en hier) was dat voor de meeste mensen de tijd, en niet de telefoonrekening, het duurste stuk van de klantenservice is. Het ministerie let juist wel op de rekening: de nieuwe regel is dat gesprekken een bedrijf óf niets opleveren (geen meerprijs per minuut) óf eenmalig een vast bedrag. Dat vaste bedrag is dan maximaal € 1,30 (zie de nota), een lachertje dus.

In feite creëert het ministerie dus de situatie dat bellen naar een bedrijf bij wet (vrijwel) niet mag leiden tot het betalen van een bedrag tussen de beller en het bedrijf. Hoewel het ministerie waarschijnlijk niet ingrijpt als de beller zijn uren mag declareren. Is dat efficiënt?

  • Als er niets anders verandert zullen meer klanten langer met bedrijven bellen, zoveel staat vast. Voor bedrijven geldt dat bellende klanten nu een risico vormen: ze betalen niet meer zelf voor het call center, en als er veel bellen kost het veel geld. Hoe de schade te beperken?
    • Het makkelijkst is het om de telefoon niet op te nemen, of de servicedesk alleen op dinsdag tussen 2 en 3 te openen. Het ministerie vertrouwt op naming and shaming (en de koude douche) om deze optie onaantrekkelijk te maken.
    • De aantrekkelijkheid van “andere kanalen” – lees: de website – ten opzichte van de telefoon zal een stuk groter worden.
    • Beter is natuurlijk om het product zo goed te maken dat klanten niet meer hoeven te bellen.

Wie wil mag geloven dat de derde optie zich vanzelf voordoet. Ik denk dat we eerder mee gaan maken dat het ministerie komt met aanvullende eisen van minimale telefonische bereikbaarheid.

KPN en de maximale winst

Dus, door een terugval in de vraag loopt de omzet van KPN omlaag en daarmee de winst. Om de winst te herstellen wordt in de kosten gesneden en gaat het bedrijf het met 5.000 werknemers minder doen. Logisch toch?

Nou nee. De 5.000 werknemers zijn niet meer nodig vanwege automatisering en omdat hun werk wordt uitbesteed aan India. KPN heeft dus een manier gevonden om hetzelfde product te leveren voor minder geld. Als de leiding van het bedrijf probeert de winst zo hoog mogelijk te maken (en dat is hun werk) dan zou deze besparing altijd doorgevoerd moeten worden, en niet alleen als het slecht gaat.

Er zijn twee mogelijkheden. De eerste is dat de leiding helemaal niet bezig is de winst zo hoog mogelijk te maken. Mensen ontslaan is vervelend en pas als het echt niet anders kan grijpt men naar de botte bijl. De tweede mogelijkheid is dat de besparingsplannen van KPN niet zo simpel zijn als nu wordt voorgesteld. Misschien is het onduidelijk of de computers en de Indiërs wel een vergelijkbaar product kunnen leveren. Twijfels hielden het plan tot nu toe tegen.

Of het is toeval dat de ontslagen en de teruglopende omzet samenvallen. Maar zo wordt het verhaal niet gebracht.

Ingenieurs

Het is een gegeven paard, ik weet het, maar soms maken de redacteuren van Intermediair er een potje van. Deze week twee pagina’s over capaciteitsproblemen op het 3G netwerk, het netwerk waarover uw mobiele internetverbinding loopt.

Hoe moet dat verder? Valt er iets te doen aan het dreigende capaciteitsprobleem? Welzeker.

En dan komt het. Meer basisstations, femtocellen, prioriteitprotocollen, gemoduleerde bitstromen. Zou het allemaal helpen?

Voorlopig kunnen we nog even vooruit, maar met iedere verruiming in mogelijkheden die er komt, bedenkt men weer een applicatie die die ruimte gaat opslokken. Zo is het een eeuwigdurende ratrace.

Het zijn natuurlijk schatten, de ingenieurs die onze wensen maar blijven vervullen, maar dit is toch echt een klassiek probleem van schaarste. Dat kun je proberen op te lossen met meer aanbod, maar het is misschien ook een idee om de ruimte op het netwerk wat duurder te maken. Om vraag en aanbod wat meer in overeenstemming te brengen, als het ware. Gelukkig lijkt het management wel opgelet te hebben bij de economieles. [eerder]

Het nieuwe Relax!?

Toegegeven, in deze tijden van politieke crisis en Olympische rampspoed zijn er belangrijker zaken om je druk over te maken. Maar ik zit nu toch al een paar weken mijn hoofd te breken over de laatste reclamecampagne van T-Mobile, zie bijvoorbeeld deze commercial. Waar het op neer komt is dat je met T-Mobile nooit meer aan het eind van de maand beltegoed kwijtraakt, terwijl dat met andere aanbieders wel het geval is. Vervolgens is de vraag wat jij zou doen met al die extra minuten, waarbij de antwoorden varieren van “meer zinloze gesprekken” tot “het voetbalteam weer bij elkaar brengen”. Relatief onbelangrijke gesprekken dus.

Maar dat klopt dus niet. Om eens een economische parallel te trekken: stel dat je elke maand een bepaald inkomen krijgt, maar je moet dat verplicht opmaken. Hou je aan het eind van de maand geld over, dan raak je dat kwijt. En vergelijk dat eens met een situatie waarin je geld dat je overhoudt gewoon mag sparen. In welk geval zou je dan meer onbelangrijke uitgaven doen? Uiteraard in het eerste: als je je geld toch kwijt raakt, dan kan je er net zo goed nutteloze dingen mee doen.

Maar zo zal het ook moeten gaan met dat beltegoed. Al die nutteloze gesprekken waar de commercial zo enthousiast over doet, die zal je juist meer gaan voeren als je ongebruikte minuten aan het einde van de maand kwijt raakt.

Ik blijf maar gewoon bij mijn oude provider.

Lenen van de telefoonmaatschappij

Kent u dit soort internetpagina’s? Ze bestaan uit een grote tabel met verticaal een type mobiele telefoon en horizontaal een type abonnement. U kiest een abonnement en een mobieltje en in de tabel vindt u de prijs van het toestel. Hoe duurder het abonnement, en hoe langer de looptijd, hoe goedkoper het toestel. Het is een vorm van subsidie: wie zich lang vastlegt op maandelijkse betalingen krijgt vandaag een bedrag cash terug.

Bij het zien van dit soort cijferbrij mag ik graag de spreadsheet opstarten. Welk verband bestaat er eigenlijk tussen de subsidie en het maandelijkse bedrag? Een manier om dat uit te rekenen is aan te nemen dat het een pure lening betreft: ik krijg een bedrag ineens van de telefoonmaatschappij en los dat in maandelijkse termijnen af. Dat ik dan ook nog mag bellen neem ik op de koop toe. Van deze lening kunnen we het rentepercentage berekenen.

Omdat het moeilijk te bepalen is wat een telefoon precies mag kosten heb ik dit eens voor eerste verschillen gedaan. Dus: als ik overstap naar een abonnement dat een klasse duurder is, betaal ik maandelijks iets meer maar krijg ik ook meer korting. Hoe verhoudt die korting zich met het maandelijkse bedrag? De uitkomst is op zijn minst verrassend. Hier is een typisch voorbeeld: de rentepercentages (op maandelijkse basis) voor Telfort:

100-150 150-200 200-300 300-500 500-1000
laagste -3.4 -16.3 -3.8 4.9 129
mediaan 3 -4.5 5.7 21.4 571

Op de eerste rij staat de overstap, dus van 100 naar 150 etc. De verrassing zit in de negatieve percentages. Die betekenen dat het bedrag dat ik nu terug krijg groter is dan het totale bedrag dat ik extra aan abonnement betaal. Ook al gebruik ik de extra minuten dus nooit, dan nog is het duurdere abonnement voordeliger. Bij Telfort kun je in meer dan de helft van de gevallen beter een 200- dan een 150-abonnement nemen.

En er zijn er meer. De gevallen met mediane rente kleiner dan nul zijn

T-mobile 15-20 -3.8
T-mobile 20-25 -11.9
Vodafone 100-150 -6.6
Vodafone 150-200 -6.3
Hi online 13,96-16,95 -0.1

De vraag is dus: kiest iemand ooit voor een T-mobile 15 abonnement? Of een Vodafone 100? [Eerder over mobiele abonnementen]

De telefoonrekening

Begrijpt u ook niets van uw telefoonrekening? De wirwar aan tarieven maakt dat de burger door de bomen het bos niet meer ziet. En dus moet er iets aan gedaan worden.

Pogingen tot een rekeningen-beleid zijn natuurlijk dapper maar gaan voorbij aan de reden dat belbedrijven werken met al die ingewikkelde bundels, kortingen en beltegoeden. Dat heeft te maken de aard van het verhandelde product: afgezien van wat kleine verschillen in het netwerk maakt het de beller niet uit van wie hij de minuten afneemt, het product is volstrekt homogeen. En bij vrije concurrentie op een homogeen goed draait alles om de prijs. Als de kosten voor overstappen gering zijn is het enige evenwicht op den duur dat alle aanbieders dezelfde, minimaal mogelijke prijs hanteren.

Er is de aanbieders dus veel aan gelegen om de markt tóch niet homogeen te maken. De beste manier om dat te doen is onduidelijkheid in de prijsstructuur. Zolang de klant de prijzen niet kan vergelijken is de prikkel om over te stappen beperkt. En daarom zal het beleid dat vandaag wordt aangekondigd waarschijnlijk niet helpen: de huidige wirwar is met opzet veroorzaakt en na elke ontwarrende richtlijn kun je wachten op het volgende nieuwe “belproduct” dat nét niet in de officiële categorieën past.

Een beter idee is dat van economen Thaler en Sunstein. Zij pleiten ervoor dat bedrijven mogen prijzen zoals ze willen, zolang ze maar een maandelijkse rekening leveren in een standaard Excel-sheet. Daarin staat het gebruik van de consument en de bijbehorende prijs (in dit geval per gesprek de plaats, tijd, duur en de kosten). Concurrenten kunnen dan via hun website de gegevens publiceren die de consument in staat stellen uit te rekenen hoeveel hij bij hun kwijt zou zijn geweest, bij hetzelfde belgedrag. Zo kan de consument altijd de relevante gegevens vergelijken. Toevallig is Thaler over anderhalve maand in Den Haag. Goed opletten!

Nog niet helemaal wakker

Werd u vanochtend ook wakker met op uw wekkerradio het verontrustende nieuwsbericht dat u torenhoge kosten zou betalen voor “het simpelweg afbreken en beëindigen van een telefoongesprek”? Dan kan ik u gerust stellen. Er is hier slechts sprake van een Telegraaf-journalist die geen flauw benul heeft van waar hij het over heeft.

Wat is er wel aan de hand? Als ik met mijn KPN-mobieltje bel naar iemand met een Telfort-mobieltje dan maakt Telfort kosten, terwijl KPN mijn gesprekstarief opstrijkt. Dat is niet eerlijk. Daarom brengt Telfort aan KPN een ‘termination tariff’ in rekening, een bedrag om het gesprek af te handelen. Iemand zonder enige kennis van zaken zou inderdaad geneigd kunnen zijn dat te vertalen als een ‘tarief om het gesprek te beëindigen’.

Telecombedrijven zullen gesprekstarieven baseren op hun kosten. Ze kunnen die gesprekstarieven dus kunstmatig hoog houden door onderling hoge afhandeltarieven af te spreken, en dat is wat hier aan de orde is. U kunt dus met een gerust hart weer ophangen. Dat kost helemaal niets.

Mobiel bellen met Skype

Wie mobiel belt betaalt per minuut. De prijs per minuut is veel hoger dan de marginale kosten die de operator daarvoor maakt: die zullen niet veel hoger dan nul liggen. In feite betaalt de beller stukje bij beetje de (vaste) kosten van de aanleg van het netwerk terug.

Dat gaat mis als de beller gebruik gaat maken van Skype, de gratis internet-beldienst. Wie een onbeperkte databundel heeft (€10,- per maand) kan dan kosteloos bellen met zo’n beetje de hele wereld. Dat mag dus niet van de meeste operators, zoals in de VS en in Duitsland. Lobbygroepen willen dat verbod nu van tafel.

Economisch gezien is dit een bekend probleem: een ondernemer moet een forse investering doen en kan die stukje bij beetje terugverdienen als hij het monopolie erover mag houden, maar de techniek laat dat niet toe. Het speelt onder meer bij schrijvers, musici, uitvinders, programmeurs. De oplossing is meestal om dat monopolie juridisch af te dwingen en zo de ondernemer te prikkelen te investeren. Achteraf lijkt het dan optimaal om het monopolie tóch niet af te dwingen, maar daarmee ontmoedig je de volgende investering weer.

In dit geval is het dus onverstandig telecombedrijven te dwingen om hun monopolie op het bellen op te geven. Het zou op korte termijn goed zijn voor consumenten (en slecht voor de aandeelhouders van de bedrijven) maar op lange termijn investeringen verminderen. Er is bovendien al een mechanisme dat ervoor moet zorgen dat het aanbod van mobiele belbedrijven competitief blijft: de concurrentie tussen de vier Nederlandse operators.