Theorie


Al tijden ligt in de achterkamers van deze site een bericht klaar over Econophysics (Nederlands: Econotuurkunde). Aanleiding was dit artikel uit 2006 waarin natuurkundigen beweren een crash op de financiële markten te kunnen voorspellen. Helaas vergeten ze in het stuk melding te maken van de gebeurtenissen een jaar later, maar misschien hadden ze het te druk met hun natuurkundige onderzoek. De eerste auteur is expert op het gebied van lekkende kranen en dat geeft wel ongeveer aan op welke theorie de econotuurkundigen vooral leunen, namelijk die van de emergence en de complexe systemen. En waarom ook niet, het idee dat een instortende beurs net zoiets is als een instortende zandhoop heeft ook wel iets aantrekkelijks.

De reden dat ik het bericht nu van stal haal is de gewaagde voorspelling van een Zwitserse groep Econotuurkundigen dat de beurs van Shanghai in de komende 10 dagen in zal storten. Nou is een precieze voorspelling een geweldige manier om je theorie meteen met de grond gelijk te maken, dus we lopen het risico de komende 10 dagen het einde van de Econatuurkunde mee te maken.

Dat zou jammer zijn, want het hele verschijnsel is een prachtige omkering. In vroeger tijden hadden economen nog wel eens last van physics envy: buien van afgunst ten opzichte van de natuurkunde, die tak van wetenschap waarin het onderwerp zich tenminste schikt in de theorie van de onderzoeker. Tegenwoordig lijken natuurkundigen steeds vaker last te hebben van jaloersheid richting de economen, niet vanwege hun wetenschappelijk succes maar vooral vanwege de mogelijkheden echt geld te verdienen zonder om een beurs te moeten bedelen. En geef ze eens ongelijk. Over tien dagen kijken we of het werkt.

Wij klagen hier wat af over wat we allemaal in de krant tegenkomen, met natuurlijk als absoluut dieptepunt wat er gisteren gebeurde. Maar heel af en toe zie je een bericht waar je spontaan warm van wordt. In de Telegraaf nog wel, al weer een paar weken geleden (excuus, ik liep er nu pas tegenaan, zie ook hier):

Makelaars in Apeldoorn kunnen bij wijze van proef gebruik maken van een computersysteem dat vraag en aanbod van mensen die hun huis te koop hebben staan aan elkaar koppelt. Het programma maakt een soort ketting van huisbezitters die mogelijk de woning van de ander willen kopen […] “Als ik het huis van de familie Jansen wil, de familie Jansen wil de woning van Verbeek en Verbeek wil mijn woning weer, dan zijn we rond", legt [initiatiefnemer Niek Stevens] uit. "Mis je een van die drie schakels, dan blijft iedereen zitten waar-ie zit." Die schakel kan ook groter worden door meer, bijvoorbeeld zeven, woningbezitters erbij te betrekken.

Briljant. Oplettende lezertjes denken natuurlijk meteen aan de ketens van niertransplantaties waar we het al eens eerder over hadden. In dat geval zijn er echtparen waarvan de een een donornier nodig heeft, de ander die wel afstaan, maar er geen match is tussen de twee. Mevrouw A geeft dan haar nier aan meneer B, mits mevrouw B haar nier afstaat aan meneer C mits mevrouw C haar nier weer afstaat aan meneer A, zodat de cirkel rond is. Precies: qua mechanisme precies hetzelfde. Een team van economen onder leiding van Al Roth heeft daar het een en ander over geschreven en niet in de minste bladen.

Nu is het huizenprobleem natuurlijk anders dan het nierprobleem. In zekere zin is het nierprobleem eenvoudiger: er is maar een beperkt aantal bloedgroepen, zodat ook het aantal nierdonoren overzichtelijk blijft. Het aantal huizen is echter onuitputtelijk, en mensen hebben een voorkeur voor het ene huis boven het ander. Daar staat tegenover dat er bij huizen ook met geld geschoven kan worden, iets wat bij nieren wat gevoelig ligt. Wat me bij huizen wel lastig lijkt is dat de meeste mensen willenverhuizen naar een huis dat groter en duurder is dan wat ze nu hebben, en als dat voor iedereen geldt wordt het natuurlijk nooit wat met die keten.

U ziet het. Onderzoeksmogelijkheden te over. Je schrijft er zo een proefschrift mee vol.

Mooi vak, economie.

Persoonlijk heb ik niet bijzonder veel met voetbal, en met het verzamelen van voetbalplaatjes al helemaal niet. Maar goed, Hollander als ik ben sla ik het aanbod van de kassajuffrouw van een zakje plaatjes bij elke 10 bestede euro’s natuurlijk niet af.

Wat blijkt? Er zijn tenminste twee collega’s die de plaatjes wel verzamelen. Inmiddels heb ik al tien pakjes liggen. Daar valt dus geld mee te verdienen. Het ligt voor de hand om de in mijn bezit zijnde plaatjes middels een veiling van de hand te doen.

Maar zo eenvoudig is dat niet. Hoe moet ik zo’n veiling organiseren? Uit de veilingtheorie weten wij inmiddels dat de keuze voor een Hollandse, een Engelse of een veiling bij opbod voor mijn opbrengst niet uit zal maken, mits we hier voldaan aan de voorwaarden van een private value veiling natuurlijk.

Maar de vraag die mij met name bezighoudt is: hoeveel informatie geef ik de bieders? Meer concreet, laat ik ze gewoon bieden op de afgesloten zakjes, of maak ik die zakjes eerst zelf open en laat ik de plaatjes zien aan de bieders? Verschillende collega’s missen verschillende plaatjes in hun album, en als blijkt dat in mijn collectie veel ontbrekende plaatjes zitten, dan zijn ze allicht bereid meer te bieden. Maar goed, als collega A veel ontbrekende plaatjes in mijn collectie ziet en collega B weinig, dan zal B niet veel bieden en zou A dus in staat kunnen zijn de gewilde plaatjes voor een prikje op de kop te tikken. Wellicht is het dan verstandiger om de zakjes maar dicht te laten.

Voor goed onderbouwde tips houd ik mij van harte aanbevolen. Misschien kan ik zelfs een deel van de opbrengst afstaan aan degene die voor mij het optimale mechanisme ontwerpt. Al moet ik dan natuurlijk wel weer eerst verzinnen hoe ik die provisie optimaal vaststel.

Als u de stem van Henk Westbroek uit kunt staan, luister dan eens naar deze column die vanochtend op de radio werd uitgezonden. Strekking van het verhaal is dat het voorspellen van de economische conjunctuur onmogelijk is omdat het veel moeilijker is dan het voorspellen dan de voetbaltoto, en van dat laatste is al bekend dat het heel erg moeilijk is. Onderliggende boodschap: economen, je hebt er niets aan.

Het is te gemakkelijk om Westbroek weg te zetten als beroepsquerulant, want zijn analogie is nog niet zo gek. Natuurlijk is de economie veel ingewikkelder dan de eredivisie (alleen al omdat de economie de eredivisie omvat) en de toto heb ik nog nooit gewonnen. Heeft het dan wel zin om te voorspellen? Een paar dingen, zo uit de losse pols.

  1. Wie één wedstrijd mist heeft de voetbalpoule fout. In de economie is het waarschijnlijker dat missers tegen elkaar weg te strepen zijn. Dat maakt het voorspellen juist makkelijker.
  2. Een economische voorspelling is nooit alleen maar een getal. Er moet ook een verklaring achter liggen. Die verklaring is ook nuttig, als informatie, en geeft de mogelijkheid om achteraf te kijken waar het fout is gegaan.
  3. Grosso modo kloppen economische voorspellingen vrij aardig. Het niet voorzien van de kredietcrisis is echter een grote misser.
  4. Er is geen alternatief. Als we ophouden met voorspellen weten we helemaal niets. Beter aan de voorspelkunde te werken totdat het wel lukt. (Economen doen overigens veel meer dan voorspellen, maar dat wist u al.)

In het bericht van Marco hieronder is het verloop van de werkloosheid over de tijd te zien. Merk op dat de werkloosheid niet helemaal naar nul gaat. Er is natuurlijk altijd een gedeelte frictiewerkloosheid, maar er is ook iets anders aan de hand. Stel dat je de (structureel) werklozen sorteert op geschiktheid voor de arbeidsmarkt. De beste zal, bij een kleine toename van de vraag, een baan vinden. Dat is de marginale werkzoekende. Als hij/zij de pool van werklozen verlaat neemt daarbinnen de gemiddelde geschiktheid voor de arbeidsmarkt af. De laatst overgeblevenen zijn het moeilijkst aan een baan te helpen.

Dit principe is zeer bekend in verschillende gedaantes. Managers kennen de 80-20 regel en het laag hangende fruit, economen natuurlijk de afnemende meeropbrengsten en wie te laat komt bij het buffet kan nog slechts salade eten.

Het principe geldt eigenlijk zo gauw er selectie plaatsvindt uit een groep met heterogene kenmerken. Landbouwgrond: eerst wordt de goede grond in gebruik genomen, waardoor het marginale stuk grond van slechtere kwaliteit is dan het gemiddelde. Spelers uit de wachtrij: als er op het schoolplein om en om een speler gekozen wordt neemt de kwaliteit in de rij af. En deze kwam ik vandaag tegen: de groep mensen in de VS die nu nóg rookt heeft een veel grotere fysieke verslaving aan nicotine dan degenen die al gestopt zijn.

Het is belangrijk om dit in gedachten te houden bij het maken van berekeningen. Wie bijvoorbeeld voorziet dat een sector over een paar jaar het dubbele moet produceren, zal een onderschatting maken als hij voorspelt dat er dan twee keer zoveel mensen nodig zijn.

In de meeste economische modellen gaan de zaken geleidelijk. Het aanbod een beetje omhoog, de prijs een beetje omlaag, van die dingen. Kleine oorzaken hebben kleine gevolgen.

Maar in sommige modellen gaat het anders: een kleine verandering zorgt voor een cascade van reacties die de hele boel op z’n kop zet. Het gebeurt als er positieve feedback is, vaak in niet-lineaire modellen. In de economische geografie bijvoorbeeld: twee regio’s groeien even hard totdat er een nieuwe weg wordt aangelegd. Nieuwe bedrijven hebben nu opeens een voorkeur voor de grootste regio en vanaf dat moment groeit één regio driedubbel zo hard en krimpt de andere. Het nieuwe evenwicht ontstaat door een kleine verandering.

Leuk onderzoek, ik heb er zelf ook het één en ander aan gedaan. Maar vaak zijn de economische modellen wat ingewikkeld, en hoe leg je zo’n verspringend evenwicht nou eenvoudig uit? Dat is lastig, maar ik heb de oplossing en hij lag vanochtend gewoon op de keukentafel. Dit is ‘m:

04092008319.jpg

(meer…)

Bij een transactie tussen een koper en een verkoper horen drie bedragen: het minimale bedrag waarmee de verkoper genoegen zou nemen, het maximale dat de koper zou willen betalen en de daadwerkelijke prijs. Als de eerste kleiner is dan de tweede dan gaat de transactie door, en ligt het derde bedrag ertussen in.

In dat geval is er sprake van surplus (door de echte econoom uitgesproken op z’n Frans). Producentensurplus is het verschil tussen één en drie, consumentensurplus is het verschil tussen twee en drie. Wat bepaalt de prijs, behalve de twee grenswaarden? Als er geen andere klanten of aanbieders zijn dan is dat een zaak van onderhandelen. Als beide partijen wel alternatieven hebben, dan is er een markt. De prijs wordt dan bepaald door overwegingen van schaarste. Daardoor kan het surplus van één van beide partijen flink oplopen, en dat is een goede zaak.

Deze kleine, theoretische, expositie brengt onmiddelijk het twijfelachtig niveau van dit onderzoek aan het licht. Men is erachter gekomen dat de gemiddelde werkgever een startende HBO’er veel meer betaalt dan het minimum waarvoor die HBO’er aan het werk zou gaan. Het bestaat de onderzoekers zelfs om te concluderen: “Bedrijven laten zich veel te sterk opjutten door de markt”.

De juiste conclusie is natuurlijk dat HBO’ers schaars zijn en dat hun surplus (producenten-, in dit geval) daarom oploopt. Een goede zaak. (Overigens wordt het surplusbegrip vaker niet begrepen, hetgeen zelfs economen boos kan maken. Maar ik houd mij in.)

Stel, je hebt een hekel aan sporten maar overweegt om eraan te beginnen omdat het leidt tot een langer leven. Maar stel ook dat Midas Dekkers gelijk heeft en de lengte van je leven (in verwachte waarde) exact toeneemt met de tijd die je aan sporten besteedt. Is er dan nog sprake van een opbrengst?

Ik zou zeggen: ja. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik brand van nieuwsgierigheid over de gebeurtenissen in 2060. Als ik, door vandaag een rondje hard te lopen, de kans groter maak dat ik de Olympische Spelen van dat jaar kan zien (als ze nog bestaan) dan is dat een opbrengst. Idem voor het meemaken van mijn achterkleinkinderen en de Linux kernel versie 12.2.0. Je kunt zeggen: ik hecht waarde aan absolute tijd.

In de bovenstaande simplificatie van het effect van sporten kun je, als het ware, je leven even op pauze zetten. Als zo’n techniek echt bestond, dan was er vast wel vraag naar. Maar nu de economie. Want als ik een standaard intertemporele nutsfunctie maximaliseer met een positieve tijdsvoorkeurvoet, dan wil ik helemaal geen pauze in het leven. Alles wat verder weg ligt is immers minder waard. Klopt dat model eigenlijk wel?

(Onbegrijpelijke anecdote voor theoretici volgt.)
(meer…)

Vandaag wordt bekend dat op 15 april Hendrik Houthakker is overleden. De in Amsterdam geboren econoom werkte sinds 1952 in de Verenigde Staten en werd door Nederlandse journalisten steevast omschreven als “volledig ver-Amerikaanst”. (pronounced HOW-tak-er, staat er in het bericht over zijn dood). Houthakker is tot nu toe de enige Nederlander die ooit de fameuze John Bates Clark medaille voor economen onder de 40 heeft gewonnen (zie eerder hier). Wikipedia heeft een verrassend technische samenvatting van zijn belangrijkste resultaat.

Door het werk in een economie te verdelen kunnen de werkers zich specialiseren, waardoor de totale productiviteit omhoog gaat en iedereen beter af is. Het is de essentie van the Wealth of Nations, een klassieker uiteraard maar misschien wat droge kost voor de amateur-econoom.

Gelukkig keert het inzicht uit 1776 keer op keer terug, onder meer in dit stukje Frasier uit de aflevering waarin de hoofdpersoon en zijn broer, beide psychiaters, vergeefs zelf proberen het toilet te repareren. De loodgieter komt uiteindelijk, de natuurlijke orde is hersteld, en een filosofisch moment bij een glas wijn brengt ons terug bij Adam Smith.

capture

Klik hier voor de video.

« Vorige paginaVolgende pagina »