Uit de vakbladen


De laatste editie van TPEdigitaal (eerder) gaat over veilen en aanbesteden, en dat is interessant. Niet in het minst natuurlijk vanwege de bijdrage van ondergetekende c.s., die al eerder in veel kortere vorm verscheen.

Voor wie zoals ik niet in staat was de laatste bijeenkomst van de European Economic Association en Econometrics Society in Oslo bij te wonen: de videos van alle plenaire sessies staan nu integraal online: Krusell, Holmstrom, Pissarides, Athey, Wright, Acemoglu en een Nobel sessie. En dat is erg mooi. Alle videos staan op 1 pagina wat het ook mogelijk maakt ze tegelijkertijd af te spelen hetgeen een nogal desorienterend effect geeft. Maar dit terzijde.

Oh ja, ook niet onbelangrijk; de sessie over hoe je je werk gepubliceerd kan krijgen is ook te bekijken.

Binnen de sociale wetenschappen is de Kwestie Stapel het gesprek van de dag, maar economen hebben het al maanden over een soortgelijke zaak. Bruno Frey, voorheen een zeer gerespecteerd Zwitsers non-mainstream econoom, wordt beschuldigd van zelfplagiaat, het recyclen van onderzoeksresultaten naar verschillende wetenschappelijke tijdschriften zonder daar naar te verwijzen. Toegegeven, dat gaat wat minder ver dan het uit je duim zuigen van onderzoeksresultaten, maar binnen de mores van de economische wetenschap geldt het wel degelijk als halsmisdaad.

De zaak kwam aan het rollen met dit anonieme blogbericht, waarin werd geconstateerd dat een artikel van Frey, Savage en Torgler over Titanic in het Journal of Economic Perspectives wel erg veel weg had van een artikel van dezelfde heren in het Journal of Economic Behavior and Organization. Toen de editor van JEP daar lucht van kreeg schreef hij een niet malse brief naar Frey (“we find your conduct in this matter ethically dubious and disrespectful”), die ook integraal werd afgedrukt in het tijdschrift. Bij JEBO schijnen de heren inmiddels op de zwarte lijst te staan. Inmiddels blijkt hetzelfde artikel in nog eens twee tijdschriften te zijn gepubliceerd.

Handelsblatt-journalist Olaf Storbeck beet zich in de zaak vast en Frey werd zelfs aan de tand gevoeld door een Zwitserse krant waarin hij zich op zijn zachtst gezegd nogal curieus verweerde. Inmiddels is er de FreyPlag Wiki, waar iedereen nieuwe gevallen van zelfplagiaat mag melden. Dat heeft al geleid tot weer twee identieke artikelen, nu over “Publishing as Prostitution”. Gevoel voor ironie heeft de man wel.

Op de weblog van de Wall Street Journal staat inmiddels een artikel over Frey en Stapel.

201106052333.jpg

Het is 6 juni, D-day, een mooie dag om eens stil te staan bij het artikel Lying for strategic advantage van Vincent Crawford uit 2003. Crawford gaat in op de keuze voor Normandië als de plek van de invasie, in plaats van het meer voor de hand liggende Calais. De strategische voordelen van Calais (dichter bij Engeland én Duitsland) waren bij beide partijen bekend. Wat het verhaal interessant maakt is het grootschalige afleidingsplan dat de geallieerden inzetten om de Duitsers ervan te overtuigen dat de landing inderdaad bij Calais zou gaan plaatsvinden, operatie Fortitude.

Die operatie is een klassiek WO-II verhaal, waarin met opblaasbare tanks, houten vliegtuigen en een nep-generaal Montgomery de indruk werd gewekt dat zich bij Dover een geweldig leger aan het samentrekken was. Er was massaal radioverkeer en Duitse spionnen die gevangen waren, werden ingezet om de invasie bij Calais door te geven. De Duitsers trapten er op een geweldige wijze in. Zelfs toen de invasie in Normandië al weken aan de gang was hielden ze een grote reserve bij Calais omdat ze de grote inval nog steeds dáár verwachtten.

(meer…)

De American Economic Review, waarschijnlijk het belangrijkste economentijdschrift,  is zojuist begonnen aan zijn 101e jaargang en dus heeft een commissie van Wijze Mannen besloten wat de beste 20 artikelen zijn uit de eerste 100 jaar.  Altijd leuk, zulke lijstjes. Voor de liefhebbers het volledige lijstje na de klik.

Opvallend: het meest recente artikel is al 30 jaar oud, de helft is van tussen 1970 en 1981. Vooral 1980 is goed vertegenwoordigd met 3 artikelen. Verder zijn Diamond en Stiglitz de enigen die twee klassiekers op hun naam hebben staan (Diamond misschien zelfs drie, afhankelijk van hoe je telt). [via]

(meer…)

Af en toe verwonder ik mij wel eens over de manier waarop  economisch-wetenschappelijke kennis verspreid wordt. Toonaangevende journals worden gratis volgeschreven door wetenschappers, en dezelfde wetenschappers kunnen voor veel geld een abonnement nemen op het resultaat. Lachende derde is de wetenschappelijk uitgever.

Uit onvrede met dit proces begon de Amerikaanse vereniging van economen jaren geleden met hun eigen journals, verspreid voor een schappelijk tarief. De AER is daarbij inmiddels de absolute top (door Nederlandse economen altijd aangeduid als de American Economic Ré-few, een beetje zoals men vroeger over Manchester Unie-tét sprak). Maar voor de nieuwsgierige econoom is de JEP ook zeker niet te versmaden: een serieus vakblad zonder al teveel techniek, maar met beschouwingen en discussies over actuele onderwerpen. Geweldig om in een keer bij te zijn in een vakgebied.

En dan nu het mooie nieuws: de JEP is sinds kort gratis te downloaden. Het archief vanaf 1999 staat open voor iedereen die in een keer bij wil zijn in zo’n beetje alle soorten van economie. Zoek iets leuks en neem het mee op vakantie!

(Overigens kunnen de economen nog een puntje zuigen aan de manier waarop natuurkundigen en hun exacte broertjes publiceren: open access op één internetsite. Gratis voor de wereld.)

Waar de economische wetenschap al niet goed voor is. Onlangs las ik een paper van Peter Leeson over wat de Engelsen een Ordeal noemen, een woord waarin we het Nederlandse oordeel herkennen.  Het betreft de Middeleeuwse praktijk van het Godsoordeel, waarbij de schuld of onschuld van een verdachte wordt vastgesteld door een test waarin de Almachtige zelf geacht wordt in te grijpen.

Het is makkelijk om onze voorouders op basis hiervan af te schilderen als achterlijk, maar dat blijkt mee te vallen. Het principe werkt als volgt: een man wordt beschuldigd van moord, maar hij ontkent. Enig bewijs ontbreekt. Er wordt dan een iudicium Dei toegepast: de man steekt zijn arm in kokend water, in vuur of iets anders onprettigs. Als hij onschuldig is, zal God hem beschermen; bij schuld zijn de gevolgen als gebruikelijk. Barbaars, niet? En bijzonder onprettig voor de onschuldige, als je weinig vertrouwen hebt in de hemelse interventie.

Het geniale van Leeson is dat hij deze praktijk bekijkt door de bril van het mechanism design. Is het Godsoordeel een effectief mechanisme om de schuldigen van de onschuldigen te scheiden? Het antwoord is verrassend: ja mits iedereen gelooft dat het systeem werkt. Schuldigen kunnen kiezen tussen schuldig bevonden worden, en schuldig bevonden worden met een verbrande arm erbij: zij bekennen.  Onschuldigen geloven zonder schade door het proces te komen en rekenen op vrijspraak: zij doen vrijwillig mee met de proef.

Ah, maar wat als God niet echt ingrijpt? Hoeft ook niet, zegt Leeson. Het mechanisme werkt zo goed dat iedereen die meedoet onschuldig is. De uitvoerende priester kan dus rustig lauw water gebruiken, of goochelen met het vuur zodat er niets werkelijk gebeurt. Hij heeft aanwijzingen dat zulke ingrepen in ieder geval mogelijk waren met de instructies die golden voor een Godsoordeel.

Als de bevolking maar mondjesmaat gelooft in de Goddelijke interventie wordt het lastiger, en moet er af en toe iemand verwond worden. Maar nog steeds geeft het mechanisme dan een redelijke scheidslijn. Tijd voor een herwaardering van onze voorouders? Lees het paper [pdf] hier, en kijk hier voor een krantenartikel dat Leeson erover schreef.

Wij klagen hier wat af over wat we allemaal in de krant tegenkomen, met natuurlijk als absoluut dieptepunt wat er gisteren gebeurde. Maar heel af en toe zie je een bericht waar je spontaan warm van wordt. In de Telegraaf nog wel, al weer een paar weken geleden (excuus, ik liep er nu pas tegenaan, zie ook hier):

Makelaars in Apeldoorn kunnen bij wijze van proef gebruik maken van een computersysteem dat vraag en aanbod van mensen die hun huis te koop hebben staan aan elkaar koppelt. Het programma maakt een soort ketting van huisbezitters die mogelijk de woning van de ander willen kopen […] “Als ik het huis van de familie Jansen wil, de familie Jansen wil de woning van Verbeek en Verbeek wil mijn woning weer, dan zijn we rond", legt [initiatiefnemer Niek Stevens] uit. "Mis je een van die drie schakels, dan blijft iedereen zitten waar-ie zit." Die schakel kan ook groter worden door meer, bijvoorbeeld zeven, woningbezitters erbij te betrekken.

Briljant. Oplettende lezertjes denken natuurlijk meteen aan de ketens van niertransplantaties waar we het al eens eerder over hadden. In dat geval zijn er echtparen waarvan de een een donornier nodig heeft, de ander die wel afstaan, maar er geen match is tussen de twee. Mevrouw A geeft dan haar nier aan meneer B, mits mevrouw B haar nier afstaat aan meneer C mits mevrouw C haar nier weer afstaat aan meneer A, zodat de cirkel rond is. Precies: qua mechanisme precies hetzelfde. Een team van economen onder leiding van Al Roth heeft daar het een en ander over geschreven en niet in de minste bladen.

Nu is het huizenprobleem natuurlijk anders dan het nierprobleem. In zekere zin is het nierprobleem eenvoudiger: er is maar een beperkt aantal bloedgroepen, zodat ook het aantal nierdonoren overzichtelijk blijft. Het aantal huizen is echter onuitputtelijk, en mensen hebben een voorkeur voor het ene huis boven het ander. Daar staat tegenover dat er bij huizen ook met geld geschoven kan worden, iets wat bij nieren wat gevoelig ligt. Wat me bij huizen wel lastig lijkt is dat de meeste mensen willenverhuizen naar een huis dat groter en duurder is dan wat ze nu hebben, en als dat voor iedereen geldt wordt het natuurlijk nooit wat met die keten.

U ziet het. Onderzoeksmogelijkheden te over. Je schrijft er zo een proefschrift mee vol.

Mooi vak, economie.

Trouwe lezer Bart schrijft, enkele weken geleden alweer:

Kennen jullie de site www.eigenfactor.org? Thomson-Reuters heeft inmiddels enkele impactindicatoren die door het groepje eigenfactor.org-netwerkanalytici in de VS zijn ontwikkeld zijn in Web of Science geadopteerd. Misschien minder functioneel maar wel leuk zijn de interactieve kaarten die op de website zijn te vinden onder "well-formed". Waarschuwing: als kaartenfanaat mag Thijs alleen kijken als hij minstens een halve dag niets te doen heeft…

Tot een paar minuten geleden had ik het ook nog niet aangedurfd een kijkje te nemen. Maar het is inderdaad fraai.

Vandaag is het precies 200 jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren, het kan u haast niet ontgaan zijn. Wat dat met economie te maken heeft? The Economist van afgelopen week meldt dat bij Darwin het kwartje viel toen hij econoom Malthus las. In zijn autobiografie schrijft hij:

I happened to read for amusement Malthus on population, and being well prepared to appreciate the struggle for existence…it at once struck me that under these circumstances favourable variations would tend to be preserved, and unfavourable ones to be destroyed. The result of this would be the formation of new species. Here then I had at last got a theory by which to work.

Volgende pagina »