®andomiseren

De economen Kwast en Kwant werken jarenlang aan een onderzoek. In de publicatiefase nemen ze econoom Aantjes erbij voor wat laatste inzichten en daarmee gaat hun paper de wereld in als Aantjes et al.

Het sorteren op alfabet kan oneerlijk zijn, ook als de auteurs redelijk en van goede wil zijn. Misschien dat Aantjes het niet erg vindt om met Kwant, Kwast en Aantjes te gaan, en dan geeft de volgorde informatie over de relatieve inspanning. Maar als Aantjes toevallig Zwart geheten had, dan zegt de volgorde weer niets over de bijdrage die hij geleverd heeft, want bij Kwant, Kwast en Zwart kan er net zo goed op alfabet gesorteerd zijn.

In de muziek lost men dit probleem op door de groep een eigen naam te geven. Dat geeft mooi een extra vrijheidsgraad en zet de willekeur van de achternaam buiten spel. Maar dan wordt het wel weer lastig als de bandnaam bekendheid krijgt en één van de leden opstapt: moet de band dan ook van naam veranderen? (Zie ook: Frank en de zes Mirellas)

Dit voorstel van Ray ® Robson (2016) doet een andere poging: het symbool ® vertelt de lezer dat de volgorde van de namen bij toeval is vastgesteld. Dat is dus informatiever dan Ray en Robson (2016), wat ook gewoon de alfabetische volgorde had kunnen zijn. Maar wie een naam met een accent heeft weet dat het gebruik van niet-alfanumerieke tekens grote gevaren met zich meebrengt (zie ook: Gerard ’t Hooft). Bovendien geeft randomisatie maar één mogelijkheid: iedereen heeft gelijk bijgedragen aan het product.

De economische oplossing lijkt mij om aandelen uit te geven in ieder paper, en op de voorpagina de eigendomsverhoudingen te geven, desnoods per hoofdstuk. Het citeren van het paper gaat dan via de titel, die net zoals een tweet maximaal uit 140 (alfanumerieke) tekens mag bestaan. En wie zijn naam echt heel graag terug wil zien, zet 'm gewoon in de titel.

Diplomaten en verkeersboetes

In een nu al klassiek artikel laten Fisman en Miguel zien dat het aantal uitstaande verkeersboetes van diplomaten bij de VN in New York sterk gecorreleerd is met de mate van corruptie in hun thuisland, als gemeten bij de Corruptions Perceptions Index. Blijkbaar, concluderen de auteurs, is corruptie een cultureel gegeven (hier is een gepopulariseerde weergave van NBER, hier wat The Economist er eens over schreef, en hier een eerdere melding op dit weblog).

In Nederland laaide deze zomer de discussie op over diplomaten die hun verkeersboetes niet betalen. Inmiddels zijn er kamervragen gesteld over wie de boosdoeners zijn. Minister Opstelten antwoordde (vraag 4):

De tien organisaties met diplomatieke onschendbaarheid die het hoogste bedrag aan onbetaalde boetes hadden uitstaan per eind juli 2013 zijn (op volgorde van het openstaande bedrag): Rusland, China, Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Egypte, Indonesië, Marokko, Bosnië-Herzegovina, Ghana en Maleisië.

Uiteraard is deze informatie wat karig voor een verantwoorde analyse, maar ach. De verleiding is te groot. We zoeken de ranking op de Corruptions Perception Index van de betreffende landen er bij. Die blijken respectievelijk 133, 80, 27, 133, 118, 118, 88, 72, 64 en 54, waarbij een hoger getal staat voor meer corrupt.

De Verenigde Arabische Emiraten, met plaats 27, blijkt nogal een uitbijter. Daar is iets vreemds aan de hand. (In de lijst van Fisman en Miguel staat dat land in New York slechts op plaats 130, net achter Nederland.) Gooien we de VAE er uit, dan krijgen we toch een hele aardige correlatie (met dank aan @WouterLeenders, die iets soortgelijks al op Twitter deed)

image

Voor de liefhebber: een R2 van 0.51 en de helling van dat trendlijntje is significant op 5%. Toegegeven, als we de VAE wel meenemen ziet het er allemaal een stuk minder rooskleurig uit (R2 van 0.14, trend niet meer significant). En we houden geen rekening met aantal diplomaten en GDP, wat Fisman en Miguel wel doen. Maar een mens moet toch ergens beginnen. En eigenlijk is het verschil met de 165 landen die niet in de top 10 staan natuurljk veel belangrijker (die hebben een gemiddelde ranking van 88, tegen 96 voor de landen in het plaatje en ook 88 als we VAE wel meenemen).

Hoe dan ook. Het ziet er naar uit dat een meer gedetailleerde analyse er voorlopig niet inzit: er komt geen openbare lijst met boetes. Gemiste kans.

EEA/ESEM online

Voor wie zoals ik niet in staat was de laatste bijeenkomst van de European Economic Association en Econometrics Society in Oslo bij te wonen: de videos van alle plenaire sessies staan nu integraal online: Krusell, Holmstrom, Pissarides, Athey, Wright, Acemoglu en een Nobel sessie. En dat is erg mooi. Alle videos staan op 1 pagina wat het ook mogelijk maakt ze tegelijkertijd af te spelen hetgeen een nogal desorienterend effect geeft. Maar dit terzijde.

Oh ja, ook niet onbelangrijk; de sessie over hoe je je werk gepubliceerd kan krijgen is ook te bekijken.

Freygate

Binnen de sociale wetenschappen is de Kwestie Stapel het gesprek van de dag, maar economen hebben het al maanden over een soortgelijke zaak. Bruno Frey, voorheen een zeer gerespecteerd Zwitsers non-mainstream econoom, wordt beschuldigd van zelfplagiaat, het recyclen van onderzoeksresultaten naar verschillende wetenschappelijke tijdschriften zonder daar naar te verwijzen. Toegegeven, dat gaat wat minder ver dan het uit je duim zuigen van onderzoeksresultaten, maar binnen de mores van de economische wetenschap geldt het wel degelijk als halsmisdaad.

De zaak kwam aan het rollen met dit anonieme blogbericht, waarin werd geconstateerd dat een artikel van Frey, Savage en Torgler over Titanic in het Journal of Economic Perspectives wel erg veel weg had van een artikel van dezelfde heren in het Journal of Economic Behavior and Organization. Toen de editor van JEP daar lucht van kreeg schreef hij een niet malse brief naar Frey (“we find your conduct in this matter ethically dubious and disrespectful”), die ook integraal werd afgedrukt in het tijdschrift. Bij JEBO schijnen de heren inmiddels op de zwarte lijst te staan. Inmiddels blijkt hetzelfde artikel in nog eens twee tijdschriften te zijn gepubliceerd.

Handelsblatt-journalist Olaf Storbeck beet zich in de zaak vast en Frey werd zelfs aan de tand gevoeld door een Zwitserse krant waarin hij zich op zijn zachtst gezegd nogal curieus verweerde. Inmiddels is er de FreyPlag Wiki, waar iedereen nieuwe gevallen van zelfplagiaat mag melden. Dat heeft al geleid tot weer twee identieke artikelen, nu over “Publishing as Prostitution”. Gevoel voor ironie heeft de man wel.

Op de weblog van de Wall Street Journal staat inmiddels een artikel over Frey en Stapel.

Speltheorie en de invasie in Normandië

201106052333.jpg

Het is 6 juni, D-day, een mooie dag om eens stil te staan bij het artikel Lying for strategic advantage van Vincent Crawford uit 2003. Crawford gaat in op de keuze voor Normandië als de plek van de invasie, in plaats van het meer voor de hand liggende Calais. De strategische voordelen van Calais (dichter bij Engeland én Duitsland) waren bij beide partijen bekend. Wat het verhaal interessant maakt is het grootschalige afleidingsplan dat de geallieerden inzetten om de Duitsers ervan te overtuigen dat de landing inderdaad bij Calais zou gaan plaatsvinden, operatie Fortitude.

Die operatie is een klassiek WO-II verhaal, waarin met opblaasbare tanks, houten vliegtuigen en een nep-generaal Montgomery de indruk werd gewekt dat zich bij Dover een geweldig leger aan het samentrekken was. Er was massaal radioverkeer en Duitse spionnen die gevangen waren, werden ingezet om de invasie bij Calais door te geven. De Duitsers trapten er op een geweldige wijze in. Zelfs toen de invasie in Normandië al weken aan de gang was hielden ze een grote reserve bij Calais omdat ze de grote inval nog steeds dáár verwachtten.

“Speltheorie en de invasie in Normandië” verder lezen

Het Beste

De American Economic Review, waarschijnlijk het belangrijkste economentijdschrift,  is zojuist begonnen aan zijn 101e jaargang en dus heeft een commissie van Wijze Mannen besloten wat de beste 20 artikelen zijn uit de eerste 100 jaar.  Altijd leuk, zulke lijstjes. Voor de liefhebbers het volledige lijstje na de klik.

Opvallend: het meest recente artikel is al 30 jaar oud, de helft is van tussen 1970 en 1981. Vooral 1980 is goed vertegenwoordigd met 3 artikelen. Verder zijn Diamond en Stiglitz de enigen die twee klassiekers op hun naam hebben staan (Diamond misschien zelfs drie, afhankelijk van hoe je telt). [via]

“Het Beste” verder lezen

JEP

Af en toe verwonder ik mij wel eens over de manier waarop  economisch-wetenschappelijke kennis verspreid wordt. Toonaangevende journals worden gratis volgeschreven door wetenschappers, en dezelfde wetenschappers kunnen voor veel geld een abonnement nemen op het resultaat. Lachende derde is de wetenschappelijk uitgever.

Uit onvrede met dit proces begon de Amerikaanse vereniging van economen jaren geleden met hun eigen journals, verspreid voor een schappelijk tarief. De AER is daarbij inmiddels de absolute top (door Nederlandse economen altijd aangeduid als de American Economic Ré-few, een beetje zoals men vroeger over Manchester Unie-tét sprak). Maar voor de nieuwsgierige econoom is de JEP ook zeker niet te versmaden: een serieus vakblad zonder al teveel techniek, maar met beschouwingen en discussies over actuele onderwerpen. Geweldig om in een keer bij te zijn in een vakgebied.

En dan nu het mooie nieuws: de JEP is sinds kort gratis te downloaden. Het archief vanaf 1999 staat open voor iedereen die in een keer bij wil zijn in zo’n beetje alle soorten van economie. Zoek iets leuks en neem het mee op vakantie!

(Overigens kunnen de economen nog een puntje zuigen aan de manier waarop natuurkundigen en hun exacte broertjes publiceren: open access op één internetsite. Gratis voor de wereld.)

Het Godsoordeel

Waar de economische wetenschap al niet goed voor is. Onlangs las ik een paper van Peter Leeson over wat de Engelsen een Ordeal noemen, een woord waarin we het Nederlandse oordeel herkennen.  Het betreft de Middeleeuwse praktijk van het Godsoordeel, waarbij de schuld of onschuld van een verdachte wordt vastgesteld door een test waarin de Almachtige zelf geacht wordt in te grijpen.

Het is makkelijk om onze voorouders op basis hiervan af te schilderen als achterlijk, maar dat blijkt mee te vallen. Het principe werkt als volgt: een man wordt beschuldigd van moord, maar hij ontkent. Enig bewijs ontbreekt. Er wordt dan een iudicium Dei toegepast: de man steekt zijn arm in kokend water, in vuur of iets anders onprettigs. Als hij onschuldig is, zal God hem beschermen; bij schuld zijn de gevolgen als gebruikelijk. Barbaars, niet? En bijzonder onprettig voor de onschuldige, als je weinig vertrouwen hebt in de hemelse interventie.

Het geniale van Leeson is dat hij deze praktijk bekijkt door de bril van het mechanism design. Is het Godsoordeel een effectief mechanisme om de schuldigen van de onschuldigen te scheiden? Het antwoord is verrassend: ja mits iedereen gelooft dat het systeem werkt. Schuldigen kunnen kiezen tussen schuldig bevonden worden, en schuldig bevonden worden met een verbrande arm erbij: zij bekennen.  Onschuldigen geloven zonder schade door het proces te komen en rekenen op vrijspraak: zij doen vrijwillig mee met de proef.

Ah, maar wat als God niet echt ingrijpt? Hoeft ook niet, zegt Leeson. Het mechanisme werkt zo goed dat iedereen die meedoet onschuldig is. De uitvoerende priester kan dus rustig lauw water gebruiken, of goochelen met het vuur zodat er niets werkelijk gebeurt. Hij heeft aanwijzingen dat zulke ingrepen in ieder geval mogelijk waren met de instructies die golden voor een Godsoordeel.

Als de bevolking maar mondjesmaat gelooft in de Goddelijke interventie wordt het lastiger, en moet er af en toe iemand verwond worden. Maar nog steeds geeft het mechanisme dan een redelijke scheidslijn. Tijd voor een herwaardering van onze voorouders? Lees het paper [pdf] hier, en kijk hier voor een krantenartikel dat Leeson erover schreef.

Omnihuis

Wij klagen hier wat af over wat we allemaal in de krant tegenkomen, met natuurlijk als absoluut dieptepunt wat er gisteren gebeurde. Maar heel af en toe zie je een bericht waar je spontaan warm van wordt. In de Telegraaf nog wel, al weer een paar weken geleden (excuus, ik liep er nu pas tegenaan, zie ook hier):

Makelaars in Apeldoorn kunnen bij wijze van proef gebruik maken van een computersysteem dat vraag en aanbod van mensen die hun huis te koop hebben staan aan elkaar koppelt. Het programma maakt een soort ketting van huisbezitters die mogelijk de woning van de ander willen kopen […] “Als ik het huis van de familie Jansen wil, de familie Jansen wil de woning van Verbeek en Verbeek wil mijn woning weer, dan zijn we rond", legt [initiatiefnemer Niek Stevens] uit. "Mis je een van die drie schakels, dan blijft iedereen zitten waar-ie zit." Die schakel kan ook groter worden door meer, bijvoorbeeld zeven, woningbezitters erbij te betrekken.

Briljant. Oplettende lezertjes denken natuurlijk meteen aan de ketens van niertransplantaties waar we het al eens eerder over hadden. In dat geval zijn er echtparen waarvan de een een donornier nodig heeft, de ander die wel afstaan, maar er geen match is tussen de twee. Mevrouw A geeft dan haar nier aan meneer B, mits mevrouw B haar nier afstaat aan meneer C mits mevrouw C haar nier weer afstaat aan meneer A, zodat de cirkel rond is. Precies: qua mechanisme precies hetzelfde. Een team van economen onder leiding van Al Roth heeft daar het een en ander over geschreven en niet in de minste bladen.

Nu is het huizenprobleem natuurlijk anders dan het nierprobleem. In zekere zin is het nierprobleem eenvoudiger: er is maar een beperkt aantal bloedgroepen, zodat ook het aantal nierdonoren overzichtelijk blijft. Het aantal huizen is echter onuitputtelijk, en mensen hebben een voorkeur voor het ene huis boven het ander. Daar staat tegenover dat er bij huizen ook met geld geschoven kan worden, iets wat bij nieren wat gevoelig ligt. Wat me bij huizen wel lastig lijkt is dat de meeste mensen willenverhuizen naar een huis dat groter en duurder is dan wat ze nu hebben, en als dat voor iedereen geldt wordt het natuurlijk nooit wat met die keten.

U ziet het. Onderzoeksmogelijkheden te over. Je schrijft er zo een proefschrift mee vol.

Mooi vak, economie.