Uit de vakbladen


Uit de empirische literatuur is bekend dat prijzen sneller een stijging in marginale kosten volgen dan een daling. Met andere woorden: als de kosten stijgen, dan wordt die stijging meteen doorberekend in de prijs, terwijl de consument in geval van een kostendaling een flinke tijd moet wachten voordat de prijzen naar beneden gaan. Zie bijvoorbeeld dit artikel van Peltzman. “Rockets and feathers” wordt dat in de literatuur genoemd: prijzen schieten omhoog maar dwarrelen slechts langzaam naar beneden.

Theoretisch is dat verdraaid lastig te verklaren. Op het eerste gezicht lijkt het fenomeen te duiden op een groot kartel. Maar een perfect kartel zet gewoon een monopolieprijs, en heeft geen reden om dat bij een kostenstijging eerder te doen dan bij een kostendaling.

En het fenomeen duikt opnieuw op:

De consumenten merken nog te weinig van de sterk gedaalde prijzen van groente, vlees en andere landbouwproducten. Supermarkten en andere handelaren rekenen de prijsdaling slechts traag door aan consumenten. Dat in tegenstelling tot de sterke prijsstijgingen vorig jaar, aldus de Europese Commissie maandag.

Minister Verburg van Landbouw weet de oplossing:  de consument “beter zicht geven in de prijzen van producten en grondstoffen.”:

Zet de spotlamp op die prijzen: dat zal helpen. Als het graan goedkoper wordt, mag je toch verwachten dat het brood ook goedkoper wordt.

Een interessante gedachte, maar zover ik kan beoordelen is er weinig empirische of theoretische onderbouwing voor de stelling dat dat zou helpen.

Elke tien jaar geeft The Economist in het kerstnummer een overzicht van de meest veelbelovende jonge economen van pakweg onder de 35 jaar. Dat begon in 1988. Het lijstje van toen is nu nog steeds indrukwekkend: Summers, Sachs, Shleifer, Krugman, Mankiw, Grossman, Alesina en Tirole. Het lijstje van 1998: Kremer, Glaeser, Mulligan, Levitt, Hoxby, Ellison, Pesendorfer, Rabin en Laibson. Toch minder indrukwekkend dan het lijstje van tien jaar eerder, als je het mij vraagt. Zulke duidelijke sterren als toen zijn er nu niet meer, beweert het artikel.

Inmiddels zijn we weer tien jaar verder, en dus kwam The Economist met weer een nieuw lijstje. Daar zijn ze: Shapiro, Fryer, Duflo, Finkelstein, Chetty, Werning, Gabaix, en Melitz. [via]

En nu we het toch over veelbelovende economen hebben: de John Bates Clark Medal, de prijs voor de beste econoom in de VS onder de 40 (zie onze eerdere berichtgeving), gaat nu elk jaar uitgereikt worden, in plaats van eens per twee jaar.

Impulsieve mensen doen vaak domme dingen. Dit simpele inzicht is wetenschappelijk aan te tonen door impulsiviteit te meten aan de hand van de discontovoet (hoge discontering = impulsief) en vervolgens die meting te relateren aan gedrag. Zo kan niet sparen voor je pensioen het gevolg zijn van impulsiviteit of van onwetendheid, en de meting toont aan wat het is.

Goed nieuws: ook dit aspect van de mens onderzocht en het werkt, lees dit informatieve bericht van het NBER. Mooi natuurlijk, maar is het interdisciplinaire vuur bij de auteurs (er doen ook psychologen mee) niet iets te hoog aangewakkerd?

The authors suggest that future research could use discount rates as phenotypes in genetic studies designed to identify the molecular mechanisms of intertemporal choice.

Moleculair!?

Alweer een leuk item bij Nieuwlicht: het programma liet Esther-Mirjam Sent 120 afleveringen van Deal or No Deal analyseren. De conclusie: vrouwen zijn risico-averser en verdienen twee keer zo veel. Vervolgens wordt de conclusie getrokken dat mannen dus ook schuldig zijn aan de kredietcrisis, hetgeen mij ietwat kort door de bocht lijkt. De show staat hier, het item begint op 9:20.

In het programma wordt overigens geen melding gemaakt van de nog veel uitgebreidere analyse van Deal or No Deal die drie Nederlandse en een Amerikaanse econoom al eerder deden en die inmiddels gepubliceerd is in het uiterst prestigieuze American Economic Review.

(Dank aan Bart).

Af en toe kom je iets tegen over een econoom waarvan je denkt: Goh. Zo ook dit. Misschien wist u het al lang, maar voor mij was het nieuw.

De Ellsberg paradox is een bekend fenomeen uit de (vroege) gedragseconomie. Kort samengevat komt het er op neer dat mensen omgaan met onzekerheden op een manier die inconsistent is met nutsmaximalisatie.

Aan het begin van de jaren ’70 leidden de Pentagon Papers tot een grote politieke rel in de Verenigde Staten, en uiteindelijk tot het terugtrekken uit Vietnam. Het betrof een geheim onderzoek van defensie, dat eigenlijk ook geheim had moeten blijven, maar dat door een hoge ambtenaar werd gelekt naar de New York Times.

Welke ambtenaar verantwoordelijk was voor het lekken van de Pentagon Papers? Ene Daniel Ellsberg. Inderdaad, die van de paradox.

Je zou haast denken dat ze bij de VARA ook de American Economic Review lezen. In een onder gedragseconomen inmiddels klassiek artikel [pdf] uit dat tijdschrift laten DellaVigna en Malmendier zien dat mensen die lid worden van een sportschool niet bepaald rationele beslissingen nemen. Overenthousiast kiezen ze voor een pakket dat voordelig is als er vaak naar de sportschool wordt gegaan, maar uiteindelijk gaan ze zo weinig dat ze eigenlijk beter een andere optie hadden kunnen nemen. Per keer betalen bijvoorbeeld.

Kijk nu eens naar dit item van Kassa, afgelopen zaterdag. De essentie: van de ruim 2 miljoen leden van een sportschool haken een miljoen binnen een jaar af. Het gevolg: ze betalen gemiddeld nog 4,5 maand langer dan gewild. Dat is 200 miljoen euro.

Anders dan DellaVigna en Malmendier legt de VARA echter de schuld volledig bij de sportscholen. Die verlengen stilzwijgend, willen abonnementen niet beeindigen bij verhuizing of ziekte, en bovendien zou de opvang van startende sporters niet goed zijn. Een woordvoerder van de branche geeft precies dezelfde verklaring als de economen: mensen hebben een stok achter de deur nodig en nemen daarom een langlopend abonnement. Al die mensen die afhaken, zoeken slechts een excuus. Dat lijkt mij dichter bij de waarheid. Op grond van de enquete zouden van de 1 miljoen mensen die afhaken maar liefst 13% langdurig ziek zijn geworden en 22% naar een andere stad zijn verhuisd. Dat lijken mij absurd hoge cijfers.

Overigens hebben ze in Denemarken een nog betere methode gevonden om mensen zich toch te laten houden aan hun voornemen te gaan sporten: wie elke week komt, sport gratis, maar wie een week overslaat betaalt meteen een maandabonnement van 85 dollar. Als de Deense Kassa daar maar geen lucht van krijgt.

Update: Tim Harford heeft het ook over DellaVigna en Malmendier.

Wie vrijdag of in het weekend even niets te doen heeft, kan altijd nog wat Openstaande Problemen in de Economie gaan oplossen, zie dit lijstje op Wikipedia.

De lijst is nogal curieus en willekeurig, en een mens vraagt zich af hoe het in vredesnaam in de online encyclopedie is terecht gekomen. Of ze ooit opgelost gaan worden betwijfel ik ook ernstig. En al helemaal of iedereen ze dan ook als opgelost gaat beschouwen. Economie is nu eenmaal geen wiskunde, waar een laatste stelling van Fermat ondubbelzinnig kan worden bewezen. [via]

Het kwartaalblad van het IMF heeft een profiel van Jacques Polak, monetair econoom afkomstig uit Nederland, opgeleid aan de UvA en langdurig werkzaam bij het IMF.

Verreweg het interessantste op zijn publicatielijst blijkt echter een artikel uit 1955 in de American Economic Review over de Economie van Scrabble. Beginnende spelers, zo betoogt hij, proberen het aantal punten in een beurt te maximaliseren. Niet verstandig, je moet immers intertemporeel maximaliseren. Concreet leidt dat tot de volgende beleidsaanbevelingen: gebruik letters met 4 of 5 punten alleen als ze leiden tot een dubbele score, en gebruik letters met 8 of 10 punten alleen als ze leiden tot een driedubbele score. Wie toegang heeft tot JSTOR vindt het artikel hier.

Overigens meldt het IMF dat zijn vrouw hem toch regelmatig versloeg. [via]

Dit kon wel eens heel handig zijn. Al jarenlang houdt Bill Goffe alle websites bij die voor economen van belang zijn, de Resources For Economists on the Internet. Maar nu is daar een zoekmachine aan toegevoegd die via Google alleen zoekt op die economenwebsites.

Vergelijk bijvoorbeeld eens de zoekresultaten van een vakterm als ‘signalling’ met die van de reguliere Google. Helaas vermeldt de economiezoekmachine het lemma bij Wikipedia niet, maar verder moet de reguliere Googelaar het met allerlei nutteloze verwijzingen uit de elektronica doen, terwijl de econoogelaar relevante hits krijgt. [via]

In de zestiende eeuw introduceerde de Deense koning een ingenieuze methode om belastingplichtige schippers de waarde van hun lading op te laten geven. Een speltheoretische analyse van die methode laat zien dat deze ook nu nog relevant is.

aldus de inleiding van een artikel dat vandaag verschijnt in economenblad ESB, van de hand van ondergetekende en drie co-auteurs. Het onderliggende onderzoek staat hier [pdf]. Update 25/6: het hele verhaal staat nu op Kennislink.

U wilt meer?

Omstreeks 1425 liet Erik van Pommeren, de Deense koning Erik VII, het fort Krogen bouwen bij de huidige stad Helsingør in Denemarken. Het fort stond op een landtong in de Sont (Øresund), de zeestraat tussen Denemarken en Zweden die hier maar vier kilometer breed is. Destijds had het fort als doel het heffen van tol op buitenlandse schepen die door de straat voeren.
(meer…)

« Vorige paginaVolgende pagina »