Verzekerd


Voor wie leeft met de gedachte dat meer concurrentie en lagere prijzen alleen maar goed is voor consumenten is het stevig slikken dat nota bene op last van DNB de premies van autoverzekeringen omhoog moeten. Op internet heerst een prijzenslag en dat is een zorgelijke situatie.

Ik ben bang dat ik het niet helemaal snap. DNB moet zorgen dat er geen banken omvallen en dat is goed, want als een bank omvalt, vallen anderen snel mee en dat is zorgelijk. Maar zulke domino-effecten zullen bij verzekeraars niet snel optreden. Natuurlijk, het is nogal sneu als een consument bij het omvallen van een verzekeraar onverzekerd blijkt, maar zou dit nu de beste manier zijn om dat marktfalen op te lossen!? Het is ook sneu als een consument door het omvallen van een reisbureau niet meer op reis kan, en daarom hebben we in die sector de SGR. Kunnen we zoiets in de autoverzekering ook niet doen? Of zie ik iets over het hoofd? (dank aan Remco)

Genoeg over de financiele crisis nu, terug naar dingen die er echt toe doen: de beroerde zomer. Gedupeerde ondernemers worden steeds creatiever in het hoofd boven water houden in deze tijden van hevige slagregens. Neem nu dit item op RTV Noord: een campinghouder in Sellingen overweegt een regenvergoeding te gaan aanbieden. Hoewel, 10% korting bij 10 millimeter regen zet nu niet echt zoden aan de dijk, en is eerder prijsdiscriminatie dan een verzekering. De uitbater weet dat hij niet arm zal worden van deze actie, op de camping regent het immers aanzienlijk minder dan in de rest van Nederland. Ja heus. Het filmpje is vrij hilarisch, vooral voor hen die het lokale dialect machtig zijn.

Nee, dan Droompark Hooge Veluwe; die biedt deze maand een echte verzekering tegen slecht weer. Maar dan moet het op de camping wel gedurende 5 dagen beneden de 20 graden blijven. Of het op deze camping aanzienlijk warmer is dan in de rest van Nederland vermeldt het bericht niet. (dank aan Peter)

In een grijs verleden schreven we al eens over een verzekering tegen verkeersboetes, hier en hier.  Z24 bericht vorige week dat er in Zweden en sinds kort ook Oslo iets soortgelijks bestaat: een verzekering tegen boetes voor zwartrijden in het openbaar vervoer. Al vraagt de website zich af “waarom de Zweden niet en masse warmlopen voor een verzekering tegen zwartrijden”. Wie de rest van het artikel leest wordt dat echter al snel duidelijk.

Volgens Nygard heeft de afdeling in Stockholm tussen de 500 en 1000 leden […] Leden betalen 100 Zweedse kronen (elf euro) per maand aan “premie” […] Nygard vertelt dat er zo’n tien tot vijftien boetes per maand bij Planka binnenkomen. Een boete wegens zwartrijden in de metro bedraagt in Zweden 1.200 kronen (135 euro).

Ergo: die premie van 11 euro heb je er uit als je eens per 135/11 = 12 maanden wordt bekeurd. Gaan we uit van 750 leden en 12 bekeuringen gemiddeld per maand, dan loopt het gemiddelde lid slechts eens per 750/12 = 63 maanden tegen de lamp. Dat kan dus niet echt uit. Verbazend, dat zo’n club nog zo veel leden heeft.

Toch nog even terugkomen op Inshared’s Halve Allrisk, waar we een dikke week geleden over berichtten. Grote onzin, berichtte ondergetekende, iemand die risicoavers is en bereid is voor een halve dekking te betalen, zal zeker ook bereid zijn voor een hele dekking het dubbele bedrag op te hoesten. Trouwe en oplettende lezer Allard schrijft echter het volgende:

Je post aangaande de halve allrisk vond ik raar. […] Zij u(.) (u’>0,u”<0) de nutsfunctie van een homo economicus. Zij x het vermogen (zonder schade) van voornoemde h.e. en stel dat d de schade is. De kans op schade is p. Dan is onze h.e. bereid om kheel=p(u(w)-u(w-d)) te betalen voor de hele allrisk en khalf=p(u(w-d/2)-u(w-d)) voor de halve allrisk. Omdat u concaaf is, geldt dat u(w-d/2)-u(w-d)>u(w)-u(w-d/2) en dus dat kheel<2*khalf.

Allard heeft helemaal gelijk. Voor het gemak een getallenvoorbeeldje. Stel iemand heeft een vermogen van 100 en de mogelijke schade die hij oploopt bedraagt 20. Mijn redenering was als volgt: als zo iemand bereid is een verzekering af te sluiten tegen het risico dat zijn vermogen naar 90 valt, dan zal die persoon zeker ook bereid zijn een verzekering te nemen tegen een dubbele premie die het risico dekt dat zijn vermogen naar 80 valt. Het verschil in nut tussen 80 en 100 is immers meer dan twee keer zo groot als het verschil in nut tussen 90 en 100.

Op zich was die waarneming juist. Probleem is alleen dat dat niet de manier is waarop de halve allrisk werkt. Wie een halve allrisk afsluit dekt zich effectief immers in tegen het risico dat zijn vermogen naar 80 daalt in plaats van naar 90. Wie bereid is daarvoor te betalen is niet automatisch bereid om ook het dubbele te betalen om zich in te dekken tegen het risico dat zijn vermogen naar 80 daalt in plaats van op 100 blijft. Immers: het verschil in nut tussen 80 en 100 is minder dan twee keer zo groot als het verschil in nut tussen 80 en 90.

Goh. Wat een goed idee, zo’n halve allrisk.

Deze week zag ik de nieuwe commercial van Inshared (al vaker onderwerp van deze weblog). De innovatieve verzekeraar heeft weer iets nieuws bedacht: het is nu ook mogelijk een ‘halve allrisk’ af te sluiten:

Halve allrisk is een autoverzekering waarbij u toch nog de helft van de schade aan uw eigen auto vergoed krijgt, ook al is het uw schuld of is de tegenpartij onbekend. […] Uit onze ervaring blijkt namelijk dat mensen het na een paar jaar zonde vinden om hun auto nog allrisk te verzekeren, maar dat de auto tegelijkertijd nog te nieuw en te goed is om schades niet meer te laten repareren.

Wie door de premieberekeningsmodule heen gaat, leert dat de premie voor de halve allrisk ook keurig de helft is van de premie van de volledige allrisk. Maar, vraag ik mij dan af, waarom zou iemand dan in vredesnaam voor die halve allrisk kiezen!?

Stel u bent bang voor een schade. Om het risico te dekken moet u een bepaalde premie betalen. Uiteraard zal de premie hoger zijn dan de verwachte schade (de verzekeraar moet er immers ook aan verdienen), maar als u voldoende risico-avers bent is het voor u de moeite waard om die verzekering af te sluiten. Tot nu toe nog niks aan de hand.

Maar nu komt het: iemand die voldoende risico-avers is om die halve allrisk af te sluiten zal zeker ook bereid zijn een dubbel zo grote premie te betalen om een dubbel zo grote schade te voorkomen. Immers: de dubbele schade is voor een risicoaverse automobilist meer dan twee keer zo beangstigend en dus zal die persoon altijd bereid zijn de dubbele premie te betalen. Geen enkel weldenkend mens (in de zin van de klassieke homo economicus) zal dus voor de halve allrisk gaan. Toch!?

Vorige week was het al in het nieuws. Ouders die hun kinderen mee laten gaan met een vakantiekamp van Simbo kunnen nu een heimweeverzekering afsluiten: ze krijgen dan al hun geld terug als kindlief wegens heimwee weer opgehaald moet worden. Dat klinkt sympathiek.

Nu zag ik gisteren toevallig een artikel in de Telegraaf (tja, een mens is wel eens op familiebezoek), waardoor het initiatief plots een stuk minder sympathiek klinkt. Iddo Schoen, directeur van Simbo, geeft onbedoeld een inkijkje in de kosten en baten van de verzekering. Lees eens mee (helaas niet online):

[V]aders en moeders […] wilden wel een reis boeken voor hun kinderen, maar waren bang dat die door heimwee snel weer thuis zouden zijn. "Ik vertelde altijd eerlijk dat dat weinig voorkomt. Van de 14.000 kinderen die vorige zomer via ons op vakantie zijn gegaan, zijn er totaal 14 naar huis gekomen vanwege heimwee."

Aha. De kans dat er moet worden uitgekeerd is dus 0,1%. Goed, er zijn ook administratiekosten, verzekeraar de Europeesche moet er ook nog iets aan verdienen, dus wat zal zo’n verzekering uiteindelijk helemaal kosten? 0,2, 0,3% van de reissom? Vergeet het maar:

Het kost je zo’n 5 procent van het totale bedrag.

Ouders die zo’n verzekering willen afsluiten, moeten dus wel last hebben van een enorme risico-aversie. Maar goed, het zijn volwassen mensen, en ze kunnen altijd nog zelf beslissen of ze het wel of niet doen. Toch? Ehm, ook al niet:

De heimweeverzekering van Simbo is inmiddels standaard opgenomen in de reguliere reissom. Niet optioneel dus, maar verplicht.

Goed. Het ogenschijnlijk sympathieke initiatief komt dus neer op een verplichte verzekering die vijftig keer meer oplevert dan hij hoeft uit te keren. Daar kan menig woekerpolis nog een puntje aan zuigen.

Even met het ziekenhuis gebeld over de rekening die ze mij gestuurd hadden. Door een fout was er een veel te hoog bedrag gerekend voor het dichtmaken van mijn duim (na een incident in de keuken waar ik het liever niet over heb).

Waarom troost ik mij deze moeite? Omdat ik bij mijn verzekering het grootst mogelijke eigen risico heb aangekruist, en alle kosten voor mijn eigen rekening zijn. Als gezonde man van 38 kijk ik wel uit om in de pool van veelgebruikers van zorg terecht te komen en verzeker me alleen tegen echte rampen (voor zover dat mag, zie eerder hier).

Veel Nederlanders zijn in de omstandigheid dat (na het verplichte eigen risico) hun rekeningen geheel vergoed worden door de verzekeraar. In dat geval loont het uitpluizen van behandelcodes  en hangen in een telefoonmenu natuurlijk niet de moeite. In Amerika gebruiken ze daarom copayments, een verplichte eigen bijdrage aan behandelingen die verder vergoed worden. Zo hebben patiënten de prikkel om een beetje op te letten (en om niet altijd naar de dokter te gaan; of dat laatste is optimaal is, is trouwens niet duidelijk).

Niet dat zoiets nou meteen ook bij ons moet, maar verzekeraars zijn er wel bij gebaat dat de verzekerde zijn hoofd er een beetje bijhoudt als de rekening voorbij komt. Die weet immers veel beter wat er allemaal aan hem gebeurd is en kan kosten besparen door fouten in de rekening te melden. Maatschappijen zouden eigenlijk een percentage van die bespaarde kosten moeten uitbetalen aan de oplettende verzekerde.

Een op het eerste gezicht aardige actie van de NS: vaste klanten kunnen nu 50% korting krijgen op hun autoverzekering. Immers, zo beweert de vervoerder, mensen die vaak met de trein gaan, gaan minder met de auto en maken dus minder schade. Ah, zou je denken, typisch gevalletje adverse selectie, maar dan andersom.

Maar er moet meer aan de hand zijn. Een voordeelurenkaart kost 55 euro en dat is minder dan 50% van de kosten van een autoverzekering.  Als het zo mooi is als het lijkt zou je dus verwachten dat iedereen een voordeelurenkaart koopt en daarmee die 50% korting incasseert, zelfs zonder ooit de trein te nemen (voor de liefhebbers: er is niet aan de incentive constraints voldaan). En dan gaat het selectie-verhaal niet meer op.

Wie kijkt op de website van de verzekeraar (Inshared: zie eerder) ziet dan ook dat er een aantal flinke adders onder het gras schuilen. Ten eerste: de kortingklanten delen niet in de Jaarbeloning, wat reguliere klanten wel doen. Ten tweede: de korting geldt alleen in het eerste jaar. En de allergrootste adder:

Mocht u toch schade claimen […] dan betaalt u alsnog die andere 50%.

Juist. Er lijkt dus eerder sprake van gebruik van moral hazard dan van adverse selectie: wie hier op ingaat zal aanzienlijk veiliger rijden en minder schade claimen.

Sinds vorige week is op TV regelmatig een commercial te zien van nieuwe verzekeraar inshared, waarin op bijzonder effectieve wijze het begrip moral hazard wordt uitgelegd:

Het kost wat moeite om op de website te achterhalen hoe het nu allemaal precies in elkaar zit. Maar het komt op het volgende neer. Van de ingelegde premies houdt inshared 20% zelf. Van de resterende 80% worden claims uitgekeerd. Wat er dan nog over is wordt onder de verzekerden verdeeld volgens een puntensysteem. Wie meer premie betaalt, langer klant is en meer voorzorgsmaatregelen neemt, krijgt meer punten. Wie een schade claimt raakt voor dat jaar zijn punten kwijt.

Het doel is natuurlijk dat mensen voorzichtiger worden en minder schade claimen. Maar dat is niet bijzonder: een gewone verzekeringsmaatschappij doet dat ook via een bonus-malussysteem. Bij zo’n systeem is het vantevoren helder hoe een schade je uitkeringen en premies gaat beinvloeden. Bij inshared moet je dat maar afwachten, daar hangt het immers ook af van het gedrag van de andere verzekerden. Theoretisch zou het hele systeem zelfs volledig in de soep kunnen lopen. Als alle andere verzekerden voorzichtig zijn, dan heb ik een prikkel om dat ook te doen, want dan kan ik meedelen in de dan aanzienlijke pot. Maar als alle andere verzekerden onvoorzichtig zijn, heb ik weinig reden om voorzichtig te zijn, omdat er in dat geval niets te verdelen zal zijn.

Terwijl een grote stoet auto’s zich vandaag naar het zuiden begeeft lees ik toevallig een oud stuk van Sinn (zie ook hier) over hoe de beschikbaarheid van verzekeringen leidt tot doelmatiger productie. Hij heeft een mooie anecdote over de koopvaardij vanuit Hamburg: lang was het de gewoonte om met ieder schip een escorte mee te sturen ter bescherming tegen piraten. Toen er een markt voor verzekeringen ontstond, waardoor het verlies van één schip niet meer catastrofaal was, hield men daarmee op met als gevolg een grote verlaging van de kosten. Dit droeg volgens Sinn bij aan het succes van de Hamburgse haven.

De analogie met de uittocht van vandaag is treffend. Het risico op piraterij is voor de vakantieganger welliswaar beperkt, maar autopech en kleine ongelukken komen veel voor. Twee generaties geleden had elke reiziger daarom een koffer vol gereedschap en een pak geld bij zich. Veel mensen bleven gewoon thuis. Mijn ouders hadden het al makkelijker: met een goede reserveband, een krik en de internationale reis-en-kredietbrief reden ze de straat uit. Tegenwoordig zijn een credit card en de (standaard) mobiliteitsservice voldoende.

Het punt van Sinn is dat efficiënte verzekering leidt tot meer activiteit maar ook tot moral hazard, té risicovol gedrag. Er is een optimum waar je ook overheen kunt gaan. Anders gezegd: een gedeelte van de stroom vakantiegangers had de auto nog even laten nakijken als ze het risico van pech of ongeluk zelf hadden moeten dragen. Wie vanmiddag in de file staat kan dus de verzekeringssector de schuld geven.

Volgende pagina »