Vrije markt


Mathijs Bouman heeft weer een mooi voorbeeld van de  mythe van de doorbelasting gevonden. Die mythe luidt dat als de vaste kosten van een producent toenemen, de prijs omhoog moet. Ook wij besteden af en toe aandacht aan dit onderwerp, zie het doorbelasten van reclamekosten, boetes, en erfpacht. Er bestaan veel misverstanden over prijszetting, de manier waarop een producent bepaalt wat zijn product moet kosten. Wie iets van economie weet denkt al gauw aan MO=MK en komt er meestal wel uit, maar sommigen blijken er een heel ander model op na te houden.

Een mooi voorbeeld is deze column van Christiaan Weijts in NRC Next. Hij bespreekt de boekenmarkt en die van het openbaar vervoer, en na enig peinzen denk ik dat zijn model als volgt is: de omzet in een sector is een vast gegeven, en de prijs volgt uit het delen van die omzet door de verkochte hoeveelheid. Als het aantal kopers afneemt (Weijts schrijft over zwartrijden en kopieëren) neemt de prijs daarom toe. Ook dat is een vorm van de mythe, als de omzet constant moet blijven om de vaste kosten te dekken.

Klopt natuurlijk niet. De enige manier waarop diefstal gevolgen heeft voor de prijs is als marginale kosten erdoor veranderen (bijvoorbeeld doordat ze bij hogere bezetting toenemen), marginale opbrengsten (alleen klanten met een specifieke waardering stelen) of als het product niet op de vrije markt verhandeld wordt. Voor boeken is dat in ieder geval niet waar, en ik vraag me af of het voor het OV aan de orde is.

Vaste lezers zagen de afgelopen dagen de grafiek van de politieke aandelenmarkt vreemde sprongen maken. Om twaalf uur vanmiddag stond hij erbij zoals hieronder.

De koers van de VVD had op dat moment bijna de 70 bereikt, de PvdA hing rond de 18.  Alles kan, maar het lijkt waarschijnlijk dat er door deelnemers niet echt gespeculeerd werd op een historische politieke ommezwaai. De koers van je favoriete partij opjagen is ook leuk, vooral als het geen echt geld kost.

Want dat is natuurlijk de Achilleshiel van deze onderneming: iedereen die zich inschrijft krijgt een gratis kapitaal, dat naar hartelust gebruikt kan worden.  Zoals ik eerder deze week al schreef voldoet de markt eigenlijk niet aan de basisvoorwaarden, omdat er geen harde financiële prikkel aanwezig is.

Wat nu? Tot ons behoorlijke chagrijn moeten we afstappen van het principe van vrije toetreding en hebben we de politieke aandelenmarkt semi-besloten gemaakt. Zomaar inschrijven bij Inkling en dan de gratis dollars verbrassen kan niet meer, u moet eerst langs de ballotage. Mensen die mee willen doen sturen een mailtje naar eco@nomie.nl met hun volledige naam, e-mail adres en Inkling-gebruikersnaam. Daarna krijgen ze toegang tot de markt. Wie al actief was heeft automatisch toegang.

De opkomst van de smartphone leidt tot allerlei nieuwe mogelijkheden voor concurrentie. Wehkamp komt met een wel heel intrigerende: wie de applicatie W.APP installeert, krijgt de komende dagen 10% korting, maar alleen als hij zich bevindt in de winkel van een concurrent. Via GPS software is dat eenvoudig te achterhalen.

Of het verstandig is, is een ander verhaal. Sommige mensen zijn al bij de concurrent om daar een aanschaf te doen. Als zij door de 10% extra korting worden overgehaald, is dat winst voor Wehkamp. Maar anderen waren al van plan bij Wehkamp te kopen en zullen juist naar een concurrerende winkel gaan om zo de 10% extra korting te pakken. Als ze daar eenmaal zijn, besluiten ze misschien wel om toch maar in die winkel te kopen. En dat is slecht nieuws voor Wehkamp, die zo toch een beetje de kat op het spek bindt.

AapTijdens de Den Uyl lezing [pdf] vergeleek Wouter Bos de markt met Bokito. Het is een hilarische vondst en zeker de quote du jour. Bos zei:

De markt gedraagt zich soms als Bokito. Je kunt heel lang denken dat je hem onder controle hebt maar op een dag doet hij toch wat zijn reflexen hem ingeven. Uiteindelijk geeft een hele brede diepe greppel meer zekerheid dan een goede dompteur.

Mooie beeldspraak. En een prima slachtoffer natuurlijk, want wie durft zich nog uit te spreken voor de markt?

Laten wij het (nog maar eens) proberen. De markt, dat is wat er gebeurt als volwassen mensen met elkaar handelen zonder dat de overheid daar continu met de neus bovenop staat. Dat gaat meestal prima, want u en uw tegenpartij weten heel goed wat u wilt. De markt, dat is toch vooral zelf kunnen kiezen, de macht bij de consument. De markt, dat bent u zelf. Vaak zijn het de grootkapitalisten, de natuurlijke vijand van Wouter Bos, die het minste belang hebben bij een eerlijke markt.

Dat weet Wouter Bos ook en daarom is zijn lezing de moeite waard: het subtiele verhaal (dat de krant in tegenstelling tot Bokito niet haalt) bevat veel goede punten, over meetbare en onmeetbare welvaart en ondernemerschap als motor. En de quote over economen is beter dan die over apen:

Het brengt mij bij mijn volgende punt en dat is vooral een oproep aan economen, ook pvda economen. En daar zijn er nogal wat van. We hebben zelfs een officiële economenparadox. Die luidt dat 80% van de toonaangevende economen in Nederland lid is van de PvdA maar dat 80% van onze achterban grote moeite heeft met de economische recepten waar zij mee leuren.

(Zou dat kloppen, dat percentage?) De oproep is om niet alleen te kijken naar zaken die in geld uit te drukken zijn. Echte economen doen dat als het goed is vanzelf.

Begrijpt u ook niets van uw telefoonrekening? De wirwar aan tarieven maakt dat de burger door de bomen het bos niet meer ziet. En dus moet er iets aan gedaan worden.

Pogingen tot een rekeningen-beleid zijn natuurlijk dapper maar gaan voorbij aan de reden dat belbedrijven werken met al die ingewikkelde bundels, kortingen en beltegoeden. Dat heeft te maken de aard van het verhandelde product: afgezien van wat kleine verschillen in het netwerk maakt het de beller niet uit van wie hij de minuten afneemt, het product is volstrekt homogeen. En bij vrije concurrentie op een homogeen goed draait alles om de prijs. Als de kosten voor overstappen gering zijn is het enige evenwicht op den duur dat alle aanbieders dezelfde, minimaal mogelijke prijs hanteren.

Er is de aanbieders dus veel aan gelegen om de markt tóch niet homogeen te maken. De beste manier om dat te doen is onduidelijkheid in de prijsstructuur. Zolang de klant de prijzen niet kan vergelijken is de prikkel om over te stappen beperkt. En daarom zal het beleid dat vandaag wordt aangekondigd waarschijnlijk niet helpen: de huidige wirwar is met opzet veroorzaakt en na elke ontwarrende richtlijn kun je wachten op het volgende nieuwe “belproduct” dat nét niet in de officiële categorieën past.

Een beter idee is dat van economen Thaler en Sunstein. Zij pleiten ervoor dat bedrijven mogen prijzen zoals ze willen, zolang ze maar een maandelijkse rekening leveren in een standaard Excel-sheet. Daarin staat het gebruik van de consument en de bijbehorende prijs (in dit geval per gesprek de plaats, tijd, duur en de kosten). Concurrenten kunnen dan via hun website de gegevens publiceren die de consument in staat stellen uit te rekenen hoeveel hij bij hun kwijt zou zijn geweest, bij hetzelfde belgedrag. Zo kan de consument altijd de relevante gegevens vergelijken. Toevallig is Thaler over anderhalve maand in Den Haag. Goed opletten!

Een aantal maanden geleden berichtten wij over werkspot.nl, u weet het vast nog wel, die website waar u uw klussen kunt aanbesteden bij de laagste inschrijver, behalve dan wanneer de website vindt dat de prijs wat al te laag is. Vorige week kwam de NMa met de uitkomsten van het vooronderzoek.

Conclusie (mijn interpretatie): Men heeft er moeite mee (“Als de site daar transparant over zou zijn dan kan een consument […] zelf bepalen of hij de klus dan via een andere site of ander kanaal aanbiedt”), maar kan er niets aan doen (“er is niet gebleken dat de werkwijze van Werkspot.nl het gevolg is van afspraken tussen de deelnemende bedrijven. Daarnaast is er volop keuze voor consumenten om hun klussen aan te bieden waardoor zij erachter kunnen komen of er nog lagere aanbieders zijn.”)

Tja. Het is niet anders. Maar het blijft dubieus. Ook op de uitlegpagina of bij de veelgestelde vragen staan geen opmerkingen over een minimumprijs. Vooral omdat werkspot claimt dat de minimumprijs er is om de consument te beschermen, is dat wat vreemd. Zo’n gratis extra bescherming. die meld je toch prominent!? (dank aan Jacco)

Maar nu even iets anders. Tijdens de zomervakantie zat ik in de bus naast een vriendelijke Israëlische dame die mij vertelde van het parkeerprobleem van Tel Aviv. In haar woonwijk zijn plekken voor de auto zo schaars dat bijna niemand zijn auto meer gebruikt. Want wie wegrijdt van zijn plek vindt er nooit weer een terug.

Natuurlijk denken economen maar aan een ding, maar toen ik deze mevrouw vroeg of de prijs voor een parkeerplek dan niet te laag was, was ze het niet met mij eens. De plekken moesten gewoon aan bewoners toegewezen worden, want als ze voor het parkeren moest betalen kon ze niet meer op vakantie.

Tja, dat kan natuurlijk ook. Maar dan staan die plekken weer (inefficiënt) leeg te wezen als mevrouw de stad in is. Hoe dan ook, feit is dat schaarse goederen waarvoor de prijs te laag is tóch verdeeld moeten worden en dat zoiets vaak op een slechte manier gebeurt (zie boven maar ook hier en hier). Zou het niet aardig zijn eens te kijken op wat voor manieren dat allemaal gebeurt? Daar is vast onderzoek naar gedaan. Heeft iemand een referentie?

We kunnen er niet onderuit, met de taxichauffeurs weer volop in het nieuws en een herziene aanpak van de minister moeten we het maar weer eens hebben over de taximarkt. Een overzicht van onze eerdere stukken staat hier.

Op het eerste gezicht lijkt de situatie met de taxi’s een typische uitwas van de vrije markt, waar onschuldige burgers de dupe worden van harteloze, op winst jagende ondernemers. Maar van marktwerking is helemaal geen sprake. Zo zitten de chauffeurs vast aan een slecht tariefsysteem waardoor korte ritten en ritten door een file te weinig opbrengen. Het is niet zo gek dat die ritten geweigerd worden (zie hier en hier). Het is een verbetering dat dat tariefsysteem nu overboord gaat.

Essentieel bij marktwerking is verder de vrije keuze van de consument. Die is er bij de “opstapmarkt” kennelijk ook niet; wie zelf wil kiezen uit de taxi’s kan een klap krijgen. De vraag is of het opstellen in slagorde in plaats van in een rij daar veel aan verhelpt. De staatssecretaris zoekt het nu in het verenigen van taxi’s in groepen [pdf] zodat de consument uit minder alternatieven hoeft te kiezen. Voor economen is dat een heel merkwaardig idee: het ideaal van volledige mededinging wordt verplicht vervangen door een oligopolie zodat de klant een beter overzicht heeft van de reputatie van de taxichauffeur. Men hoopt in Den Haag bovendien dat binnen die groepen een beetje wordt gelet op de malafide leden.

Veel slechter dan nu kan eigenlijk niet maar dit plan, met voorzienbaar hogere prijzen, is toch weinig ambitieus. Men legt zich feitelijk neer bij het informatieprobleem dat de klant heeft bij de keuze van een aanbieder, in een tijd dat de ontwikkelingen op informatiegebied razendsnel gaan. Om maar eens wat te noemen: vrijwel iedereen heeft een mobieltje op zak waarmee je de reputaties van, zeg, alle vakantieoorden of restaurants op elk moment kan checken. Waarom dan vasthouden aan die standplaatsen met vijandige groepen chauffeurs? Het kan toch niet moeilijk zijn om met mijn telefoon de dichtstbijzijnde taxi met een goede reputatie uit te nodigen voor een offerte? Of heb ik teveel vertrouwen in mijn mobieltje?

We zijn inmiddels dus zover dat de Tweede Kamer een minister ontbiedt om te controleren of autoverkopers de sloopsubsidie van de overheid wel helemaal doorgeven aan hun klanten. Kan het nog lang duren voordat de kamer zelf de autoverkoop maar ter hand neemt omdat de private partijen er niks van bakken?

Beste parlementariërs, heb vertrouwen. Ik weet dat uw geloof in marktwerking is geschaad maar dit zal echt nog wel goed komen. Zolang de consument goed oplet en de handelaren geen kartel vormen wordt de subsidie, naar rato van vraag- en aanbodelasticiteit, netjes verdeeld onder de partijen. Dat de klant niet alles krijgt is een gevolg van de oplopende aanbodcurve en geen nationaal schandaal.

Wij zijn dol op markten. Al die initiatieven op het internet waar vrager en bieder op efficiënte wijze aan elkaar worden gekoppeld, we zijn er dol op. Neem nu een website als werkspot.nl, de “marktplaats voor klussen”. Iedereen die een klus heeft kan die op de website zetten, en iedereen die zo’n klus kan uitvoeren, kan zich vervolgens aanbieden. De opdrachtgever beslist met wie hij of zij in zee gaat. Ideaal, zou je zeggen. Transparant. Degene die de klus het goedkoopst kan uitvoeren, zal over het algemeen de opdracht krijgen en dat is efficiënt.

Niet dus. Het feit dat het hier de bouwwereld betreft, een sector die niet bepaald bekend staat om zijn vrije marktwerking, doet al vermoeden dat er wellicht iets niet in de haak is. En inderdaad. Vorige week meldde het NRC (helaas niet online):

[D]e site, die samenwerkt met brancheverenigingen in de bouw, manipuleert die laagste prijs, is inmiddels de klacht van een aantal aanbieders. De beheerder weert zonder opgaaf van reden biedingen die te laag zouden zijn. Om beunhazen buiten de deur te houden, is het verweer van de site. Om de prijs kunstmatig hoog te houden, zeggen inschrijvers op klussen die geweerd werden omdat ze te goedkoop zouden zijn.

Wie lager dan 25 euro per uur biedt, wordt geweigerd, volgens een gedupeerde aanbieder. Wie op de site bijvoorbeeld kijkt bij Klussen Algemeen en sorteert op prijs, ziet inderdaad een onwaarschijnlijk hoog aantal aanbiedingen van precies 25 euro. De NMa heeft inmiddels een onderzoek ingesteld.

Merkwaardig genoeg is het NRC-stuk niet terug te vinden onder het kopje “Recent in de Media” op de website.

« Vorige paginaVolgende pagina »