Met de pensionering van de babyboomers is de grote uitstroom van de Nederlandse arbeidsmarkt begonnen. Ergens in deze jaren moet het moment daar zijn dat het aantal mensen op de Nederlandse arbeidsmarkt niet meer stijgt maar daalt. Het CBS schrijft daarover [pdf]:

Die grafiek ziet er trouwens nogal dramatisch uit,

hoewel de herziening (van stippellijn naar doorgetrokken lijn) ook nogal fors is. Hoe dan ook, we zouden eens moeten kijken naar de omvang van de beroepsbevolking in de data om te zien of de piek al in zicht is.

(meer…)

Het CBS heeft het gemiddelde inkomen per gemeente berekend en publiceert over de extreme waarden. Dat de gemeenten aan de rand niet noodzakelijk “arm” of “rijk” zijn, zoals de kop beweert, bespraken we al eerder. Toch is het leuk om de gegevens even te bekijken. Ze worden geleverd in percentage boven of onder gemiddeld, dat is aan de onderkant begrensd dus plot ik de verdeling van log(1+0.01P):

Tot mijn verrassing is het een vrij normale verdeling, behalve aan de rechterkant. Als je de steekproef beperkt tot logp<0.25 kun je de hypothese van een normale verdeling niet meer verwerpen. Met die normale verdeling in het achterhoofd is het dus niet zo opmerkelijk dat er plaatsen als Pekela en Stadskanaal bestaan, maar is het wel vreemd dat er een Bloemendaal en een Wassenaar zijn.

Nu nog een theorie. Het is mogelijk dat veelverdieners verhuizen om bij elkaar te gaan wonen (en weinigverdieners niet) of het kan dat de mogelijkheden om veel te verdienen in sommige gemeenten groter zijn dan in anderen. Uiteraard speelt er een endogeen effect: misschien levert het bij elkaar wonen (theorie 1) nog weer extra inkomen op door netwerkmogelijkheden (theorie 2). Daar zit een mooi proefschrift in.

In een opmerkelijk stukje technische analyse heeft (nota bene) het CBS berekend dat aandelen in Nederland beter renderen in de eerste helft van het jaar. Het bewijs: van de zes decennia met data is in vijf gevallen “het koersrendement in het eerste halfjaar substantieel hoger dan in het tweede halfjaar”.

Dat kan haast geen toeval zijn. Of misschien toch? Als het meest renderende halfjaar willekeurig wordt bepaald met kans 1/2 dan is de waarschijnlijkheid van deze gebeurtenis, even rekenen, 9,4%. Niet echt significant weinig, en dat is eigenlijk wel opmerkelijk omdat de Amerikaanse aandelenmarkten tijdens de periode van analyse een heus Januari-effect kenden. Zoals dat gaat is ook die regelmatigheid inmiddels bezweken aan zijn bekendheid [pdf].

De logica in de economie is soms ver te zoeken. Neem nou dit bericht in de Telegraaf, gebaseerd op deze persverklaring van het CBS:

Het aantal banen groeit door. In het vierde kwartaal van afgelopen jaar waren er 108.000 banen van werknemers meer dan in hetzelfde kwartaal in 2007.

‘Ja maar, het is toch crisis?’ vraagt de leek zich af. Is ook zo. Maar het aantal banen van werknemers is een slechte statistiek om de voortgang van de crisis mee te volgen. Kijk maar eens naar deze data.

Er waren eind 2008 zo’n 108.000 banen meer dan eind 2007. Dat was mooi, maar er waren ook 110.000 extra mensen die wilden werken. Deze ‘mutatie beroepsbevolking’ treedt op omdat er nog wat groei zit in de cohorten 20-64 (die groep neemt toe met zo’n 20.000 mensen) en omdat mensen toetreden na bijvoorbeeld een studie, of minder met vervroegd pensioen gaan. En dus neemt de werkloosheid vanaf de zomer toe, ondanks het grotere aantal banen. Die werkloosheid is een veel betere peilstok voor de ontwikkeling van de recessie (en voor de conjunctuur in het algemeen, zie bijvoorbeeld hier).

Nog wat verdere details voor de liefhebbers. De werkloosheid neemt sneller toe dan het verschil tussen 108 en 110 duizend; hier wreekt zich het feit dat het over werknemers gaat waardoor failliete ondernemers en zzp’ers niet meetellen als banenverlies. En het is vrij normaal dat er banen bijkomen als meer mensen toetreden tot de arbeidsmarkt. Wie denkt dat een vast aantal banen  wordt verdeeld begaat de lump of labor fallacy.

Het CBS komt vandaag met cijfers over de vermogenspositie van Nederlandse huishoudens, de eerste waarin de effecten van de kredietcrisis goed zichtbaar zijn. Een “recordverlies” schrijft de NOS.

De cijfers laten echter nog iets anders zien. Het particulier aandelenbezit stond begin dit jaar op €239 mrd. Na drie kwartalen was daar nog €196 mrd van over, een verlies van 43 miljard euro. Maar nu iets vreemds: in dezelfde periode daalde de AEX met 35.6%, en andere indices met vergelijkbare percentages. Als de aandelenbezitters niets hadden gedaan dan zouden ze een dubbel zo groot verlies, €85 mrd, moeten hebben gedraaid.

Wat is er gebeurd? Het is mogelijk, maar zeer (zeer!) onwaarschijnlijk, dat heel Nederland de index verslagen heeft. Ook kan het zijn dat de “overige deelnemingen” van beleggers, die ook in de cijfers meetellen, minder hard zijn gedaald (of niet liquide zijn, zodat de waarde op dit moment overschat wordt). Maar waarschijnlijker is dat de Nederlanders, bij het zien van de dalende koersen, massaal zijn ingestapt. Is dat het geval dan komt er bij de volgende cijfers nog een mooi verlies overheen: in het vierde kwartaal daalde de index met 25%.

Gepromoveerde academici succesvol op arbeidsmarkt

zo kopt de Volkskrant, op gezag van het CBS. Waaruit blijkt dat succes?

Ruim driekwart heeft een betaalde baan.

Mijn hemel. Volgens mij betekent dat dat bijna 25% van de gepromoveerden geen betaalde baan heeft. Daarmee doen ze het aanzienlijk slechter dan die andere probleemgroep op de arbeidsmarkt, de jonge allochtone schoolverlaters, waarvan momenteel slechts 15% werkloos is. Hoezo succesvol!?

Inderdaad, die ‘ruim driekwart’ is onmogelijk te plaatsen zonder referentiekader. Dat is dus blijkbaar best wel veel, driekwart? Hoe ligt dat dan bij andere bevolkingsgroepen? En waarom wordt een kwart van gepromoveerden dat niet werkt, niet absurd hoog gevonden? Of mis ik misschien iets?

Het is om moedeloos van te worden.

De Engelse versie van het CBS heeft een Personal Inflation Calculator die precies doet wat de naam zegt. De gebruiker vult zijn gehele financiële huishouding in, hoopt dat het CBS de data niet doorverkoopt en ziet precies berekend wat er is gebeurd met de prijs van zijn/haar consumptiemandje. Klachten dat de statistici met verkeerde inflatiecijfers komen zijn hiermee verleden tijd. En kijk aan, ook het Nederlandse CBS gaat per april een versie van de PIC aanbieden.

Het invoeren van budgetaandelen van aardappelen, benzine en computers is veel werk, maar misschien nog wel vervelender is dat die aandelen gaan schuiven, juist op het moment dat de prijzen van artikelen op de loop gaan. Nu de benzine duurder is wordt er minder getankt, om maar eens wat te noemen. De echte inflatiecijfers houden daar rekening mee maar ik zou niet weten hoe de PIC dat zou moeten doen. En dan is nog maar de vraag welk nut het persoonlijke cijfer dient. De echte inflatie is de belangrijkste indicator voor het rentebeleid van de ECB, de persoonlijke inflatie een aardigheidje.

Maar uiteindelijk heeft wie wil weten wat er met zijn eigen koopkracht gebeurt een veel beter instrument tot zijn beschikking: bij ongewijzigd inkomen en gedrag voldoet het banksaldo aan het eind van de maand.