of hoe het dan ook heet in het Frans. Bij Parijs wordt een proef gehouden om scholieren te betalen als ze minder spijbelen. Lees vooral ook de boze (Nederlandse!) belastingbetaler die reageert.

Hoe dan ook, je zou zeggen dat de opbrengst van schoolgaan zo hoog is dat dit soort betalingen niet nodig zou moeten zijn. Het rendement op een jaar school is makkelijk 10 procent (zie hier, of hier bijvoorbeeld) en dat is beter dan op een spaarrekening. Maar het is mogelijk dat scholieren problemen hebben die zorgen dat ze toch uitvallen. Gebrek aan geld en geen mogelijkheid om het te lenen, bijvoorbeeld. Of geen kennis over de hoge opbrengst van onderwijs.

In dat geval gaat dit programma ze niet helpen want de uitvoering is van een zeer hoge klungeligheid. Ten eerste hangt de uitbetaling af van het spijbelgemiddelde van de hele klas; de individuele prikkel is dus laag. Vervolgens wordt er uitbetaald in “bijzonder lesmateriaal” in plaats van harde cash. Alsof potentiële spijbelaars daarop zitten te wachten. En dan is het ook nog eens zo dat de eerste €2000 al wordt gestort voordat er iets gepresteerd is. (Overigens hebben de Fransen niet het alleenrecht op dit soort dommigheid, zie eerder hier.)

Het was een fijne tijd daar in Frankrijk maar ik zie dat het goed is dat ik terug ben. Ook van mij de komende tijd weer een opgefriste blik op de economie.

Van de Fransen is bekend dat het grote sociale ingenieurs zijn. Van de 35-urige werkweek (ooit) tot de ouderwetse industriepolitiek, de Fransen leggen het liefst de hele economie contractueel vast. Toen ik bij het eerste wegrestaurant dan ook een kindermaaltijd voor 1 euro zag dacht ik dan ook dat het een verplicht menu-item ter bestrijding van kinderhonger zou zijn, maar volgens de kassière betrof het een gewone aanbieding. Je moest er wel een kind voor meenemen.

Aan de tafel naast ons nam een gezin met twee kleintjes plaats dat zojuist voor 2 euro kindermaaltijden gekocht had. Het waren behoorlijke gerechten. De kinderen kregen elk het Mona-toetje, terwijl de ouders het bord warm eten en de fles sap tot zich namen. Wie weet verhuurden ze de kinderen daarna aan mensen die nog moesten halen.

De Franse staat gaat haar autofabrieken steunen (hier met meer details in het Frans, 10% van de Franse beroepsbevolking doet iets in de autoindustrie). Het zou gaan om €5 à 6 mrd.

Eens even rekenen. De Amerikaanse automakers vroegen om $25 mrd, dat is zo’n €19,3 mrd oftewel €63 per Amerikaan. Grote consternatie, Bush geeft net genoeg geld om van het probleem af te zijn en de heersende opinie is dat er nu echt geherstructureerd moet worden.

Stel dat het bij 5 miljard euro blijft, in Frankrijk. Dat is €77 euro per Fransman, zo’n 21% meer dan wat de Amerikanen hadden moeten betalen. Maar van een publieke oproer geen spoor.

(Overigens: maakt u zich zorgen over wisselkoersen en arbeidsparticipatie bij dit soort berekeningen? Eenhedenvrij is het verschil nog groter: de Amerikaanse steun zou 0,18% van het BBP zijn, de Franse steun 0,26% van het BBP).

Dit artikel in het blad Foreign Policy schetst een verschrikkelijk beeld van het economieonderwijs in Duitsland en Frankrijk. Over die laatste hadden we het eerder. Er wordt teveel nadruk gelegd op nadelen van kapitalisme, rechten van werklozen en de gevaren van een vrije markt, vindt de auteur. In tegenstelling met de Amerikaanse opleidingen, waar straightforward, classical economics op het menu staat.

Ik ben niet overtuigd. Volgens de auteur leidt dit onderwijs tot een aversie tegen het ondernemerschap, maar ondernemingen zijn er in Frankrijk en Duitsland genoeg. En om meteen de lijn door te trekken naar heel Europa is wel erg snel geredeneerd. Het economieonderwijs in Nederland wordt opgezet volgens de lijnen van dit rapport, en die zien er zeer verantwoord uit (zie vooral sectie 3.2). En op de universiteit? Daar worden grotendeels Amerikaanse boeken gebruikt. [via]