Ik heb een collega die na jaren in de VS weer in Nederland werkt en die maar over één ding klaagt: tijdens de lunch ouwehoeren die Nederlandse economen constant over voetbal. En het klopt, hoor. Vorige week op congres in Zweden (vandaar het intermezzo hier, excuses) nam ik plaats aan de Nederlandse tafel en hup, daar werd het resultaat van Ajax alweer besproken. Gelukkig was het niveau van de conversatie hoog en later op de avond hoorde ik nog een fraai staaltje analyse.

Het was niet helemaal spontaan, want ik zat te praten met Loek Groot die er een heel boek over geschreven heeft, maar toch. Zijn stelling is dat de rol van het geluk in het voetbal (scheidsrechterlijke dwaling, balletje net onder de keeper door etc.) essentieel is in het handhaven van een precair evenwicht. Door geluk, en het doorgaans kleine verschil in goals, kan een slechtere ploeg toch winnen.

En dat is belangrijk, want als de beste ploeg altijd wint komt er een dynamiek op gang die de rijke ploegen nog rijker maakt, waardoor ze nog beter worden, tot er niets meer aan is. Bij sporten met cameratoezicht of een groot verschil in score dreigt dit gevaar en moeten allerlei lapmiddelen worden ingezet om de boel weer recht te trekken. Verrassende conclusie: laat de scheidsrechters maar lekker dwalen en maak de goals vooral niet groter, want anders houden we geen competitie meer over.

Later die week besprak ik deze theorie met een gekende expert op het gebied van voetbal (mijn vader, die sinds zijn pensioen wel erg veel eredivisie live kijkt) die het probleem onmiddellijk onderkende. Hij stelde voor om periodetitels in de eredivisie te introduceren. Op die manier valt er met wat geluk nog meer te halen.

[Eerder over Loek Groot. Overigens bleken zijn ideeën onafhankelijk te zijn ontwikkeld in de Donald Duck.]

Zo langzaamaan lekken de bedragen uit die voetballers ontvangen bij succes op het aanstaande EK. Twee mogelijke opvattingen worstelen bij mij om voorrang. Ten eerste zou je denken dat voetballers in nationale elftallen toch al rijk zijn, meedoen voor de eer en dat de premies geen effect hebben op het gedrag. Maar de bedragen zijn fors en dus denken de voetbalbonden, die de spelers beter kennen dan ik, daar kennelijk anders over.

Maar gegeven dat het ontvangen van honderdduizend euro een voetballer motiveert, is het dan niet gevaarlijk om de hele beloningsstructuur van tevoren bekend te maken? Zo wordt het wel erg makkelijk voor de tegenstander om het op een akkoordje te gooien. Stel dat een verder kansloos land Duitsland in de poule van een plaats in de kwartfinales af kan houden. Het is bekend dat de Duitsers bij plaatsing daarvoor minimaal 50.000 euro ontvangen. Dat is belangrijke informatie om tijdens de rust eens te onderhandelen over medewerking aan een gunstige uitslag. (We besteedden hier eerder aandacht aan.)

Voetballers moeten zelf natuurlijk onmiddelijk hun recht op premie ruilen met dat van de tegenstander. Een Nederlandse voetballer kan, door short te gaan in zijn eigen premie en long in die van de tegenstanders, zijn verwachte opbrengst flink verhogen. Wint hij het EK, dan zijn de overige inkomsten (beter contract, reclame) hoog, om niet te spreken van het geluk. Verliest hij, dan keert één van zijn premies uit. Nederlandse supporters kunnen ook beter niet wedden op Oranje.