De discussie over nierdonatie blijft onze virtuele kolommen vullen (zie hier, hier, hier, hier, hier, en hier). Geen wonder, want een ander onderwerp waarbij een vleugje meer economie leidt tot zo’n spectaculaire welvaartsverbetering, is nauwelijks denkbaar.

En het gaat de goede kant op. Hoogleraar orgaantransplantatie en donatie Andries Hoitsma pleit er voor om iedere levende donor een ‘onkostenvergoeding’ van 50.000 euro te geven voor het afstaan een nier. Zijn redenering is interessant. Als een systeem van automatisch donorschap niet wordt toegestaan met het argument dat iedereen zelf moet kunnen beschikken over zijn organen, dan moet de politiek ook consequent zijn en toestaan dat iedereen al bij leven over zijn organen mag beschikken, en dus een nier mag verkopen.

Nu lijkt die 50.000 euro wat aan de royale kant, zeker omdat er al 8 mensen zijn opgedoken die het voor 5.000 tot 10.000 doen. De redenering?

Omdat dat de marktwaarde is. Nierpatiënten [...] gaan naar China of Pakistan en krijgen daar -illegaal, natuurlijk- een nieuwe nier. Dat kost dan zo’n 50.000 euro.’’

Aha. Maar als iedereen hier zijn nieren ook legaal mag verkopen, dan gaat het aanbod omhoog en dus de marktprijs naar beneden. Dat kan dus goedkoper.