Accijnsverlaging

Het kabinet wil het “koopkrachtverlies verzachten, met name voor de lage inkomens“. Naar verluidt onder meer door de accijns op brandstoffen te verlagen. Toch maar even op een rijtje waarom dat een spectaculair slecht plan is.

  1. Vestzak-broekzak. Belasting is iets wat wij als volk gezamenlijk opbrengen. Lagere belastinginkomsten betekenen een hogere overheidsschuld die later toch weer door ons zelf terugbetaald moet worden. Het is dus een beetje alsof je naar de bank gaat, daar geld leent en vervolgens juichend naar buiten komt omdat je nu meer te besteden hebt.
  2. Maar het wordt erger. Vooral de grootverbruikers van benzine zullen profiteren van die accijnsverlaging. En dat zijn niet de lage inkomens. Integendeel, de helft van de lage inkomens heeft niet eens een motorvoertuig. (via)
  3. Het wordt nog erger. Een belasting raakt alle spelers op een markt, niet alleen degene die de rekening betaalt, zie tax incidence. Uiteindelijk wordt die accijns dus deels opgebracht door consumenten, deels door producenten. Verlaging van de accijns zal dus deels ten goede komen van de Nederlandse consument, deels van de buitenlandse producent. Rusland bijvoorbeeld. Goed, Nederland is maar een kleine speler op de internationale markt dus groot zal dit effect niet zijn, maar toch.
  4. Het wordt nog erger. Benzineconsumptie leidt tot negatieve externe effecten; milieuvervuiling en files. Belastingen zijn een goede manier om de private kosten meer in lijn te brengen met de maatschappelijke kosten, zie Pigouviaanse belasting. Het verlagen van die accijnzen slaat de verhouding tussen beide kosten juist weer verder uit het lood. (Noot: daarbij ga ik er van uit dat de huidige accijnzen lager zijn dan de externe effecten, maar dat lijkt me het geval).

Ergo: verlaging van de benzine-accijns betekent vooral het subsidieren van rijken en olieproducenten, ten koste van het ganse Nederlandse volk en het milieu. Moesten we maar niet doen.

Professor Haan

Hallo vanuit de trein. In de begindagen van deze site zat ik mij regelmatig in dit vervoermiddel te verbijten vanwege gebrek aan netwerk. Daardoor kon ik pas bij thuiskomst mijn ideeën over het openbaar vervoer publiceren. Vijftien jaar later is er overal permanent netwerk, maar moet ik met een mondkapje op reis. De toekomst is altijd weer anders dan gedacht.

De trein rijdt naar Groningen, de geboorteplaats van deze site. Bijna 17 jaar geleden zag ik links en rechts de “weblogs” uit de grond schieten en bedacht ik me dat het gebied van de Nederlandstalige economie nog brak lag. Zelf meer op macro georiënteerd, was het duidelijk dat ik een goed schrijvende, wereldwijze, technisch vaardige (want internet) micro-econoom nodig had om de site tot een succes te maken. Dat kon er maar een zijn: Marco Haan, mijn oude AIO-collega van de RuG, die ik nog kende als mede-redactielid van de GAXEX. Marco accepteerde en publiceerde in de jaren die volgden 704 berichten op de site, ruim meer dan de 650 die ik er zelf schreef.

Jongens waren we, maar aardige jongens. De site trok verkeer, er was discussie, we werden gehackt, we kwamen op tv en in de ESB. En zoals dat gaat namen met de jaren de verantwoordelijkheden toe. Marco werd opleidingsdirecteur, ik deed inmiddels iets in de financiële sector. Tijd om berichten te schrijven werd schaars, lezers klaagden maar de economie eiste zijn tol.

Waarom deze terugblik? En waarom de trein naar Groningen? Omdat de toenemende verantwoordelijkheden uiteindelijk ook tot iets moois leidden. Ik ben onderweg naar de oratie van Professor Haan, om hem daarna te feliciteren met zijn hoogleraarschap. Een professor als auteur, het kon nog wel eens wat worden met deze site.

update: Het was mooi.

De hoogleraar oreert.
Er was een borrel, het leek wel 2019.

Meer leven dan geld

Ben ik tevreden over geld of je leven, het dagelijkse halfuurtje economie op NPO radio 1? Het programma bestaat sinds begin dit jaar en ik moet toegeven dat mijn verwachtingen hooggespannen waren. Economie speelt zich af in de hoofden van mensen en leent zich dus slecht voor televisie. In het journaal daarom de eeuwige winkelstraat, en de documentaires die je af en toe ziet komen meestal niet verder dan “hier gebeurt het allemaal.”

Nee, dan de radio. Zonder de dwang om steeds iets te laten zien zou je door moeten kunnen dringen tot de vragen waar het om draait, over het abstracte verschijnsel van de markt, de onoverzichtelijke macro-economie, grote en kleine cijfers. Even niet kijken past prima bij de kwestie wat men ziet en wat men niet ziet.

Maar presentator Hans van der Steeg wil ook iets anders: in deze podcast legt hij uit “de AEX zoveel mogelijk te mijden en de mens achter de economie” te zoeken. Soms gaat dat goed, zoals toen Marcel Canoy een paar weken terug uitlegde dat de statistische prijs van een mensenleven niet betekent dat je zijn dochter kunt kopen. Maar regelmatig wordt de plank ook misgeslagen, en kiest de redactie voor het makkelijke format van drie mensen die er allemaal wat van vinden, de luisteraar in verwarring achterlatend. En soms wordt de economie maar helemaal achterwege gelaten en rent het programma achter het nieuws van de dag aan (zoals gisteren).

Dat het beter kan laat econoom Tim Harford horen op de BBC. In More or less worden economische en andere cijfermatige vragen niet in een paneltje besproken maar ontleed met behulp van experts uit de praktijk of de wetenschap. Het tempo ligt lager maar de informatiedichtheid is hoog. De mens in de economie is niet afwezig, maar er is ook oog voor het grotere geheel. En, belangrijk: je blijft niet achter met het idee dat niemand eigenlijk weet hoe het zit.

Soms heb je geluk en wijdt de BBC ook In our time aan economie, zoals een paar weken geleden met deze fantastische beschouwing van de goudstandaard. Ik bewonder de Britten dat ze hier drie kwartier aan besteden op hun nationale nieuwszender. Wellicht is dat een brug te ver in ons eigen land, maar iets meer focus op het onderwerp zou toch moeten kunnen?

[We schreven al eerder over de economische programma’s van de BBC radio, hier en hier. Ook de Amerikanen kunnen het af en toe. En een uitzondering op de regel dat economie op tv slecht werkt is de serie Sander en de kloof, nu te zien op de NPO.]

Goede vooruitzichten

Het aantal berichten per jaar is nog steeds niet heel hoog, maar over de hit ratio van dit weblog hadden we in 2021 niet te klagen.

Bij de traditionele Nobelprijsvoorspelling zaten we 2/3 goed (en met wat hulp zelfs helemaal).

De effecten van de haken en ogen aan de overdrachtsbelasting kwamen bijna exact uit, zie het krantenbericht uit maart onderaan de pagina.

En dan de waarneming van een jaar geleden dat de verwachte groei van 3% voor het Nederlands bbp misschien wel wat aan de lage kant was. Op de data over het laatste kwartaal moeten we nog even wachten, maar de kans dat we hier opnieuw beet hadden lijkt aanzienlijk. Wim Suijker bracht een paar dagen geleden de laatste prognose voor 2021 in beeld: 4,4% groei.

De enige conclusie na zoveel scherp inzicht moet zijn: jammer dat er niet meer berichten verschijnen. Wellicht volgend jaar beter.

Alvast goede feestdagen!

Tinbergenlezing 2021

De lustrumeditie van de economendag vond plaats in Den Haag – nee wacht, de lustrumeditie van de economendag vond plaats, dat is het nieuws. Vorig jaar nog achter de laptop, dit jaar nét voor de nieuw afgekondigde maatregelen tegen corona. En dus weer een live Tinbergenlezing.

Uw correspondent zat op de eerste rij en typte mee met Armin Falk, die er een mooi verhaal van maakte. Eerst op Twitter, maar voor het nageslacht nu ook hieronder op deze site. Voorgaande edities alhier.

Lees “Tinbergenlezing 2021” verder

Card, Angrist, en Imbens dus

…voor hun “methodologische bijdragen aan de analyse van causale verbanden”.

De prijs ligt mooi in het verleden van die van twee jaar geleden. Toen kregen Duflo, Banerjee en Kremer de prijs voor veldexperimenten, waarbij iedereen wordt toegewezen aan een treatment of een controlegroep. Maar wat te doen als niet iedereen zich aan die indeling houdt? Als je bijvoorbeeld het effect van een bepaald scholingsprogramma op werkgelegenheid wil meten moet je er rekening mee houden dat je deelname aan dat programma niet willekeurig kan toewijzen. En wie er voor kiest aan dat scholingsprogramma mee te doen heeft misschien sowieso al meer kans hadden op een baan. Angrist en Imbens ontwikkelden methoden om daar rekening mee te houden.

Card hield zich ook bezig met dergelijke natuurlijke experimenten en werd met name bekend van een studie met Alan Krueger over het effect van een verhoging van het minimumloon. Dat deden ze door slim de ontwikkeling van de werkgelegenheid in New Jersey, waar het minimumloon verhoogd werd, te vergelijken met die in Pennsylvania, waar dat niet het geval was. Het verrassende resultaat: die verhoging van het minimumloon had geen noemenswaardig effect. Krueger zou ongetwijfeld meegedeeld hebben in de prijs, maar leed aan depressies en pleegde in 2019 zelfmoord.

Zoals altijd heeft het Nobelcomite weer uitstekende achtergrondinformatie, hier voor het algemeen publiek, hier meer wetenschappelijk. Een andere traditioneel goede bron is Marginal Revolution. Angrist heeft met Pischke een prachtig boekje geschreven waarin ze de moderne causale benadering van de econometrie uit de doeken doen. Dit is een wat geavanceerdere versie. Er staat ook een cursus van hem op YouTube, zeer de moeite waard.

En Guido Imbens, die schijnt vanavond bij Nieuwsuur te zitten. Eerder dit jaar was hij op bezoek bij het CPB. Zijn lezing is hier terug te kijken.

Tenslotte: wij hadden de prijs bijna goed voorspeld, Bas van der Klaauw in een reactie op onze voorspelling zat helemaal goed

Nobelprognose 2021

Nu de Nobelprijzen voor natuur-, schei-, geneeskunde, literatuur en vrede zijn toegekend, valt maandagochtend om 11:45 de prijs waar het echt om gaat: die voor economie.

Al sinds 2006 doen wij in deze kolommen onze traditionele Nobelprognose. In dat jaar gaven we een longlist met 18 namen (Alchian, Baghwati, Demsetz, Diamond, Dixit, Fama, French, Hart, Holmstrom, Jorgenson, Maskin, Milgrom, Myerson, Krugman, Thaler, Tullock, Williamson, Wilson), voorzien van de profetische woorden “Zo, daar kan het comité voorlopig mee vooruit”.

Dat liet het comité zich geen twee keer zeggen. Met de toekenning aan Milgrom en Wilson vorig jaar hebben inmiddels 11 van deze 18 de prijs gekregen. Economen kunnen dus wel degelijk voorspellen. Nou ja, dan op zijn minst wat andere economen gaan doen. Maar toch.

Van de zeven op het oorspronkelijke lijstje zonder prijs zijn er inmiddels drie overleden (Alchian, Demsetz, Tullock). Blijven over Baghwati, Dixit, French en Jorgenson. French krijgt hem niet nu Fama hem al heeft. Volgens ingewijden (bedankt Bart!) is Jorgenson kansloos omdat gedoodverfd co-winnaar Griliches al is overleden. Blijven alleen Baghwati en Dixit nog over. Maar goed, de voorspelling dat er een trade prijs naar Baghwati, Dixit en Helpman gaat is al net zo oud als onze voorspellingen zelf. Dat zal hem dus wel weer niet worden.

Wie krijgt hem dan wel? De naam van Daron Acemoglu gonst rond, een bizar productieve en invloedrijke macro-econoom. Waarschijnlijk ook de enige econoom met een eigen meme-pagina op internet (al bestaan er bij mijn weten nog geen cruises voor tegenstanders van de man, een eer die Paul Krugman inmiddels wel ten deel is gevallen). We noemden hem vorig jaar ook, maar aangezien er in 2018 nog een prijs naar groei ging lijkt het voor hem nog wat vroeg. Bovendien is de man nog maar 54, dus hij heeft nog even. Een andere naam voor de toekomst is Susan Athey, maar die doet vooral veilingen en daar ging de prijs vorig jaar nog heen.

De econometristen staan al een tijd met lege handen, dus misschien wordt het weer eens tijd voor een prijs in die hoek. We memoreerden vorig jaar al dat Arellano en Bond verantwoordelijk zijn voor het meest geciteerde artikel tussen 1991 en 2015. In de meer toegepaste hoek lijkt Joshua Angrist zeker niet kansloos. David Card wordt ook wel eens getipt. Alan Krueger zou daar mooi bij passen, maar overleed in 2019. Als we er dan gewoon een labour prijs kan Claudia Goldin ook meedelen.

De prijs gaat dit jaar dus naar Angrist, Card and Goldin voor hun empirische analyses van de arbeidsmarkt.

Alvast van harte!

Taximaas

Dat de taximarkt niet naar behoren werkt, daarover klaagden we al eerder. Nog steeds te veel regels, inefficiente vergunningen, onlogische prijsstructuren waardoor korte ritjes niet rendabel zijn, en zittende aanbieders die nieuwe toetreders vrij letterlijk de markt uitslaan.

Als er dan toch een slimme ondernemer blijkt die door creatief met de regels om te gaan die markt weer iets beter kan later werken, dan worden we daar bijzonder vrolijk van.

Rotterdammer Erhan Kolcuoglu vond een Maas in de wet, verbouwde in 2017 zijn Ford Ka, bracht de achterwielen tot 46 centimeter van elkaar zodat zijn vehikel juridisch gezien een driewieler is en valt daarom niet onder de taxiwet. Hij kon dus zelf zijn prijzen en voorwaarden bepalen en ging aan de slag. Met groot succes. Hij gaat nu uitbreiden.

(Trouwens, geheel terzijde, in 2009 verzuchtte Thijs als ware techguru:

Het kan toch niet moeilijk zijn om met mijn telefoon de dichtstbijzijnde taxi met een goede reputatie uit te nodigen voor een offerte?

En inderdaad, nog geen jaar later werd Uber gelanceerd. De rest is geschiedenis.)

Buitenlanders aan het werk

Op radio 1 hoorde ik Andries Tunru vertellen dat hij alle verkiezingsprogramma’s gelezen had en in dat van de ChristenUnie het mooiste getal had gevonden. Ik zocht het thuis na en het klopt:

Voor onze consumptiemaatschappij is per Nederlander 1,8 fte arbeid in niet-Westerse landen nodig…

pagina 9

De comedian ging onmiddellijk aan de haal met het idee dat hij een persoonlijke hardwerkende buitenlander had die al zijn aankopen moest maken, goeie grap (en soms klopt het echt). Maar is dit cijfer correct? Helaas doet de partij niet aan bronvermelding en makkelijk te googlen is het getal ook niet.

Hoe zou je het berekenen? Als je weet hoeveel Nederland importeert en een idee hebt hoe lang men in het buitenland bezig is om spullen te maken, kun je een slag slaan. Eens kijken naar de verhouding met China, het land buiten Europa waar we de meeste goederen vandaan halen.

Ik pak de goedereninvoer uit China en de doorvoerhaven Hongkong (CBS) en de arbeidsproductiviteit per Chinees (ILO). Even de eenheden gelijk maken en je vindt

import china + HK49,603,000,000euro (2020)
china productiviteit15,038USD (2010) / persoon
(productiviteit met huidige prijzen)1.18VS GDP deflator 2020/2010
(productiviteit in euros)1.20USD / euro
china productiviteit14,817euro (2020) / persoon
import / productiviteit3,347,804Chinezen nodig
inwoners NL17,475,908Nederlanders
Chinezen aan het werk0.19Chinezen / Nederlander

Bijna een Chinees per vijf Nederlanders – dat is een cijfer waardoor de 1,8 van de ChristenUnie wat mij betreft aan geloofwaardigheid wint. Uit andere landen importeren we weliswaar minder, maar daar is de productiviteit ook een stuk lager. Dezelfde berekening levert ook al 0,03 Indiërs en 0,02 Nigerianen per Nederlander. Nog zo’n 200 landen te gaan, en we zitten al op 0,24 buitenlandse fte per persoon.

Een fascinerende manier om naar de internationale handel te kijken (alweer). Maar is het ook informatief? Om een en ander in perspectief te zien moet je misschien opmerken dat Nederland de helft van de geïmporteerde goederen meteen weer uitvoert. En, belangrijker, Nederlanders werken ook voor mensen in het buitenland. De uitvoerwaarde van Nederlandse goederen en diensten is meer dan de helft van ons bbp; met dezelfde logica kun je dus stellen dat de helft van alle Nederlanders bezig is een buitenlander van consumptie te voorzien.

Misschien nog wel belangrijker is hoe het verkiezingsprogramma verdergaat:

… vaak tegen lage lonen en onder erbarmelijke condities. Dit is niet vol te houden.

Ik ben tegen lage lonen en erbarmelijke condities, laat dat duidelijk zijn, maar de suggestie dat de 1,8 te hoog is om vol te houden lijkt me niet helemaal waar. Het getal is een verhouding van productiviteiten en die lopen wereldwijd nou eenmaal sterk uiteen. Dat wil niet zeggen dat handel slecht is voor andere landen, het is vaak de manier om de productiviteit wat te verhogen.

Maar goed, daar mag u volgende week over stemmen. Voor nu is het vooral een fascinerend getal.