Het is alweer de 21e Nobelprijsprognose. Ook dit jaar wordt de Nobelprijs Economie weer bekendgemaakt op de maandag in de week na de reguliere prijzen om 11:45. Wie niet kan wachten kan nu vast de livestream aanzetten.
Voor onze voorspelling kunnen we ons dit jaar ook op de wetenschap baseren. Thijs maakte in april al melding van een artikel van Peter Dolton en Richard Tol, warm aanbevolen voor iedereen die geïnteresseerd is in de prijs en de manier waarop die wordt toegekend. Dalton en Tol doen een empirische analyse van wie de prijs wint. Hun belangrijkste conclusie is dat daar verdraaid weinig over te zeggen valt. Wat wel blijkt is dat de commissie zoveel mogelijk de vakgebieden waarin de prijs valt, probeert af te wisselen, een hypothese die we bij onze prognoses ook al regelmatig hebben geponeerd. Ook lijkt de commissie eerst een vakgebied te zoeken en daarna pas een aantal personen binnen dat vakgebied.
Vorig jaar ging de prijs naar economische groei en technologische vooruitgang in de personen van Mokyr, Aghion en Howitt. Dit jaar moeten we dus in een andere richting zoeken. Wat wel opvalt is dat de prijs tot een slordige tien jaar geleden vaak richting micro-economie en speltheorie ging, terwijl de laatste tijd met name economische groei, ontwikkeling en geschiedenis populair lijken.
Voor onze voorspelling is in het artikel van Dalton en Tol vooral interessant hun overzicht (Tabel 4) van nog levende economen die op basis van de empirische analyse de prijs eigenlijk al hadden moeten winnen. In volgorde van afnemende miskendheid zijn dat Besley, Barro, Tabellini, Loewenstein, Persson. Barro hebben we in deze kolommen al veel vaker genoemd en zelfs voorspeld. Loewenstein doet gedragseconomie maar lijkt niet prominent genoeg. Besley, Tabellini en Persson doen allemaal politieke economie en zouden de prijs prima kunnen delen. Interessante optie. Nu is Persson wel een Zweed die zelf jarenlang (tot 2020) in het Nobelcomité heeft gezeten. Maar toch.
Als rechtgeaarde economen hechten we uiteraard ook veel waarde aan wat de markt zegt. Gelukkig is er nu een voorspelmarkt, op Kalshi. Ook daar geen uitgesproken favoriet, al gooien Pakes en Athey hoge ogen. Op NPR staat een aardig artikel over de koplopers.
Pakes tipten we vorig jaar al, Athey heeft een duizelingwekkende publicatielijst en bijvoorbeeld dingen gedaan op het gebied van machine learning, misschien een leuk haakje voor het comité. Kan ze de prijs bijvoorbeeld delen met Lawrence Katz, die onder meer geschreven heeft over de invloed van AI op de arbeidsmarkt. Nog geiniger: Athey is getrouwd met Imbens (winnaar in 2021), Katz met Goldin (winnaar in 2023). Echtgenoottechnisch dus een aantrekkelijke combi, inhoudelijk misschien toch wat minder.
Clarivate dan? Die komt dit jaar op de proppen met Athey en Varian, Woodford, of Winter. Geen van drieën lijkt me heel realistisch.
Welke opties uit het verleden hebben we nog liggen? Trouwe lezers weten dat we al twintig jaar hopen op Dixit, maar dat die hoop inmiddels wel zo’n beetje vervlogen is. Een prijs voor internationale handel zou nog steeds een prima optie zijn. Het trio Grossman/Helpman/Melitz ligt dan voor de hand.
Maar, gesterkt door de voorspelmarkt, houden we het ook dit jaar op Steven Berry en Ariel Pakes, voor “their contributions to the structural estimation of industrial organization models and their applications to competition policy and regulation.”
Waarvan akte.
