Doomsday economics

Een van de hoogtepunten van de film Dr Strangelove is als de dokter uit de titel, een krankzinnige Duitse speltheoreticus, begint over het doomsday device. Hij spreekt dat uit zoals alleen een Duitser dat kan, met een lange oe, alsof het een onderdeel van een BMW betreft in plaats van het einde van de wereld.

Toch was ik niet onverdeeld gelukkig met het feit dat Raphael Auer, hoofdeconoom bij de Zwitserse BIS (en oud-student in Maastricht) een paper heeft geschreven met de woorden doomsday economics in de titel. Zoals hij in deze Vox-column uitlegt, is het namelijk de crypto die verdoemd is. Munten als bitcoin beloven een systeem van transacties waarbij geen van de partijen hoeft te vertrouwen op een centrale autoriteit. Maar zoals Auer laat zien, moet de boekhouder van zo’n systeem uiteindelijk wel betaald worden. Dat gebeurt nu nog met nieuwe bitcoins, maar omdat dat er steeds minder worden zullen de transactiekosten steeds verder moeten stijgen. Juist daarin zit echter een vervelend commons probleem, waardoor de hele boel in de soep loopt.

Ik hoop het niet, want met deze ontdekking dreigt er namelijk een einde te komen aan mijn heimelijke overtuiging dat we de komende jaren nogmaals een opleving gaan zien van de bitcoinprijs. Die prijs ligt op het moment van schrijven net onder de €3.500, een aardig bedrag maar nog geen kwart van de piekwaarde eind 2017. Een heerlijke tijd. Niet dat ik tot de gefortuneerde vroege investeerders behoorde, maar het mengsel van verwarring en enthousiasme uit de bubbel-periode was geweldig om mee te maken. Ingelaste seminars over het onderwerp waarbij toehoorders alleen nog op de gang konden staan; heimelijk gefluister over een collega die er vroeg bij was en die nu long Tron zat – een hete tip!

Na het onvermijdelijke knallen is de bitcoin gek genoeg niet naar nul gezakt – tot nu toe. En dat maakte de herboren rally voor mij zo waarschijnlijk. Immers, alle argumenten uit de vorige rally zijn er nog (een nieuw wereldwijd betaalmiddel!), er is een richtprijs (het vorige maximum) en iedereen die destijds achter het net viste door gebrek aan ervaring weet inmiddels hoe in te stappen. Maar nu is er dus Auer en zijn domper op de crypto. De Financial Times heeft het oude financiële systeem al weer tot winnaar verklaard.

En toch, en toch. Waat staat daar in de laatste paragraaf van het working paper? In the long run, the value of cryptocurrencies might be to catalyse our thinking on how society can handle access to data and the right to edit it, a much-needed impulse at a time… Aha, dus toch!

Inflation Targeting Reggae

De centrale bank van Jamaica is eind vorig jaar met een publiekscampagne begonnen om te wijzen op alle voordelen van zijn beleid. Uiteraard gaat dat met passende reggaemuziek. Dit is misschien nog wel de leukste:

Maar er is meer:

Lees “Inflation Targeting Reggae” verder

Kilogrammen

Als trouw lezer van “Alles van CBS” ben ik gewend om inderdaad van alles aan mij voorbij te zien trekken. Meestal is de kop van het bericht genoeg, soms lees ik door voor de leuke weetjes, maar af en toe komt het voor dat een statistiek me niet meer loslaat.

Dit bericht van vorige week spookt nog steeds door mijn hoofd. De nijvere statistici blijken bij te houden hoeveel goederen ons land binnenkomen en weer verlaten, als onderdeel van de internationale handel. Handelsstatistieken, nogal wiedes zegt u terecht, maar wist u dat ze dat ook doen in termen van gewicht? Kijk naar onderstaande figuur (bron) en verwonder.

We zien hier dat jaarlijks 604 miljard kilogram goederen het land bereikt. De uitgaande stroom bedraagt 545 miljard kilo. Een gedeelte van de goederen is slechts op bezoek, en vormt de doorvoer of wederuitvoer (midden, zo’n 200 mrd kg). Er blijft 296 miljard kilo achter (17,330 kilo per Nederlander!) maar we voeren ook 226 miljard kilo eigen product weer uit.

Het fascinerende is dat er dus jaarlijks 59 miljard kilo meer materiaal ons land binnenkomt dan er uitgaat. Stel, het betrof louter hardsteen, dan konden we er een berg van 282 meter van bouwen, niet veel kleiner dan de Vaalserberg. En dat jaar na jaar. Waar zouden al die spullen blijven?

Nee wacht – dit is alleen de handel. Als we wijn importeren uit Frankrijk en het vocht via de afwatering ons land weer verlaat, dan staat het wel bij de import maar niet bij de export. Idem voor verstookte brandstof – die trouwens een wonderlijk groot aandeel van de vervoerde kilo’s blijkt te zijn. We kunnen dus niet zien hoeveel materiaal er jaarlijks in Nederland bijkomt.

Waarom houdt het CBS het gewicht bij? Het lijkt geen nuttige economische indicator. Maar in het bijbehorende paper staat een goede reden: de toegevoegde waarde per kilo product van Nederlandse uitvoer is 20 keer zo hoog als die van de doorvoer. Het beslag op de infrastructuur van beiden is gelijk, en de externe effecten (vervuiling, geluid) ook. Dat leidt tot interessante overwegingen.

Nog even rekenen. Hoe verhoudt de totale goederenstroom zich tot het water dat door de Rijn stroomt? Met het huidige volume bij Lobith gaan er in iets meer dan drie dagen evenveel kilo’s door de Rijn als de hele jaarlijkse handelsstroom door Nederland.

De achtergebleven regio

In dit bericht van bijna dertien jaar geleden zijn alle hyperlinks naar Nederlandse bronnen inmiddels bezweken aan de vooruitgang. Gelukkig is het thema onverminderd actueel. Ik moest denken aan dit oude verhaal dankzij de Free Lunch column* vanmiddag in de Financial Times.

Even snel resumeren. De kwestie was een destijds dreigend massa-ontslag bij NedCar in Limburg, en de vraag of de regering daar iets aan moest (of kon) doen. Het stuk in de FT laat zien wat anno 2019 de state of the art is rondom de problematiek van de achtergebleven regio. Volgens het stuk zijn er grofweg twee oorzaken aan te wijzen waarom arme regio’s tegenwoordig steeds verder achterop raken bij rijke regio’s:

  • Technologische vooruitgang maakt de industrie te productief, in de zin dat er maar weinig mensen nodig zijn om de gevraagde hoeveelheid te produceren. De rest van de vraag wordt vervuld door de dienstensector, en die floreert met name in de grote stad. De regio die voorheen dreef op industrie blijft achter. Zie ook de Tinbergenlezing van vorig jaar.
  • Instituties (inclusief “sociale contracten”) geven een kleiner gedeelte van de economische opbrengst aan de factor arbeid. Denk aan de teloorgang van vakbonden, de grotere tolerantie voor ongelijkheid. Dat benadeelt de regio die het vooral moet hebben van z’n loopvermogen.

Wie deze factoren aanwijst als de oorzaak van het achterblijven van regio’s maakt het de beleidsmaker moeilijk, want het aanpakken bij de bron is vrijwel niet te doen. Ik betoogde in 2006 dat het direct ingrijpen in de markt geen goed idee was, maar het helpen van de ontslagen werknemers wel. Inmiddels zijn er drie soorten beleid dat kan worden gebruikt in dit soort gevallen.

  • Geld sturen. Liefst gekoppeld aan wat juiste prikkels. De FT verwijst naar deze studie over Europese subsidies, die aantoont dat ze leiden tot hogere groei (mits uitgedeeld aan kleine bedrijven).
  • Aansluiting veroorzaken, het zij met een weg of een spoorlijn, het zij “psychologische aansluiting” bij de economische kern. Hoewel het oude spreekwoord “elke ingang is ook een uitgang” niet moet worden vergeten.
  • De regio ontwikkelen om zelf een groeipool te worden met iets heel nieuws.

Succes! Hoewel de problematiek volgens het stuk al “sinds de jaren ’80” speelt is het palet mogelijkheden nog niet erg veel veranderd. Zie bijvoorbeeld dit stokoude stuk over mogelijkheid 2. Uiteindelijk komt het voor de achtergebleven regio vaak neer op optie 1, als ze tenminste in de juiste transferunie zitten.

Gelukkig werkt dat soms gewoon. De productiestatistieken lijken in ieder geval aan te geven dat NedCar weer net zoveel produceert als voor de ellende in 2006.

* Deze link verwijst naar een artikel achter de betaalmuur van de FT.

Industrial Organization: The Musical

Wegens groot succes bij het basisvak microeconomie (zie eerder bericht) sinds dit jaar ook bij mijn tweedejaarsvak Industrial Organization elke week een passend stukje muziek voor als de studenten binnen druppelen. Ook als Spotify Playlist. Opnieuw houd ik mij aanbevolen voor suggesties. Komt-ie:

TopicSong
Price DiscriminationBruce Springsteen; Price You Pay
Game TheoryQueen; Play The Game
Cournot/StackelbergU2; I Will Follow
CartelsBrian Ferry; Let’s Stick Together
MergersIlse de Lange; We Are One
PredationClash; Should I Stay Or Should I Go
R&DMatt Simons; We Can Do Better

Veel beloven

Jaha, hij is er weer, de tienjaarlijkse lijst van The Economist van de meest veelbelovende economen van dit moment. Een traditie die begon in 1988, toen onder andere latere Nobelprijswinnaars Paul Krugman en Jean Tirole op het lijstje stonden. Dit weblog is inmiddels al zo stokoud dat we ook aandacht besteedden aan de vorige versie van het lijstje, zie hier, waar ook de achttallen van de eerdere edities te vinden zijn.

Goed, dan het lijstje van deze keer: Melissa Dell, Isaiah Andrews, Nathaniel Hendren, Stefanie Stantcheva, Parag Pathak, Heidi Williams, Emi Namakura, Amir Sufi. 

Opvallend: vier vrouwen en vier mannen.  Misschien komt het dan toch ooit nog eens goed met vrouwen en de economische wetenschap.

Rode lijn; allemaal doen ze empirisch door op een slimme manier naar data te kijken of juist die data op een slmme manier op te duikelen. Tegelijkertijd zijn meer dan hun voorgangers geinteresseerd in wezenlijke vragen dan in slimme trucjes. Volgens de Economist dan.

In short, our picks of 2018 are looking for the intellectual keys to important social puzzles; they are willing to move lampposts, turn on headlights or light candles to find them.

Maar lees vooral het hele stuk. Nuttig ook voor mensen die nog steeds beweren dat economen zich alleen bezig houden met esoterische wiskunde los van elke werkelijkheid.

De Tinbergenlezing 2018

Net als vorig jaar was ik vandaag bij de economendag in Amsterdam. Een vermakelijke en informatieve dag die eigenlijk door geen econoom over mag worden geslagen. De Tinbergenlezing werd verzorgd door Ed Glaeser (eerder op deze site), een klassieke Amerikaanse motor mouth die zeker een record vestigde voor het aantal woorden, uitgesproken tijdens deze lezing.

Ik deed een verslag in tweets; na de klik staat het archief.

Lees “De Tinbergenlezing 2018” verder

Prijs voor Nordhaus en Romer

De 50e Nobelprijs Economie werd zojuist toegekend aan Paul Romer en William Nordhaus. Romer geldt (en krijgt de prijs als) grondlegger van endogene groeitheorie, Nordhaus schreef veel over milieu en klimaat.

Voor beiden komt de prijs niet als verrassing; ze werden regelmatig genoemd in onze jaarlijkste Nobelprognoses. Maar de combinatie van beide is wel curieus. De redenering is dat ze allebei iets doen met economische groei. Beiden kijken naar externe effecten; Romer naar positieve, Nordhaus naar negatieve. Methodologisch gezien heeft het comite daar een punt. Maar qua onderwerp zijn beide winnaars actief op twee hele verschillende terreinen. Dat maakt het voor een breed publiek lastig uit te leggen waarom ze de prijs samen krijgen. En dat is toch jammer.

Zoals altijd biedt het Nobel comite weer uitstekende achtergrondinformatie (hier), dit jaar maar liefst 52 pagina’s.

Beiden hebben zitten sleutelen aan het model van Solow, die de prijs in 1987 kreeg. Romer besteedt expliciet aandacht aan technologische vooruitgang; In Solow was dat exogeen gegeven; Romer probeert die productie van kennis expliciet te modelleren. Dat dwingt economen er over na te denken waar technologische vooruitgang precies door wordt veroorzaakt, en stelt ze in de gelegenheid te bestuderen wat de effecten van overheidsingrijpen zijn.

Nordhaus focust op het feit dat natuurlijke hulpbronnen eindig zijn, en liet zien dat dat inzicht valt in te passen in traditionele economische modellen. Ook dat stelt ons weer in staat om de lange-termijn effecten van bepaalde beleidsmaatregelen (maar dan op het gebied van milieu en klimaat) door te rekenen.

(later meer)

Nobelprognose 2018

Aanstaande maandag gaat ie weer vallen. Opnieuw om 11:45. De Nobelprijs Economie (ja ja, de Prijs van de Zweedse Rijksbank etc. etc.). U bent van ons een prognose gewend van de winnaar, zie bijvoorbeeld hier, en dan vrolijk doorklikken. En ook dit jaar is dat voldoende om uit onze zomerslaap te ontwaken.

Eens kijken. Al even traditiegetrouw kijken we eerst eens wat Clarivate (voorheen Thomson er over te melden heeft). Dit jaar doen ze dat in een glossy folder. De voorspelling van Clarivate zou gebaseerd zijn op citaties, maar de exacte methodologie blijft onduidelijk, en ze komen elk jaar met een ander drietal voorspellingen. Dat is vreemd, want zo veranderlijk zijn citaties niet. De voorspellingen van dit jaar? Arellano/Bond, Cohen/Levinthal, en Kreps.

Er zijn van die namen die ongetwijfeld ooit de prijs zullen krijgen. Daron Acemoglu en John List bijvoorbeeld (de econoom, niet de seriemoordenaar). Maar allebei zijn nu nog veel te jong. En een vrouwelijke winnaar? Dat zou Esther Duflo kunnen zijn, maar dan opnieuw ver in de toekomst.

Namen die we nog hebben liggen van eerdere voorspellingen zijn bijvoorbeeld Barro, Blanchard, Grossman, Helpman, of Dixit. Outsiders zijn milieu- en klimaateconomen als Nordhaus en Weitzman. Aan die laatste zit echter wel een luchtje. In het verleden werd hij veroordeelt wegens het stelen van paardenmest. Voor een milieueconoom is dat vrij ironisch.

Vergeet ook de econometristen niet. In dat geval zou Arellano/Bond een interessante optie zijn; volgens deze bron (tabel 1) is hun artikel het met grote afstand meest geciteerde uit de periode 1991-2015. Maar waarschijnlijk zijn ook zij nog te jong. Trouwe lezer Bastiaan tipt Angrist/Imbens. Die laatste lijkt de enige Nederlander die ooit nog eens in aanmerking zou kunnen komen.

Zo af en toe wordt een Nobel symposium georganiseerd op een gebied waar het comite klaarblijkelijk een prijs wil laten vallen. Een paar maanden geleden was er weer een, over Money and Banking. Volgend jaar zou daar de prijs dus wel eens kunnen vallen. Kanshebbers lijken dan Blanchard, Kiyotaki/Moore of Barro, allemaal sprekers op dat symposium. Maar ja, met zo’n voorspelling gingen we in 2013 ook al de mist in. Maar toch. Volgend jaar zou het wel eens Blanchard kunnen worden. Voor dit jaar komt het symposium waarschijnlijk te laat.

Voor dit jaar houden we het dus nog maar op dezelfde prognose als vorig jaar. Internationale handel. Ook leuk voor de Amerikaanse president. Namen? Dixit, Baghwati, Grossman, Helpman. Het mogen er maar 3 zijn, dus dan valt Baghwati waarschijnlijk af.

Krugman in de bocht

Wat zegt u? U heeft nog nooit Paul Krugman macroeconomie horen uitleggen terwijl hij in een achtbaan zit? Komt-ie;

Toegegeven, erg verhelderend is het niet. En aan het eind kijkt hij al net zo als ik na een college macroeconomie.