Het nieuwe Relax!?

Toegegeven, in deze tijden van politieke crisis en Olympische rampspoed zijn er belangrijker zaken om je druk over te maken. Maar ik zit nu toch al een paar weken mijn hoofd te breken over de laatste reclamecampagne van T-Mobile, zie bijvoorbeeld deze commercial. Waar het op neer komt is dat je met T-Mobile nooit meer aan het eind van de maand beltegoed kwijtraakt, terwijl dat met andere aanbieders wel het geval is. Vervolgens is de vraag wat jij zou doen met al die extra minuten, waarbij de antwoorden varieren van ?œmeer zinloze gesprekken? tot ?œhet voetbalteam weer bij elkaar brengen?. Relatief onbelangrijke gesprekken dus.

Maar dat klopt dus niet. Om eens een economische parallel te trekken: stel dat je elke maand een bepaald inkomen krijgt, maar je moet dat verplicht opmaken. Hou je aan het eind van de maand geld over, dan raak je dat kwijt. En vergelijk dat eens met een situatie waarin je geld dat je overhoudt gewoon mag sparen. In welk geval zou je dan meer onbelangrijke uitgaven doen? Uiteraard in het eerste: als je je geld toch kwijt raakt, dan kan je er net zo goed nutteloze dingen mee doen.

Maar zo zal het ook moeten gaan met dat beltegoed. Al die nutteloze gesprekken waar de commercial zo enthousiast over doet, die zal je juist meer gaan voeren als je ongebruikte minuten aan het einde van de maand kwijt raakt.

Ik blijf maar gewoon bij mijn oude provider.

TFP en de vrije stijl

Bij economische productie komen mensen, machines en kennis bij elkaar en resulteert een product. Om wat grip te krijgen op dit proces gebruiken economen vaak een productiefunctie, zeg Y=AF(K,L). Productie Y komt dan voort uit kapitaal K en arbeid L en de efficiëntie van het proces wordt bepaald door de term A, die vaak de totale factorproductiviteit (TFP) wordt genoemd. Uit de eigenschappen van de functie F kun je veel nuttige inzichten en modellen afleiden.

Maar dan die A, de TFP. Als je die nou eens zou kunnen verhogen, dan schiet het nog eens op met de groei. Op basis van die gedachte ontstond in de jaren ’80 de endogene groeitheorie. Die A, zo stelden de aanhangers, stond voor ideeën en met nieuwe ideeën kunnen oude machines en mensen efficiënter werken. Maar zit de innovatie niet vaak juist in nieuwe machines, in plaats van ideeën? Toen ik nog groeitheorie doceerde, kende ik maar één goed voorbeeld voor een rechtstreekse TFP-verhoging: nieuwe software voor de computer (meestal).

Groot was dus mijn blijdschap toen ik gisteravond een gaaf nieuw voorbeeld ontdekte. Tijdens de teamsprint vrije stijl (gewonnen door de Noren, gefeliciteerd) vertelde de commentator dat deze manier van langlaufen nog niet zo oud is. In het traditionele langlaufen beweegt men de skis langs elkaar door een spoor. In de jaren ’80 (alweer) ontdekte de Fin Pauli Siitonen dat je veel sneller kunt door met de skis een schaatbeweging te maken. Sindsdien kent het langlaufen wedstrijden in de “vrije stijl”, die een stuk sneller verlopen worden. Hebt u dat? Zelfde mensen, zelfde skis, nieuw idee en dus sneller vervoer. Dat is winst in de afdeling TFP.

Tekortwaanzin

In het aardige stukje dat Maarten Schinkel vandaag voor de NRC schrijft gaat hij in op de trucs die de Grieken (en wie nog meer?) hebben uitgehaald om toekomstige inkomsten nu al ten gelde te maken en zodoende de begroting op te krikken. Dat betekent dus eigenlijk dat het hele cijfer van een begrotingsover- of onderschot niet zoveel zegt. Ik schreef daar al eens eerder een stukje over, maar de econoom die nu echt gelijk lijkt te krijgen is de Amerikaanse professor Larry Kotlikoff. Deze man roept al decennia dat begrotingen over één jaar letterlijk niets zeggen over fiscale houdbaarheid. Hij heeft het daarbij over deficit delusion, waarvan de titel van dit stukje een poging tot vertaling is.

Kotlikoff was onlangs in Amsterdam en ging daar ouderwets hard tekeer tegen de traditionele begrotingsleer. Zijn twee ingebrachte papers (makkelijk en moeilijk) zijn zeer de moeite waard. Die kritiek past hij met name toe op de Amerikaanse problematiek van Medicare en pensioenen maar hier in Europa blijkt de toepassing een stuk praktischer.

Het lastige probleem is dit: als je netjes elk jaar inkomsten en uitgaven boekt, zoals nu gebeurt, komt de overheid tot een begroting die controleerbaar en transparant is. En het klopt ook nog, in zekere zin. De Grieken, die bijvoorbeeld de Staatsloterij indirect verkochten, verdienden daar (dit jaar) echt geld mee. Maar na die operatie blijft de netto contante waarde van de hele toekomstige overheid gelijk (of neemt af, als Goldman Sachs betaald is). Dat laatste zou je willen meten. Zo zou de verkoop van aardgas in Nederland niet tot extra inkomsten leiden (maar de ontdekking ervan wel).

Maar om dat te doen moet je (op deze manier bijvoorbeeld) berekeningen met aannames gaan maken. Dat is politiek nou juist erg moeilijk, en lastig controleerbaar. Het liefst zou je zoiets voor alle Eurolanden door een onafhankelijk instituut op dezelfde manier laten doen, en het SGP op deze maatstaf definiëren. Voorlopig zie ik dat er niet van komen.

Olympisch

Aan de vooravond van de Olympische winterspelen een mooi verhaal over transparentie, kartels en, eh, kunstschaatsen. De strekking: vroeger waren juryleden nogal eens geneigd om hoge cijfers te geven aan landen die aan hun schaatsers ook hoge cijfers geven. In een poging dat te voorkomen zijn de regels veranderd en wordt niet meer bekend gemaakt wie welke cijfers heeft gegeven. Het gevolg: het is allemaal alleen nog maar erger geworden omdat ook voor het publiek niet meer te controleren valt wie de zaak zit te flessen.

Griekenland

De hele economie van Griekenland is net zo groot als die van onze Randstad en daarmee zo’n 2% van de EU (en 3,7% van het Eurogebied). Dat de Grieken meer dan 100% van hun BBP aan schuld hebben opgebouwd is dus, op het grote Europese geheel bezien, niet zo erg. Het probleem is dat niet duidelijk is welke gevolgen de crisis rond de Griekse schuld heeft voor de rest van Europa. Is het erg voor de rest van de Eurolanden als de Grieken failliet gaan?

In principe niet. Als Griekenland zijn schuld niet meer betaalt hoeft dat niet direct gevolgen te hebben voor de rest van de Eurolanden. Laat de Grieken het lekker zelf oplossen: typisch geval van eigen schuld.

Maar lijkt de situatie met Griekenland niet erg op die met Lehman Brothers in 2008? In principe zou het faillisement beperkte gevolgen hebben maar doordat het vertrouwen in de sector in elkaar stortte liepen we zo een crisis binnen. Zou een failliet Griekenland niet de opmaat zijn voor ellende in de andere vier landen met problemen? Als het vertrouwen weg is loopt de rente op en komt de crisis vanzelf. In dat geval kunnen we ze beter wat geld toestoppen. Zomaar wat vragen:

  • Het gaat slecht met Griekenland. Moeten we als eurolanden gezamenlijk ingrijpen of niet? Wat gebeurt er als we niet ingrijpen, en wat zijn de nadelen als we wél ingrijpen?

Als er niets gebeurt gaat Griekenland failliet, of moeten ze aankloppen bij het IMF. Dat geeft grote onrust en de crisis kan zich snel verspreiden (zie boven). Als we wel ingrijpen belonen we slecht gedrag en geven we andere landen geen reden om spaarzaam te worden. Beide scenario’s zijn onaantrekkelijk.

  • Was de euro wel zo’n goed idee? Kunnen we er nog vanaf?

Wat in ieder geval niet kan is de Grieken uit de unie gooien. Moeten we dan zelf opstappen? De goede econoom maakt hier een kosten-baten analyse. Tegenover het gedonder nu staan natuurlijk ook voordelen: toen de Nederlandse staat Fortis en ABN-Amro kocht en miljarden moest lenen maakte niemand zich zorgen over de stabiliteit van de gulden. De inschatting van het totale effect van de euro is lastig, maar ik zie voorlopig meer voordelen dan nadelen.

  • Hoeveel gaat het ons kosten om Griekenland te helpen?

Zie de getallen bovenaan dit stuk. Om een kwart van de Griekse staatsschuld af te lossen zou het Eurogebied eenmalig 1% van het BBP moeten storten. Dan is de crisis wel voorbij. Het dus gaat niet om heel veel geld. Gevaarlijker is het slechte voorbeeld: wat gaan de andere landen dan doen?

  • Maar wat gebeurt er als ook andere landen op steun rekenen? Zoals Spanje en Italië? Hoeveel gaat dat ons kosten?

Goede vraag. Veel en veel meer en dat moeten we dus niet gaan doen. Eventuele hulp moet daarom gepaard gaan met vervelende eisen, om de anderen niet op een idee te brengen. De uitvoering van die aanpak is helaas lastig en een makkelijk doelwit voor Griekse onruststokers. Grappen over Duitsers die weer de baas zijn in Griekenland kunnen worden afgestoft.

  • Wat denk je dat er gaat gebeuren?

Wat iedereen ook zegt, we gaan betalen. Onder vreselijke voorwaarden, dat wel, en dat is misschien nog wel een geluk bij een ongeluk. Zo schuift Europa weer een stukje op naar een fiscale unie.

Dit en meer met ondergetekende, dinsdag om 13:50 13:35 op radio 1. Opmerkingen? Graag voor die tijd!

update: Inmiddels achter de rug. MP3 [6.6Mb].

update 2: En daar gaan we al: volgens de NOS neemt Duitland (ha!) het voortouw en willen ze borg staan voor Griekse leningen. Maar onder welke condities?

Lenen van de telefoonmaatschappij

Kent u dit soort internetpagina’s? Ze bestaan uit een grote tabel met verticaal een type mobiele telefoon en horizontaal een type abonnement. U kiest een abonnement en een mobieltje en in de tabel vindt u de prijs van het toestel. Hoe duurder het abonnement, en hoe langer de looptijd, hoe goedkoper het toestel. Het is een vorm van subsidie: wie zich lang vastlegt op maandelijkse betalingen krijgt vandaag een bedrag cash terug.

Bij het zien van dit soort cijferbrij mag ik graag de spreadsheet opstarten. Welk verband bestaat er eigenlijk tussen de subsidie en het maandelijkse bedrag? Een manier om dat uit te rekenen is aan te nemen dat het een pure lening betreft: ik krijg een bedrag ineens van de telefoonmaatschappij en los dat in maandelijkse termijnen af. Dat ik dan ook nog mag bellen neem ik op de koop toe. Van deze lening kunnen we het rentepercentage berekenen.

Omdat het moeilijk te bepalen is wat een telefoon precies mag kosten heb ik dit eens voor eerste verschillen gedaan. Dus: als ik overstap naar een abonnement dat een klasse duurder is, betaal ik maandelijks iets meer maar krijg ik ook meer korting. Hoe verhoudt die korting zich met het maandelijkse bedrag? De uitkomst is op zijn minst verrassend. Hier is een typisch voorbeeld: de rentepercentages (op maandelijkse basis) voor Telfort:

100-150 150-200 200-300 300-500 500-1000
laagste -3.4 -16.3 -3.8 4.9 129
mediaan 3 -4.5 5.7 21.4 571

Op de eerste rij staat de overstap, dus van 100 naar 150 etc. De verrassing zit in de negatieve percentages. Die betekenen dat het bedrag dat ik nu terug krijg groter is dan het totale bedrag dat ik extra aan abonnement betaal. Ook al gebruik ik de extra minuten dus nooit, dan nog is het duurdere abonnement voordeliger. Bij Telfort kun je in meer dan de helft van de gevallen beter een 200- dan een 150-abonnement nemen.

En er zijn er meer. De gevallen met mediane rente kleiner dan nul zijn

T-mobile 15-20 -3.8
T-mobile 20-25 -11.9
Vodafone 100-150 -6.6
Vodafone 150-200 -6.3
Hi online 13,96-16,95 -0.1

De vraag is dus: kiest iemand ooit voor een T-mobile 15 abonnement? Of een Vodafone 100? [Eerder over mobiele abonnementen]

Het Godsoordeel

Waar de economische wetenschap al niet goed voor is. Onlangs las ik een paper van Peter Leeson over wat de Engelsen een Ordeal noemen, een woord waarin we het Nederlandse oordeel herkennen.  Het betreft de Middeleeuwse praktijk van het Godsoordeel, waarbij de schuld of onschuld van een verdachte wordt vastgesteld door een test waarin de Almachtige zelf geacht wordt in te grijpen.

Het is makkelijk om onze voorouders op basis hiervan af te schilderen als achterlijk, maar dat blijkt mee te vallen. Het principe werkt als volgt: een man wordt beschuldigd van moord, maar hij ontkent. Enig bewijs ontbreekt. Er wordt dan een iudicium Dei toegepast: de man steekt zijn arm in kokend water, in vuur of iets anders onprettigs. Als hij onschuldig is, zal God hem beschermen; bij schuld zijn de gevolgen als gebruikelijk. Barbaars, niet? En bijzonder onprettig voor de onschuldige, als je weinig vertrouwen hebt in de hemelse interventie.

Het geniale van Leeson is dat hij deze praktijk bekijkt door de bril van het mechanism design. Is het Godsoordeel een effectief mechanisme om de schuldigen van de onschuldigen te scheiden? Het antwoord is verrassend: ja mits iedereen gelooft dat het systeem werkt. Schuldigen kunnen kiezen tussen schuldig bevonden worden, en schuldig bevonden worden met een verbrande arm erbij: zij bekennen.  Onschuldigen geloven zonder schade door het proces te komen en rekenen op vrijspraak: zij doen vrijwillig mee met de proef.

Ah, maar wat als God niet echt ingrijpt? Hoeft ook niet, zegt Leeson. Het mechanisme werkt zo goed dat iedereen die meedoet onschuldig is. De uitvoerende priester kan dus rustig lauw water gebruiken, of goochelen met het vuur zodat er niets werkelijk gebeurt. Hij heeft aanwijzingen dat zulke ingrepen in ieder geval mogelijk waren met de instructies die golden voor een Godsoordeel.

Als de bevolking maar mondjesmaat gelooft in de Goddelijke interventie wordt het lastiger, en moet er af en toe iemand verwond worden. Maar nog steeds geeft het mechanisme dan een redelijke scheidslijn. Tijd voor een herwaardering van onze voorouders? Lees het paper [pdf] hier, en kijk hier voor een krantenartikel dat Leeson erover schreef.

Kwisje

In de eindeloze stroom kwisjes die het internet over ons uitstort, duikt er zowaar ook eentje op over speltheorie.  De titel, ?œHoe strategisch ben jij?, suggereert dat het een aardig strategisch kwisje is, maar wie de kwis doet merkt dat een PhD welhaast vereist is om de juiste antwoorden te geven of zelfs maar om de antwoorden te begrijpen. Voor de vermeend correcte definitie van een Nash evenwicht (?œEen evenwicht waarbij de speler zijn kansen alleen kan vergroten afhankelijk van de ander?) gaan de handen ook al niet op elkaar.

Het schijnt dat de Universiteit van Wageningen er achter zit, maar hoe of wat is onduidelijk. Hoe dan ook, toch leuk.

[dank aan Peter]