Claudia Goldin wint!

Het is inderdaad Claudia Goldin geworden. Dat voorspelden we al in 2021, maar toen nog in combinatie met Angrist en Card. Waar we toen Claudia Goldin zeiden werd het Guido Imbens (geen jokers), maar dit jaar krijgt Goldin hem dan dus toch. In haar eentje zelfs, voor het eerst sinds Richard Thaler in 2017.

Goldin krijgt de prijs “for having advanced our understanding of women’s labour market outcomes”: ze heeft onderzoek gedaan naar de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen en de gender wage gap, het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen die hetzelfde werk doen. Dat onderzoek heeft vaak ook een sterke historische component.

Het Nobelcomité heeft weer uitstekende achtergrondinformatie zowel voor het algemeen publiek als voor vakgenoten.

Ironisch genoeg verscheen vier dagen geleden een nieuwe paper van haar in de NBER reeks met de welhaast voorspellende titel “Why Women Won“.

Nobelprognose 2023

Het is de vrijdag voor de bekendmaking van de Nobelprijs Economie. Echte liefhebbers weten dan al hoe laat het is: tijd voor onze jaarlijkse Nobelprognose. Voor de 18e keer al weer. En ze zijn nog allemaal terug te vinden. Hier die van vorig jaar, en dan is het een kwestie van nog 16 keer terugklikken.

Vorig jaar won Acemoglu niet, ondanks onze voorspelling, maar ging de prijs naar Diamond, Dybvig, en Bernanke. Het was alweer de tweede Diamond die de prijs won (de eerste hadden we wel voorspeld trouwens). Toch evenveel als het aantal vrouwen. Het jaar daarvoor schoten we natuurlijk wel in de roos, met Card en Angrist. Ironisch genoeg misten we alleen landgenoot Imbens, wegens een soort misplaatst calimerocomplex.

Maar goed. Dit jaar dan maar Acemoglu? Niet onmogelijk, maar dat zou dan toch wel weer vrij macro zijn, net als vorig jaar. Het Nobelcomité houdt van variatie. Om dezelfde reden gaat ook Barro het opnieuw niet worden. Econometristen vielen twee jaar geleden nog in de prijzen, micro-theoretici het jaar daarvoor.

Lees verder “Nobelprognose 2023”

Nobelprognose 2022

U kan het nauwelijks gemist hebben. Nobelprijzen vallen dagelijks en aanstaande maandag volgt de apotheose: de bekendmaking van de Sveriges Riksbank Prize in Economic Sciences in Memory of Alfred Nobel. Om 11:45. Op zijn vroegst.

Als trouwe lezer verwacht u elk jaar van ons een prognose. En weet u ook dat we daarin best succesvol zijn. Vorig jaar bijvoorbeeld, hadden we twee van de drie goed. Op onze oorspronkelijke longlist met 18 namen zijn al 11 prijzen gevallen.

De lat ligt dus hoog. Wie de prijs dit jaar krijgt? Traditiegetrouw spreken we voor de inmiddels 17e keer de hoop uit dat Dixit hem nu toch eens gaat krijgen. Maar dat zal er wel weer niet in zitten.

Lees verder “Nobelprognose 2022”

Accijnsverlaging

Het kabinet wil het “koopkrachtverlies verzachten, met name voor de lage inkomens“. Naar verluidt onder meer door de accijns op brandstoffen te verlagen. Toch maar even op een rijtje waarom dat een spectaculair slecht plan is.

  1. Vestzak-broekzak. Belasting is iets wat wij als volk gezamenlijk opbrengen. Lagere belastinginkomsten betekenen een hogere overheidsschuld die later toch weer door ons zelf terugbetaald moet worden. Het is dus een beetje alsof je naar de bank gaat, daar geld leent en vervolgens juichend naar buiten komt omdat je nu meer te besteden hebt.
  2. Maar het wordt erger. Vooral de grootverbruikers van benzine zullen profiteren van die accijnsverlaging. En dat zijn niet de lage inkomens. Integendeel, de helft van de lage inkomens heeft niet eens een motorvoertuig. (via)
  3. Het wordt nog erger. Een belasting raakt alle spelers op een markt, niet alleen degene die de rekening betaalt, zie tax incidence. Uiteindelijk wordt die accijns dus deels opgebracht door consumenten, deels door producenten. Verlaging van de accijns zal dus deels ten goede komen van de Nederlandse consument, deels van de buitenlandse producent. Rusland bijvoorbeeld. Goed, Nederland is maar een kleine speler op de internationale markt dus groot zal dit effect niet zijn, maar toch.
  4. Het wordt nog erger. Benzineconsumptie leidt tot negatieve externe effecten; milieuvervuiling en files. Belastingen zijn een goede manier om de private kosten meer in lijn te brengen met de maatschappelijke kosten, zie Pigouviaanse belasting. Het verlagen van die accijnzen slaat de verhouding tussen beide kosten juist weer verder uit het lood. (Noot: daarbij ga ik er van uit dat de huidige accijnzen lager zijn dan de externe effecten, maar dat lijkt me het geval).

Ergo: verlaging van de benzine-accijns betekent vooral het subsidieren van rijken en olieproducenten, ten koste van het ganse Nederlandse volk en het milieu. Moesten we maar niet doen.

Card, Angrist, en Imbens dus

…voor hun “methodologische bijdragen aan de analyse van causale verbanden”.

De prijs ligt mooi in het verleden van die van twee jaar geleden. Toen kregen Duflo, Banerjee en Kremer de prijs voor veldexperimenten, waarbij iedereen wordt toegewezen aan een treatment of een controlegroep. Maar wat te doen als niet iedereen zich aan die indeling houdt? Als je bijvoorbeeld het effect van een bepaald scholingsprogramma op werkgelegenheid wil meten moet je er rekening mee houden dat je deelname aan dat programma niet willekeurig kan toewijzen. En wie er voor kiest aan dat scholingsprogramma mee te doen heeft misschien sowieso al meer kans hadden op een baan. Angrist en Imbens ontwikkelden methoden om daar rekening mee te houden.

Card hield zich ook bezig met dergelijke natuurlijke experimenten en werd met name bekend van een studie met Alan Krueger over het effect van een verhoging van het minimumloon. Dat deden ze door slim de ontwikkeling van de werkgelegenheid in New Jersey, waar het minimumloon verhoogd werd, te vergelijken met die in Pennsylvania, waar dat niet het geval was. Het verrassende resultaat: die verhoging van het minimumloon had geen noemenswaardig effect. Krueger zou ongetwijfeld meegedeeld hebben in de prijs, maar leed aan depressies en pleegde in 2019 zelfmoord.

Zoals altijd heeft het Nobelcomite weer uitstekende achtergrondinformatie, hier voor het algemeen publiek, hier meer wetenschappelijk. Een andere traditioneel goede bron is Marginal Revolution. Angrist heeft met Pischke een prachtig boekje geschreven waarin ze de moderne causale benadering van de econometrie uit de doeken doen. Dit is een wat geavanceerdere versie. Er staat ook een cursus van hem op YouTube, zeer de moeite waard.

En Guido Imbens, die schijnt vanavond bij Nieuwsuur te zitten. Eerder dit jaar was hij op bezoek bij het CPB. Zijn lezing is hier terug te kijken.

Tenslotte: wij hadden de prijs bijna goed voorspeld, Bas van der Klaauw in een reactie op onze voorspelling zat helemaal goed

Nobelprognose 2021

Nu de Nobelprijzen voor natuur-, schei-, geneeskunde, literatuur en vrede zijn toegekend, valt maandagochtend om 11:45 de prijs waar het echt om gaat: die voor economie.

Al sinds 2006 doen wij in deze kolommen onze traditionele Nobelprognose. In dat jaar gaven we een longlist met 18 namen (Alchian, Baghwati, Demsetz, Diamond, Dixit, Fama, French, Hart, Holmstrom, Jorgenson, Maskin, Milgrom, Myerson, Krugman, Thaler, Tullock, Williamson, Wilson), voorzien van de profetische woorden “Zo, daar kan het comité voorlopig mee vooruit”.

Dat liet het comité zich geen twee keer zeggen. Met de toekenning aan Milgrom en Wilson vorig jaar hebben inmiddels 11 van deze 18 de prijs gekregen. Economen kunnen dus wel degelijk voorspellen. Nou ja, dan op zijn minst wat andere economen gaan doen. Maar toch.

Van de zeven op het oorspronkelijke lijstje zonder prijs zijn er inmiddels drie overleden (Alchian, Demsetz, Tullock). Blijven over Baghwati, Dixit, French en Jorgenson. French krijgt hem niet nu Fama hem al heeft. Volgens ingewijden (bedankt Bart!) is Jorgenson kansloos omdat gedoodverfd co-winnaar Griliches al is overleden. Blijven alleen Baghwati en Dixit nog over. Maar goed, de voorspelling dat er een trade prijs naar Baghwati, Dixit en Helpman gaat is al net zo oud als onze voorspellingen zelf. Dat zal hem dus wel weer niet worden.

Wie krijgt hem dan wel? De naam van Daron Acemoglu gonst rond, een bizar productieve en invloedrijke macro-econoom. Waarschijnlijk ook de enige econoom met een eigen meme-pagina op internet (al bestaan er bij mijn weten nog geen cruises voor tegenstanders van de man, een eer die Paul Krugman inmiddels wel ten deel is gevallen). We noemden hem vorig jaar ook, maar aangezien er in 2018 nog een prijs naar groei ging lijkt het voor hem nog wat vroeg. Bovendien is de man nog maar 54, dus hij heeft nog even. Een andere naam voor de toekomst is Susan Athey, maar die doet vooral veilingen en daar ging de prijs vorig jaar nog heen.

De econometristen staan al een tijd met lege handen, dus misschien wordt het weer eens tijd voor een prijs in die hoek. We memoreerden vorig jaar al dat Arellano en Bond verantwoordelijk zijn voor het meest geciteerde artikel tussen 1991 en 2015. In de meer toegepaste hoek lijkt Joshua Angrist zeker niet kansloos. David Card wordt ook wel eens getipt. Alan Krueger zou daar mooi bij passen, maar overleed in 2019. Als we er dan gewoon een labour prijs kan Claudia Goldin ook meedelen.

De prijs gaat dit jaar dus naar Angrist, Card and Goldin voor hun empirische analyses van de arbeidsmarkt.

Alvast van harte!

Taximaas

Dat de taximarkt niet naar behoren werkt, daarover klaagden we al eerder. Nog steeds te veel regels, inefficiente vergunningen, onlogische prijsstructuren waardoor korte ritjes niet rendabel zijn, en zittende aanbieders die nieuwe toetreders vrij letterlijk de markt uitslaan.

Als er dan toch een slimme ondernemer blijkt die door creatief met de regels om te gaan die markt weer iets beter kan later werken, dan worden we daar bijzonder vrolijk van.

Rotterdammer Erhan Kolcuoglu vond een Maas in de wet, verbouwde in 2017 zijn Ford Ka, bracht de achterwielen tot 46 centimeter van elkaar zodat zijn vehikel juridisch gezien een driewieler is en valt daarom niet onder de taxiwet. Hij kon dus zelf zijn prijzen en voorwaarden bepalen en ging aan de slag. Met groot succes. Hij gaat nu uitbreiden.

(Trouwens, geheel terzijde, in 2009 verzuchtte Thijs als ware techguru:

Het kan toch niet moeilijk zijn om met mijn telefoon de dichtstbijzijnde taxi met een goede reputatie uit te nodigen voor een offerte?

En inderdaad, nog geen jaar later werd Uber gelanceerd. De rest is geschiedenis.)

Nobelprijs voor Milgrom and Wilson

Milgrom en Wilson dus, voor hun werk in veilingtheorie. Dat begon met Vickrey, die in 1960 veilingen analyseerde met private values: iedereen heeft een bepaalde waardering voor een goed, weet zelf hoeveel het hem waard is, maar weet dat niet van de anderen. Vickrey kreeg daarvoor de Nobelprijs in 1996. Wilson analyseerde veilingen met common values. Daarbij is het te veilen goed hetzelfde waard voor iedereen, niemand weet wat die waarde precies is maar kan een schatting doen. Dat klinkt vreemd, maar een klassiek voorbeeld is het recht om in een bepaald gebied naar olie te boren. De waarde daarvan is onbekend: het hangt af van hoeveel olie er in de grond zit en hoe makkelijk dat er uit te krijgen is. Maar voor elke biedende oliemaatschappij zal het recht zo’n beetje dezelfde waarde hebben. Bij zo’n veiling ontstaat het risico van de winner’s curse (vloek van de winnaar): degene die de veiling wint zal degene zijn die de werkelijke waarde het meest heeft overschat. Een slimme bieder brengt dus een bod uit niet onder de veronderstelling dat zijn bod een redelijke inschatting is, maar juist onder de veronderstelling dat hij de grootste overschatting heeft. Wilson deed de analyse.

Zoals wel vaker in het leven zal de waarheid ergens in het midden liggen. Neem de veiling van een huis; wat iemand bereid is daarvoor te betalen zal deels afhangen van hoe graag de bieder daar wil wonen (een private value component) maar ook van wat de bieder denkt dat het huis zal opbrengen als zij het over pakweg 15 jaar weer verkoopt (een common value component). Die combinatie wordt affiliated values genoemd en werd geanalyseerd door Milgrom en Weber.

Milgrom en Wilson zaten ook in het team economen dat begin jaren ’90 de veilingen ontwierp voor mobiele frequenties in de VS. Dat is ingewikkeld omdat daar meerdere frequenties worden geveild, en die frequenties (en dus veilingen) met elkaar samenhangen. Men kwam met “simultaneous ascending auction“, waarbij alle frequenties tegelijkertijd in meerdere ronden worden geveild, maar bieders tijdens de veiling mogen overstappen van de ene naar de andere frequentie. De veiling was enorm succesvol en werd vervolgens bijvoorbeeld ook in Nederland toegepast.

Het was de hoogste tijd voor deze prijs, eigenlijk had ie twintig jaar geleden al kunnen vallen. Typisch gevalletje toch nog, want na al een aantal prijzen in de richting van veilingtheorie en mechanism design leek het minder waarschijnlijk te worden dat deze ook nog zou vallen. Vooral Milgrom heeft onwaarschijnlijk veel verschillende dingen gedaan (vaak met John Roberts) bijvoorbeeld op het gebied van entry deterrence, maar ook vakgebieden als finance en organisatie. Wilson was overigens de promotor van Milgrom.

Nobelprognose 2020

Nu alle echte Nobelprijzen toegekend zijn, gaat ie morgen gaat weer vallen: de Nobelprijs Economie. U bent van ons een jaarlijke prognose en analyse gewend, en ook dit jaar is de prijs genoeg reden om dit weblog weer te reanimeren.

Vorig jaar ging de prijs naar Duflo, Banerjee en Kremer. Nu hadden we de naam van Duflo genoemd, zei het met de opmerking dat zij er de eerstkomende tien jaar nog niet op hoeft te rekenen. Dat liep dus anders. De ongeschreven regel was altijd dat je zo’n beetje de pensioengerechtigde leeftijd moet hebben bereikt om voor de prijs in aanmerking te komen. En dat het relevante werk al minstens twintig jaar geleden is gepubliceerd. Nu het comité die regels met voeten heeft getreden wordt het voorspellen er niet makkelijker op.

Andere relatieve jongelingen die we vorig jaar noemden waren List en Acemoglu. List is uitgesloten, want doet veldexperimenten en daar viel de prijs vorig jaar al. Acemoglu lijkt een serieuze kanshebber. Macroeconoom met vooral aandacht voor politieke processen en instituties. Op dat gebied rommelt het nogal op veel plekken in de wereld, dus kan het comité daar een mooie actuele draai aan geven. Nadeel: twee jaar geleden ging de prijs al naar groeitheorie, dus misschien is het nog wat vroeg voor weer een prijs in die hoek.

Clarivate pretendeert inmiddels al niet eens meer de prijs te voorspellen (zie onze eerdere prognoses) en komt dit jaar met zijn eigen “Citation Laureates“. Bij economie zijn dat Goldin (arbeid en gender), Dickey/Fuller/Perron (tijdreeksen) en Berry/Levinson/Pakes (wegens hun BLP model). Met die laatste zou ik best kunnen leven. De laatste pure econometrieprijs dateert trouwens alweer van 2003 (Engle/Granger) dus misschien wordt dat wel weer eens tijd.

Het comité is er nooit vies van om bij de actualiteit aan te haken. Een pandemieprijs zou dan passend zijn. Alleen heb ik geen idee wie daarvoor in aanmerking zou kunnen komen, maar misschien zie ik iemand over het hoofd. Ook is er een trend om meer Nobelprijzen aan vrouwen toe te kennen. Zelfs binnen de economie is nu nadrukkelijk een beweging op gang om eindelijk eens iets te doen aan de achterstelling van vrouwen. Zo heeft de meest prestigieuze economenclub, de American Economic Association, zojuist in haar vijfkoppig bestuur vier vrouwen gekozen. Of dat ook betekent dat de Nobelprijs dit jaar opnieuw naar een vrouw gaat is maar de vraag. Mocht dat het geval zijn, wordt Claudia Goldin genoemd als belangrijke kanshebber.

Onze voorspelling van vorig jaar staat natuurlijk ook nog steeds. Dixit, Grossman, Helpman, voor handelstheorie. Dit jaar misschien wat minder actueel dan die vorig jaar zou zijn geweest. Maar laten we die toch maar weer tippen. Met Acemoglu als belangrijke concurrent.

Morgen weten we meer. Om 11:45, op de website.