Nobelprijs voor veldexperimenten

De Nobelprijs economie ging vanochtend naar Esther Duflo, Abhijit Banerjee, en Michael Kremer voor hun “experimentele aanpak voor armoedebestrijding”.

Dat is nogal verrassend, niet dat ze die prijs zouden krijgen, maar wel dat dat nu al is. Zo is Duflo nog maar 46, en daarmee verreweg de jongste winnaar ooit (de vorige recordhouder was Kenneth Arrow, op zijn 51e). Nog een leuk weetje: Duflo en Banerjee zijn getrouwd en daarmee het eerste echtpaar ooit dat deze prijs krijgt (Duflo is uberhaupt nog maar de tweede vrouw).

De drie zijn pioniers op het gebied van het toepassen van veldexperimenten in de ontwikkelingseconomie. Het idee is eigenlijk vrij simpel. Bij nieuwe medicijnen wordt de effectiviteit getest door een groep die het medicijn krijgt te vergelijken met een groep die het medicijn niet krijgt. Maar bij maatregelen in bijvoorbeeld het onderwijs kunnen we precies hetzelfde doen: voer op bepaalde scholen de beleidswijziging door, en vergelijk de uitkomsten met scholen waar de beleidswijziging niet wordt doorgevoerd. Dat klinkt simpel, maar de implementatie is vaak een hele klus.

Vooral Duflo is al veel in het nieuws geweest. Dit is een mooi stuk in de Groene Amsterdammer alweer 8 jaar geleden, met een prima uitleg van de benadering. Zelf sprak ze twee jaar geleden op de conferentie van de American Economics Association, hier is een video. Duflo en Banerjee staan op het punt een boek uit te brengen, hier is meer info.

Nobelprognose 2019

Nog maar twee nachtjes en dan is ie er weer, De Nobelprijs Economie. Maandagochtend om 11:45, het begint een traditie te worden. Net als onze jaarlijke Nobelprognose. U weet het vast nog wel, vorig jaar ging de prijs naar Romer en Nordhaus, allebei al eens door ons genoemd. Op zich is dat natuurlijk gewoon een kwestie van veel namen noemen, maar daat gaat het nu even niet om.

Dat de prijs vorig jaar (deels) naar klimaat ging was niet geheel onverwacht, al had de combinatie Nordhaus en Weitzman meer voor de hand gelegen. Blijkbaar vond Weitzman dat zelf ook. Dat hij gepasseerd werd voor een Nobelprijs voor klimaateconomie was volgens ingewijden mede de oorzaak dat hij zich een maand geleden tragisch genoeg van het leven beroofde.

Wie wordt het wel dit jaar? Traditiegetrouw kijken we bij Clarivate (voorheen Thomson). Hun recente track record is echter vrij beroerd. Zo beroerd dat hun voorspelling dit jaar niet eens openbaar is, maar pas wordt onthuld als je je persoonsgegevens achterlaat. Gelukkig werken een vals email adres en telefoonnummer ook prima. Hun voorspelling dit jaar? Brian Arthur, Ariel Rubinstein, of Johansen en Juselius. Dat lijken me stuk voor stuk outsiders.

Bij Bloomberg geeft Noah Smith vijf opties die in aanmerking zouden moeten komen: Nieuw Keynesianen (bijvoorbeel Kiyotaki/Moore, die we al eerder noemden), Claudia Goldin (want ongelijkheid en gender), David Card, Paul Milgrom en Daron Acemoglu. Acemoglu is nog steeds te jong en pas over een jaar of 10 aan de beurt (net als List en Duflo, overigens), Milgrom is een van de weinige vooraanstaande speltheoretici uit de jaren ’80 die de prijs nog niet heeft, en Card zou een prima empirische keus zijn. 

Waar zetten wij ons geld op? Al twee jaar tippen we internationale handelstheorie, en ondertussen is dat onderwerp alleen nog maar actueler geworden. Namen? Dixit, Baghwati, Grossman, Helpman. Het mogen er maar 3 zijn, dus dan valt Baghwati waarschijnlijk af. Sowieso is het al lang tijd voor Dixit, om wat voor reden ook.

We zulllen het zien. De aankondiging is maandag hier live te volgen.

Festival

Het begon in Ierland, inmiddels tien jaar geleden, toen in Kilkenny iemand op het curieuze idee kwam om comedians en economen samen op een podium te zetten, toen nog naar aanleiding van de economische crisis. Inmiddels zijn ze daar nu al toe aan de tiende editie van Kilkenomics.

In Nederland gaat het vandaag ook gebeuren. In Groningen. Het Standup Economics festival. Al had Groninomics wellicht meer voor de hand gelegen.

In Ierland weten ze inmiddels Dan Ariely en Paul Krugman te strikken. In Groningen moet u het vooralsnog doen met mensen al ondergetekende (in deze sessie). Inmiddels is het festival vrijwel volledig uitverkocht (toch nog iets gemeen met Paul Krugman), maar misschien biedt de zwarte markt uitkomst.

Inflation Targeting Reggae

De centrale bank van Jamaica is eind vorig jaar met een publiekscampagne begonnen om te wijzen op alle voordelen van zijn beleid. Uiteraard gaat dat met passende reggaemuziek. Dit is misschien nog wel de leukste:

Maar er is meer:

Lees “Inflation Targeting Reggae” verder

Industrial Organization: The Musical

Wegens groot succes bij het basisvak microeconomie (zie eerder bericht) sinds dit jaar ook bij mijn tweedejaarsvak Industrial Organization elke week een passend stukje muziek voor als de studenten binnen druppelen. Ook als Spotify Playlist. Opnieuw houd ik mij aanbevolen voor suggesties. Komt-ie:

TopicSong
Price DiscriminationBruce Springsteen; Price You Pay
Game TheoryQueen; Play The Game
Cournot/StackelbergU2; I Will Follow
CartelsBrian Ferry; Let’s Stick Together
MergersIlse de Lange; We Are One
PredationClash; Should I Stay Or Should I Go
R&DMatt Simons; We Can Do Better

Veel beloven

Jaha, hij is er weer, de tienjaarlijkse lijst van The Economist van de meest veelbelovende economen van dit moment. Een traditie die begon in 1988, toen onder andere latere Nobelprijswinnaars Paul Krugman en Jean Tirole op het lijstje stonden. Dit weblog is inmiddels al zo stokoud dat we ook aandacht besteedden aan de vorige versie van het lijstje, zie hier, waar ook de achttallen van de eerdere edities te vinden zijn.

Goed, dan het lijstje van deze keer: Melissa Dell, Isaiah Andrews, Nathaniel Hendren, Stefanie Stantcheva, Parag Pathak, Heidi Williams, Emi Namakura, Amir Sufi. 

Opvallend: vier vrouwen en vier mannen.  Misschien komt het dan toch ooit nog eens goed met vrouwen en de economische wetenschap.

Rode lijn; allemaal doen ze empirisch door op een slimme manier naar data te kijken of juist die data op een slmme manier op te duikelen. Tegelijkertijd zijn meer dan hun voorgangers geinteresseerd in wezenlijke vragen dan in slimme trucjes. Volgens de Economist dan.

In short, our picks of 2018 are looking for the intellectual keys to important social puzzles; they are willing to move lampposts, turn on headlights or light candles to find them.

Maar lees vooral het hele stuk. Nuttig ook voor mensen die nog steeds beweren dat economen zich alleen bezig houden met esoterische wiskunde los van elke werkelijkheid.

Prijs voor Nordhaus en Romer

De 50e Nobelprijs Economie werd zojuist toegekend aan Paul Romer en William Nordhaus. Romer geldt (en krijgt de prijs als) grondlegger van endogene groeitheorie, Nordhaus schreef veel over milieu en klimaat.

Voor beiden komt de prijs niet als verrassing; ze werden regelmatig genoemd in onze jaarlijkste Nobelprognoses. Maar de combinatie van beide is wel curieus. De redenering is dat ze allebei iets doen met economische groei. Beiden kijken naar externe effecten; Romer naar positieve, Nordhaus naar negatieve. Methodologisch gezien heeft het comite daar een punt. Maar qua onderwerp zijn beide winnaars actief op twee hele verschillende terreinen. Dat maakt het voor een breed publiek lastig uit te leggen waarom ze de prijs samen krijgen. En dat is toch jammer.

Zoals altijd biedt het Nobel comite weer uitstekende achtergrondinformatie (hier), dit jaar maar liefst 52 pagina’s.

Beiden hebben zitten sleutelen aan het model van Solow, die de prijs in 1987 kreeg. Romer besteedt expliciet aandacht aan technologische vooruitgang; In Solow was dat exogeen gegeven; Romer probeert die productie van kennis expliciet te modelleren. Dat dwingt economen er over na te denken waar technologische vooruitgang precies door wordt veroorzaakt, en stelt ze in de gelegenheid te bestuderen wat de effecten van overheidsingrijpen zijn.

Nordhaus focust op het feit dat natuurlijke hulpbronnen eindig zijn, en liet zien dat dat inzicht valt in te passen in traditionele economische modellen. Ook dat stelt ons weer in staat om de lange-termijn effecten van bepaalde beleidsmaatregelen (maar dan op het gebied van milieu en klimaat) door te rekenen.

(later meer)

Nobelprognose 2018

Aanstaande maandag gaat ie weer vallen. Opnieuw om 11:45. De Nobelprijs Economie (ja ja, de Prijs van de Zweedse Rijksbank etc. etc.). U bent van ons een prognose gewend van de winnaar, zie bijvoorbeeld hier, en dan vrolijk doorklikken. En ook dit jaar is dat voldoende om uit onze zomerslaap te ontwaken.

Eens kijken. Al even traditiegetrouw kijken we eerst eens wat Clarivate (voorheen Thomson er over te melden heeft). Dit jaar doen ze dat in een glossy folder. De voorspelling van Clarivate zou gebaseerd zijn op citaties, maar de exacte methodologie blijft onduidelijk, en ze komen elk jaar met een ander drietal voorspellingen. Dat is vreemd, want zo veranderlijk zijn citaties niet. De voorspellingen van dit jaar? Arellano/Bond, Cohen/Levinthal, en Kreps.

Er zijn van die namen die ongetwijfeld ooit de prijs zullen krijgen. Daron Acemoglu en John List bijvoorbeeld (de econoom, niet de seriemoordenaar). Maar allebei zijn nu nog veel te jong. En een vrouwelijke winnaar? Dat zou Esther Duflo kunnen zijn, maar dan opnieuw ver in de toekomst.

Namen die we nog hebben liggen van eerdere voorspellingen zijn bijvoorbeeld Barro, Blanchard, Grossman, Helpman, of Dixit. Outsiders zijn milieu- en klimaateconomen als Nordhaus en Weitzman. Aan die laatste zit echter wel een luchtje. In het verleden werd hij veroordeelt wegens het stelen van paardenmest. Voor een milieueconoom is dat vrij ironisch.

Vergeet ook de econometristen niet. In dat geval zou Arellano/Bond een interessante optie zijn; volgens deze bron (tabel 1) is hun artikel het met grote afstand meest geciteerde uit de periode 1991-2015. Maar waarschijnlijk zijn ook zij nog te jong. Trouwe lezer Bastiaan tipt Angrist/Imbens. Die laatste lijkt de enige Nederlander die ooit nog eens in aanmerking zou kunnen komen.

Zo af en toe wordt een Nobel symposium georganiseerd op een gebied waar het comite klaarblijkelijk een prijs wil laten vallen. Een paar maanden geleden was er weer een, over Money and Banking. Volgend jaar zou daar de prijs dus wel eens kunnen vallen. Kanshebbers lijken dan Blanchard, Kiyotaki/Moore of Barro, allemaal sprekers op dat symposium. Maar ja, met zo’n voorspelling gingen we in 2013 ook al de mist in. Maar toch. Volgend jaar zou het wel eens Blanchard kunnen worden. Voor dit jaar komt het symposium waarschijnlijk te laat.

Voor dit jaar houden we het dus nog maar op dezelfde prognose als vorig jaar. Internationale handel. Ook leuk voor de Amerikaanse president. Namen? Dixit, Baghwati, Grossman, Helpman. Het mogen er maar 3 zijn, dus dan valt Baghwati waarschijnlijk af.

Krugman in de bocht

Wat zegt u? U heeft nog nooit Paul Krugman macroeconomie horen uitleggen terwijl hij in een achtbaan zit? Komt-ie;

Toegegeven, erg verhelderend is het niet. En aan het eind kijkt hij al net zo als ik na een college macroeconomie.

Van een VENI word je lui?

Mooi onderzoek vorige week in PNAS (uitgebreide Nederlandse samenvatting hier) over de toekenning van VENI en VIDI beurzen door het NWO. Dat zijn beurzen om net gepromoveerde respectievelijk iets langer gepromoveerde onderzoekers de kans te geven onderzoek naar eigen keuze te doen. Zo krijgt vernieuwend onderzoek een impuls. Belangrijkste uitkomsten:

  1. Wie net wel een VENI krijgt, heeft een aanzienlijk grotere kans op een VIDI beurs (of soortgelijke middelen) dan wie net niet een VENI krijgt.
  2. De wetenschappelijke output in de vijf jaar na toekenning is niet wezenlijk verschillend voor mensen die net wel, en voor mensen die net niet een VENI hebben gekregen.

De auteurs interpreteren dit als bewijs voor een Mattheüs Effect: de reputatie die iemand heeft wordt belangrijker dan wat er daadwerkelijk gepresteerd is. Je krijgt een beurs omdat duidelijk is dat je goed bent, je hebt immers in het verleden al eens een beurs gewonnen. Dat idee.

Nu vond ik zelf eigenlijk vooral conclusie 2 nogal schokkend. Wie een VENI binnensleept verkeert in een luxe positie. Je krijgt de kans om je 3 jaar lang op je onderzoek te storten. Bursalen geven meestal nauwelijks tot geen onderwijs. Ze kunnen dus bijna twee keer zoveel tijd in hun onderzoek steken dan vakbroeders die minder geluk hadden en wel moeten buffelen in zowel onderzoek als onderwijs. Het effect van deze fikse extra inspanning? Helemaal niks. Nul. Noppes. Zo’n VENI lijkt dus pure kapitaalvernietiging. Het enige effect is dat de winnaar op zijn lauweren gaat rusten in de wetenschap dat het met die reputatie toch wel goed zit.