Card, Angrist, en Imbens dus

…voor hun “methodologische bijdragen aan de analyse van causale verbanden”.

De prijs ligt mooi in het verleden van die van twee jaar geleden. Toen kregen Duflo, Banerjee en Kremer de prijs voor veldexperimenten, waarbij iedereen wordt toegewezen aan een treatment of een controlegroep. Maar wat te doen als niet iedereen zich aan die indeling houdt? Als je bijvoorbeeld het effect van een bepaald scholingsprogramma op werkgelegenheid wil meten moet je er rekening mee houden dat je deelname aan dat programma niet willekeurig kan toewijzen. En wie er voor kiest aan dat scholingsprogramma mee te doen heeft misschien sowieso al meer kans hadden op een baan. Angrist en Imbens ontwikkelden methoden om daar rekening mee te houden.

Card hield zich ook bezig met dergelijke natuurlijke experimenten en werd met name bekend van een studie met Alan Krueger over het effect van een verhoging van het minimumloon. Dat deden ze door slim de ontwikkeling van de werkgelegenheid in New Jersey, waar het minimumloon verhoogd werd, te vergelijken met die in Pennsylvania, waar dat niet het geval was. Het verrassende resultaat: die verhoging van het minimumloon had geen noemenswaardig effect. Krueger zou ongetwijfeld meegedeeld hebben in de prijs, maar leed aan depressies en pleegde in 2019 zelfmoord.

Zoals altijd heeft het Nobelcomite weer uitstekende achtergrondinformatie, hier voor het algemeen publiek, hier meer wetenschappelijk. Een andere traditioneel goede bron is Marginal Revolution. Angrist heeft met Pischke een prachtig boekje geschreven waarin ze de moderne causale benadering van de econometrie uit de doeken doen. Dit is een wat geavanceerdere versie. Er staat ook een cursus van hem op YouTube, zeer de moeite waard.

En Guido Imbens, die schijnt vanavond bij Nieuwsuur te zitten. Eerder dit jaar was hij op bezoek bij het CPB. Zijn lezing is hier terug te kijken.

Tenslotte: wij hadden de prijs bijna goed voorspeld, Bas van der Klaauw in een reactie op onze voorspelling zat helemaal goed…

Nobelprognose 2021

Nu de Nobelprijzen voor natuur-, schei-, geneeskunde, literatuur en vrede zijn toegekend, valt maandagochtend om 11:45 de prijs waar het echt om gaat: die voor economie.

Al sinds 2006 doen wij in deze kolommen onze traditionele Nobelprognose. In dat jaar gaven we een longlist met 18 namen (Alchian, Baghwati, Demsetz, Diamond, Dixit, Fama, French, Hart, Holmstrom, Jorgenson, Maskin, Milgrom, Myerson, Krugman, Thaler, Tullock, Williamson, Wilson), voorzien van de profetische woorden “Zo, daar kan het comité voorlopig mee vooruit”.

Dat liet het comité zich geen twee keer zeggen. Met de toekenning aan Milgrom en Wilson vorig jaar hebben inmiddels 11 van deze 18 de prijs gekregen. Economen kunnen dus wel degelijk voorspellen. Nou ja, dan op zijn minst wat andere economen gaan doen. Maar toch.

Van de zeven op het oorspronkelijke lijstje zonder prijs zijn er inmiddels drie overleden (Alchian, Demsetz, Tullock). Blijven over Baghwati, Dixit, French en Jorgenson. French krijgt hem niet nu Fama hem al heeft. Volgens ingewijden (bedankt Bart!) is Jorgenson kansloos omdat gedoodverfd co-winnaar Griliches al is overleden. Blijven alleen Baghwati en Dixit nog over. Maar goed, de voorspelling dat er een trade prijs naar Baghwati, Dixit en Helpman gaat is al net zo oud als onze voorspellingen zelf. Dat zal hem dus wel weer niet worden.

Wie krijgt hem dan wel? De naam van Daron Acemoglu gonst rond, een bizar productieve en invloedrijke macro-econoom. Waarschijnlijk ook de enige econoom met een eigen meme-pagina op internet (al bestaan er bij mijn weten nog geen cruises voor tegenstanders van de man, een eer die Paul Krugman inmiddels wel ten deel is gevallen). We noemden hem vorig jaar ook, maar aangezien er in 2018 nog een prijs naar groei ging lijkt het voor hem nog wat vroeg. Bovendien is de man nog maar 54, dus hij heeft nog even. Een andere naam voor de toekomst is Susan Athey, maar die doet vooral veilingen en daar ging de prijs vorig jaar nog heen.

De econometristen staan al een tijd met lege handen, dus misschien wordt het weer eens tijd voor een prijs in die hoek. We memoreerden vorig jaar al dat Arellano en Bond verantwoordelijk zijn voor het meest geciteerde artikel tussen 1991 en 2015. In de meer toegepaste hoek lijkt Joshua Angrist zeker niet kansloos. David Card wordt ook wel eens getipt. Alan Krueger zou daar mooi bij passen, maar overleed in 2019. Als we er dan gewoon een labour prijs kan Claudia Goldin ook meedelen.

De prijs gaat dit jaar dus naar Angrist, Card and Goldin voor hun empirische analyses van de arbeidsmarkt.

Alvast van harte!

Taximaas

Dat de taximarkt niet naar behoren werkt, daarover klaagden we al eerder. Nog steeds te veel regels, inefficiente vergunningen, onlogische prijsstructuren waardoor korte ritjes niet rendabel zijn, en zittende aanbieders die nieuwe toetreders vrij letterlijk de markt uitslaan.

Als er dan toch een slimme ondernemer blijkt die door creatief met de regels om te gaan die markt weer iets beter kan later werken, dan worden we daar bijzonder vrolijk van.

Rotterdammer Erhan Kolcuoglu vond een Maas in de wet, verbouwde in 2017 zijn Ford Ka, bracht de achterwielen tot 46 centimeter van elkaar zodat zijn vehikel juridisch gezien een driewieler is en valt daarom niet onder de taxiwet. Hij kon dus zelf zijn prijzen en voorwaarden bepalen en ging aan de slag. Met groot succes. Hij gaat nu uitbreiden.

(Trouwens, geheel terzijde, in 2009 verzuchtte Thijs als ware techguru:

Het kan toch niet moeilijk zijn om met mijn telefoon de dichtstbijzijnde taxi met een goede reputatie uit te nodigen voor een offerte?

En inderdaad, nog geen jaar later werd Uber gelanceerd. De rest is geschiedenis.)

Nobelprijs voor Milgrom and Wilson

Milgrom en Wilson dus, voor hun werk in veilingtheorie. Dat begon met Vickrey, die in 1960 veilingen analyseerde met private values: iedereen heeft een bepaalde waardering voor een goed, weet zelf hoeveel het hem waard is, maar weet dat niet van de anderen. Vickrey kreeg daarvoor de Nobelprijs in 1996. Wilson analyseerde veilingen met common values. Daarbij is het te veilen goed hetzelfde waard voor iedereen, niemand weet wat die waarde precies is maar kan een schatting doen. Dat klinkt vreemd, maar een klassiek voorbeeld is het recht om in een bepaald gebied naar olie te boren. De waarde daarvan is onbekend: het hangt af van hoeveel olie er in de grond zit en hoe makkelijk dat er uit te krijgen is. Maar voor elke biedende oliemaatschappij zal het recht zo’n beetje dezelfde waarde hebben. Bij zo’n veiling ontstaat het risico van de winner’s curse (vloek van de winnaar): degene die de veiling wint zal degene zijn die de werkelijke waarde het meest heeft overschat. Een slimme bieder brengt dus een bod uit niet onder de veronderstelling dat zijn bod een redelijke inschatting is, maar juist onder de veronderstelling dat hij de grootste overschatting heeft. Wilson deed de analyse.

Zoals wel vaker in het leven zal de waarheid ergens in het midden liggen. Neem de veiling van een huis; wat iemand bereid is daarvoor te betalen zal deels afhangen van hoe graag de bieder daar wil wonen (een private value component) maar ook van wat de bieder denkt dat het huis zal opbrengen als zij het over pakweg 15 jaar weer verkoopt (een common value component). Die combinatie wordt affiliated values genoemd en werd geanalyseerd door Milgrom en Weber.

Milgrom en Wilson zaten ook in het team economen dat begin jaren ’90 de veilingen ontwierp voor mobiele frequenties in de VS. Dat is ingewikkeld omdat daar meerdere frequenties worden geveild, en die frequenties (en dus veilingen) met elkaar samenhangen. Men kwam met “simultaneous ascending auction“, waarbij alle frequenties tegelijkertijd in meerdere ronden worden geveild, maar bieders tijdens de veiling mogen overstappen van de ene naar de andere frequentie. De veiling was enorm succesvol en werd vervolgens bijvoorbeeld ook in Nederland toegepast.

Het was de hoogste tijd voor deze prijs, eigenlijk had ie twintig jaar geleden al kunnen vallen. Typisch gevalletje toch nog, want na al een aantal prijzen in de richting van veilingtheorie en mechanism design leek het minder waarschijnlijk te worden dat deze ook nog zou vallen. Vooral Milgrom heeft onwaarschijnlijk veel verschillende dingen gedaan (vaak met John Roberts) bijvoorbeeld op het gebied van entry deterrence, maar ook vakgebieden als finance en organisatie. Wilson was overigens de promotor van Milgrom.

Nobelprognose 2020

Nu alle echte Nobelprijzen toegekend zijn, gaat ie morgen gaat weer vallen: de Nobelprijs Economie. U bent van ons een jaarlijke prognose en analyse gewend, en ook dit jaar is de prijs genoeg reden om dit weblog weer te reanimeren.

Vorig jaar ging de prijs naar Duflo, Banerjee en Kremer. Nu hadden we de naam van Duflo genoemd, zei het met de opmerking dat zij er de eerstkomende tien jaar nog niet op hoeft te rekenen. Dat liep dus anders. De ongeschreven regel was altijd dat je zo’n beetje de pensioengerechtigde leeftijd moet hebben bereikt om voor de prijs in aanmerking te komen. En dat het relevante werk al minstens twintig jaar geleden is gepubliceerd. Nu het comité die regels met voeten heeft getreden wordt het voorspellen er niet makkelijker op.

Andere relatieve jongelingen die we vorig jaar noemden waren List en Acemoglu. List is uitgesloten, want doet veldexperimenten en daar viel de prijs vorig jaar al. Acemoglu lijkt een serieuze kanshebber. Macroeconoom met vooral aandacht voor politieke processen en instituties. Op dat gebied rommelt het nogal op veel plekken in de wereld, dus kan het comité daar een mooie actuele draai aan geven. Nadeel: twee jaar geleden ging de prijs al naar groeitheorie, dus misschien is het nog wat vroeg voor weer een prijs in die hoek.

Clarivate pretendeert inmiddels al niet eens meer de prijs te voorspellen (zie onze eerdere prognoses) en komt dit jaar met zijn eigen “Citation Laureates“. Bij economie zijn dat Goldin (arbeid en gender), Dickey/Fuller/Perron (tijdreeksen) en Berry/Levinson/Pakes (wegens hun BLP model). Met die laatste zou ik best kunnen leven. De laatste pure econometrieprijs dateert trouwens alweer van 2003 (Engle/Granger) dus misschien wordt dat wel weer eens tijd.

Het comité is er nooit vies van om bij de actualiteit aan te haken. Een pandemieprijs zou dan passend zijn. Alleen heb ik geen idee wie daarvoor in aanmerking zou kunnen komen, maar misschien zie ik iemand over het hoofd. Ook is er een trend om meer Nobelprijzen aan vrouwen toe te kennen. Zelfs binnen de economie is nu nadrukkelijk een beweging op gang om eindelijk eens iets te doen aan de achterstelling van vrouwen. Zo heeft de meest prestigieuze economenclub, de American Economic Association, zojuist in haar vijfkoppig bestuur vier vrouwen gekozen. Of dat ook betekent dat de Nobelprijs dit jaar opnieuw naar een vrouw gaat is maar de vraag. Mocht dat het geval zijn, wordt Claudia Goldin genoemd als belangrijke kanshebber.

Onze voorspelling van vorig jaar staat natuurlijk ook nog steeds. Dixit, Grossman, Helpman, voor handelstheorie. Dit jaar misschien wat minder actueel dan die vorig jaar zou zijn geweest. Maar laten we die toch maar weer tippen. Met Acemoglu als belangrijke concurrent.

Morgen weten we meer. Om 11:45, op de website.

Nobelprijs voor veldexperimenten

De Nobelprijs economie ging vanochtend naar Esther Duflo, Abhijit Banerjee, en Michael Kremer voor hun “experimentele aanpak voor armoedebestrijding”.

Dat is nogal verrassend, niet dat ze die prijs zouden krijgen, maar wel dat dat nu al is. Zo is Duflo nog maar 46, en daarmee verreweg de jongste winnaar ooit (de vorige recordhouder was Kenneth Arrow, op zijn 51e). Nog een leuk weetje: Duflo en Banerjee zijn getrouwd en daarmee het eerste echtpaar ooit dat deze prijs krijgt (Duflo is uberhaupt nog maar de tweede vrouw).

De drie zijn pioniers op het gebied van het toepassen van veldexperimenten in de ontwikkelingseconomie. Het idee is eigenlijk vrij simpel. Bij nieuwe medicijnen wordt de effectiviteit getest door een groep die het medicijn krijgt te vergelijken met een groep die het medicijn niet krijgt. Maar bij maatregelen in bijvoorbeeld het onderwijs kunnen we precies hetzelfde doen: voer op bepaalde scholen de beleidswijziging door, en vergelijk de uitkomsten met scholen waar de beleidswijziging niet wordt doorgevoerd. Dat klinkt simpel, maar de implementatie is vaak een hele klus.

Vooral Duflo is al veel in het nieuws geweest. Dit is een mooi stuk in de Groene Amsterdammer alweer 8 jaar geleden, met een prima uitleg van de benadering. Zelf sprak ze twee jaar geleden op de conferentie van de American Economics Association, hier is een video. Duflo en Banerjee staan op het punt een boek uit te brengen, hier is meer info.

Nobelprognose 2019

Nog maar twee nachtjes en dan is ie er weer, De Nobelprijs Economie. Maandagochtend om 11:45, het begint een traditie te worden. Net als onze jaarlijke Nobelprognose. U weet het vast nog wel, vorig jaar ging de prijs naar Romer en Nordhaus, allebei al eens door ons genoemd. Op zich is dat natuurlijk gewoon een kwestie van veel namen noemen, maar daat gaat het nu even niet om.

Dat de prijs vorig jaar (deels) naar klimaat ging was niet geheel onverwacht, al had de combinatie Nordhaus en Weitzman meer voor de hand gelegen. Blijkbaar vond Weitzman dat zelf ook. Dat hij gepasseerd werd voor een Nobelprijs voor klimaateconomie was volgens ingewijden mede de oorzaak dat hij zich een maand geleden tragisch genoeg van het leven beroofde.

Wie wordt het wel dit jaar? Traditiegetrouw kijken we bij Clarivate (voorheen Thomson). Hun recente track record is echter vrij beroerd. Zo beroerd dat hun voorspelling dit jaar niet eens openbaar is, maar pas wordt onthuld als je je persoonsgegevens achterlaat. Gelukkig werken een vals email adres en telefoonnummer ook prima. Hun voorspelling dit jaar? Brian Arthur, Ariel Rubinstein, of Johansen en Juselius. Dat lijken me stuk voor stuk outsiders.

Bij Bloomberg geeft Noah Smith vijf opties die in aanmerking zouden moeten komen: Nieuw Keynesianen (bijvoorbeel Kiyotaki/Moore, die we al eerder noemden), Claudia Goldin (want ongelijkheid en gender), David Card, Paul Milgrom en Daron Acemoglu. Acemoglu is nog steeds te jong en pas over een jaar of 10 aan de beurt (net als List en Duflo, overigens), Milgrom is een van de weinige vooraanstaande speltheoretici uit de jaren ’80 die de prijs nog niet heeft, en Card zou een prima empirische keus zijn. 

Waar zetten wij ons geld op? Al twee jaar tippen we internationale handelstheorie, en ondertussen is dat onderwerp alleen nog maar actueler geworden. Namen? Dixit, Baghwati, Grossman, Helpman. Het mogen er maar 3 zijn, dus dan valt Baghwati waarschijnlijk af. Sowieso is het al lang tijd voor Dixit, om wat voor reden ook.

We zulllen het zien. De aankondiging is maandag hier live te volgen.

Festival

Het begon in Ierland, inmiddels tien jaar geleden, toen in Kilkenny iemand op het curieuze idee kwam om comedians en economen samen op een podium te zetten, toen nog naar aanleiding van de economische crisis. Inmiddels zijn ze daar nu al toe aan de tiende editie van Kilkenomics.

In Nederland gaat het vandaag ook gebeuren. In Groningen. Het Standup Economics festival. Al had Groninomics wellicht meer voor de hand gelegen.

In Ierland weten ze inmiddels Dan Ariely en Paul Krugman te strikken. In Groningen moet u het vooralsnog doen met mensen al ondergetekende (in deze sessie). Inmiddels is het festival vrijwel volledig uitverkocht (toch nog iets gemeen met Paul Krugman), maar misschien biedt de zwarte markt uitkomst.

Inflation Targeting Reggae

De centrale bank van Jamaica is eind vorig jaar met een publiekscampagne begonnen om te wijzen op alle voordelen van zijn beleid. Uiteraard gaat dat met passende reggaemuziek. Dit is misschien nog wel de leukste:

Maar er is meer:

Lees “Inflation Targeting Reggae” verder