De Gezondheidsraad wil alle meisjes van 12 jaar voortaan inenten tegen baarmoederhalskanker. Minister Klink moet er nog eens over nadenken, want het kost natuurlijk wel wat.

Opname van deze inenting in het landelijk vaccinatieprogramma kan jaarlijks honderd mensenlevens redden en enkele honderden gevallen van baarmoederhalskanker voorkomen. [...] Klink twijfelt of ‘de kosten opwegen tegen de baten’. Het vaccin kost per inenting 125 euro en moet drie keer worden toegediend. Er komen jaarlijks ongeveer 100.000 meisjes voor in aanmerking.

Aha, kosten tegen baten afwegen, daar heb je economen voor. Goed, daar gaan we. De baten zijn evident: 100 mensenlevens per jaar, plus nog eens een paar honderd ziektegevallen minder. De precieze baten hangen dan af van welk prijskaartje je aan een mensenleven hangt. Begrijpelijkerwijs vinden veel niet-economen dat nogal een luguber concept. Maar wie bijvoorbeeld beweert dat de waarde van een mensenleven oneindig is, zou ook al het autoverkeer moeten verbieden. Ik noem maar iets. Inderdaad: uiteindelijk komt alles weer neer op het afwegen van kosten en baten, zelfs bij de bepaling van de waarde van een mensenleven.

In de literatuur lopen de schattingen van die waarde nogal uiteen. Dit [pdf] mooie overzichtsartikel noemt bedragen variërend van 1 miljoen to 8 miljoen dollar. Rick van der Ploeg meldde ooit in het FD dat Nordhaus uitgaat van 3 miljoen euro.

Dan de kosten. 100.000 maal 3 inentingen per jaar à 125 euro, dan komen we op 37.5 miljoen euro, dat is 375.000 euro per mensenleven, duidelijk lager dan bijna alle schattingen voor de waarde van een leven. En dan rekenen we de afname in ziektegevallen nog niet eens mee. Tuurlijk, er zijn ook kosten in termen van bijvoorbeeld administratie en de tijd van de mensen die de inenting krijgen, maar die zullen verwaarloosbaar zijn ten opzichte van de kosten van het vaccin. En bovendien: wie 300.000 vaccins per jaar afneemt zou toch ook nog een aardige korting moeten kunnen bedingen.

Conclusie? Doen.