Om korte productiedips te overbruggen, kunnen bedrijven wtv aanvragen. De werknemers blijven in dienst, maar de werkgever krijgt voor de niet gewerkte uren geld uit de WW-pot.

Aldus de Volkskrant. Is dat een goed idee? In de meest simpele economische theorie krijgen werknemers evenveel als dat ze bijdragen aan de productie. In slechte tijden moet dus het loon omlaag, maar dat lukt meestal niet. Daarom vallen er bij een neergang doorgaans ontslagen.

Maar een verbinding tussen werkgever en werknemer heeft een waarde die bij ontslag wordt vernietigd. Daarom houden bedrijven in slechte tijden meer werknemers aan dan efficiënt is, een fenomeen dat bekend staat als labor hoarding (“arbeid vasthouden”) en schommelingen in productiviteit verklaart. Het effect van de uitgebreide wtv is dat er nog meer arbeid vastgehouden wordt dan al het geval was. Voor beide partijen is dat prettig, het vermindert de economische neergang en verdeelt de pijn.

Maar in deze opvatting raken de positieve kanten van de crisis ondergesneeuwd. U weet wel, het grote opschudden, een excuus om bestaande verbanden eens kritisch te bekijken zodat het land beter uit de crisis komt dan het erin ging. De crisis schept mogelijkheden, ontslag is goed, creative destruction.  De wtv zorgt ervoor dat er te weinig verandert. Of toch niet?

De minister benadrukt dat alleen bedrijven met tijdelijke problemen in aanmerking komen. Bedrijven die structurele problemen hebben, moeten gewoon saneren. Hoe het onderscheid zal worden gemaakt, is nog niet bekend.

Dat laatste lijkt me lastig genoeg. Tijd voor wat vernuftig mechanism design?