Rodrik op de economendag

Economendag vandaag bij DNB in Amsterdam. Ik kwam pas laat binnen maar wist nog een plaatsje in de zaal te bemachtigen bij de Tinbergenlezing door Dani Rodrik, genuanceerd internationaal econoom van Harvard. Net als 4 jaar geleden een verslag in tweets.

“Rodrik op de economendag” verder lezen

Piek arbeidsmarkt (update 3)

De tijd gaat altijd door, zoveel is zeker. Wie dit bericht over het pieken van de Nederlandse beroepsbevolking las toen het uitkwam, is inmiddels vijf jaar ouder. Maar afgezien van het feit dat iedereen elke twaalf maanden een jaar ouder wordt, is die demografie nog een lastig vakgebied.

Het idee was destijds simpel. Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking en de aanstaande pensionering van de babyboom-generatie leek het erop dat de arbeidsmarkt in Nederland wel eens over zijn hoogtepunt heen kon zijn, dat we het moment gepasseerd waren waarop het maximale aantal mensen in Nederland aan het werk was. Het aantal 15-64 jarigen was al sinds 2011 aan het krimpen, en de voorspelling was dat dit tot circa 2040 door zou gaan.

Maar het bleek ingewikkelder te liggen. Een jaar later zagen we toch weer een opleving in deze groep. Was het een laatste stuiptrekking? Toen we in 2013 weer keken was de groep weer aan het dalen, schijnbaar voorgoed.

Eens kijken wat het CBS er nu van zegt. We halen de bevolking 15-64 op, met de meest recente voorspelling erbij en, ter vergelijking, de voorspelling uit 2014.

Het beeld in 2014 is dat we de top drie jaar geleden gehad hebben. Maar dan begint het aantal 15-64 jarigen ineens weer op te lopen, en zitten we in oktober vorig jaar nog maar net onder het maximum van 2011. De prognose is inmiddels dat we daar nog ruim overheen gaan. Het zal de migratie wel zijn, het meest onvoorspelbare deel van de bevolkingsgroei, die de prognose zo heeft veranderd.

Met meer mensen in de werkzame leeftijd wordt het minder waarschijnlijk dat we de piek in de Nederlandse arbeidsmarkt al gehad hebben. Het record aan werkende Nederlanders stond tot dusver in de maand juli 2008.* Vorig jaar bleven we daar nog net een procentje onder.  Maar in juli 2017 sneuvelde het record van 8 jaar geleden. Er waren toen 7.601.000 mensen aan het werk, meer dan ooit tevoren.

Is dat dan de piek in de Nederlandse arbeidsmarkt? Door de seizoensinvloeden daalt het aantal werkenden inmiddels weer, maar op de achtergrond loopt de beroepsbevolking verder op. Zolang er geen recessie komt, is er een grote kans dat we in juli volgend jaar een nieuwe piek kunnen meten. En afgaande op de demografische prognose valt het uiteindelijke maximum nu ergens in de jaren ’20. Als er tussentijds niets verandert.

* Ik gebruik hiervoor het daadwerkelijke aantal werkenden, niet seizoensgecorrigeerd. Net als in de sport erken ik de invloed van externe factoren, maar ik ga er niet voor corrigeren.

Optimaliseren

Terwijl mijn zoonje goed zijn best deed op het voetbalveld, was ik op mijn telefoon begonnen met dit spel dat draait om het produceren en verkopen van paperclips. Al gauw begon mijn oude OR-hart sneller te kloppen. Dat was nog eens optimaliseren! Mijn fabriek liep als een zonnetje, dankzij de uitgekiende balans tussen verkoopprijs, inkoopbeleid, en het investeren van de winst.

Doelpunt van de kleine Knaap! Tussen het juichen door verhoogde ik snel de stukprijs van de paperclips, om te zorgen dat de voorraad niet uitverkocht raakte. Maar wat was dat? Bovenin het scherm was de batterij van mijn telefoon inmiddels half leeg. In de instellingen zag ik dat op deze manier nog maar 34 minuten stroom beschikbaar was. De simulatie van mijn fabriek vereiste kennelijk een intensief programma dat de batterij in hoog tempo aan het leegzuigen was.

Maar dat was niet de bedoeling. Na de wedstrijd zou ik moeder en dochter in de stad ontmoeten, iets dat zonder werkende telefoon onmogelijk was. En zo kwam ik opeens in een meta-game terecht. Ik kon de paperclipfabriek moeilijk uitzetten, want dan moest ik later weer opnieuw beginnen. Maar zonder telefoon de stad in was ook geen acceptabele uitkomst. Tijdelijk stilzetten en op die manier net genoeg stroom overhouden voor het sms-en na de wedstrijd dan maar. Optimaliseren om te kunnen optimaliseren.

Goedbeschouwd een nog interessanter probleem, maar mijn verstandig batterij-beleid leidde niet tot een hogere score, wat het toch minder leuk maakte. Voor ik weer thuis was viel de telefoon alsnog uit.

(Meer over het spel. Alleen spelen als je een middag over hebt!) (en een stopcontact in de buurt.)

Het reuzenrad

Hier om de hoek, vlak bij de waterkant, staat een reuzenrad te draaien. Het tilt je voor een tientje tot ongeveer halverwege de kantoorgebouwen die ernaast staan. Toch is het uitzicht niet slecht, en loopt de attractie best aardig. Een stukje Neerlands trots, gebouwd door een bedrijf in Vlodrop.

Dit vredige tafereel werd onlangs verstoord door de gemeenteraad, die het nodig vond om het terrein rondom het rad opnieuw te veilen. De winnaar was een andere partij, die van plan was om op dit stukje land, jawel, een reuzenrad uit te baten.

En zo kwamen we terecht in de mooie situatie van de enkele koper en de enkele verkoper. Allicht is het voor alle partijen beter om het oude rad te laten staan en een goede prijs te maken, maar wat is een goede prijs? Zoals we eerder schreven op deze site, in een dergelijk geval is het maar de vraag of je meer hebt aan economie of psychologie. Het is een kwestie van goed onderhandelen.

En dat deden de partijen. Het rad wordt donderdag afgebroken, stelde de krant maandag. We wilden toch al liever een kleiner rad, had de koper de dag ervoor laten optekenen. Bekende zakenlui bemoeiden zich met de zaak; de gemeenteraad sprak dreigende woorden. Inmiddels werden de graafmachines al in gereedheid gebracht.

Totdat gisteravond, uren voor de deadline, het rad van eigenaar wisselde. Voorspelbaar, maar de quotes na afloop zijn kostelijk. “Het was niet makkelijk”, aldus de koper. “Er is in deze stad nog niet eerder een reuzenrad verkocht.” Een gemeenteraadslid wil een commissie om deze toestand in de toekomst te voorkomen. En de verkoper gaf toe dat hij, ondanks zijn sloopplannen, al het personeel in dienst had gehouden.

Hier komt de storm

Buiten vliegt een vuilnisbak door de lucht. Het strand is overgenomen door de zee en op de kustweg voor ons huis ligt een boom. De zware tropische cycloon Hato trekt langs Hongkong en hoewel we comfortabel binnen zitten, is het goed voor te stellen dat de schade buiten aanzienlijk moet zijn. Als de wind later op de dag weer gaat liggen, begint meteen het opruimwerk. De boom wordt in stukken gezaagd en afgevoerd, het strand ontdaan van de aangespoelde troep. De vuilnisbak blijft spoorloos.

Hoe groot is de schade van zo’n langstrekkende tyfoon? Uiteraard is er van alles stuk, hoewel de fysieke verwoesting uiteindelijk mee lijkt te vallen. Dankzij een uitgebreid waarschuwingssysteem wist iedereen ver van tevoren dat de storm eraan kwam. Maar daardoor heeft de economie in stad ook een dag lang stilgelegen. Ik kreeg om 7 uur een SMS dat ik niet verwacht werd op mijn werk (alweer). De straten waren uitgestorven, de winkels dicht. In de krant komen de volgende ochtend experts aan het woord die het erop houden dat er tussen een halve en een hele dag BBP verloren gegaan is.

Maar dat lijkt wat simpel. Het is goed mogelijk dat het bruto binnenlands product juist stijgt als gevolg van de storm. Er zijn relatief weinig activiteiten die afgelast zijn in plaats van uitgesteld, en de opruim- en herstelwerkzaamheden leveren een hoop extra productie op. Dat is een goede les voor degenen die BBP als maat voor de welvaart gebruiken, want van het herstellen van iets dat er gisteren nog stond maakt je netto niet veel beter af.

Maar hoe groot is het effect of productie dan precies? Toen vijf jaar geleden New York werd geraakt door superstorm Sandy, konden economen van de Fed later maar moeilijk een effect in de Amerikaanse BBP-groei ontdekken. Er zit al zoveel ruis in de groei dat een storm meer of minder daar niet veel aan verandert. Wellicht dat de gevolgen beter in beeld komen als we kijken naar het gemiddelde effect van een heleboel stormen. Interessant genoeg bestaat er inderdaad werk van twee Amerikaanse economen die data over alle tropische cyclonen tussen 1950 2008 combineren met gegevens over economische groei tijdens, en na, iedere storm.

Daaruit blijkt dat de gevolgen van een cycloon aanzienlijk, negatief, en langdurig zijn. Tot 15 jaar na de gebeurtenis is de groei lager dan in het geval er geen storm geweest zou zijn. Zie de grafiek hieronder, met op de verticale as de intrigerende eenheid BBP per persoon per meter per seconde (die laatste twee gaan over de windsnelheid).

Achterin het artikel staat een tabel met de potentiële economische groei van verschillende landen, als er nooit meer een storm langs zou komen. Hongkong zou, volgens dit lineaire model, met 14% in plaats van 4% per jaar kunnen groeien. Dat lijkt wat gortig, en misschien wordt hier een lijntje iets te ver doorgetrokken. Maar zeker zullen we het toch niet weten. Zondag komt de volgende tyfoon.

Golden Hill

Gedurende zo’n 40 jaar in de zeventiende eeuw lag op de zuidpunt van het eiland Manhattan de Nederlandse stad Nieuw Amsterdam. Tijdens één van de talrijke Nederlands-Engelse oorlogen verloren we dit gebied aan de Britten. Op andere continenten veroverden we juist terrein, waardoor men soms zegt dat Nieuw Amsterdam is geruild voor Suriname en het eiland Run.

Hoe dan ook, onder Engels bewind waren er nog behoorlijk wat Nederlanders in (inmiddels) New York. Dat zij hun sporen in de stad hebben achtergelaten is bekend; in de bebouwing en zelfs nog in de taal, zoals in het mooie New Yorkse woord stoop (voor, inderdaad, de stoep).

Ik vertel dit allemaal als achtergrond bij het leukste boek dat ik deze vakantie las, Golden Hill van de Brit Francis Spufford. Het boek speelt in 1746, als New York al zo’n 80 jaar Brits is, dertig jaar voor de onafhankelijkheid. Het is een boek voor Nederlanders en economen, en zeker voor mensen die allebei zijn. Het grote plot draait om geld, en de manier waarop dat tussen Londen en de kolonie verplaatst wordt. Er is geen centrale bank in New York, een gebrek aan edelmetaal en toch wordt er fors handel gedreven. Hoe dat allemaal werkt (en niet werkt) is fascinerend en geeft aanleiding tot grote plotwendingen. Zie hier voor een voorproef. Dat vertrouwen een essentiële rol speelt in geldzaken is in de 18e eeuw een stuk duidelijker dan vandaag. De economische logica in het boek is prima in orde, net zoals in Red Plenty, van dezelfde auteur zeven jaar geleden.

En dan de Nederlanders. Ze spelen een grote rol in het zakenleven van New York in 1746, en de beschrijvingen van onze landgenoten zijn treffend. De manier waarop een humoristisch Sinterklaasgedicht compleet verkeerd valt bij het slachtoffer is uit het leven gegrepen.

Een aanrader dus, voor wat er nog rest van de zomer. Wie liever Nederlands leest kan wachten op de vertaling, die komt in November. Mooi op tijd voor Sinterklaas.

Marsmonopolie

Over een jaar of tien is de ruimtevloot van SpaceX zover dat een vakantie naar Mars er eindelijk in zit. Althans, dat is de conclusie van dit enerverende stuk over de plannen van Elon Musk en zijn rakettenfabriek. Misschien nog wel opwindender is het geplande prijskaartje: voor een kleine 2 ton (USD) or less kunt u naar de rode planeet.

Ik trapte er zelf ook even in, door uit te rekenen of ik op tijd het kapitaal bij elkaar kon hebben. Maar de ingenieur Musk geeft hier waarschijnlijk zijn mening over de verwachte de kostprijs van een ritje naar Mars. Nog afgezien van de onvermijdelijke tegenvallers de komende 10 jaar lijkt het erop dat SpaceX in 2027 de enige aanbieder van reizen naar Mars zal zijn. Een ruimtemonopolist, dus, die zich goed op de hoogte zal stellen van de vraagcurve naar zijn product. Reken er maar op dat die 2 ton een paar keer over de kop gaat.

Statistiek in tijden van computers

Even een korte econometrische excursie op deze economie-site. De praktische wetenschap van de statistiek, in de 19e eeuw begonnen door onder meer de Belg Quetelet (smulpapen kennen zijn index), werd tot de jaren ’50 steeds meer een tak van de zware wiskunde. Met de opkomst van de computer en steeds grotere datasets draaide de focus weer naar de praktijk. Zo ongeveer als in deze figuur:

Ik haal deze wijsheid (en de figuur) uit Computer Age Statistical Inference, een dikke pil die als geroepen komt voor gevallen econometristen zoals ikzelf, die hopen eindelijk eens uit de hoek linksonder te ontsnappen. Het is moeilijk om auteurs te vinden die een beter boek over dit onderwerp kunnen schrijven dan Efron en Hastie. Had ik al gezegd dat het gratis te downloaden is?

Tja, dat is publiceren in tijden van computers. Het blijft een wonderbaarlijk fenomeen. [via Diebold]

Economentaal

Bas Haring schrijft op MeJudice dat economische inzichten het beste aan de man gebracht kunnen worden met behulp van woorden, in plaats van wiskunde. Wiskundige modellen en statistiek hebben een rol, maar zouden niet leidend moeten zijn. Simpele inzichten kunnen beter door tekst worden overgebracht.

Dat doet denken aan de campagne van Wereldbankeconoom Paul Romer tegen “mathiness”, waarmee hij de praktijk aanduidt om wiskunde te gebruiken om wazige ideeën te laten lijken op harde wetenschap. Daarbij ergert hij zich vooral aan het verschijnsel dat verschillende economische scholen voortbestaan, ieder met een eigen waarheid en een eigen model, zonder dat er zicht is op een eindoordeel.

Daar konden nog wel eens problemen van komen, en inderdaad: lees hier Tim Harford over de rel die rondom Romer ontstond toen hij probeerde de economen van de Wereldbank bij te scholen. Een verrassende wending is dat Romer zich in dit geval niet boos maakte om de wiskunde, maar juist om het nietszeggende proza van de Bank. Daar had hij trouwens wel gelijk in: dit taalkundige rapport laat mooi zien hoe de Wereldbankrapporten over de jaren steeds waziger werden. Desondanks is Romer, als dank, uit zijn managementfunctie ontheven.

Mooie boel: wiskunde maakt het te moeilijk, en ook in de tekst kunnen economen niet altijd overreden. Al eerder meldden we dat Paul Krugman tot vergelijkbare inzichten kwam. Dat bericht eindigt met wat optimistische ideeën over mogelijke oplossingen. De pessimistische invalshoek is dat er nu eenmaal goede en slechte economen zijn, en dat voor meesterschap een zeldzame combinatie van talenten nodig is. De rest van de beroepsgroep moet helaas voortploeteren, in moeilijk te begrijpen tekst of vergelijkingen.

U kunt vandaag helaas niet werken

Vrolijke verjaardag van de Boeddha! Ik moet toegeven dat ik in het verleden de achtste dag van de vierde maand van de Chinese maankalender wel eens vergeten ben, maar toen ik er gisteren een vrije dag voor kreeg stond het mij ineens weer helder voor de geest. En het was nog maar zo kort na de dag van de arbeid, ook al een vrije dag.

Het jaar telt 17 publieke feestdagen in Hongkong, aanmerkelijk meer dan de 9 die Nederland er viert. Wat niet wil zeggen dat er hier minder gewerkt wordt; waar Nederland qua gewerkte uren doorgaans onderaan bungelt, duurt de werkweek in deze stad het langst. Het verschil zit ’m dus in het individueel of collectief vrij zijn.

Het kiezen tussen een verplichte vrije dag en een vrije dag die je zelf mag plannen, blijkt nog niet zo simpel. Volgens mijn economische intuïtie is meer keuzevrijheid altijd goed, en zijn verplichte vrije dagen daarmee suboptimaal. Maar ideeën over een extra verplichte vrije dag op 5 mei zijn populair in Nederland, en in het VK hoopt Labour de verkiezingen te winnen met maar liefst vier extra vrije dagen.

Wellicht denken mensen dat de extra vrije dagen gratis zijn, in de zin dat er voor hetzelfde geld minder gewerkt hoeft te worden. Mijn ervaring is eerder dat het werk zich niets aantrekt van de vrije dag, en er op andere dagen gewoon een extra hoeveelheid taken wacht. Hoewel dat niet voor iedereen zo zal zijn (of loopt de lopende band na een feestdag harder?), denk ik dat het voor de meeste mensen wel zo werkt. Bovendien ligt het macro-economisch moeilijk om minder te produceren maar wel evenveel te verdienen.

Het meest in het oog springende nadeel van collectief vrij zijn, is dat het bovengemiddeld druk wordt bij gelegenheden waar mensen op een vrije dag naartoe gaan. Gisteren was het druk op stranden, veerboten en in winkelstraten. Bij een zelfgekozen vrije dag is het waarschijnlijker dat de drukte zich spreidt. Voor bazen geldt dat de tent dicht moet, iets dat minder waarschijnlijk is als personeel zelf vrije dagen kiest. En daar bovenop komt nog het probleem dat sommige wekelijkse diensten opeens een week overslaan.

Maar er zijn ook voordelen aan het collectief vrij zijn. Het is een oplossing voor het coördinatieprobleem dat optreedt als vrije dagen niet centraal geregeld worden: hoe spreek je af met vrienden en bekenden? Duitse economen rekenden uit dat het keeping in touch effect minstens een stuk of 17 verplichte feestdagen waard is. En door gecoördineerde vrije dagen is het ook waarschijnlijker dat iedereen er wél is op de rest van de dagen, wat samenwerken makkelijker maakt. Een derde reden is het feit dat een publieke vrije dag geen schuldgevoel, of slecht signaal, opwekt bij degene die niet op de zaak is. En het overkomt mij nog wel eens dat ik verrast wordt door de verplichte vrije dag, wat het op de een of andere manier ook leuker maakt.

Het optimale aantal publieke vrije dagen is waarschijnlijk meer dan in de VS (ook 9) en minder dan Sri Lanka (25). Ligt 17 dicht bij het optimum? Vraag het mij na het Tuen Ng Festival en Establishment Day.

[Kruispost vanaf ESB. Eerder op deze site]