Topinkomens

De afgelopen week vielen politici weer over elkaar heen om in de meest krasse bewoordingen hun afschuw te laten blijken over topinkomens in de publieke sector. Directe aanleiding was een onderzoek van Intermediair. Het blad zette alle topinkomens op een rijtje. Er zijn nog steeds (semi-)ambtenaren die meer verdienen dan de premier en dat is een schande. De plannen om een maximum aan die inkomens te stellen vliegen dan ook om je oren. Wat vinden economen ervan? Het is een lastig probleem. Zomaar wat overwegingen:

  • Over het algemeen vinden economen maximumprijzen niet zo’n goed idee. Bij zo’n prijs is de vraag groter dan het aanbod, met alle marktverstorende gevolgen van dien. In dit geval zullen de echte toppers naar de private sector gaan, waar de lonen wel marktconform zijn. Daardoor kan de kwaliteit van het openbaar bestuur naar beneden duikelen.
  • Dat veronderstelt wel dat er een goed functionerende markt voor topmannen (m/v) is. Volgens critici is dat niet het geval en zijn de hoge salarissen vooral het gevolg van een gebrek aan democratische controle. Is dat waar, dan geldt helemaal niet dat de ‘toppers’ van de publieke sector meer kunnen verdienen in de private sector. De beperking van topsalarissen zou dan een goed idee kunnen zijn.
  • Maar als er een gebrek aan democratische controle is, dan ligt het voor de hand om dat probleem aan te pakken in plaats van een maximum op de salarissen te zetten. Dat is immers alleen maar symptoombestrijding.
  • Veel economen zien de arbeidsmarkt als een toernooi. Als je aan de top absurd hoge salarissen betaalt, dan geef je iedereen in de organisatie een prikkel om goed zijn best te doen, in de hoop om later ook nog eens dat salaris te bereiken. In dat geval leidt een verlaging van topsalarissen niet alleen tot een lagere kwaliteit aan de top, maar ook tot minder kwaliteit (want minder inspanning) in het hele ambtenarenapparaat.
  • De totale inkomsten van de toppers op het Intermediair-lijstje bedragen 39,8 miljoen euro. Bij een maximum van 1,5 ton per persoon zou dat 23,3 miljoen zijn, een besparing van 16,5 miljoen euro. Op de totale overheidsbegroting is dat verwaarloosbaar. Om voor zo’n bedrag de kwaliteit van het openbaar bestuur op het spel te zetten, lijkt nogal roekeloos.
  • Een vergelijking met het inkomen van de premier is vreemd. Financieel gezien is het premierschap vooral een investering: wie premier is geweest kan daar later flink aan verdienen. Het huidige salaris is daarom nauwelijks een afspiegeling van wat het premierschap daadwerkelijk oplevert. Met vier commissariaten, niet bepaald een full-time baan, toucheert Wim Kok in 2006 toch al 250.000 euro, 84% meer dan JP. En dat komt niet door zijn fenomenale kennis van de post-, luchtvaart-, olie- en banksector.

2 gedachten over “Topinkomens”

  1. Nog een overweging :
    De markt voor topbestuurders doet denken aan het werk van Thorstein Veblen. Hij beschreef hoe onder bepaalde omstandigheden een stijgende prijs tot hogere vraag kan leiden.

    Achterliggende oorzaak in dit geval : risicomijdend gedrag bij raden van commissarissen. Het afbreukrisico van een verkeerde keus is voor de RvC, als puinruimers of last resort, relatief groot.
    Dus: “onze kandidaat vroeg zo’n schandalig hoog salaris, hij moest wel goed zijn”.

    Een andere overweging is mwat meer vanuit de vraagkant redenerend:

    Interessant zou zijn om het aantrekken van (top)personeel als investerinngsbeslissing voor de onderneming te beschouwen, als ware het een nieuw project. Zo’n aanpak dwingt om na te denken over de marginale baten en lasten van een aaditionele persoon in het bedrijf. Lastig is zo’n aanpak wel want welke prestatie is nu werkelijk exclusief aan de toppersoon toe te schrijven ?

    Overigens moet zo’n waarderings wel een scenarioanalyse moeten bevatten : topbestuurders worden gewaardeerd op hun vermogen additionele waarde te creeren, hierbij rekening houdend met de mogelijkheid dat het bestuur de onderneming in haar wijsheid over de rand van de afgrond leidt.

    De verwachte waarde creatie gedurende de looptijd van het arbeidscontract kan vervolgens als vast salaris uitebetaald worden, of mmet een variebel deel.
    Gratis opties zijn echter uit den boze.
    Deze vreemde trend is nu zelfs naar de bedrijven als Essent doorgedrngen. Realistischer zou zijn om variabele beloning te bieden in de vorm van futures. De plicht ipv het recht om over x jaar tegen een vastgelegde prijs aandelen in het bedrijf te kopen. Ofwel : laat bestuurders zich in het bedrijf inkopen, als voorwaarde voor een arbeidscontract.

    Zo’n vorm van beloning zou tevens bijdragen aan vermindering ven het principal-agent probleem. Topbestuurder zijn wordt zo wat minder vrijblijvend en meer ondernemend.
    Zo worden de belangen van bestuurder en eigenaar/belanghebbende wat meer op een lijn gebracht.

  2. Joost,

    Ik kan me helemaal in je overwegingen vinden. Die hebben echter vooral betrekking op private ondernemingen. Bij publieke ondernemingen, waar momenteel de ophef over bestaat, is het nog lastiger om de ‘juiste’ beloning voor een topman (m/v) vast te stellen. Bij dergelijke bedrijven is er immers geen sprake van een beurskoers of iets dergelijks waar de beloning op gebaseerd zou kunnen worden.

Reacties zijn gesloten.