De gemiddelde Nederlander heeft behoorlijk gespaard voor de oude dag, vanwege de verplichte afdrachten aan collectieve pensioenfondsen. Die fondsen beslissen zelf hoe hoog de pensioenen zijn die ze uitkeren, maar worden daarin beperkt door regels en de toezichthouder. In de jaren 2025-27 gaan de meeste fondsen over op nieuwe regels, waardoor het waarschijnlijk is dat de pensioenen hoger kunnen worden. Eén en ander hangt af van de toestand op financiële markten op het moment van overstappen.
In dit artikel in de Volkskrant lezen we over de gevolgen van de overstap van enkele grote fondsen begin dit jaar. Volgens de krant gaan 1,5 miljoen gepensioneerden er gemiddeld 13% op vooruit. Dit is een schatting; de daadwerkelijke verandering is pas na enkele weken rekenen vast te stellen.
Wat gebeurt er met de totale consumptie in Nederland door deze inkomensstijging? Om dat te berekenen moeten we een idee hebben welk deel van hun inkomen gepensioneerden krijgen uit aanvullende pensioenen. De verhouding AOW-aanvullend pensioen is ongeveer 50-50; uit deze pagina van DNB haal ik verder dat de derde component “overig” ook nog een vergelijkbaar deel toevoegt. Aanvullende pensioenen zijn dus ongeveer een derde van het inkomen. Bij een inflatie van 3% gaat dat deel met 10% reëel omhoog; het hele inkomen dus met 3,3%.
Die 1,5 miljoen gepensioneerden zijn ongeveer 8,3% van de bevolking. Hun aandeel in het verdiende inkomen is ongeveer gelijk, uit deze tabel bereken ik het op zo’n 8%. Daarmee vinden we het effect van de hogere pensioenen begin 2026 op het totale Nederlandse inkomen als 8% keer 3,3%=0,26%.
Is dat veel? Aan de ene kant niet; het CBS meldt dat het reëel beschikbaar inkomen van alle Nederlanders er in een jaar zomaar met 3,5% op vooruit kan gaan. Aan de andere kant, afhankelijk van de consumptielust van de gepensioneerden en de multiplier kan het net een tiende schelen in de bbp-groei van dit jaar (orde van grootte 1,3%; iets minder dan de helft van het bbp is consumptie van gezinnen).
Zijn er voorbehouden? Het nieuwe stelsel is minder zeker, dat zou ertoe kunnen leiden dat de 1,5 miljoen uit voorzorg niet hun hele verhoging uitgeven. En sowieso loopt het aandeel variabele uitgaven terug na de 75 jaar. Aan de andere kant zijn er meer deelnemers in een pensioenfonds dan alleen de gepensioneerden, en een aantal (vooral degenen dicht bij pensioen) zouden al eerder hun consumptie op kunnen schroeven. Hoewel de krapte op de arbeidsmarkt iets terugloopt, bestaat verder het risico dat een deel van de extra bestedingen zorgen voor hogere prijzen, in plaats van extra groei.
(Dit is een uitwerking van een Bluesky post op de late avond, met hopelijk een iets meer nauwkeurige berekening.)