Starterswoningen

Voor starters op de woningmarkt is het lastig om een huis te kopen. Veel oplossingen die voor dat probleem worden aangedragen zijn economisch gezien niet heel zinvol, en wij beklagen ons er regelmatig over: hier bijvoorbeeld, of hier, ook hier en hier.

Je gelooft het haast niet, maar in een artikel in de Volkskrant wordt opnieuw een dieptepunt bereikt. Als er te weinig starterswoningen (dat zijn huizen die een alleenverdiener met een modaal inkomen kan financieren) zijn, dan moeten er meer gebouwd worden, zo zou je als eenvoudig burger denken. Maar nee, zo simpel is het niet:

‘Daarvan hebben we er genoeg in Nederland’, zegt Willem van Leeuwen, directeur van branchevereniging voor woningcorporaties Aedes. ‘Het probleem is dat de mensen die daar wonen, niet kunnen doorstromen naar een ander huis. En daardoor komen die starterswoningen niet vrij.’


Juist. Er zijn genoeg starterswoningen, het probleem is alleen dat ze niet beschikbaar zijn, en daarom zijn er te weinig. Als we maar meer doorstarterswoningen bouwen, komen de starterswoningen vanzelf vrij. Dat zou kunnen, maar het lijkt me toch wat omslachtig. André la Porte van de Vereniging Eigen Huis doet er nog een schepje bovenop:

‘Als we niet uitkijken, woont straks heel Nederland in een starterswoning’ […] Een ander probleem is dat starterswoningen meestal alleen betaalbaar zijn voor de eerste koper. La Porte: ?˜Door de grote vraag stijgen de prijzen van die huizen enorm snel. Daardoor zijn het over vijf jaar eigenlijk geen starterswoningen meer.’

Uhm. Met deze voortgang woont straks iedereen in een starterswoning. En bovendien zijn die huizen na vijf jaar geen starterswoning meer. Dat komt omdat de prijs zo snel stijgt. En dat komt weer omdat er te weinig starterswoningen zijn.

Ik geloof niet dat ik het nog begrijp.