Zorgkosten

Wie op een willekeurige dag de krant openslaat loopt grote kans te lezen over tegenvallers in de zorgkosten. Het is zo’n onderwerp dat altijd actueel is, en door jaren van tegenvallers belopen de kosten van de zorg in Nederland inmiddels tegen de 10% van het BBP. Het CPB raamt een verdere stijging van dit aandeel: de kosten lopen sowieso op met het tempo van de groei, met dank aan meneer Baumol, maar daar bovenop komt een vergrijzingseffect van zo’n 1% per jaar. Oudere mensen gebruiken meer, langdurige, zorg en daar zijn er steeds meer van.

De verantwoordelijke minister, die nu regelmatig bij collega’s om extra geld moet vragen, is het zat en heeft de SER om advies gevraagd. Grote kans dat er dus al over een paar jaar actie wordt ondernomen! Eén van de wensen van de minister is om te kijken naar de mogelijkheid om inkomen en vermogen van ouderen in de oplossing te betrekken. Dat is een logische gedachte, maar waarschijnlijk geen goed idee.


Voorzienbare, langdurige, zorg is, anders dan die voor een gebroken been, niet op risicobasis te verzekeren en valt in Nederland daarom onder een volksverzekering. Dat betekent dat gezonde mensen een gedeelte van hun inkomen afstaan om voor de zorg van minder gezonde mensen te betalen. Dit is een vrij recente ontwikkeling. In de tijd vóór de volksverzekering bestond er maar één andere, betrouwbare, manier om een verzorgde oude dag te krijgen: kinderen. Die werden geacht oma en opa in huis te nemen en eventuele zorg zelf toe te passen.

Dat oude systeem legt nogal wat risico bij de burger: wie geen, of onaardige, of onhandige kinderen krijgt is de klos. Het nodigt bovendien uit tot een flinke zekerheidsmarge in de grootte van het nageslacht en het is dan ook aannemelijk dat het dalende aantal geboortes in Nederland mede op het conto van de AWBZ en de AOW te schrijven is. Daarmee ondergraaft de volksverzekering zichzelf, want als er weinig gezonde mensen zijn die voor veel zieken moeten betalen komt het systeem onder druk. De hoge premies werken verstorend (dwz., werken loont steeds minder) en de solidariteit wordt verder op de proef gesteld. Het wat saaie, technische, probleem van de oplopende zorgquote kan daarom op termijn helemaal uit de hand lopen. Geen wonder dat de minister naar een oplossing zoekt.

Wat te doen? De SER komt straks natuurlijk met een gedegen rapport, maar we nemen vast een voorschot. Laten we om te beginnen vaststellen dat het huidige systeem veel goede kenmerken heeft. Het grote risico om op de oude dag, zonder kinderen, in de goot achter te blijven is uitgebannen. Dat is iets dat we zouden moeten handhaven. Het is dus zaak de komende onbalans tussen vraag en aanbod van zorg te bestrijden.

Het makkelijkst is de aanbodkant. Grotere efficiency, verbeteringen in de organisatie, technische vooruitgang, het zijn plannen waar iedereen voor is. Het beperken van de vraag is lastiger. Als de staat betaalt is de neiging om niet op de kosten te letten, die bij zorg toch al aanwezig is, extra groot. Vertel dan maar eens aan iemand dat een behandeling te duur is. De politieke verwijten die volgen zijn akelig effectief, zoals de Amerikanen inmiddels weten.

De minister vraagt keurig langs deze lijnen, maar doet ook de suggestie om naast de volksverzekering gedeeltelijk een beroep te doen op het vermogen en inkomen van de ouderen zelf. Dat is een sympathiek idee, maar waarschijnlijk niet effectief. Ten eerste vanwege de uitvoering. Sommige ouderen hebben helemaal geen geld of inkomen, en het zal niet de bedoeling zijn om die groep van zorg uit te sluiten. Dat laat twee mogelijkheden: of ouderen betalen zelf voor extra zorg bovenop het noodzakelijke, waarmee het effect op de totale kosten klein is omdat zoveel zorg noodzakelijk is, of rijke ouderen betalen voor zorg die arme ouderen gratis krijgen. Dat laatste is een beproefde manier om ervoor te zorgen dat de vermogens van ouderen ruim voor ze worden ingezet, zijn verdwenen.

Maar er is nog een ander argument tegen het inzetten van eigen geld. Het aanbod van zorg lijkt mij erg inelastisch, dat wil zeggen, meer geld betekent nog niet direct meer doktoren, zusters, en wat al meer. Wie bij een beperkt aanbod extra geld in de markt strooit zorgt er met name voor dat de prijs van de zorg oploopt, zonder dat de hoeveelheid toeneemt. De elasticiteit is niet helemaal nul: als in verpleeghuizen een fortuin te verdienen is zullen meer mensen daar willen werken, maar een opleiding daarvoor kost tijd. Extra doktoren hebben helemaal een lange tijd nodig. Ondertussen zoekt het geld een uitweg, in het beste geval naar de salarissen van de zusters, in het slechtste geval naar bemiddelingsbureaus. Meer zorg komt er niet van.

Wat kunnen we dan wel doen? In ieder geval de beperkingen voor jonge mensen die de zorg in willen opheffen. En verder is het verstandig naar de mensen te kijken, in plaats van het geld: het is ondoenlijk om in een land meer verzorgde dan werkende mensen te hebben, hoe je het ook organiseert. Als gezonde mensen langer werken, door eerder te beginnen of later met pensioen te gaan, valt de balans al beter uit. Als we immigranten binnenlaten die in de zorg willen werken, idem. We hebben als land een groot opgebouwd financieel vermogen, dat niet veel zal helpen op het gebied van de zorg. Door met dat vermogen (verhandelbare) goederen te importeren kunnen we echter wel veel mensen uit de productiesector vrijmaken om in de zorgsector te werken. Op die manier wordt Nederland nóg meer afhankelijk van een ongestoorde internationale handel. Daar moeten we ons nu al sterk voor maken.

Lastig onderwerp. Vanochtend praat ik erover om 11:15, op Radio 1. Suggesties welkom!

update: achter de rug, pff, ik heb het wel eens beter gedaan. Voor de doorzetters (of de verzamelaars) de MP3.

 

Auteur: Thijs

Econoom. Krantenlezer. Stuurman aan wal.