Spannend tot het eind

Het is de tijd van het jaar dat we graag een berichtje tikken over het Eurovisie songfestival [hier en hier eerder]. Een fenomeen dat zo mooi de zaken waar economen vanaf weten (landen! getallen!) vermengt met datgene waar ze geen benul van hebben (liedjes! show!) en daarom een grote aantrekkingskracht uitoefent, in ieder geval op mijzelf.

Ook dit jaar weer zijn er prachtige voorbeelden te vinden waarbij de twee werelden elkaar raken. Zo mag Roemenië niet meedoen vanwege uitstaande schulden, en gebruikt ex-winnaar Björn Ulvaeus [eerder] zijn bekendheid om te pleiten tegen een eventueel vertrek van het VK uit de Europese Unie. Dat terwijl de Britten juist aangeven dat ze, nog liever dan de EU, de Eurovisie-organisatie zouden verlaten. Echt interessant wordt het in dit stuk bij de BBC, dat ingaat op de grote waarde die in Rusland aan een overwinning in Stockholm wordt gehecht. Net als sport en militair machtsvertoon lijkt het een vorm van compensatie voor teleurstellende economische prestaties.

Als het festival vandaag bedacht zou worden, maakte het geen schijn van kans in deze anti-internationale tijd. Maar het is er en in zekere zin is het daarmee een overblijfsel uit meer hoopvolle periode waaraan de kijker zich kan warmen. Wat niet wil zeggen dat het festival niet verandert. Dit jaar voert de organisatie een grote wijziging door in het tellen van de stemmen, waarmee show traditiegetrouw eindigt. Daarbij worden de punten van het publiek niet langer gemiddeld met die van de jury uit het eigen land. We zien eerst, per land, de jurypunten en dan in één klap de punten van het publiek. De wijziging is in lijn met dit fascinerende onderzoek naar de optimale manier om informatie vrij te geven, als je de spanning van het publiek wilt maximaliseren. In de oude opzet was al ver voor het einde duidelijk wie er ging winnen; nu is dat niet meer zo en dat houdt de spanning tot het einde vast.

Maar we weten natuurlijk wel iets: voordat de publieksstem bekend wordt gemaakt kennen we, per land, de voorkeuren van de jury. Op de site van het songfestival kunnen we nalezen of de jury-uitslag de afgelopen twee jaar overeenkwam met de stem van het publiek. Ik berekende de correlatie* tussen de punten van jury en publiek in ieder land. De extremen staan in deze tabel:

Land Correlatie
Montenegro -0.12
Italië 0.05
Frankrijk 0.07
Tsjechië 0.11
België 0.21
Oekraïne 0.63
Albanië 0.64
Denemarken 0.64
Moldova 0.71
Servië 0.72

Wie dus wil weten welke kant het met het publiek opgaat, doet er goed aan op te letten bij de punten van de onderste vijf landen. De juries van Montenegro, Italië en Frankrijk kunnen genegeerd worden als het gaat om de publieksstem. Nederland zit in het midden, met een correlatie van 0.44.

Het is vast geen toeval dat in alle Scandinavische landen de overeenstemming tussen jury en volk meer dan gemiddeld is, terwijl in Italië, Frankrijk en België de correlatie bijna nul is. Maar daar moeten we een andere keer maar eens naar kijken. Na afloop van het festival vanavond belooft de organisatie ons weer een volledig overzicht van de stemmen.

* Voor landen die zowel in 2014 en 2015 voorkomen in de database, nam ik het gemiddelde van de twee correlaties. De hele lijst staat hier.

Lees “Spannend tot het eind” verder

May I have your votes please?

Over een week begint in Malmö de eerste halve finale van het 58e Eurovisie songfestival. Op zaterdag 18 mei staat, als alles goed gaat, de winnende artiest even voor middernacht een toegift te zingen voor enkele honderden miljoenen televisiekijkers.

De econoom kijkt geïnteresseerd mee. Het is veelzeggend dat Portugal dit jaar zal ontbreken vanwege bezuinigingen op de publieke omroep, terwijl de Duitse inzending nu al een wereldwijd exportsucces is. Maar belangrijker is dat het festival een uniek inkijkje geeft in de verhoudingen tussen de verschillende landen in Europa (en omstreken), en wel op een manier die in getallen vastgelegd wordt.

Enige uitleg is op z’n plaats. De handelstheorie voorspelt dat het goederenverkeer tussen twee landen onder meer bepaald wordt door de afstand, de relatieve productiviteit in verschillende sectoren en de mate van specialisatie. Modellen, gebaseerd op dit soort harde fysieke en economische gegevens, verklaren inderdaad een groot gedeelte van de handel, maar niet alles. Al in de jaren ’60 van de vorige eeuw speculeerden economen dat niet alleen aanbodfactoren, maar ook de vraag een rol speelde bij internationale handel. Landen zouden wellicht meer met elkaar handelen, als de bevolking van dezelfde dingen hield.

Het was moeilijk om deze theorie te testen, omdat daarvoor een maatstaf van “gelijksoortige preferenties” nodig is. Bij benadering is het mogelijk om te kijken naar landen die dezelfde taal spreken, of ongeveer even ver ontwikkeld zijn. De Nederlander Geert Hofstede ontwikkelde zelfs een raamwerk met verschillende culturele dimensies. Maar wellicht is er een simpeler benadering mogelijk door, daar komt het, te kijken welke landen elkaars liedje de meeste punten geven in het songfestival. Landen met dezelfde muzikale voorkeur zijn misschien ook geneigd elkaars waar te kopen. En dat klopt inderdaad. Ik kopieer niet vaak Engelstalige tekst uit een onderzoekssamenvatting, maar deze quote is niet te versmaden: We conclude that preferences influence trade through several channels, and that results of the European Song Contest are a robust predictor of bilateral trade. Een eerdere studie vindt hetzelfde effect [pdf].

Welnu, hoe zien die preferenties eruit? Hier staat één van de vele weergaven van de manier waarop landen hun Eurovisie-punten uitdelen. We ontwaren een Scandinavisch blok, een Balkan-blok en de vaak verfoeide club-Oost Europa. Nederland hangt samen met Armenië, België, en Turkije. De verklaring voor deze stemblokken is in dit geval puur cultureel, en niet het resultaat van voor-wat-hoort-wat bij het stemmen. De landen in een blok sluiten gewoon goed op elkaar aan qua preferenties, net zoals de Cyprioot nou eenmaal van Griekse muziek houdt.

Het is verleidelijk om deze blokvorming toe te passen op verdere vraagstukken van economische integratie. Landen die veel met elkaar handelen vormen wellicht een optimaal muntgebied. Hoe zag de eurozone eruit, als we die op basis van het songfestival hadden samengesteld? Zo op het oog kunnen Cyprus, Malta, Ierland beter naar de Pond-zone rondom het VK, en Finland naar het Scandinavisch blok.  Turkije en ex-Joegoslavië komen ervoor in de plaats. Wellicht vindt u nog meer verbanden: de stemdata staan hier, en vanaf volgende week kunt u weer drie avonden empirisch onderzoek doen, voor de televisie.

Overigens, de handelstheorie is niet de enige tak van de economie die het songfestival gebruikt voor onderzoek. Mede-blogger Marco Haan publiceerde al eens over het verschil tussen juries en open stemmingen op basis van Eurovisie-data.